Meditatieve stilte, een ramp?

Richard Th. van Dijk

Benadering innerlijke stilte
Misleidende maskers
Geen bron van scheiding
Ongevoelig voor ramp
Begrijpen van meditatieve stilte
Met gewone leven in conflict

Er is geen eenvoudiger meditatie denkbaar dan meditatie zoals door Krishnamurti wordt omschreven. althans, op het eerste gezicht. Laten we eens een uitspraak van hem aanhalen: `Een meditatieve geest is in een toestand van stilte.' Woordelijk gezien valt in dit citaat niets geheimzinnigs of moeilijks te ontdekken. Het gaat, aldus Krishnamurti, om de stilte die er is wanneer het denken zijn activiteiten stopzet. De boodschap lijkt in eenvoud niet onder te doen voor een simpele optelsom van twee getallen onder de tien. Denken is herrie, zou je uit zijn woorden kunnen afleiden. En met recht, als je je realiseert in welke schreeuwerige mate het denken ons leven domineert.

De verklaring dat stilte bestaat als het denken ophoudt is helder en begrijpelijk. Zo helder en begrijpelijk zelfs, dat je de neiging hebt om te gaan denken dat meditatie zonder denken niet erg ingewikkeld moet zijn. Even stilzitten, alle gedachten stopzetten, en we hebben de meditatieve toestand waarover Krishnamurti spreekt. Neen dus!

Was het maar waar dat stilte zich zo snel liet vangen. Wat wij bij het stilzitten en het stopzetten van gedachten ervaren is weliswaar een zekere vorm van stilte, maar het is niet de stilte waar Krishnamurti op doelt. Wat wij hebben gedaan is de schreeuwerige herrie eenvoudig omzetten in stille herrie. En dat zal blijven gebeuren, zolang wij niet hebben begrepen wat de plaats, de functie en het effect van denken is.

"Benadering innerlijke stilte"

Krishnamurti's stilte - voor het gemak gezegd, want stilte behoort niemand toe - is niet het resultaat van de afwezigheid van geluid, het is niet de stilte van een rustige avond. Het is een stilte waarover men zich geen beeld kan vormen. Het is iets volslagen raadselachtigs en onbekends. Het benadert - om een illustratie te geven - meer de innerlijke stilte die spontaan ontstaat wanneer we in uiterst moeilijke omstandigheden verkeren. Denk aan omstandigheden die ons gehele denksysteem lamleggen, zoals bij een grote catastrofe, of bij de confrontatie met massaal en onoplosbaar lijden, of dichter bij huis, zoals bij het verlies van een dierbaar persoon.

-Naar begin van document.

Onmiddellijke afwezigheid van denken kan plaatsvinden als we getuige zijn van een overweldigend schouwspel, een zinnen overrompelende zonsondergang, een omlaag razende lawine, een werkende en vuur brakende vulkaan, en zo meer. Jammer genoeg hebben wij meestal extreme en ingrijpende gebeurtenissen nodig, wil het denken zijn activiteiten eindelijk staken. Wij zijn afhankelijk van uiterlijke impulsen. Wij klampen ons vast aan het buitenissige. Waarom? Wellicht, omdat onze binnenkant een duistere poel van onzekerheden biedt. Als er iets is waarmee wij slecht vertrouwd zijn, dan is het die duistere binnenkant.

"Misleidende maskers"

We moeten voor ogen houden dat Krishnamurti niet zozeer het denken als werktuig van logisch redeneren op de korrel neemt, als wel de psychologische kant ervan, namelijk dat specifieke gedrag van denken dat kan worden aangewezen als oorzaak achter de vele misleidende maskers die wij dragen. Maskers die wij menen nodig te hebben om scheiding tussen onszelf en de ander te kunnen aanbrengen, maskers ten slotte - en hier blijken ze even fataal - die scheiding teweegbrengen tussen heet beeld van ons `ik' en de inhoud van ons bewustzijn.

