Propaganda Poster Detail, Wonsan City, Democratic People's Republic of Korea (DPRK), North Korea
Uit: The Theosophist, juni 1999

De gesloten vuist van de leraar

Trevor Leggett

Trevor Leggett is senior lector van de TS te Londen.


De gesloten vuist van de leraar is een Indiase uitdrukking die verwijst naar het doorgeven van een opvolging in een of andere traditie. Het wordt ge´llustreerd door een van de verhaaltjes in de Perzische klassieker Gulistan of Rozentuin. Het gaat als volgt:

Een worstelleraar had een veelbelovende leerling, aan wie hij negenennegentig van de honderd worstelgrepen leerde. Maar een zeldzame greep hield hij achter. Naarmate de jongen sterker werd en vaardiger, kwam de tijd dat hij in het openbaar begon op te scheppen: 'Natuurlijk ben ik de beste in het echte vechtvermogen'. Worstelen was toen (en is nog steeds) een nationale sport in PerziŰ, en de Koning hoorde hiervan. Hij liet een wedstrijd organiseren in zijn tegenwoordigheid tussen leraar en leerling.

De jong worstelaar stormde vooruit als een woedende stier, en toen maakte de leraar gebruik van die ene zeldzame greep die de ander nooit gezien had. De meester tilde hem hoog op en smeet hem tegen de grond.

'Hoe durfde je op te scheppen dat je jouw leraar kon overwinnen?' vroeg de Koning boos.

Het antwoord was onverwacht: 'Hij is geen echte leermeester voor mij geweest. In alles wat hij mij geleerd heeft, kan ik hem verslaan. Maar hij hield deze greep achter, die hij zojuist gebruikt heeft om mij te verslaan'.

De Koning dacht hierover na, en vroeg de leraar: 'Waarom hebt u hem dit onthouden?'

De leermeester zei: 'Ik heb dit achtergehouden juist voor deze gelegenheid'.

Een van de aandachtspunten van het verhaal is dat als de leerling niet zo arrogant was geweest, dan zou de leraar zich in de loop der tijd teruggetrokken hebben en de sportschool aan hem overgedaan hebben. Pas dan zou hij hem de geheime honderdste greep doorgegeven hebben die in zijn gesloten vuist verborgen was.

Deze zaken worden in de volksmond de 'knepen van het vak' genoemd. Zo lang als er steden bestaan, zijn er volksstammen deskundigen in een bepaald beroep of vak geweest - de goudsmedenstraat, de weverstraat enzovoorts. Zij behoeden hun geheimen voor buitenstaanders; hoewel zij op een bepaalde manier met elkaar wedijveren om klanten, is er een sterkere band die hen tezamen houdt. Als zij uit elkaar gingen, zou hun expertise al gauw verstrooid raken en dan zouden zij hun voorsprong kwijt zijn.

In spirituele tradities zijn er overal woorden zoals 'geheim'. Het woord Oepanisjad kan herleid worden van oepa = dichtbij, ni = naar beneden, en sad = zetel (de 'sj' komt erin door een fonetische regel dat als een 's' op een klinker volgt, behalve op 'a', wordt het 'sj'). Dus het woord Oepanisjad, een heilig geschrift uit India, verwijst naar het zitten naast de leraar, die het dan fluistert. Socrates verwijst naar 'een lering die in het geheim gefluisterd wordt' en Jezus heeft het over de geheimen die alleen aan de naaste discipelen verteld werden. Maar deze dingen werden in feite niet geheimgehouden. De formele titel van de beroemde Gita, die zichzelf afficheert als open voor allen, is: De Oepanisjads gezongen (gita) door de Heer. Aan het einde van de Gita wordt gezegd dat het de grootste verdienste is om het in de juiste geest te onderwijzen, en aan de juiste toehoorders. Sommige toegewijden leren hoofdstukken uit het hoofd, en herhalen ze elke ochtend. Dus waar is het geheim?

