Theosofia augustus 1996, p. 148-155

Over Annie Besant en William Quan Judge, een reactie

Henk J. Spierenburg

Henk J. Spierenburg is de samensteller van een viertal in Amerika gepubliceerde boeken over diverse onderwerpen behandeld bij H.P. Blavatsky, resp. The New Testament Commentaries of H.P. Blavatsky, The Buddhism of H.P. Blavatsky, The Vednta Commentaries of H.P. Blavatsky en H.P. Blavatsky, On the Gnostics. In 1995 publiceerde hij een herziene versie van The Inner Group Teachings of H.P. Blavatsky met daarin ook de geschiedenis van H.P.B.'s Inner Group, in dit geval samen met Daniel H. Caldwell. Henk heeft artikelen geschreven in Engelstalige tijdschriften, o.a. een aantal in Theosophical History. Momenteel werkt hij aan The Veda Commentaries of H.P. Blavatsky en The Collected Writings of T. Subba Row.


In het April-nummer 1996 van Lucifer, het tweemaandelijkse tijdschrift van het Theosofisch Genootschap (Point-Loma/Covina), vindt men het tweede deel van een serie over William Quan Judge. Dit tweede deel bevat een aantal opmerkingen over Annie Besant die niet onweersproken kunnen blijven. Bovendien is er sprake van nogal wat historische onjuistheden.

Verantwoording

Als samensteller van dit artikel wil ik uitdrukkelijk uiting geven aan mijn bewondering voor William Quan Judge. Alles wat ik ooit heb kunnen vinden aan boeken, tijdschriftartikelen en brieven van zijn hand heb ik gelezen. Sommige teksten wel drie tot vier maal. Ik ben tot de conclusie gekomen dat alles wat door hem geschreven is over de theosofische leringen, op geen enkele wijze afwijkt van wat H.P. Blavatsky heeft geschreven of gezegd.

Bewondering is echter wat anders dan een verering die zodanige vormen heeft aangenomen, dat elke vorm van kritiek onmogelijk is. Een verering die in artikelen over Judge leidt tot het weglaten van teksten die de schrijvers onwelgevallig zijn en het bekritiseren van de naam van degenen die het met Judge over een aantal zaken niet eens waren. William Quan Judge was, naar mijn oordeel, een groot en bewonderenswaardig mens. Als mens echter, had hij precies dezelfde fouten in zijn karakter als alle andere leden van de mensheid. Aangezien dit artikel een reactie is op een artikel waarin slechts verering te vinden is en de naam van Annie Besant onnodig onrecht wordt aangedaan, wordt noodzakelijker wijs ingegaan op een aantal punten.

De relevante teksten van het artikel in Lucifer worden hierna per onderwerp gevolgd. Zo'n tekst, met vermelding van het paginanummer en de kolom, wordt aangehaald of samengevat en daarop volgt een reactie.

Hoe ziet men Judge en zijn opvolgers?

Om een indruk te krijgen over de wijze waarop men in het artikel in Lucifer spreekt over Judge en zijn opvolgers, hierbij een aanhaling:

Blz. 37, 2de kolom: "De opvolging van leraren of leiders in een mystieke organisatie, in een Mysterieschool, is een voorwaarde voor het bestaan van zo'n school. De leider is op te vatten als de wortel van een boom, die de levenssappen, komende van de spirituele gebieden, transformeert naar de meer materiële sferen. Een leider van een organisatie als The Theosophical Society is daarom wezenlijk een kanaal waarlangs de invloed van de Meesters gestalte krijgt."

In bovengenoemde pasage is in de bedoelde Theosophical Society de lijn van opvolging: H.P. Blavatsky, W.Q. Judge, K. Tingley, G. de Purucker, A.L. Conger, W. Hartley, D.J.P. Kok en H. Vermeulen. Tussen de nummers 4 en 5, en 6 en 7 is een periode zonder leider, opgevuld door het hoofd van het Cabinet van de leider, resp. I.L. Harris en Mrs. Stewart.