Dit bepaalde gedrag van ons denken maakt dat wij in de veronderstelling verkeren dat er een instantie bestaat bu´ten de inhoud van ons bewustzijn. Het maakt dat wij de illusie zijn toegedaan dat er een `ik' in ons huist, een `ik' dat losstaat van zijn gedachten en gevoelens. We scheppen zodoende psychologisch gezien een gespleten situatie, waardoor wij het contact met onze drijfveren, met ons innerlijke leven - en als gevolg met dat van andere mensen - verliezen. Met alle rampzalige resultaten van dien: vervreemding, levensangst en eenzaamheid.

Het problematische schuilt in de omstandigheid dat wij op dit psychologische terrein niet weten wat we doen, waarom en dat we het doen. Het vormt een onderdeel van onze conditionering. We doen het onbewust, al dan niet aangemoedigd door de maatschappij waarin we zijn opgegroeid. We beseffen eenvoudig niet dat we ons denken steeds gebruiken om afstand te creŰren, zowel tot de medemens als tot het eigen innerlijk.

Het onbewuste karakter van dit gebruik maakt het uitschakelen van het denken, ten behoeve van de meditatieve toestand, in feite onmogelijk. Met het stopzetten van onze gedachten alleen redden we het niet. We zullen ons eerst bewust moeten worden van het stille lawaai van het onbewuste. En daarmee wordt meditatie meteen lastiger dan wij in eerste instantie dachten.

" Als het denken door onzuivere gedachten wordt verstoord dan is
het voortdurend nadenken over het tegengestelde de remedie. "
Bron: Yogasutras van Pata˝jali

"Geen bron van scheiding"

Het denken als factor van redeneren, van gezond verstand, hoeft op zichzelf geen bron van scheiding te vormen. Zonder gezond verstand zouden wij onze woning niet kunnen terugvinden. Zonder logisch redeneren zouden wij nooit in staat zijn de consequenties van onze handelingen te overzien. Wij hebben denken nodig om een taal te leren spreken, om een studie te volbrengen, of simpelweg, om ons eten te kunnen koken.

Denken in die zin opgevat heeft dus zijn eigen nuttige plaats, en mag en moet blijven bestaan, laat hierover geen misverstand zijn. Zonder de wegen van het zelf en zijn denken te kennen, zegt Krishnamurti, blijft meditatie steken in het prikkelen van de zintuigen en wordt daardoor van generlei waarde.

Zelfkennis, wetenschap omtrent het gedrag van het zelf, zijn gedachten en gevoelens, is dus onontbeerlijk. Wat dit punt aangaat, bezet Krishnamurti onmiskenbaar een plek in een lange esoterische traditie. Wat kunnen we over het denken zeggen? Het denken, als werktuig van het zelf- in de meeste gevallen het `zelf' zelf, als we goed kijken - functioneert bij de gratie van de herinnering, de herhaling. Daarin is het heel bedreven. Je zou het zijn enige bestaansgrond kunnen noemen. Alles wat het kan en wil doen is herinneringen oplepelen en toevoegen.

Het stelt zich tot doel ervaringen om te kneden tot onwrikbare beelden. Denken is derhalve een materieel, mechanisch proces. Gedachten zijn losse, statische dingen, niet de werkelijkheid waarnaar zij verwijzen, niet de levende stroom zelf waardoor ze in gang werden gezet. Het gedrag van ons afstand scheppende denken zorgt ervoor dat wij zo zelden de diepe overgave van meditatie bereiken, die ons bij de ware stilte brengt. Stilte verdraagt geen scheiding, geen afstand. Stilte heeft het karakter van een zeer intense intimiteit, van nabijheid, als van een liefhebbende moeder die de prille bewegingen van haar kind gadeslaat.

"Ongevoelig voor ramp "

Paradoxaal genoeg is de toestand van meditatieve stilte waarnaar Krishnamurti verwijst, met name voor het op behoud van gedachtenvormen gerichte denken, bijna vergelijkbaar met de uitwerking van een ramp. Moeten wij dan in ons binnenste een ramp ontketenen? Moeten wij in onszelf iets verschrikkelijks aanrichten, voordat ons denken zijn activiteiten kan stopzetten? Dat is niet nodig, die ramp en dat verschrikkelijke zijn er al, wij zijn er alleen ongevoelig voor.

