Een integraal wereldbeeld als basis voor maatschappelijke vernieuwing

Hans Vincent

Theosofia, Dec. 2002

De begrippen “heelheid”, afgeleid van holisme, en “integraal denken” hebben veel overeenkomst. Beide verwijzen naar de eenheid van wetenschap, filosofie en religie. In de praktijk heeft iedere denker of mysticus zijn eigen leer, waarbij ook nog andere begrippen, zoals synthese of systeem, worden gebruikt.

Ik gebruik zelf het liefst het begrip “integraal denken”, waarbij ik uitga van de wetenschappelijke kennis, die een hoge mate van zekerheid biedt. Daarbij zou ik willen verwijzen naar de Zwitserse filosoof Jean Gebser, die een vorm van evolutie van het denken beschrijft, te weten: het magische, het mythische, het rationele en het integrale denken. Ook de Amerikaanse socioloog van Russische herkomst Pitirim Soro- kin heeft het integrale denken beschreven. Zijn cyclische theorie gaat uit van de afwisseling van cultuurpatronen binnen de westerse samenleving, waarbij respectievelijk het mythisch-religieuze, het filosofisch-rationalistische en het wetenschappelijk-materialistische denken elkaar opvolgen. Volgens hem – hij schreef evenals Gebser in het midden van de vorige eeuw – zou de tijd aanbreken voor de integratie van deze vormen van kennen.

Voor de beschouwing van vandaag zijn vooral Fritjof Capra en David Bohm van belang. Fritjof Capra is natuurkundige en ook mysticus. Zo zegt hij dat de gebeurtenissen in de wereld van de kleinste deeltjes en in de mystieke ervaring beide onvoorspelbaar zijn. Voor ons doel is vooral zijn opvatting over maatschappelijke verandering van belang. Deze heeft hij beschreven in het boek Het keerpunt, waarin hij gebruik maakt van de begrippen jin en yang uit de Chinese filosofie. Deze worden toegepast op de ontwikkeling van de aarde als totaal systeem van de natuurelementen aarde, water, lucht en licht (vuur), de grondstoffen en de levensvormen, waaronder ook het menselijk leven. Dat systeem geeft hij de naam van de “GAIA”, de Griekse godin van de aarde.

In de huidige ontwikkeling heeft het mannelijke denken, het yang, de overhand, te weten het denken in de vorm van analyse, rationaliteit, agressie en competitie. Voor een gezonde ontwikkeling zou een evenwicht van het mannelijke en het vrouwelijke, het jin, gevonden moeten worden. Dat betekent dat er meer nadruk zal moeten komen op de vrouwelijke waarden van intuÔtie, synthese, samenwerking en verantwoordelijkheid.

Ook David Bohm was natuurkundige. Hij was gespecialiseerd in de relativiteitstheorie en de quantumtheorie, maar daarnaast was hij ook goed op de hoogte van de oosterse filosofie. Hij was bovendien bevriend met Krishnamurti. Hij schreef het boek Wholeness and the Implicate Order, dat ook in het Nederlands is vertaald.

Bohm beschrijft het geheel als het bewegend universum, de “holomovement”: de eenheid van materie, leven en bewustzijn. Het westerse denken benadert dit geheel door het vaststellen van het meetbare: de maat en het getal. Op die manier kunnen wij de “explicate order” of “uiterlijke orde” beschrijven. De wetenschap ontdekt de wetten van de causaliteit, waardoor ook voorspelling mogelijk wordt. Het oosterse denken zoekt juist naar het onmeetbare en onkenbare, de mystiek. Daardoor wordt het mogelijk iets van de “implicate order” ofwel de “verborgen orde” te ontdekken. Deze is voor ons verborgen en behoort tot andere dimensies, die moeilijk beschrijfbaar zijn, maar wel “meaning” (betekenis) hebben.

Als voorbeeld zou men de muziek kunnen nemen. Deze bestaat uit tonen, die we kunnen opschrijven en zelfs ook meten in de vorm van trillingsgetallen. Maar het geheel van de muziek is de melodie. Wat is dat? Wij houden van Mozart of van de Beatles en dat vinden we mooi of niet mooi! De beleving van muziek is subjectief en van een geheel andere orde dan wat beschreven kan worden.

