Zoekende Literatuur

Lezing gegeven door Louis Geertman

Hoe manifesteert zich het zoeken van de mens naar Waarheid buiten de Theosofische Vereniging?

Hoe vaak is er niet gezegd, en terecht, dat het aantal theosofen buiten de vereniging veel en veel groter is dan het aantal leden daarbinnen? Welnu, dan moeten daarvan ook sporen zichtbaar zijn in de literatuur, in de kunst, in de muziek, in alle expressie-middelen van de ziel.

In de algemene literatuurwetenschap wordt over literatuur gesproken als: een wereld opgebouwd uit woorden die door de schrijver geschapen wordt en door elke lezer op geheel eigen wijze herschapen. Dit brengt ons dichter bij ons doel. Een wereld opgebouwd uit woorden. Woorden zijn symbolen, klanksymbolen die verwijzen naar essenties.
Het zijn machtswoorden: `In den beginne was het woord...' Woorden worden gevormd via de adem. De adem is het levenschenkend principe. Woorden zijn scheppers van leven. Woorden zijn ijle uitademingen, zoals de klanken van de muziek ijl zijn, etherisch, vluchtig.

Het zijn trillingen die zolang ze klank zijn weerklank vinden, om daarna verdwenen te zijn. En, net als in de muziek, behoeven de klanktrillingen een schrift om ze te bestendigen. In de literatuur is dat een samenspel van klinkers en medeklinkers, elk met hun eigen mystieke frequentie, die bij de ontvanger reacties kunnen teweegbrengen, positieve en negatieve. Het zou interessant zijn om nog van elke klanktrilling de exacte lading te kunnen doorvorsen, om in verschillende taalculturen de klanken van emotioneel geladen woorden met elkaar te vergelijken en zodoende iets van de oorsprong van de klanken te kunnen herleiden.

In de dichtkunst is er altijd al die verhoogde aandacht voor de klankwaarde; de woorden worden ver`dicht', ver`zwaard' en met weinige dichtwoorden wordt zeer veel tot uiting gebracht. In de tweede helft van de negentiende eeuw, wanneer de behoefte om achter de schermen van de stoffelijke werkelijkheid te kijken op vele terreinen zichtbaar wordt (het is de tijd waarin Freud zijn eerste publicaties doet en waarin de Theosofische Vereniging wordt opgericht ) zien we de Franse Symbolisten, mensen als Verlaine en Rimbaud, pogingen doen om ook achter de schermen van de woordklanken te kijken.

Hoe machtig het gesproken en geschreven woord is, heeft de geschiedenis ons wel duidelijk gemaakt. Het lezen van boeken is een daad van herscheppen; elk individu schept bij het lezen zijn eigen unieke wereld. Het lezen is een vorm van zelfontdekking, het is de ontdekking van jezelf in de ander of de ander in jezelf; het is een verlossing uit eenzaamheid, het is beleving van schoonheid, emotie, bevrijding! Een boek kan zijn als een vriend; het is een venster dat uitzicht biedt op de wereld en op het leven; door te lezen kun je in één leven vele levens tegelijk meemaken en vanuit één plaats op vele plaatsen tegelijk zijn. Het lezen maakt het mogelijk de grenzen van je eigen persoonlijkheid, je land, je cultuur te overstijgen en tot wereldburger te worden, tot een werkelijk lid van de grote broederschap der mensheid.

Literatuur geeft je meer inzicht in jezelf, vergroot de kennis van jezelf. Dat is erg belangrijk, want De Stem van de Stilte zegt: `Om kenner van het Alzelf te worden moet U eerst de kenner van het zelf zijn.' Om die zelfkennis te verwerven moet mens door eindeloos veel ervaringen heen wat een zegen dat er dan mensen in staat bereid zijn om hun ervaringen met ons delen! Wie van ons kent niet een boek dat hij of haar diepgaand beïnvloed heeft of ze veranderd misschien?

Als kind al is het lezen een verrukkelijke poging om de wereld te verkennen, waarbij vaak werkelijkheid en fantasie in elkaar vervloeien. Later wordt op de middelbare scholen door verplichte lezen voor de lijst het plezier ' het lezen soms grondig vergald (temeer daar de jongere daarbij meestal te weinig begeleid wordt en steeds onder tijdsdruk staat zodat hij niet zelf voldoende het gelezene op zich kan laten inwerken). Ouders van nu hebben in hun jachtig bestaan al evenmin tijd voor veel lezen grijpen, evenals de kinderen, terug naar veel vluchtiger beeldencultuur van de televisie.

Daarmee dreigt lezen een elitaire bezigheid te worden en de cultuur te verschralen, zoals we ook daadwerkelijk in onze samenleving kunnen constateren. De literatuur is van eminent belang voor de ontwikkeling van het menszijn en een grote bron van vreugde voor de lezende mens. Terug naar ons uitgangspunt nu: de zoektocht van de ziel. Deze titel vooronderstelt een zoeken naar het wezen van de mens. Wat is dat wezen en wat kan de literatuur bijdragen aan die zoektocht?

Zoals Descartes al zei met zijn bekende uitspraak `Cogito ergo sum' (Ik denk, dus ik besta), is de mens een `animal doué de raison', een wezen met het vermogen tot zelfreflectie, die de vraag naar de zin van het bestaan en van zichzelf bewust kan stellen, die zichzelf in het geheel der schepping kan plaatsen. Hij is een vrijwezen, maar zijn vrijheid wordt beperkt door de aanwezigheid van al het andere en zijn verantwoordelijkheid daarvoor, zoals de existentialisten in onze tijd zo duidelijk verwoorden.

Sartre zegt: `L'existence précède I'essence.' Het hele leven is een groei in bewustwording, gebaseerd op ervaring. Eerst komt het bewustworden van jezelf en daarna komt het bewustzijn van het geheel. Eerst is er het egocentrisme en uiteindelijk ontstaat het altruïsme. Bewustworden is dus groeien in liefde. De mensheid heeft hierin haar einddoel nog lang niet bereikt, zoals een korte blik op de eigentijdse leefwereld ons maar al te pijnlijk leert. We bewegen ons collectief nog ergens tussen die polen van goed en kwaad en moeten proberen uit onze levenservaringen te leren en geestelijk te groeien.

Het zijn onder anderen de schrijvers die bereid zijn dit proces zichtbaar te maken en ons er deelgenoot van te maken. Zij houden ons een spiegel voor. Laten we eens in de spiegels kijken die ons voorgehouden worden en er troost en moed uit putten. Laten zij voor ons een prikkel vormen om verder te gaan op dat moeilijke, smalle en steile pad van wezenlijk mensworden.