Door andere toepassingen van het woord te vergelijken kunnen wij dit begrijpen. Een expert zal ons vertellen dat het geheim van spreken in het openbaar, timing is; een andere, dat het anticiperen is; weer een ander zegt 'Het is het onder woorden brengen van datgene wat anderen niet hebben kunnen formuleren'. Wat is dan het geheim van een openbaar politiek debat? Als wij er goed over nadenken, vallen bovengenoemde drie dingen - timing, anticiperen, en het laatste - in werkelijkheid gedeeltelijk samen. Je kunt de timing niet goed krijgen tenzij je anticipeert op wat volgt, en wanneer je het moet zeggen. Die dingen 'geheimen' noemen is een manier om de aandacht te richten op een aspect van de hele situatie. Andere elementen worden op dat moment als vanzelfsprekend aangenomen. Bijvoorbeeld, het vermogen om duidelijk te spreken en met tenminste schijnbare overtuiging. Deze dingen zijn 'geheimen' niet in de zin van de woorden zelf, maar omdat zij een echt geheim bevatten, dat een intu´tieve kunst is die niet rechtstreeks overgebracht kan worden. Het moet naar voren komen in een proces van oefening, gedurende kortere of langere tijd. Er kunnen werkregels zijn die misschien een te benaderen resultaat geven: 'Pauzeer een tel waar een komma staat, twee tellen voor een dubbele punt, Drie voor een punt'. Maar dit is niet de kunst van timing. Churchill wist precies hoe lang hij moest wachten, nadat hij tegen een verdeeld Lagerhuis had gezegd: 'Welnu, ik zal mijn paarlen niet langer wegwerpen...', en toen de commotie geluwd was, 'voor diegenen die ze niet waarderen'. Hij werd beloond met een lachsalvo.

De spirituele geheimen waarnaar verwezen wordt in de Gita zijn intu´ties, niet de triviale van een beroepsredenaar, maar aangaande de diepten in de mens. De woorden kunnen verkeerd begrepen worden, en het geheim kan verborgen blijven. De leringen geven vele verschillende indicaties, zoals de vele co÷rdinaten op een landkaart. Ieder co÷rdinaat begint vanuit een ander punt, en zij komen langzamerhand bij elkaar. Op dezelfde manier worden spirituele instructies gegeven voor iemand die in een crisis verkeert, voor iemand die geluk zoekt, voor iemand die zoekt naar de Realiteit achter de wereldillusie, voor iemand die het innerlijke landschap achter de gedachtenstroom wil ontdekken. De instructies overlappen enigszins, en hun einddoel is het opwekken van een nieuw besef, voorbij het verstand. Dit moet door de zoekers zelf worden gevonden; niemand anders kan het voor ze vinden. Maar de lering kan hen uitrusten met een helder, kalm en gericht verstand; dan, zoals de Gita zegt: 'in de loop der tijd vindt hij die gezuiverd is door de yoga van handeling en de yoga van samadhi, het zelf in zichzelf'.

Maar de invloed van de idee van de Honderdste Greep, in de verscheidene versies waarin die zich voordoet in de geschiedenis, heeft zelfs effect in spirituele training. Er is iets in het menselijk verstand dat hoopt op een ezelspaadje, een subtiel idee dat alles zonder al te veel moeite zal oplossen.

Zulke dingen komen wij wel eens tegen in het leven. Stelt u zich eens voor dat er een lange lijst Chinese en Japanse gedelegeerden is, deskundigen, verslaggevers enzovoorts, die een grote internationale conferentie bijwonen. Er zijn duizenden namen, en de bedoeling is dat de Chinezen allemaal bij elkaar in bepaalde hotels worden ondergebracht en de Japanners in andere. Maar de computerlijst heeft de namen door elkaar neergezet, in alfabetische volgorde, te beginnen met AN, dan ANDO, dan ARAKAWA, enzovoorts. De organisatoren moeten iedere naam apart opzoeken in de verscheidene passagierslijsten. Men gaat ervan uit dat de Chinezen allen met de nationale luchtvaartmaatschappij gekomen zijn waarop zij korting krijgen, en hetzelfde geldt voor de Japanners. Het karwei gaat heel wat mensen heel wat tijd kosten. Maar zij leggen de zaak voor aan een oriŰntalist. Hij zegt: 'Dat hoef je niet allemaal te doen. Het is tamelijk makkelijk. Chinese namen hebben altijd een lettergreep; Japanse maar zelden. Dus AN is waarschijnlijk Chinees, maar zou mogelijkerwijs een Japanner kunnen zijn; ANDO en ARAKAWA zijn zeker Japanners. Dus probeer de Chinese passagierslijsten eerst met de eenlettergrepige namen; met meer dan een lettergreep hoef je daar helemaal niet naar te kijken - het is zeker een Japanner'. Gewapend met dit 'geheimpje' sorteren de organisatoren de namen snel uit.