Bohm zegt dat de verborgen orde verschillende dimensies kent. Dit idee is door hem niet uitgewerkt. Hij spreekt wel van een “ground”, een basis van de verschijnselen en ook van een “common ground”, de oorzaak van al het bestaande. Zo is er volgens hem een immense energie, die alle ruimte doordringt.

Mijn ideeŽn over het integrale denken zijn in zekere mate gebaseerd op die van Capra en Bohm. Zij bestaan uit een omvattend wereldbeeld, inclusief een maatschappijbeeld en een mensbeeld. Daarbij gaat het over vragen naar de verborgen orde en de consequenties daarvan voor het menselijk samenleven. In deze lezing zal ik niet expliciet ingaan op het mensbeeld. Dit wijkt niet erg af van hetgeen daarover in de theosofie is gezegd. Begrippen, zoals reÔncarnatie, karma, chakra’s, e.d. behoren daartoe.

Wereldbeeld

David Bohm gaat dus uit van een manifeste en een verborgen orde. Dat denkbeeld spreekt mij aan, maar ik meen dat we over die verborgen orde wel meer kunnen zeggen. De manifeste orde betreft de uiterlijk waarneembare wereld. De verborgen orde bestaat mijns inziens uit meerdere ordes, te weten:

De Manifeste Orde heeft dus betrekking op de uiterlijke wereld, zoals die op onze zintuigen overkomt. Daarbij kan gebruik gemaakt worden van instrumenten, die aantallen, lengtes (golflengte), gewichten en dergelijke kunnen vaststellen. Bij het besturen van een auto moeten wij wel de instrumenten kunnen lezen en de handelingen kennen, maar we hoeven niet te weten, waarom de auto op een bepaalde wijze reageert.

Bij het waarnemen van de uiterlijke orde, moeten wij wel een onderscheid maken naar de niveaus van organisatie, die grote verschillen in complexiteit kennen:

Wij reageren op onze omgeving op basis van onze waarneming en onze ervaring, veelal ook onder invloed van leerprocessen.

De Mechanische Orde is de eerste “verborgen” orde. Deze beschrijft de wetten van samenhang en beweging: de statica. Daarbij wordt gebruik gemaakt van het  principe van de causaliteit.

Het is de wetenschap die deze orde bestudeert en daarbij probeert wetmatigheden vast te stellen. Zo gehoorzaamt de materie aan de wetten van de strikte logica: a2 + b2 = c2; de chemische formule van water is H2O. We kennen de bewegingswetten van Newton en de structuur van het zonnestelsel, die is ontdekt door Copernicus. De wetmatigheden in de materiŽle wereld worden beschreven door wiskundige formules, die geen enkele ruimte tot vrijheid of variatie laten. Daarbij laat ik de relativiteitstheorie en de kwantumtheorie buiten beschouwing.

Van de levende vormen kennen we de biologische wetten, zoals het door Darwin ontdekte proces van mutatie en selectie, waardoor biologische soorten zich aan een veranderde omgeving kunnen aanpassen. Ook op het terrein van de genetica worden vorderingen gemaakt, met name door de ontdekking van het DNA. Over het menselijk lichaam weten we al heel veel en over de niet-biologische aspecten van het menselijk leven proberen we meer te weten te komen, maar de kennis van psychologische, antropologische, sociologische en economische wetmatigheden is nog niet ver gevorderd. Zo weten we nog niet precies waar de intelligentie vandaan komt. Vooral ook het probleem van de menselijke agressie is nog onontgonnen. We kunnen wel vaststellen dat de mens een merk- waardige biologische soort is, die beschikt over uiterst creatieve ťn destructieve eigenschappen!

Het volgende, meer fundamentele niveau is dat van de Evolutionaire Orde. Dat is de orde, waarin de dynamica plaatsvindt, ofwel de ontwikkeling van eenvoudig naar complex. Zo is de wereld van de materie ontstaan uit de oerknal, waarin zich gaswolken en daarna sterrenstelsels, sterren, planeten, kometen en zwarte gaten hebben ontwikkeld.