De benoeming van Judge in Amerika

Hieronder een aantal aanhalingen uit het artikel in Lucifer:

Blz. 37, 1ste kolom: "Er ontstond een grote crisis in 1884. H.P. Blavatsky vestigde zich [daarna] in Europa. Daar stichtte ze, vooral ook op aandringen van Judge, in 1888 de Esoterische Sectie (E.S.), ook wel 'Oosterse School' genaamd... H.P. Blavatsky was het uiterlijk hoofd van de E.S.; het innerlijk hoofd was een van de Meesters..."
"De voorzitter van de T.S., H.S. Olcott, was geen voorstander van de Oosterse School, waarvan hij ook nooit lid is geweest..."
"H.P. Blavatsky [benoemde] op 14 December Judge... als haar 'enige vertegenwoordiger voor de genoemde sectie [E.S.] in Amerika' en als 'het enige kanaal waarlangs alle communicatie gezonden wordt die uitgaat en ontvangen wordt tussen de leden van de genoemde Sectie en mijzelf'. H.P. Blavatsky benoemde Judge 'krachtens zijn karakter van chela die 13 jaar standhoudt'."
Blz. 43, 2de kolom, noot 2: "Deze tekst [zie hierboven] is afkomstig uit een nietgedateerde E.S.-circulaire."

Hier dienen we de aanhalingen te onderbreken om het echte verhaal te vertellen:

De E.S. werd op formele wijze opgericht door de President van de T.S., H.S. Olcott. Het oprichtingsbesluit werd afgedrukt in de Londense Lucifer van oktober 1888. Men vindt het o.a. in H.P.B.'s Collected Writings, deel XII, blz. 481. Het facsimile van de ongedateerde E.S.- circulaire vindt men vele malen afgedrukt. (1) De mededeling dat Olcott geen voorstander was van de E.S. is juist en dat hij formeel gesproken geen lid daarvan was, eveneens. Men kan echter zoiets toch niet stellen zonder een ander document te vermelden, ook afkomstig van H.P.B., gedateerd 25 december 1889, waarin zij zegt (2):

"Ik benoem hierbij kolonel H.S. Olcott tot mijn vertrouwelijke [confidential] agent en enige vertegenwoordiger van de Esoterische Sectie voor de Aziatische landen. Alle correspondentie met betrekking tot het toetreden en verlaten van de Sectie, zullen aan hem gezonden worden, terwijl alle Instructies via hem zullen lopen. Een besluit van hem moet worden beschouwd en geaccepteerd als afkomstig van mijzelf..."

Judge, schrijver van het Book of Rules

Uit het artikel in Lucifer wederom een aanhaling:

Blz. 37, 1ste kolom: "Judge was, zoals gezegd, niet alleen een warm voorstander [van de E.S.], hij heeft ook een deel van de reglementen, The Book of Rules, Boek der Voorschriften, geschreven, toen hij in 1888 in Londen bij H.P. Blavatsky op bezoek was. Volgens Dr. Archibald Keightley, een van de theosofische pioniers, schreef Judge The Book of Rules onder begeleiding van een Meester en H.P. Blavatsky. Keightley heeft tezamen met H.T. Hargrove het originele document in Judge's handschrift met correcties van H.P. Blavatsky gezien."

De schrijver geeft als bron een E.S.-circulaire van 12 januari 1895, getekend door Archibald Keightley, die wordt vermeld in de biografie van Judge door Boris de Zirkoff en Sven Eek. Als bron zijn Keightley en Hargrove zeker niet de eersten de besten. Judge zelf zegt hierover in zijn E.S.-circulaire van november 1894, getiteld: By Master's Direction, blz. 2:

"Ik schreef de reglementen van de E.S.T. zelf in Londen in 1888 op H.P.B.'s verzoek en onder leiding van de Meester."

Een ieder die wat langer deel uitmaakt van de theosofische beweging kent de naam van de Gravin Wachtmeister, die de laatste 6 jaar van H.P.B.'s leven vrijwel dagelijks in haar omgeving verkeerde. Judge zelf schreef in november 1893 in The Path een korte biografie van de gravin waarin we o.a. kunnen lezen (3):

"Als een intieme vriendin van H.P.B. en iemand die in tijden van grote nood en benauwdheid die edele vrouw, zowel in stoffelijke als in sociale zin, steeds heeft bijgestaan, kan de gravin nooit worden vergeten."

