Evolutie, groei en bloeseming

Richard van Dijk

Synthese
Evolutie
Worden
Gevangen tussen zijn en worden
De wetten van de taal
Groei
Praktische opmerkingen
Bloeseming
 

Evolueren betekent in volledige harmonie leven met de materie en alle materiŽle wetten, variŽrend van subtiel tot minder subtiel. Voor het bestaan en het functioneren van onze fysieke, emotionele en mentale lichamen en het naar buiten treden van onze latente kwaliteiten, onze slapende eigenschappen en vermogens in bovenbewuste toestand, staan ons namelijk geen andere middelen ter beschikking.

Er is de fysieke materie, en de stof zowel van emoties als van gedachten. Materie is alles waar het hier op aarde om draait. Wat uiteraard niet wil zeggen dat wij materialisten zouden moeten worden. Maar het kan geen kwaad te beseffen dat de stof waaruit mensen, bomen en rotsen bestaan, in werkelijkheid de uitdrukking is van goddelijke beginselen en daarom heilig te noemen is.

Heilig evenwel, zonder haar exclusief te hoeven aanbidden zoals de materialist geneigd is te doen. In het laagste vindt men het hoogste. Er is in feite geen hoog en geen laag. Er is alleen de alles doordringende conditionering van de scheiding tussen geest en materie. Deze scheiding is echter zo geconstrueerd, dat de beide elementen geest en materie tot elkaar worden aangetrokken, maar ook elkaar afstoten. In zekere zin wil geest niets met materie te maken hebben en omgekeerd houdt materie geest op een veilige afstand. Zij staan op zichzelf en toch kunnen zij niet zonder elkaar. Zij zijn afzonderlijk heel sterk en autonoom, maar de kracht die hen samenbindt is nog sterker. Hieruit bestaat de oerparadox. In essentie is er geen scheiding van tegendelen. Geest en materie zijn onderworpen aan de universele wet van transformatie. Wat geest is wordt materie, wat materie is wordt geest. Aan deze cyclische in- en uitademing, aan dit toneel van eeuwig wisselende transformaties, kan niets of niemand ontkomen.

Zo moest de mens eens materieel worden; zo zal hij ook binnen onafzienbare lengten van tijd immaterieel worden. Tijdens zijn korte leven hier op aarde ondergaat hij - als een reflectie van deze universele wet van transformatie - een reeks uiterlijke en innerlijke transformaties. Deze transformaties die hij noodzakelijk, van nature en door de graad van zijn ontwikkeling doormaakt, geven hem aan de ene kant grotere vermogens, maar bezorgen hem aan de andere kant dikwijls ook moeilijkheden.

We kunnen bepaalde aspecten van deze grotere vermogens en moeilijkheden weerspiegeld zien in de stadia van het ontwikkelingsproces van ieder menselijk individu, terwijl hij opgroeit van afhankelijke kleuter tot volwassen persoon. De transformaties die wij ondergaan zijn bijna niet te tellen. Het gevoel van te zijn wie je bent blijft onveranderd, maar we beseffen zelden hoeveel zelven wij gedurende de opklimming der jaren hebben aangenomen, gebruikt en als te krappe en versleten kleding hebhen afgeworpen.

Het blijft een mysterie voor het gewone verstand hoe iets als de geest die tijdloos is zich kan laten verleiden tot het aangaan van een relatie met het tijdelijke, ja 'zelfs tot het geheel opgaan daarin. Met betrekking tot onze materiŽle wereld, onze kosmos die het grote lichaam van het goddelijke is, en die ons de mogelijkheid van bestaan geeft, zou men met recht kunnen spreken van een universeel offer.

Synthese

De oerscheiding tussen geest en materie, die aan de basis ligt van wat wij de schepping noemen, heeft ons menselijke wezens ten diepste beÔnvloed. Als gevolg worden wij, psychologisch gezien, beheerst door twee schijnbaar tegengestelde krachten. De ene kracht wordt gekenmerkt door ruimte en vrijheid, de andere door begrenzing. Wij hebben enerzijds de tendens van het bewustzijn om zich uit de stof te willen bevrijden, ervoor te willen vluchten bijna, en anderzijds de drang tot identificatie met een min of meer vaste vorm.