Bij de levende vormen, de wereld van de planten en de dieren, heeft zich een evolutieproces afgespeeld van het eencellige diertje naar de ongewervelde dieren, de vissen, de zoogdieren, de vogels, de apen en uiteindelijk de mensen .

De menselijke ontwikkeling heeft plaats gevonden door het ontstaan van diverse menselijke soorten, te weten de homo habilis (die instrumenten ging gebruiken), de homo erectus (die rechtop ging lopen), de Neanderthaler en uiteindelijk de Cro-Magnon-mens of homo sapiens. Dat is de huidige mens, waarvan we de eerste vormen van creatief vermogen kunnen bewonderen in de grotten in Frankrijk en Spanje. Er heeft zich dus een evolutionaire sprong voorgedaan van de biologische voorgangers van de mens naar de huidige mensheid. In een paar miljoen jaar ontstond de mens met vier keer zoveel herseninhoud als de primaten.

Ook de geschiedenis van de mensheid kunnen we vanuit evolutionair gezichtspunt beschrijven. In Europa en daarna ook in Amerika heeft zich in een periode van 500 jaar een nooit eerder vertoonde ontwikkeling voorgedaan. Zo is de kennis sterk toegenomen met als gevolg de moderne techniek. Dat heeft geleid tot meer welvaart, verbeterde gezondheid en dus tot een enorme groei van de bevolking. Verder is het cultuurprincipe van de individualiteit ontdekt, leidend tot de democratische besluitvorming in de politiek, de emancipatie van achtergestelde groepen, zoals arbeiders, vrouwen en kleurlingen en tot het principe van de mensenrechten.

De vraag is waar die processen van ontwikkeling vandaan komen. Duidelijk is dat daarvoor geen causale verklaringen gegeven kunnen worden. Er zijn geen oorzaken en geen wetmatigheden! Daarom moeten we zoeken naar  andere verklaringen en die vinden we al bij Aristoteles met zijn principe van de vormgevende oorzakelijkheid ofwel de teleologie. Dat wil zeggen dat het einddoel van een bepaald proces al vast ligt. Persoonlijk spreek ik liever over de blauwdrukken. Deze zijn al aanwezig, maar moeten zich nog manifesteren.

Enkele voorbeelden kunnen we in de bijbel vinden, zoals de uitspraak dat God de mens schiep “naar zijn beeld”. Het beeld was er dus al. Hetzelfde geldt voor Mozes die de tien geboden kreeg. Dichter bij huis is de uitspraak van Mozart, dat hij zijn muziek niet zelf maakte, maar alleen opschreef wat er al was. Einstein en andere genieŽn zeggen veelal dat hun ideeŽn niet van henzelf zijn, maar voortkomen uit een plotselinge ingeving. De blauwdrukken zijn de verborgen krachten achter de processen van ontwikkeling.

De Integratieve Orde betreft de grotere gehelen, die worden gekenmerkt door de omvattende principes. Dat zijn de ethische beginselen en de spirituele wetten. In de wereld van de materie, zoals atomen, moleculen en straling is de integratieve orde het  heelal: de eenheid van massa, energie en beweging. Het omvattende principe wordt beschreven door de relativiteitstheorie, de relatie tussen ruimte, tijd en beweging.

Op het niveau van de levensvormen, zoals de micro-organismen, de planten en de dieren kennen we de ecosystemen, bijvoorbeeld die van het oerwoud, de steppe, het bos, de bergketen, het poolgebied. Ook de hele wereld, met de zon en de maan, heeft een ecosysteem, aangeduid met de GAIA- hypothese.

Het menselijk leven kent een eigen niveau, dat enerzijds deel uitmaakt van het aarde-systeem, anderzijds ook weer bestaat uit systemen van sociale samenhang, de volken, etnische en religieuze groepen, enzovoort. Ook het persoonlijke leven maakt deel uit van de gehelen van de natuurlijke en sociale omgeving. Wat betreft de natuurlijke omgeving zijn wij gebonden aan de principes van het ecologisch denken. De sociale samenhang wordt bepaald door de ethische wetten en normen, zoals die zijn geformuleerd in de belangrijke religies en filosofieŽn en soms zijn vastgelegd in de wetten van de staat.