-Naar begin van document.

De ramp bestaat erin dat wij niet zien dat ons denken, behalve nuttig zijn, ook vernietigen kan. Het denken is een vernietiger van communicatie, het is de vernietiger van ons contact met de realiteit om ons heen. Hoe kan deze vernietiger ooit weten wat mediteren is? Meditatie is heelheid, heiligheid, liefde, religiositeit, vrijheid, een notie van niet-gescheiden zijn. Krishnamurti heeft met eindeloos geduld en compassie deze begrippen uiteengezet.

Het zijn levende, creatieve beginselen die aan het denken a priori vreemd zijn.
Zij worden door het denken, in zijn ijver om levende zaken vast te leggen en te
kristalliseren, voortdurend van hun kracht beroofd, onteerd. Hoe wil men succes
hebben bij het doorgronden van meditatieve stilte, zolang het denken vrij spel
heeft en niet aan een diep onderzoek wordt onderworpen?

Inderdaad, willen we dit laatste wel?

"Begrijpen van meditatieve stilte"

Maar er is nog een fundamenteel belangrijke hinderpaal die ons bij daadwerkelijk contact met de stilte belemmert. Wij houden teveel van de zon, zou je kunnen zeggen, teveel van de dag, van het zichtbare, de uiterlijke verschijning, het bekende, de geboorte. Het donkere, de nachtzijde, het lijden, de mislukking, het nederige, het onbekende en de dood, staan bij ons in een bijzonder kwaad licht. Fysieke duisternis willen wij nog aanvaarden, zij het pas na eeuwenlange confrontatie, maar de psychologische equivalenten ervan duwen wij ver weg uit ons bewustzijn.

Cřclische wetten, in het atoom, tot in hel wezen van de cellen in onze organen, tonen zonder meer dat dood en leven onafscheidelijk zijn. Willen we iets van de meditatieve stilte begrijpen, dan zullen we uiteindelijk ook de dood als psychologische eenheid moeten leren liefhebben. Over de dood zegt Krishnamurti het volgende: `De dood die meditatie tot gevolg heŔft, is het onsterfelijke van het nieuwe.'

Nu wordt het ons te machtig, eerst het onbewuste van ons denken aan een onderzoek onderwerpen en vervolgens de dood omhelzen. Mediteren doen we nu juist uitgerekend uit begeerte naar leven en licht. We willen niet stikken. Goeie hemel.

"Met gewone leven in conflict "

De vraag is welke plaats meditatie in het leven inneemt. Is het iets om mee te experimenteren buiten de context van onze dagelijkse beslommeringen? Met andere woorden, staan het alledaagse en de meditatie vijandig tegenover elkaar? Zonder twijfel bestaat het gevaar dat meditatie zodanig wordt beoefend dat zich een zeker conflict met het gewone leven ontwikkelt.

Het leven is immers onzeker, vluchtig, beweeglijk en onberekenbaar. Gevoelens vallen eveneens onder deze categorie. Ze zijn tegenstrijdig, voorbijgaand, onbetrouwbaar. Gevoelens brengen vreugde, maar ook lijden. De hang naar meditatie wordt niet zelden gemotiveerd door ons onvermogen om adequaat op het lijden te reageren. Het conflict en dat onvermogen zijn op hun beurt weer het gevolg van het scheiding brengende en naar zekerheid strevende denken.

Het leven, de dagelijkse praktijk, vraagt voortdurend om transformatie. Leven is transformatie, waarin het zichtbare en het duistere elkaar onophoudelijk afwisselen. Kunnen transformeren betekent vooral in staat zijn om te sterven. Wij zullen moeten leren mediteren terwijl wij aan het gewone leven deelnemen, wat betekent dat wij vreugde zullen ervaren, maar ook lijden. Als we niet alert blijven in onze behoefte aan zekerheid en bescherming, waarbij het denken als instrument dient, wordt mediteren zonder dat benodigde contact een middel om lijden te ontlopen. Waarmee we onze kansen om tot inzicht te komen in onszelf en in de meditatieve stilte onbenut laten.

-Naar begin van document.