Studenten in yoga training krijgen soms het idee dat er net zo'n handige manier is om al hun moeilijkheden op te lossen. Er circuleren sleutelwoorden: 'Het hele geheim is afstandelijkheid, afstandelijkheid, afstandelijkheid. Niets anders is belangrijk'. Mysterieuze kreten worden bedacht. Er is een traditie dat 'als je een volledige buiging kunt maken bij het binnengaan van de meditatiezaal, een buiging met het hele hard, dan is dat alles wat je nodig hebt voor onmiddellijke Realisatie. De hele rest is bijkomstig, voor mensen die niet van ganser harte kunnen buigen'.

Deze dingen zijn niet noodzakelijkerwijs fout, maar het idee is om ze zo ver naar voren te brengen dat zij al het andere uitsluiten. Als dit gebeurt, worden de handelingen zelf dunner en mechanisch; kleine overblijfselen van hun innerlijk leven, omdat de andere elementen van de training grotendeels vervallen zijn. Zij vormen kleine oefenscholen - men kan zij geen scholen in het denken noemen - die het leven van hun volgelingen doen wegstromen.

De neiging neemt verscheidene vormen aan, soms gesteund door schijnredeneringen, soms door pseudo-autoriteit. 'Het heeft geen zin te proberen te mediteren totdat je een volkomen duidelijke kennis van de Waarheid hebt. Als je zonder dat mediteert, mediteer je op onwaarheid, en versterk je het. Dan praktiseer je onjuistheid'.

Deze mensen zouden waarschijnlijk zeggen dat een leek die probeert te schaatsen, en die herhaaldelijk valt, aan het oefenen is in het vallen.

Anderen zeggen 'De leraar geeft oefeningen in mentale beheersing, maar dit is eigenlijk om ons te overtuigen van onze hulpeloosheid, en ons ertoe te brengen volledig op hem te vertrouwen, en op God die door hem spreekt'. Op zulke manieren worden de rechtstreekse instructies van de leraar teniet gedaan. Nogmaals, het is een valse 'spirituele' houding die een falen van de vitaliteit maskeert. Toch worden zulke 'geheimen' rond gekletst als verborgen waarheden.

Er wordt nooit duidelijk gezegd waarom de leraar geacht wordt ze voor zich te houden. Op de achtergrond is er een of ander vaag idee van de Honderdste Greep, met al zijn associaties van een fundamenteel conflict tussen leerling en leraar. De semi-instinctieve houding, hoewel verborgen voor het bewuste verstand, kan heel diep zitten. Het huiveringwekkende couplet in Saa'di's originele Perzische verhaal wijst op de moraal:

Ik heb nog nooit iemand leren boogschieten
die er niet mee eindigde mij het doelwit te maken.

Dit is de bittere wijsheid van een aloude beschaving, die eeuwen, zelfs millennia lang slagen en tegenslagen heeft meegemaakt, komplotten en tegencoups. En wel op alle gebied: persoonlijk, politiek en intellectueel. Waar heeft het uiteindelijk allemaal toe geleid? Een van de grote mystieke dichters van PerziŰ heeft het eens opgesomd: 'Kinderen die kibbelen over walnoten als fiches; kreten en tranen over... niets'.

De spirituele koers moet niet besmet worden met deze wereldse associaties. Zij geeft een licht door, geen walnoten. De leraar verliest niets wanneer hij het licht aan de leerling geeft, en de leerling is niet in een strijd gewikkeld met de leraar. In de een is het licht misschien helder, in de ander klein, maar het is hetzelfde.