Zo kennen wij uit het christendom het gebod van de naastenliefde. Het boeddhisme leert ons de bescherming van het leven en het humanisme is de leer van de menselijke waardigheid, van de rechten van de mens met de principes van de individuele vrijheid en de sociale gelijkheid. Ook spirituele wetten behoren tot de omvattende principes: de wetten van de ziel, zoals die van karma en reÔncarnatie.

De hoogste orde is die van de Universele Scheppingskracht, de mysterieuze bron, waaruit alles voortkomt. Deze wordt ook wel – al naar gelang de betreffende cultuur – aangeduid met de namen van God, Brahman, Tao of Grote Geest. Ieder menselijk wezen maakt deel uit van deze bron. Om die reden gebruik ikzelf liever de begrippen Universeel Bewustzijn  en Individueel Bewustzijn. Individueel bewustzijn is hetzelfde als de “ziel” in de christelijke en de Griekse tradities en de “Atman” in de oosterse filosofie. Wij kunnen dit bewustzijn zelf ontdekken door middel van de zelfkennis, zoals die in diverse religies en filosofieŽn wordt geleerd.

Op de vraag hoe we dat kunnen vinden kan ik nu niet ingaan. Het enige dat ik daarover op dit moment kan zeggen is dat we zelf op zoek moeten gaan. Daarbij moeten we letten op een volstrekte openheid en de gevaren van sektarisme, dogmatiek en intolerantie vermijden. Daarbij verwijs ik naar de bekende uitspraak van Krishnamurti in zijn rede bij de opheffing van de Orde van de Ster in 1929: “Truth is a pathless land”!

We zullen zelf op zoek moeten gaan en de zoektocht van anderen respecteren.

De maatschappelijke ontwikkeling

Na deze algemene beschrijving van het integrale wereldbeeld, zal ik verder ingaan op de toepassing daarvan op de maatschappelijke problematiek en wel die op mondiaal niveau. Daarbij zal ik gebruik maken van het bovengenoemde begrip “blauwdruk”, dat hierop zeker toegepast kan worden.

Uitgangspunt is het proces van “globalisering”, dat wil zeggen dat bepaalde kenmerken van bepaalde culturen zich over de hele wereld verspreiden. Daarbij denk ik dan aan processen behorende tot de westerse economie, aan de moderne vormen van communicatie en elementen uit de westerse cultuur. Op economisch gebied kan men denken aan de activiteiten van westerse bedrijven, zoals Shell, Philips, Mc Donalds en de verkoop van westerse producten, zoals Coca-Cola, auto’s en t.v.’s. Op het terrein van de communicatie kennen we de t.v., de telefoon en internet. Het middel van communicatie is de Engelse taal, hetgeen erg jammer is voor de Fransen, die zo’n belang hechten aan hun eigen taal. Ook andere westerse cultuurkenmerken dringen in andere werelddelen door, waarbij ik denk aan de sport, zoals het voetbal en de klassieke muziek, die beide in Oost-AziŽ heel populair zijn.

In dit proces van globalisering, ook wel “mondialisering” genoemd, blijft de politiek sterk achter. Er is een dringende noodzaak dat er ook op politiek gebied een verdere mondialisering optreedt. De reden daarvoor is dat er in deze eeuw grote problemen komen die alleen op mondiaal niveau opgelost kunnen worden, te weten:

Armoede

Momenteel zijn er ca. 800 miljoen mensen met te veel welvaart. Zij kunnen auto’s kopen, t.v.’s, wasmachines, enzovoort, zij reizen de hele wereld af en zij eten te veel met alle consequenties van dien. Daarnaast zijn er 800 miljoen mensen die in grote armoede leven. Zij hebben te weinig en vooral ook slecht voedsel, zij leven in hutten van golfplaat en komen met moeite aan water. We vinden ze vooral in Midden- Afrika, Midden- en Zuid-AziŽ en in de grote steden van Zuid-Amerika. De tegenstellingen zijn groot en worden steeds groter...