Dit is slechts één zin uit de korte biografie, die vele van deze zinnen bevat. De gravin Wachtmeister schreef in 1895 een pamflet, herdrukt in Theosophical History, (4)waarin zij het volgende zegt:

"...H.P.B. sprak reeds met mij over de Esoterische Sectie toen ik met haar in Oostende was [tussen augustus 1886 en mei 1887]; vervolgens vroeg ze mij in Engeland wat regels te ontwerpen, maar omdat ik dit een zeer moeilijk werk vond, adviseerde ik haar W.Q. Judge in te schakelen, omdat hij als jurist meer mogelijkheden had om daarbij hulp te verkrijgen. Dit deed zij, en nadat zij het schrift met de voorgestelde reglementen van W.Q. Judge had gekregen, bediscussieerde zij ze openlijk met vrijwel iedereen die haar bezocht. Zelfs aan een jong lid, dat zojuist tot de Society was toegetreden, werd gevraagd ze zorgvuldig te lezen en daarna zijn mening te geven. Hij deed wat ze vroeg en kwam vervolgens met de suggestie om een van de regels te veranderen, hetgeen H.P.B. deed."

Wie zal nu een oordeel geven? Schrijver dezes niet. Wel staat nu vast dat we voorzichtig met alle beweringen moeten omgaan.

Er is nog een vraag te stellen bij deze geschiedenis. Judge was in Ierland en Engeland in de maanden november en december 1888. (5)Het Preliminary Memorandum (zie H.P.B.'s Collected Writings, deel XII, blz. 487-498) is gedateerd: 14 december 1888. Dit document is te beschouwen als de eerste versie van The Book of Rules, omdat daarin ook de voorschriften waren opgenomen. In een uitgave van een paar maanden eerder vindt men die nog niet. De datum van het door Boris de Zirkoff niet gepubliceerde Book of Rules is september/oktober 1890. (6)Welk document is nu door Judge voorbereid?

Judge de Chela

We hebben reeds gezien dat H.P.B. bij de benoeming van Judge tot haar plaatsvervanger van de E.S. in Amerika in 1888, Judge noemt als een chela over een periode van 13 jaar. Maar wat betekent het woord chela precies? Een ieder kan dit nazoeken door via de index van The Mahatma Letters to A.P. Sinnett de woorden 'chela' en 'chelaship' op te zoeken. Wie dit doet ziet dat er geen sprake behoeft te zijn van een regelmatig contact tussen de Mahatma en de chela. Chela's zijn er duidelijk in klassen en Judge behoorde, in ieder geval in de vroege jaren, niet tot degenen die dat contact hadden. In een brief, gedateerd 19 maart 1887, een jaar voor zijn benoeming, schrijft H.P.B. hem: (7)

"Als je nu naar de Meesters zoekt - zul je Hen niet vinden. Iemand moet vrij zijn en geen relatie hebben met een man of een vrouw, indien hij zichzelf persoonlijk aan hen aanbiedt. Zoniet, dan zal de band die jou aan Brooklyn bindt worden tot een koord dat je steeds weer terugtrekt. Je hebt het eenmaal geprobeerd en kwam toen tot halverwege bij het zoeken naar een ontmoeting met de Meesters. Wat leverde dat op? Een schandaal erger dan een nette scheiding ooit zou zijn."

Zo gaat die tekst nog een poosje door. In de afgelopen jaren zijn veel brieven van H.P.B. aan Judge boven water gekomen. Zij waren oorspronkelijk in het bezit van mensen uit de omgeving van Judge, die er mooie passages uit citeerden in The Irish Theosophist van 15 juni 1895. Nu echter zijn zij opgedoken en worden gepubliceerd in Theosophical History. Op het moment dat dit wordt geschreven is een deel van de serie gepubliceerd in de nummers van April 1994 t/m januari 1996.

"Judge, opvolger van H.P. Blavatsky"

Zoals men ziet staat het opschrift van deze paragraaf tussen quotes. De reden is dat dit opschrift is overgenomen uit het artikel in Lucifer. De tekst daaronder gaat zowel over de opvolging in de E.S. van H.P.Blavatsky als in de T.S. van H.S. Olcott. In deze paragraaf behandelen we alleen de opvolging van H.P. Blavatsky.

