Uit Kahlil Gibran, De Profeet, p. 63

Een jongeling zei:
Spreek tot ons over vriendschap.

En hij antwoordde, zeggende: Je vriend is een antwoord op je verlangen.
Hij is je akker die je met liefde bezaait en vol dankzegging oogst.
En hij is je tafel en haardvuur.
Want je komt tot hem met je honger en bij hem zoek je rust.

Wanneer je vriend je zijn eigen geest ontsluit, ben je niet bang voor het 'neen' in je eigen geest, noch onthoud je hem je 'ja'.
En wanneer hij zwijgt, blijft je hart luisteren naar zijn hart;
want zonder woorden worden in vriendschap alle gedachten, alle verlangens, alle verwachtingen geboren en gedeeld, vol ongevraagde vreugde.
Wanneer je afscheid neemt van je vriend, treur je niet;
want wat je het diepst in hem bemint, kan klaarder voor je zijn bij zijn afwezigheid, zoals een bergbeklimmer de berg duidelijker ziet vanuit de vlakte.

En laat je vriendschap geen andere bedoeling hebben dan een verdieping van de geest.
Want de liefde die iets anders zoekt dan de openbaring van haar eigen mysterie is geen liefde, maar een net dat uitgeworpen wordt; en alleen het waardeloze wordt gevangen.

En laat het beste voor je vriend zijn.
Zo hij de eb van je getij moet ervaren, doe hem ook de vloed kennen.
Want wat is je vriend dat je hem enkel zoeken zou om de tijd te doden.
Zoek hem steeds om de tijd te leven.
Want hij moet je tekort vullen, maar niet je ledigheid.
En laat er een lach zijn in de zoetheid der vriendschap en een samen beleven van genoegens.
Want in de dauw der kleine dingen vindt het hart zijn morgen en wordt verfrist.