Internet, kraamkamer mondiale democratie

Niet het Binnenhof maar het internet cruciaal voor bloei democratie wereldwijd

Wouter ter Heide 2006

Voor de doorbreking van de politieke impasse waarin het democratiseringsproces zich bevindt, wordt het tijd dat wij met elkaar ons bestel op de schop nemen. Voor de realisatie daarvan zullen we bij Het Binnenhof moeten aankloppen. De moeilijkheid is alleen dat Het Binnenhof, als ruimte, volledig tekortschiet om dit (schouder aan schouder) project waar te maken. De partijpolitieke verdeel en heers regels die daar sinds jaar en dag gebruikelijk zijn, staan simpelweg het rigoureus op de schop nemen van ons bestel in de weg. Daarvoor zullen wij met zijn allen, Het Binnenhof zowel als de straat, ons heil moeten zoeken bij de virtuele ruimte die daarvoor bij uitstek geschikt is: Het Internet. Uiteraard doel ik daarbij niet op de haatsites, maar op de diverse levens- en wereldbeschouwelijke discussieforums. De moeilijkheid voor het effectieve gebruik van deze virtuele discussie ruimte, schuilt in de regels die daarin gerespecteerd dienen te worden. Aan welke regels behoren de discussianten zich te houden, zodat de discussie over een totaal nieuw maatschappelijk bestel vruchtbaar kan verlopen?

Wat dat betreft moet allereerst worden opgemerkt, dat de hier bedoelde virtuele politieke arena niet een politiek strijdperk is in de gebruikelijke zin van het woord. Er worden geen (partijpolitieke) degens gekruist, zoals in de Kamer, omdat het doel de creatie van een mondiaal democratisch bestel is waarmee de (boven partij- en landspolitiek uitstijgende) wereldproblemen adequaat het hoofd geboden kunnen worden. Nationale en partijpolitieke argumenten spelen dan ook geen enkele rol en vallen daardoor buiten de discussieorde. Daarnaast staat het iedereen - waar ook ter wereld - vrij, om deel te nemen aan de discussie in die virtuele politieke arena, of om als toeschouwer op de virtuele tribune plaats te nemen. Toeschouwers die onontbeerlijk zijn voor de totstandkoming van een gedegen of goed onderbouwde publieke opinie, waardoor het beleid in een democratie geweldloos (want redelijk!) wordt gestuurd!

Begrijpelijkerwijs verlangt deelname aan de discussie van de discussianten niet alleen een toekomstvisie die bevrijdend is en van vertrouwen uitgaat, maar ook een hoog abstractievermogen. 

Verder houdt de vrije toegankelijkheid in dat de discussie niet gevoerd wordt door landen of partijen, maar enkel door individuen. Wereldburgers van allerlei rang en stand. Gelovig en ongelovig, geschoold en ongeschoold. Niemand kan zijn argumenten dan ook meerwaarde verlenen door te verwijzen naar de groep of partij waartoe hij behoort, het land waar hij woont, het geloof dat hij aanhangt of de studie die hij heeft gevolgd. Je kunt dan ook stellen dat in de virtuele politieke arena alleen het gezonde verstand telt. Daaronder versta ik het denkvermogen om de positieve toekomstvisie zodanig maatschappelijk te vertalen, dat deze voor iedereen zichtbaar (PC) en begrijpelijk is. Geen achterkamertjes gedoe en moeilijk taalgebruik (vakjargon) dus. 

Met als resultaat dat uit de gezamenlijke inbreng van alle deelnemers een gemeenschappelijk gedragen ontwerp zal rollen voor een alomvattend democratisch bestel, aan de realisatie waarvan iedere wereldburger (naar vermogen) zijn steentje zal moeten bijdragen. Een dwingende maar rechtvaardige eis, omdat ook iedereen daarvan de vruchten zal plukken. In feite zal de virtuele Internet-discussie dan ook enkel winnaars kennen, met alle positief maatschappelijke gevolgen van dien. Gevolgen waar niet alleen wijzelf maar met name onze kinderen en kindskinderen (toch onze eerste zorg!) wel bij zullen varen.

Met het oppikken van deze wereldomvattende democratische (gids-)taak, wat dankzij onze ICT technisch gesproken mogelijk is, zal ons beleid dan ook het voortouw nemen in het vlottrekken van het wereldwijd vastgelopen democratiseringsproces. Met als uiteindelijk resultaat de democratie in optima forma. De mondiale samenleving waarin niet wapens (die mensenrechten doen zwijgen) maar argumenten (die mensenrechten tot leven brengen) het beleid bepalen, op zowel het plaatselijke en nationale als op het internationale en mondiale vlak. Voor de totstandkoming van dit ultieme politieke doel, ofwel vrede, is de tijd meer dan rijp, dankzij de communicatie mogelijkheden die ons digitaal tijdperk biedt. Daardoor moeten bij calamiteiten razendsnel de juiste (niet nationaal en/of partijpolitiek gekleurde) gegevens aangedragen kunnen worden, waarop nagenoeg tegelijkertijd het juiste beleid kan worden gezet ten bate van het democratische belang van het algemeen.

Voor de verwerkelijking van die ware democratie, zal onze regering (onder druk van onze totale volksvertegenwoordiging, dus zowel Eerste als Tweede Kamer) haar pijlen moeten richten op de grondige reorganisatie van de Verenigde Naties, waartoe artikel 109 van het VN-Handvest de mogelijkheid biedt. Wat die broodnodige fundamentele hervorming van onze Volkerenorganisatie betreft, moet met name worden gedacht aan de opheffing van de ondemocratische (vetorecht!) Veiligheidsraad. Daarbij zal zijn primaire taak, de handhaving van de internationale vrede en veiligheid, overgeheveld moeten worden naar de Algemene Vergadering. Dit orgaan kan zich daardoor eindelijk kunnen ontwikkelen van een ongeloofwaardig mondiaal praatcollege tot een geloofwaardig mondiaal daadcollege met bovennationale bevoegdheden. Een wereldforum dat het vertrouwen van de wereldbevolking geniet, omdat de leden daarvan - op basis van de alom onderschreven mensenrechten en onze fenomenale ‘know how’ op elke gebied – ‘met elkaar’ (los van ras, geslacht, nationaliteit en levensbeschouwelijke gezindte) een beleid van de grond weten te tillen, waarmee de wereldproblemen en het daarmee gepaard gaande schrijnende onrecht adequaat bestreden kunnen worden. Met als resultaat de rechtvaardige vredelievende wereld waarin komende geslachten worden behoed voor de gesel van de oorlog, zoals in de preambule van het Handvest der Verenigde Naties op meesterlijke wijze is verwoord.

Reactie op dit artikel, door Katinka Hesselink