Blz. 38, 1ste kolom (onder): "Toen H.P. Blavatsky in 1891 'naar huis terugkeerde', zoals ze dat zelf noemde, was de overheersende gedachte dat W.Q. Judge haar zou moeten opvolgen. In de E.S. was hij feitelijk de plaatsvervanger van Blavatsky. Niettemin stelde hij zelf voor dat hij de verantwoordelijkheid van Uiterlijk Hoofd zou delen met de veelbelovende Annie Besant uit Engeland, die overigens Judge als spiritueel opvolger erkende."
Blz. 38, 1ste kolom (boven): "Na de dood van H.P. Blavatsky kozen afgevaardigden van de E.S. Judge als haar opvolger in de E.S. enkel en alleen omdat Judge toen een brief toonde die H.P. Blavatsky hem kort voor haar dood had gestuurd, koos men toen voor een dubbele leiding in de E.S., die van Judge en Besant. Zonder deze brief had men hem als enige opvolger geaccepteerd."

Beide hierboven geciteerde passages zijn verkorte weergaven uit het boek van Charles J. Ryan: H.P. Blavatsky and the Theosophical Movement, 2nd. ed., San Diego 1975, blz. 301-4 en eveneens 2nd. ed., Pasadena 1975, blz. 275-8.

Daar in het artikel in Lucifer voldoende is gezegd over de status van Judge, zullen we hier, voorafgaand aan de geschiedenis van de opvolging van H.P. Blavatsky, een korte schets geven van de status van Annie Besant.

Annie Besant behoorde niet tot de 17 oprichters van de Theosophical Society in 1875. Echter in brief nr. 33 van de Mahatma Letters to A.P. Sinnett, die door zowel Margaret Conger (Point Loma traditie) als Mary K. Neff (Adyar traditie) in hun chronologieën wordt geplaatst in 1885, door Linton en Hanson zelfs in 1884, wordt door de Mahatma K.H. aan A.P. Sinnett gezegd:

"Doe ondertussen alle moeite om zodanige relaties met Annie Besant te ontwikkelen, dat uw werk zich op parallelle wijze en met volledige sympathie ontwikkelt..."

Het lijkt mij dan ook terecht dat in de chronologische uitgave van de brieven die in 1993 is verschenen in het voorwoord van Linton en Hanson wordt gezegd:

"Brief A is waarschijnlijk vroeg in 1884 in London ontvangen korte tijd na de aankomst van Mohini. Het noemen van Annie Besant lijkt aan te geven dat de Mahatma K.H. voorkennis had van haar rol in het theosofische werk."

Wie wil weten hoe H.P.B. over Annie Besant dacht in de tijd dat zij nog niet tot de T.S. was toegetreden, behoeft alleen maar in het index-deel (deel XV) van H.P.B.'s Collected Writings te kijken.

Hoe H.P.B. en A.B. tot samenwerking kwamen in mei 1889, is zo vaak beschreven, dat dit hier niet meer herhaald behoeft te worden.

Waar Judge in Amerika woonde en Besant in Engeland, zal het duidelijk zijn dat het aantal brieven dat Judge kreeg van H.P.B. groter is dan het aantal dat Besant ontving. Echter, een groot deel van de brieven van H.P.B. aan Besant is gepubliceerd in The Theosophist van januari 1932 tot juni 1932, totaal 14 brieven. Op de envelop van een van die brieven (met facsimile) vindt men in H.P.B.'s handschrift:

"Annie Besant. The one & The only one."

De brief die aan de schrijver van het artikel in Lucifer zoveel ergernis geeft is gedateerd 27 maart 1891. Men vindt die brief niet in The Theosophist, maar in een voor dit onderwerp onverdachte bron, namelijk in het tijdschrift Theosophy van de U.L.T., van februari 1929, blz. 151:

"ONZELFZUCHTIGHEID en ALTRUISME is Annie Besant's naam, maar met mij en voor mij is zij Heliodore, een naam die haar door een Meester gegeven is en die ik voor haar gebruik, dit heeft een diepe Betekenis. Het is nog maar een paar maanden dat zij met mij het occultisme bestudeert in de meest innerlijke groep van de E.S., en zij heeft de anderen nu al ver achter zich gelaten. Zij is niet in het minst psychisch of spiritueel - allemaal intellect, en nochtans hoort zij de stem van de Meester, ziet Zijn Licht, en onderscheidt zijn stem van die van D-. Judge, zij is een zeer bewonderenswaardige vrouw, mijn rechterhand, mijn opvolger, en wanneer ik gedwongen zal zijn jou te verlaten, mijn enige hoop in Engeland, zoals jij mijn enige hoop in Amerika bent."