Er worden wel conferenties over deze problematiek georganiseerd en we geven ook ontwikkelingshulp, maar de effecten zijn gering. In de westerse wereld, met name in Noord- en West-Europa is er een systeem van herverdeling van inkomen gegroeid, vooral door de sociale wetgeving. Dat zou ook op mondiaal niveau moeten gebeuren, maar daartoe zijn er nog geen aanzetten.

Oorlog, burgeroorlog, terreur

Na de tweede wereldoorlog hebben we oorlogen en burgeroorlogen gehad in onder meer: Korea, Vietnam, Cambodja, Afghanistan, Roeanda, JoegoslaviŽ (Srebrenica!) en IsraŽl. In Noord-Ierland, Spanje en Rusland zijn nog steeds terroristische activiteiten. We kennen ook de aanslagen in New York.

Over de vraag waarom er oorlog en conflict is, weten we niet veel en er wordt ook weinig aan gedaan om daarover meer te weten te komen. Er bestaat weliswaar een studiegebied, dat we de polemologie noemen. Over de oorzaken van oorlog is bijvoorbeeld een boek geschreven door prof. RŲlink. Hij stelt dat er velerlei oorzaken zijn. Men denkt dat armoede de oorzaak is, maar dat is lang niet altijd het geval. JoegoslaviŽ was geen arm land. Een belangrijke rol wordt wel gespeeld door de overheersing van de ene etnische of religieuze bevolkingsgroep door de andere. Ook de dynamiek van het leiderschap speelt daarin mee. Waarom komen bepaalde – goede of slechte – leiders aan de macht?

Er is een nieuwe theorie van Samuel Huntington, die stelt dat conflicten vooral ontstaan op de breuklijnen van culturen, met name  waar de Islam in contact komt met andere culturen. Een verklaring voor het conflict tussen de Islam  en het westen is de religieuze afkeer van de westerse levensstijl. Op de vraag waar het fundamentalisme vandaan komt, wordt wel gewezen op de economische en technische achterstand, die tot agressie aanleiding kan geven.

Klimaatverandering

Volgens de laatste gegevens heeft er in de vorige eeuw een opwarming van de aarde plaats gehad van 0,8 graden. Dat is een gemiddelde; sommige delen hebben een hoger getal en andere een lager en er zijn zelfs delen die kouder geworden zijn. Voor Nederland verwacht het KNMI dat het hier warmer en natter wordt. Dat klopt wel met mijn eigen ervaring, want ik herinner mij nog heel goed dat ik in de na-oorlogse jaren elk jaar met de slee van het “Kopje” in Bloemendaal af ging en dat ik ging schaatsen op de slootjes van de IJ-polders bij Haarlem. Als het nu sneeuwt moet ik snel met mijn kleindochter een sneeuwpop maken, want de sneeuw is de volgende dag weer weg.

Eťn van de consequenties van de opwarming is de stijging van de zeespiegel. Voor deze eeuw wordt een stijging van 10 tot 100 cm. verwacht. Dat komt door het uitzetten van de watermassa’s en door het smelten van de gletschers en ijskappen van de zuidpool en Groenland. De noordpool speelt geen rol van betekenis. Verder verwachten de klimaatdeskundigen meer extreme weersomstandigheden, zoals droog- te en overstromingen, maar daarover is nog veel onzekerheid.

Een andere mogelijkheid is dat er een nieuwe ijstijd in Noord-West Europa komt. Dat houdt dan verband met een verschuiving van de golfstroom.

Uitputting van grondstoffen

Het vierde probleem en misschien wel het belangrijkste is de uitputting van grondstoffen, vooral van olie en gas: de gehele economie is daarvan afhankelijk: auto’s, vliegtuigen, elektriciteitscentrales, verwarming, etc.