Wij mensen zijn een wandelende paradox. Wij kennen beide aspecten geest en materie als onafhankelijke kenmerken (in de vorm van bewustzijn tegenover een aantal gradueel verschillende materiŽle lichamen - denken, voelen en het fysieke lichaam), maar bovenal zijn wij de som van deze twee polen, geest plus materie. In deze som, of liever in de dynamische synthese van al onze geestelijke en materiŽle kwaliteiten, ligt het werkgebied van onze ziel. De kwaliteit van de synthese, d.w.z. de mate waarin geest en materie, ondanks hun polaire karakter, met elkaar samenwerken, bepaalt de schoonheid, de zuiverheid en de reikwijdte van ons handelen, voelen en denken. Zijn heeft materie nodig om zich te kunnen manifesteren; worden vraagt door geest te worden geÔnspireerd.

Een geslaagde synthese waarborgt een gezonde interactie tussen beide polariteiten. In dit licht wordt onder meer duidelijk waarom de Boeddha het pad van het midden predikte. Het middengebied is het gebied van het leven, ja, is het leven zelf. Als we dus spreken van liefde voor het leven, zeggen we eigenlijk iets ongerijmds. Eťn zijn met dit middengebied, met het leven zelf, betekent automatisch het leven liefhebben, omdat leven en liefhebben in werkelijkheid twee aspecten van ťťn en hetzelfde zijn. Boeddha zag kennelijk het grote gevaar van de scheiding tussen de geest en de verschillende dragers of voertuigen van de geest.

Het interessante van de beide polen geest en materie is dat zij onafhankelijk heel weinig kunnen uitrichten. Buiten het feit dat zij een onverbrekelijke eenheid vormen, zijn zij, om een uitdrukking te citeren die fysicus David Bohm ooit gebruikte, elkaars bewegingsprincipe. Zij lijken zich te gedragen als twee verliefde mensen die zich voor elkaar uitsloven, een show opvoeren, elkaar plagen en uitdagen en toch de eenheid weten te bewaren. Materie zonder geest is ongeÔnspireerde dode stof, terwijl geest zonder materie voor eeuwig gedoemd is te verblijven in het domein van de kansen en niet te realiseren mogelijkheden.

Evolutie

Geest en materie kunnen ook worden omschreven als de werelden van zijn en worden. De menselijke paradox bestaat uit het feit dat de wereld van zijn zich in en door de mens wil uitdrukken, door gebruik te maken van het gebied van worden. Zijn benut worden om in overeenstemming met zichzelf te komen, dwz. in de materiŽle wereld te worden wat het is. Met andere woorden: geest gebruikt materie om te worden wat het in potentie, in bovenbewuste toestand al is. Geest en zijn zijn verbonden met het aspect wil.

De materie of de wereld van wording is gerelateerd aan het aspect vorm. Tezamen met het middengebied vormen zij de drie universele aspecten Wil, Leven en Vorm. Onder een andere benaming staan zij bekend als de drie-eenheid van de goddelijke eigenschappen Wil, Liefde en Wijsheid. De wereld van zijn verbindt zich dus met de wereld van wording. Kort samengevat gaat het hier om het proces van involutie en evolutie. Geest gaat een relatie aan met materie, vouwt zich in (dat is wat het woord involutie letterlijk betekent) in de materie, offert zich in zekere zin aan de materie om haar te bezielen en te leiden. Zodra de wereld van vorm geheel in overeenstemming is gebracht met de wereld van niet vorm (of de wil), is er sprake van bloeseming of de ontvouwing van de geest.

Bloeseming is dus ťťn van de basiselementen van de menselijke evolutie. De evolutie van de mens gaat gepaard met groei en bloeseming. Deze twee factoren zijn essentieel. Zonder groei en bloeseming is evolutie hier op aarde niet mogelijk. Het is belangrijk te beseffen dat groei en bloeseming op zichzelf onder de wetten van het tijdelijke vallen en dat datgene wat deze groei en bloeseming in gang zet juist buiten de tijd staat. Weer die paradox...

Worden

In harmonie leven met de materie betekent vrede gevonden hebben met de wereld van wording, het tijdelijke, maar ook de wereld van eindeloze - en niet zelden zinloos lijkende - veranderingen en transformaties. De wereld van wording is verbonden met de materiŽle uitvoering van plannen, met het materialiseren van wensen en noodzakelijk geachte doelen, of dat nu op universeel kosmisch niveau plaatsvindt of op individueel persoonlijk niveau.

De wereld van wording biedt het onstoffelijke, het potentiŽle en het transbewuste de mogelijkheid om zich stoffelijk uit te drukken, de bereikte vorm te overstijgen en een volmaaktere gestalte aan te nemen. De wereld van wording, is het voertuig van de wereld van zijn. Ook hier is in feite sprake van offering. De wereld van de materie offert zich aan de wereld van de geest.