Voor Annie Besant Engeland verliet voor een bezoek aan Amerika, benoemde H.P.B. haar tot de hoogste functionaris in de Innerlijke Group van de E.S.: (8)

"Hierbij benoem ik in de naam van de MEESTER, Annie Besant tot Hoofd Secretaris van de Innerlijke Groep van de Esoterische Sectie en Griffier van de Leringen..."

Judge heeft deze order gelezen en er aantekening van gemaakt, zoals uit het document blijkt.

Men moet goed beseffen wat de plaats van die Innerlijke Group in de T.S. en de E.S. was. H.P.B. zegt: (9)

"H.P.B. zei dat de Innerlijke Groep de Manas van de T.S. was. De E.S. was de Lagere Manas; de T.S. het [lagere] viertal."

Het wordt nu tijd de beschrijving van de gebeurtenissen na de dood van H.P.B. in verband met de opvolging in de E.S. weer op te pakken.

De leden van de Raad van de E.S., bestaande uit de leden van de Innerlijke Groep, aangevuld met William Wynn Westcott en William Kingsland, samen met William Quan Judge, die zowel de Raad van de E.S. in Amerika als zichzelf vertegenwoordigde, bogen zich op 27 mei over de vraag wat nu gedaan moest worden. Daar werd o.a. het volgende gezegd: (10)

"Dat er besloten en genotuleerd is, dat de hoogste functionarissen in de School op dit moment Annie Besant en William Q. Judge zijn, in overeenstemming met de hierboven aangehaalde benoeming van William Q. Judge van december 1888 [bedoeld is zijn benoeming als hoofd van de E.S. in Amerika, waarin het chelaschap van 13 jaar wordt genoemd], alsmede de benoeming van 1 April 1891 van Annie Besant, alsmede met de geschreven verklaring van H.P.B. in een brief aan William Q. Judge, gedateerd 27 maart 1891..."

Vervolgens besluit de Raad dat zij slechts diende als een adviescollege voor H.P.B. en dat derhalve haar taak tot een eind gekomen is en:

"dat vanaf heden de volle verantwoordelijkheid en de leiding van de School berust bij Annie Besant en William Q. Judge."

G.N. Chakravarti en Annie Besant

We geven nu eerst weer een aanhaling uit het artikel in Lucifer:

Blz. 39, 2de kolom: "Op het Parliament of Religions vertegenwoordigde prof. G.N. Chakravarti het Brahmanisme. Deze geleerde was ongetwijfeld een spiritueel mens. Maar als Hindu had hij een aangeboren trots op zijn afkomst..."
"...de persoonlijkheid van Chakravarti maakte grote indruk op Annie Besant. Vanaf het moment waarop zij deze imponerende Brahmaanse geleerde ontmoette, werd haar visie sterk gekleurd door de zijne. Daarbij speelde ook het verlangen van Besant naar occulte krachten een rol...
"In nog geen twee maanden kreeg Chakravarti een enorm overwicht op Besant. Judge waarschuwde dat als zij deze min of meer sektarische lijn zou volgen, ze afweek van het universele karakter van de Theosofie. Toen Besant kenbaar maakte dat ze naar Indië [India] wilde gaan voor een lezingentour, gaf Judge haar de raad niet te gaan, omdat het daarvoor niet de juiste tijd was. Besant ging wel."

Deze woorden zijn niet de neerslag van een onderzoek door Barend Voorham, de schrijver van het artikel in Lucifer, maar komen vrijwel letterlijk uit de korte biografie van Boris de Zirkoff en Sven Eek. De schrijvers gebruiken als bewijs een brief van Archibald Keightley: (11)

"Ik woonde in het Hoofdkwartier [te Londen] gedurende de heer Chakravarti's verblijf aldaar en weet zowel van Mw. Besant, van hemzelf en via persoonlijke observatie, van het feit dat hij Mw. Besant voortdurend magnetiseerde. Hij zei dit te doen om te komen tot 'coördinatie van haar lichamen voor het werk dat gedaan moet worden'."