Momenteel worden er 25 miljard vaten olie per jaar gebruikt en de voorraad wordt geschat op 1000 miljard vaten. Bij gelijkblijvend gebruik is er nog voorraad voor 40 jaar. De voorraad gas kan nog iets langer mee. Wat gebeurt er daarna? Technisch gezien zijn er voldoende alternatieven: atoomenergie waartegen overigens grote bezwaren bestaan, verder zijn er de teerzanden (olie vermengd met zand), de hydraatgassen (gas vermengd met water), de steenkool, de windenergie en vooral ook de zonne-energie, die gebruikt kan worden om het zeer brandbare waterstofgas te produceren.

Technisch gezien zijn er dus voldoende mogelijkheden, maar wat zijn de consequenties op het terrein van de kosten en hoe worden die productieprocessen georganiseerd? Het duurt ca 25 jaar tot nieuwe vindingen het stadium van haalbare toepassingen bereiken. De periode van overgang is dus erg kort en dat bij een wereld- bevolking die tegen die tijd de 9 miljard kan hebben bereikt.

Oplossingen

Hoe lossen we deze problemen op? Er worden momenteel conferenties georganiseerd en er vindt ook onderzoek plaats, maar op het gebied van de besluitvorming gebeurt er nog weinig. De huidige trend is het zoeken naar praktische procedures. Maar het is ook mogelijk een andere weg te bewandelen en die is dat we deze problemen en ontwikkelingen plaatsen in een proces van evolutionaire ontwikkeling.

Die betreft de totale verandering van de samenleving, waarvan ik hierboven enkele kenmerken heb genoemd. Zo kenden we in de Middeleeuwen een statische, hiŽrarchische, autoritaire samenleving, die gedomineerd werd door de kerk, de adel en vooral het koningschap. Nu zijn we op weg naar een dynamische, egalitaire, democratische maatschappijvorm, die zich langzaam maar zeker over de hele wereld verbreidt.

Hoe zal die wereldsamenleving er in de toekomst uitzien? Wat is het model? Gezien het wereldbeeld dat ik hiervoor schetste, denk ik dat we moeten zoeken naar een nieuwe blauwdruk van de aarde als totaliteit! Deze blauwdruk is er al, maar hoe kunnen we die ontdekken? Ik denk dat er een nieuwe maatschappijvorm moet komen en die noem ik het humanistisch-ecologisch wereldsysteem. Daarvan geef ik in het kort een paar kenmerken.

In de eerste plaats is er een wereldethiek nodig, gebaseerd op de volgende principes:

Verder zal er een wereldorganisatie moeten komen, waar op effectieve wijze besluiten genomen kunnen worden. Dat houdt in de oprichting van een wereldregering, een wereldparlement, een wereldjustitieel apparaat en een wereldmili- tair apparaat. De doelstellingen daarvan zijn: een meer rechtvaardige verdeling van de welvaart; een beperking van het energieverbruik en omschakeling naar andere technieken; de ontwikkeling van  wetenschappelijke en vooral ook praktische instrumenten op de gebieden van de ecolo- gie en  de polemologie.

Mijn conclusie is dat we verder zullen moeten gaan met het denken over een nieuw wereldbeeld: het streven naar waarheid, dat geen einde kent. Dat geldt ook voor de maatschappelijke situatie. We zitten in een proces van verandering en ook hierin zullen we moeten zoeken naar de voorwaarden voor overleven in een rechtvaardige, duurzame en vreedzame wereld. De Erasmus Liga (Netherlands Association for the Club of Rome) zet zich met vele andere organisaties in om met name aan dit tweede doel te werken.

Literatuurverwijzing


Hans Vincent (1934, cultuursocioloog) was wetenschappelijk medewerker van de Sociaal Economische Raad, hoofddocent sociologie van de Universiteit van Amsterdam en secretaris van de Stichting Krishnamurti Nederland. Hij is nu secretaris van de Erasmus Liga/Netherlands Association for the Club of Rome. Zijn belangstelling gaat vooral uit naar de relatie tussen de verschillende vormen van kennis en geloof: wetenschap, filosofie en religie.


Update 2007: Hans Vincent is geen secretaris meer van de Erasmus Liga/ Club of Rome-Nederland. Hij is
nog wel lid van het werkcomitť en publiceert in dat kader ook bulletins. Op zijn website Integraal Denken.nl geeft hij een voorpublicatie van stukken uit zijn laatste boek.