Dankzij haar bestaat er de mogelijkheid van evolutie, kunnen wij tot grotere meesterschap komen over onze latente en onder- en bovenbewuste vermogens. Alleen als wij vriendschap sluiten met de materie, of geduld leren hebben met de natuur in bredere zin, dan pas zullen wij in staat zijn om intelligent bij te dragen aan onze eigen persoonlijke evolutionaire ontwikkeling en aan die van het collectief waartoe wij behoren.

Gevangen tussen zijn en worden?

De wereld van de geest verliest zich in de wereld van wording en omgekeerd verliest de wereld van wording zichzelf door met zich met zijn te verbinden. Zichzelf in de ander verliezen is iets wat deze beide partners niet willen. En toch is dit een werkzaamheid waarnaar zij intens streven en die zij even intens beoefenen.

Leven impliceert een dynamisch spanningsveld tussen deze polariteiten zijn en worden, of geest en materie, of wil en vorm. Ik denk dat wij dit principe in het klein kunnen herkennen in de menselijke neiging om voortdurend na te gaan in hoeverre onze levensomstandigheden en de aard van onze intermenselijke contacten in overeenstemming zijn met onze wil.

Soms ervaren wij dit spanningsveld als een vorm van gevangenschap. Bepaalde religieus-filosofische stromingen hebben op deze ervaring hun denkbeelden gebaseerd. Belangrijk is, denk ik, te zien dat onze vermeende gevangenschap de essentie vormt van wat wij als het levende beschouwen. Onze gevangenschap is in feite ware vrijheid. Gevangenen zouden we pas echt zijn als wij alleen maar uit geest of alleen maar uit materie zouden bestaan.

Wij zouden geen mogelijkheid bezitten om te transformeren en onszelf te overstijgen. Als geestelijk wezen zouden we beperkt blijven tot een wereld van niet te realiseren voornemens: als louter materieel wezen zouden we de gevangene zijn van een voortdurend veranderende wereld, zonder inspiratie, zonder enige diepere betekenis.

Naar begin van document.

De wetten van de taal

Door de werelden zijn en worden tegenover elkaar te plaatsen, kom je in de verleiding, hen als absoluut tegengestelden te gaan behandelen. Als je vervolgens zijn verbindt met het begrip doel of intentie - waar alle reden toe is - dan zou je gaan denken dat de wereld van wording gekenmerkt wordt door doelloosheid. Maar ons onderscheidingsvermogen mag zich niet door de wetten van de taal laten misleiden. Als men deze moet geloven staat tegenover zijn zelfs niet-zijn, alsof de wereld van wording niet bestaat. Wat absurd is, natuurlijk.

Maar het gaat niet om letterlijke tegenstellingen die uitmonden in een neutrale, absurde toestand; het gaat om schijnbare tegenstellingen, die dynamiek en scheppend leven mogelijk maken. De wereld van wording wordt niet gekenmerkt door doelloosheid, maar door de neiging om te volgen. Het tegenovergestelde van doel of intentie is dus niet doelloosheid, maar dienstbaarheid.

Groei

Het zou onjuist zijn om evolutie, verlichting of bevrijding, louter op te vatten als het zich ontworstelen van het bewustzijn aan de materie, en daarbij geen rekening te houden met haar belangrijke aspect, het bieden van mogelijkheden tot groei. Door deze eigenschap verdient de materie diep respect. Als zij van ons onvoldoende aandacht krijgt, gaat zij zich gedragen als een subversieve puber. Eenzijdige spiritualiteit ligt niet ver af van blind idealisme, gedreven door duistere en heimelijke krachten van de natuur.

Het aannemen van een stoffelijke vorm door een geestelijke kwaliteit gaat vergezeld van intelligente groei. En op groei volgt bloeseming. Als zijn zich niet met worden kan verbinden, of worden niet met zijn, dan kan intelligente groei nooit plaatsvinden, laat staan ultieme bloeseming. Dit zet onze groeiende en bloeiende wereld in een wel heel speciaal daglicht. Kennelijk bestaat er in de natuur totaal geen frictie of afstand tussen de polariteiten.

Het is zaak dat wij deze groei en de ultieme bloeseming in velerlei facetten van ons leven mogelijk maken. En dat kan door zijn en worden, door wat wij ten diepste willen en het object van deze wil, de beoogde vorm of toestand, in ons leven met elkaar in harmonie te brengen.