We gaan eerst even terug naar de hierboven vermelde lezingentour naar India van Besant, waar Judge zo tegen waarschuwde. Het contact met de Mahatma's dat Judge in 1887 nog niet kon krijgen, zoals H.P.B. zelf schreef in de hierboven geciteerde brief van 19 maart 1887, zal later, na zijn benoeming tot hoofd van de E.S. in Amerika en zijn uiteindelijke benoeming tot 'Co-Outer Head', toch voor elkaar gekomen zijn. In de reeds genoemde korte Biografie van de Zirkoff c.s., vinden we zowel als facsimile als in tekst een brief van de Mahatma M. Aan Judge. Ik citeer er één zin uit die ik onvertaald laat: (12)

"I have spoken to Heliodore in the West, and she may go to India in '93."

Heliodore is Annie Besant, zoals we weten uit de hierboven geciteerde brief van H.P.B. aan Judge van 27 maart 1891. De Mahatma M. had kennelijk geen bezwaar tegen de door Judge zo afgeraden lezingentour in India. Dit werpt ook een iets ander licht op de gewraakte verhouding tussen Chakravarti en Besant. De laatste bezocht hem immers daar, hetgeen tevoren was te voorzien. Maar er is meer. De Gravin Wachtmeister, in haar reeds hierboven aangehaalde pamflet, zegt o.a.: (13)

"De schokkende aanvallen tegen Annie Besant en Professor Chakravarti, waarvoor niet de minste aanleiding is, maken op mij een stuitende indruk. Ik kan nauwelijks geloven dat W.Q. Judge zulk een verachtelijke methode gebruikt om zichzelf uit een pijnlijke situatie te redden door anderen te beschuldigen van zulke wandaden. Tijdens de Conventie in India in december 1894, werd eenstemmig een algeheel vertrouwen in hem uitgesproken door hem [Chakravarti] unaniem te kiezen voor de Raad en het Uitvoerend Comité van de Indiase Sectie..."

Bij de behandeling van Judge's opvolging binnen de T.S. zullen we hier verder op ingaan.

De tweehoofdige leiding wordt anders

W.Q. Judge en Annie Besant hebben samen een document laten uitgaan, waarin aan de leden van de E.S. wordt uitgelegd dat de tweehoofdige leiding tot een eind is gekomen. Het document is gedateerd in Londen op 18 juli 1894 en in New York op 1 augustus 1894 en is door beiden ondertekend. Hieronder een aanhaling: (14)

"Vanuit de twee benoemingen [die van Judge tot Hoofd van de E.S. in Amerika en die van Besant tot belangrijkste lid van de Innerlijke Groep] werd besloten tot... de Tweehoofdige Leiding in 1891 voor het management van de School, een besluit dat in de praktijk niet altijd goed heeft gewerkt. Momenteel is de enige mogelijkheid om de E.S.T. ongeschonden te laten voortbestaan en tijd te winnen om te komen tot wederzijds vertrouwen en fricties uit te bannen, opnieuw te komen tot de hierboven genoemde afspraken [namelijk de tweehoofdige leiding]. Wij blijven in de gehele wereld de éne School - 'het kloppend hart van de T.S.' - gesticht door H.P.B. Wij erkennen haar als onze Leraar en de Meesters als ons fundament, bezitten gezamenlijk haar als Hoofd, de Instructies die zij heeft nagelaten en de Regels van de School. De E.S.T. blijft dus het hart van de T.S., de beweging activerend, waarbij al haar delen samenwerken als tot een geheel behorend. Het bestuur echter blijft als toen ze nog bij ons was, bij degenen die door haar gekozen zijn als haar eerste agenten [chief agents] op de wijze als besloten is..."

Wat hier wordt gezegd is duidelijk, de E.S. blijft bestaan en heeft slechts één bron, maar de beide delen, onder de respectievelijke leiding van Besant en Judge opereren los van elkaar. Als de schrijver van het artikel in Lucifer dus zegt:

Blz. 40, 2de kolom: "De situatie werd onhoudbaar, Judge, mede in opdracht van de Meester zelf, was genoodzaakt het gedeelde leiderschap van de E.S. te herzien. Daarmee werd in feite Besant buiten de E.S. geplaatst."

dan past slechts een verwijzing naar de hierboven, door beiden getekende afspraak, waarbij ook het zogenaamde ontslag door Judge van Besant in zijn E.S.-circulaire van 3 november 1894, alleen al om die reden onmogelijk is.

