Wie heeft morele rechten ?

Radha Burnier

Grammaticale bekwaamheid 
Voelend en denkend leven 
Geestelijke intelligentie

In een artikel dat in Time-magazine (29 maart 1990) verscheen en als onderwerp had het denkvermogen van dieren, werd ook over hun morele rechten gesproken en geconcludeerd: `Als het idee dat dieren werkelijk denken een probleem oplevert, dan is het wel een moreel probleem.'

De grote filosofen gebruikten hun overtuiging dat dieren niet kunnen denken als rechtvaardiging voor hun stelling, dat zij geen morele rechten zouden hebben. Het is een ding om dieren zuiver als hulpmiddel te gebruiken, als wordt verondersteld dat zij niet veel meer dan levende robots zijn, maar het is een volkomen andere zaak als zij beschouwd worden als denkende medeschepselen. Voor een soort als de onze (grote hersencapaciteit en sociaal hoog georganiseerd) is het een complete puzzel om de morele implicaties uit te werken.

De auteur van het artikel verwijst naar verscheidene experimenten van de laatste jaren die er op duiden dat dieren werkelijk denken. Dolfijnen voeren verschillende 'acts' op bevel uit, b.v.: in de lucht springen en gelijktijdig stralen water uitspugen. Dat betekent dat 'zij water in hun mond moeten nemen voordat zij in de lucht springen - een truc die denken vooraf nodig maakt.' Papegaaien spreken niet alleen, maar beantwoorden ook vragen op correcte wijze. Zij beschrijven zelfs de kleur, de vorm en afmeting van het object. Volgens dit rapport 'nemen de meeste wetenschappers de vloed van nieuw bewijsmateriaal serieus, hetgeen er opduidt, dat er andere soorten zijn die met de mens zekere hogere mentale vermogens gemeen hebben.

"Grammaticale bekwaamheid"

Chimpansees en apen wijzen de weg. Van een twaalf jaar oude pygmee-chimpansee wordt gezegd dat hij de grammaticale bekwaamheid heeft van een twee en een half jarig mensenkind. De chimpansee heeft inzicht in de volgorde van woorden en reageert op bevelen in meer dan zes honderd gesproken Engelse zinnen.

Wij weten dat apen niet de vocale beheersing hebben om woorden uit te spreken, maar zij begrijpen de gesproken taal. Hoewel zij misschien wat het gebruik van taal betreft niet kunnen reiken aan de vermogens van de mens, toch kan men hen niet afdoen als niet-denkende schepsels.

De experimenten strekken zich uit tot dolfijnen, zeeleeuwen, walvissen, honden en andere dieren.0bservaties van sommige van de dieren wijzen uit, dat de meest ontwikkelde onder hen werktuigen kunnen gebruiken en in staat zijn grappen uit te halen. Eigenlijk zijn zij veel slimmer dan men denkt. Het lijkt erop dat de wetenschappers, die betwijfelen dat dieren intelligentie bezitten, een minderheid zullen vormen.

"Voelend en denkend leven"

Het merendeel begint te erkennen dat dieren een voelend en denkend leven leiden. Ironisch genoeg kunnen wetenschappers niet accepteren en begrijpen wat overduidelijk is, omdat zij menen dat het onwetenschappelijk is te aanvaarden wat niet bewezen kan worden. Daarom moeten zo veel experimenten uitgevoerd worden om te bevestigen wat voor de leek zonneklaar is, namelijk dat dieren denken en dat zij gevoelens hebben zoals loyaliteit, angst en liefde.

Toch - om terug te keren naar de kwestie van de morele rechten - er ligt iets onheil-spellends in het feit dat men de rechten verbindt met het denkvermogen, zoals in het artikel het geval schijnt te zijn. Een dergelijke link zou onvermijdelijk tot de conclusie kunnen leiden, dat de meer intelligente mensen grotere morele rechten zouden bezitten dan de minder intelligente.

De zwakzinnigen en mongolen zouden geen rechten hebben en men zou hen net als dieren mogen vernietigen. Het gevaar zou bestaan, dat ook zij beschouwd zouden worden als objecten, nuttige voorwerpen en `louter als hulpbronnen'. Ook zou men voor het probleem komen te staan te bepalen wat intelligentie is en of denkcapaciteit synoniem is met intelligentie.

Alleen al het feit dat de capaciteit van het denken bij de mens zo enorm is gegroeid en dat hij toch zulke verschrikkelijke blunders maakt op verschillende gebieden, laat zien dat dit levende wezen met zo'n groot stel hersens niet zo ver ontwikkeld is waar het ware intelligentie betreft.

"Geestelijke intelligentie"

In het licht van ware, d.w.z. geestelijke intelligentie worden morele rechten niet bepaald in relatie met het denkvermogen, maar gezien als ingeworteld in, eigen aan alle vormen van leven. Alles heeft recht te leven, vrij te zijn, te groeien en van geluk te genieten. Leven betekent waarnemen, voelen, denken, bewust zijn, hetzij in een toestand van latentie, hetzij in een proces van ontwikkeling.

Omdat alle krachten en aspecten van leven potentieel in elke levende vorm aanwezig zijn, verdienen zij alle hetzelfde respect en dezelfde liefhebbende zorg. Daarom kunnen zij niet worden geclassificeerd in levende wezens die meer en die minder rechten hebben volgens een menselijke beoordeling van hun waarde, vooral als die waarde bepaald wordt met de maatstaf van het denkvermogen.

Eigenlijk is het zo: hoe minder ontwikkeld een levend wezen is en hoe minder in staat zich te verdedigen, des te meer rechten heeft het die beschermd moeten worden, en het 'meest ontwikkelde schepsel' mens heeft de verantwoordelijkheid voor hem te zorgen vanuit een innerlijke houding van mededogen.

-Naar begin van document.-