Praktische opmerkingen

Het naar bevrijding strevende bewustzijn, het wilsaspect, heeft de blik op het eeuwige en de onbegrensdheid gericht en de andere kracht, die met de vormkant der dingen samenhangt, streeft juist naar het tijdelijke en naar begrenzing. Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat de spanning die van deze polariteit het gevolg is ervoor kan zorgen dat de mens geneigd is eenzijdig voor ťťn van beide te kiezen. Misschien is het daarom zo dat de ene mens met ideeŽn en idealen leeft en de ander juist nooit intelligent schijnt te willen handelen. Zolang ťťn van beide polen in ons leven overheerst, kan de ultieme bloeseming niet plaatsvinden en zullen wij door problemen worden achtervolgd.

De nadruk leggen op geest betekent geÔdentificeerd zijn met het potentiŽle; de materie benadrukken leidt tot het vereenzelvigd zijn met vaste vormen. Door het eerste kan de mens gefrustreerd raken, of vruchteloos en zweverig worden; door het tweede behou-dend en materialistisch, zowel in wereldse als in spirituele zin. De menselijke geest lijkt van nature ongeduldig met de materie, en de stoffelijke aspecten van de mens kennen op hun beurt ongemakken in relatie tot relatief immateriŽle zaken, zoals bijvoorbeeld het psychologische gebied.

Het is voor ons niet gemakkelijk om tussen deze twee schijnbare opponenten de vrede te bewaren. Het ene moment zullen we neigen tot een geestelijk leven, zullen we alles wat met vorm en materie te maken heeft afwijzen, en het andere moment zullen we ons juist helemaal in de materie verliezen. Nu eens identificeren wij ons met de vormzijde, zowel mentaal, emotioneel als fysiek, dan weer identificeren wij ons met dat wat geen vorm heeft, of het potentiŽle, de slapende inhouden van het bewustzijn, de illusoire zone van de `zou moetens'.

Deze wisseling van identificaties is soms nodig voor onze ontwikkeling, soms komt zij onbedoeld voort uit onbegrip van de ware aard van geest en materie. Soms leren wij uit deze wisselingen, soms raken wij er juist door in de problemen. Soms wensen wij voor deze of gene identificatie zelfs geen verantwoordelijkheid te nemen en vervallen wij tot lafheid en hypocrisie.

Bloeseming

Evolutie, bevrijding en de hiervoor benodigde transformaties zijn voor ons onmogelijk zonder de groei en bloeseming van de materie, zowel fysiek, emotioneel als mentaal. Zodra een innerlijke kwaliteit tot groei en bloei komt, zich als het ware materialiseert in onze fysieke wereld of in ons gevoelsleven en ons denken, kunnen wij haar als feit erkennen en vervolgens ontstijgen. Daarom zijn geduld, gevoeligheid, eerlijkheid, zuiverheid en opmerkzaamheid met betrekking tot de inhouden van ons bewustzijn zulke belangrijke eigenschappen.

Niets is voor ons waar of overstijgbaar zolang het in ons materiŽle dagelijkse leven, geen eerlijke erkenning of bevestiging vindt. En het maakt in essentie geen verschil of wij te maken hebben met het erkennen en tot bloei brengen van zogenaamd positieve dan wel negatieve kwaliteiten. Bekijken wij een bloem, dan krijgen we een indruk van wat evolutie en ultieme bloeseming ongeveer zouden kunnen inhouden.

Het ontvouwen is hier een simuitaan proces van toename en groei; van involutionaire en materiŽle beperking, en het ontvouwen of naar buiten brengen van een innerlijke kwaliteit, die alleen kan worden uitgedrukt als de bloem haar volmaakte vorm heeft bereikt. Het is die innerlijke kwaliteit die de bloem naar stoffelijke volmaaktheid voert. De bloem laat mijns in ziens ook zien dat evolutie, of de aanpassing van de materie aan de aard en de inhouden van het menselijk bewustzijn, en vervolgens de overstijging van dit laatste boven de materie, een vreugdevolle en uitbundige aangelegenheid kan zijn.

Onze hoofden en harten mogen erop vertrouwen dat we volmaaktheid bereiken, d.w.z. de perfecte balans tot stand brengen tussen geest en materie, het tonen van wat dynamische en stralende schoonheid tot gevolg heeft.
R. Th. van Dijk
Dit artikel is een weergave van een lezing gehouden tijdens het zomerweekend van de T.V.N. in 1997

-

Als iemand volkomen onpersoonlijk en onthecht is en niets voor zichzelf zoekt, zal hij in staat zijn in zich een vrede te voelen die een menigte onuitgesproken harmonieŽn bevat.
N.Sri Ram