Judge als functionaris van de T.S.

Het artikel in Lucifer gaat uitgebreid in op respectievelijk de benoeming van Judge tot Secretary-General in Amerika, Vice-President van de T.S. en op de poging om hem benoemd te krijgen als President van de T.S. Wie wil weten wat daarover wordt gezegd moet het artikel zelf lezen. Natuurlijk hebben H.P. Blavatsky, H.S. Olcott en Annie Besant vaak met grote waardering over W.Q. Judge gesproken. Wie een paar jaargangen van een van de tijdschriften van zowel de Genootschappen als de U.L.T. doorwerkt, vindt ze allemaal. Herhaling is dus niet nodig. We zullen hieronder een aantal passages weergeven die men in de genoemde tijdschriften niet vindt.

Bij het vertrek van H.S. Olcott en H.P. Blavatsky op 18 december 1878, gaf Olcott de volgende order uit: (15)

"Krachtens het gezag dat door mij wordt uitgeoefend stel ik hierbij de volgende leden van de Theosophical Society aan om de functies en taken van de ambten, hieronder genoemd, met alle gezag uit te voeren.
President, ad interim, Majoor-Generaal Abner Doubleday, U.S.A.; Corresponding Secretary, ad interim, David A Curtis; Treasurer, George Valentine Maynard; de Recording Secretary, W.Q.J., zal hen officieel op de hoogte stellen van deze order... [etc.]."

Merk op, dat ook H.P. Blavatsky zich heeft laten vervangen, maar niet door Judge!

Nadat Olcott en Blavatsky in India weer een hoofdkwartier hadden gevestigd, namen zij hun taken als President en Corresponding Secretary weer op. Doubleday werd president van de T.S. in Amerika en werd opgevolgd door Elliot Coues in 1885. Judge en Coues waren vijanden. Blavatsky probeerde te bemiddelen. De brieven hierover zijn gepubliceerd. (16) Nog op 23 februari 1887 schrijft zij aan Judge: (17)

"...blijft het feit dat hij [Coues] leven heeft ingeblazen in wat een lijk was voordat hij lid werd. De weinige restanten die ook nu nog over zijn in de V.S. zijn aan hem te danken."

In het artikel in Lucifer wordt H.P.B. aangehaald die zegt:

Blz. 38, 1ste kolom: "Ze [H.P.B.] zegt van hem [W.Q.J.] dat hij de Theosofie in Amerika opnieuw leven heeft ingeblazen."

Dat heeft H.P.B. inderdaad gezegd, en wel in het Preliminary Memorandum tot de 3de Instructie. De verschijningsdatum daarvan is december 1889/januari 1890. (18) We concluderen hieruit dat het niet zo best ging met de Amerikaanse Afdeling tot in 1885 Coues zich daarmee ging bemoeien. Daarna verliep het weer, totdat Judge het lijk weer nieuw leven inblies. De lezer mag het zeggen.

H.P.B. probeerde de ruzie tussen Coues en Judge te bezweren door voor te stellen dat Coues zou worden gekozen tot President en Judge tot Secretary-General. In een brief aan de Amerikaanse leden schrijft H.P.B. op 27 september 1887: (19)

"Aan de Theosofen van de Verenigde Staten en de Amerikaanse Theosofische Raad.
"Geachte Broeders en Zusters. De in april 1887 gehouden Conventie in de Verenigde Staten heeft de post van President onvervuld gelaten - in opdracht van de Geheime Raad van de Heilige Broederschap die mij heeft gekozen en terugvallend op mijn oorspronkelijke bevoegdheden als Oprichtster van de Society, benoem ik hierbij, krachtens die bevoegdheden, Dr. Elliot Coues, President van de Gnostische Theosofisch Society, Washington D.C., tot President van de Amerikaanse Theosofische Raad [American Theosophical Council]..."

Judge was het hier uiteraard niet mee eens en stelde H.P.B. voor de gehele Raad op te heffen. Hierop schreef zij hem op 7 juli 1889: (20)

"Je suggestie om de 7 Raadsleden te ontslaan is onmogelijk en, vergeef mij, absurd. Denk je dat ik zo'n wispelturige dwaas ben? Ik heb ze juist benoemd en zou ze nu weer moeten ontslaan? Nee mijnheer. Mij werd opgedragen dit te doen en ik heb het gedaan; en wanneer (door jouw schuld en obstinaat gedrag) de E.S. ten gronde gaat, dan zullen de 7 zowel als ik ook vallen. Want, op het moment dat de E.S. wordt vernietigd, verlaat ik de T.S. voorgoed."

