Theosofia, April 1957, p.78
Kurukshetra en Hiroshima
A. Viruly
“Voorwaar, uit inzicht bestaat de mens. Al naar het inzicht, dat de mens op aarde heeft, zal hij worden bij zijn vertrek van hier. Laat hem aldus voor zichzelf een inzicht vormen.”
Tsjandogya Oepanisjad 3, 14.
De beschouwingen van W. C. Burger in het februarinummer van "Theosofia" vinden
een uitgangspunt in de aanname, dat er "nu eenmaal" wapenen nodig zijn ter
verdediging van wat ons dierbaar is -- en dat daarom een strict afwijzen
van de moderne oorlog geen bewijs van een doordachte geesteshouding is.
In de menselijke existentie is de aanname van een "nu eenmaal" een afsnijding
van een mogelijkheid tot groei doordat dan van een noodzaak om te kiezen
vrijwillig afstand gedaan wordt. Maar waarlijk leven betekent: een vrijheid
tot keuze bewaren. Sartre noemt elke ontvluchting van deze vrijheid "mauvaise
foi": opzettelijk ontrouw aan de geestelijke vrijheid, door welke alleen
groei van mens en wereld mogelijk is. Hij zegt: de mens moet niet de rust
van de stenen wensen -- en dat doet hij, door gemakshalve dogmatische "nu
eenmaal' s" aan te nemen 1). Zijn de moderne wapenen nu eenmaal nodig? Is
het wijs om in dit verband steeds aan de woorden van Krishna tot Ardjoena
in de Bhagavad Gita te blijven herinneren? Ook de beelden in gelijkenissen
zijn dan aan hun tijd gebonden. Geen geestelijk leider van thans zou tot
de Amsterdammer van vandaag over “licht onder een korenmaat" of "arbeid in
een wijngaard" spreken als hij ten volle begrepen wilde worden -- en zo is
vergelijking met het slagveld van Kurukshetra niet het beste geschikt om
de man van heden een aanduiding te geven van zijn plicht ten aanzien van
bommenaanvallen op de Hiroshima's van de 20ste eeuw. Als het woord "christen"
iets werkelijks wil inhouden, wil het een mens aanduiden, die oprecht navolging
van Christus nastreeft. Geen mens bij zinnen echter kan zich Christus voorstellen
als strijdende met moderne wapenen: vlammenwerper, gifgas, stengun of waterstofbom.
Reeds het gebruik van deze woorden in eenzelfde zin met Zijn naam is een
gruwel. Ik zou aan alle de 1640 leden van de T.V.N.A. met vertrouwen een
eenvoudige vraag willen voorleggen: wilt ge aan vijf geestelijke leiders
denken, wier inzicht en leven ge u op grond van uw theosofische studie tot
voorbeeld zoudt willen stellen - en kunt ge u één van hen voorstellen
als opzettelijk doder van een groot aantal kinderen op de moderne militaire
wijze? De thans reeds lang overtroffen atoombom op Hïroshima in 1945
doodde 10.000 kinderen en het werpen van zulk een bom is "nu eenmaal" de
plicht van een man in de ogen van hen, die de moderne oorlog nog aanvaardbaar
blijven vinden. De werper daarvan kan echter voor die daad niet meer verantwoordelijk
geacht worden dan ieder van ons, die de daad toejuichte of er principieel
mee instemt. Het handelen van de militair in de grenzenloos wrede moderne
oorlog, talloze eeuwen van groei na Kurukshetra, is niet meer verenigbaar
met een oprecht streven naar geestelijke bewustwording. "Kunt ge met de mond
het Onze Vader bidden en tegelijkertijd Uw medebroeder het zwaard in de ingewanden
stoten?" vroeg onze Erasmus reeds in een tijd van "menselijker" strijdwijze
dan de onze.
Neen, dat kán men niet. Ik meen dat het veel zin heeft om een geestelijk
probleem dagelijks te bezien in even concrete termen als hierboven zijn gebruikt.
1) Repliek:
Dat er goedwillende pacifisten als de heer Viruly zijn, die mijn opvatting
in “Macht, Recht en Broederschap" niet delen, was te verwachten. Ik heb overigens
duidelijk genoeg laten uitkomen dat ik alle oorlogen verschrikkelijk vind.
Er zijn echter ook nog andere verschijnselen in de wereld, die eveneens verschrikkelijk
zijn. De vraag is wat men tussen twee verschrikkingen "nu eenmaal" moet kiezen.
Ook Sartre heeft gekozen: nadat hij jarenlang het communisme had aangehangen,
was een bloedig drama van Hongarije nodig om hem de ogen te openen. Daarna
heeft hij een nieuwe keuze gedaan: n.l. met het communisme gebroken, zoals
zovele schrijvers en kunstenaars lang voor hem hadden gebroken met "the God
that failed".
Ook mijn hart heeft reeds lang gekozen: niet "de rust van stenen", maar waar
strijd is, zal het steeds staan aan de zijde van hen, die onderdrukt worden
en vechten voor hun vrijheid. Ik hoop hen nooit in de steek te laten. En
of ik daarmede in strijd handel met de geest van Christus, laat ik ter beoordeling
over aan de Meester van Liefde. --
W. C. B.