In de paragraaf over Chakravarti is beloofd terug te komen op die zaak in de huidige paragraaf.

Toen Olcott besloot af te treden als President, waar hij later overigens op terugkwam, rees de vraag wie hem zou opvolgen. Het is juist dat Annie Besant voorstander was om Judge te kiezen. Judge zelf had echter iemand anders op het oog. De Gravin Wachtmeister schrijft: (21)

"Nog verrasender zijn W.Q. Judge's opmerkingen over Chakravarti voor mij, waar ik mij herinner dat zowel Annie Besant als ik brieven van de heer Judge ontvingen te Allahabad in februari 1894, waarin de nominatie van de heer Chakravarti als President van de Theosophical Society werd aanbevolen. De heer Chakravarti zelf ontving eveneens een brief van Judge, waarin hij erop aandrong deze belangrijke positie te aanvaarden, iets wat door Chakravarti direct en volledig werd afgeslagen."

Het zou niet moeilijk zijn bladzijden lang door te gaan met dit onderwerp. Waar dit artikel echter alleen maar een reactie is, heeft dat geen zin.

Tot slot de brief uit 1900

We hebben één zin geciteerd uit een brief van de Mahatma M. aan Judge, die door hem na de dood van H.P.B. werd ontvangen. Dergelijke brieven kreeg Besant uiteraard ook. Jinarajadasa publiceerde een brief gedeeltelijk, waarna later een gehele publicatie volgde. (22) Is de brief echt? Een gezaghebbend theosoof als Boris de Zirkoff vond van wel en zelfs in de U.L.T. is men overtuigd van de echtheid. (23) In die brief worden aan Annie Besant opdrachten gegeven ten aanzien zowel de T.S. als de E.S. De lezer mag oordelen.

Noten.

1.O.a. in HPB's Collected Writings, X, 194; XII, 483; Eek en Zirkoff, William Quan Judge, Madras 1969, 17; Eklund, Echoes of the Orient, I, San Diego 1975, xxxiii.
2. HPB Collected Writings XII, 89 en 484.
3. Eklund, Echoes, II, San Diego 1980, 461.
4. Wachtmeister, HPB and the Present Crisis, London 1895; reprint in Theosophical History, april 1989, 54.
5. HPB's Collected Writings, X, xxvii.
6. Spierenburg, Inner Group Teachings, 2nd ed., San Diego 1995, xxi, note 22.
7. Theosophical History, oktober 1994, 126.
8. Facsimile en tekst in The Theosophist, juni 1932, 230-1; HPB's Collected Writings, XII, 484-4; Inner Group Teachings, xv.
9. Inner Group Teachings, 27.
10. Echoes, III, 351-3.
11. William Quan Judge, 27; Echoes, I, xlv.
12. William Quan Judge, 35, 37; Echoes, I, liv, lvi.
13. H.P.B. and the Present Crisis; Theosophical History, april 1989, 10.
14. Echoes, III, 453.
15.Ransom, A Short History of the Theosophical Society, Adyar 1938, 124-5.
16. The Canadian Theosophist, september-december 1984, september-oktober 1985, januari-februari 1986; The Theosophical Forum, juli 1932, december 1933; Theosophical History, juli 1994-oktober 1995.
17. The Theosophical Forum, juli 1932.
18. HPB's Collected Writings, XII, 594; Inner Group Teachings, xxi.
19. Theosophical History, april 1995, 207.
20. Theosophical History, oktober 1995, 272.
21. H.P.B. and the Present Crisis; Theosophical History, april 1989, 10.
22. The Theosophist, mei 1937, facsimile (gedeeltelijk afgedekt); Idem, Barborka, The Mahatmas and their Letters, Adyar 1973, 356-62; beide bronnen de tekst van het niet afgedekte gedeelte. Gehele tekst in The Eclectic Theosophist, September 1987, 1; Theosophical History, oktober 1987, 115-7 (in beide tijdschriften loopt de discussie nog maanden daarna).
23. The Theosophical Movement 1875-1950, Los Angeles 1951, 296-7.