Simeon Toko

Uit FSF Magazine Februari/Maart 2002

Keerde Jezus reeds terug in Afrika?

Afrika is volgens Tom Dark het land waar Jezus terugkeerde, in de persoon van een man die herhaaldelijk vermoord zou zijn geweest, maar niet wilde sterven, zelfs niet toen hij onthoofd werd. Bovendien zond de Paus gezanten naar deze man, waarbij duidelijk werd dat hij, Simeon Toko, de figuur is waarover in het Derde geheim van Fatima sprake is.

Donker Afrika

Dit is het verhaal van een man: Simeon Toko, die in 1984 overleed. Simeon Toko verscheen voor mensen als spookverschijning en in droomfasen toen hij fysiek nog in leven was. Hij ging daarmee door bij een select gezelschap mensen tot 17 jaar. Tenminste één getuige, van beroep huurmoordenaar, meldt dat hij deze man heeft gedood en hem enkele dagen later weer tegenkwam. Anderen die ten tijde van dit schrijven nog leven, vertellen dat ze Toko uit de dood zagen opstaan. Er is een enorme verzameling van verklaringen waarvan nog maar een klein deel is vastgelegd of opgeschreven door de getuigen.
Berichtgeving in het Westen omtrent nieuws uit Afrika is nog steeds erbarmelijk. Veel meer dan grappen over bananenreplubieken en een vage, afstandelijke afkeer van onverklaarbare oorlogen en slachtpartijen komt de mens niet met betrekking tot Afrika.
De eerste slavenhandelaren die naar Afrika kwamen in de 15de eeuw troffen een bloeiende samenleving aan, gedomineerd door monotheïsme met een krachtige moraal. Zij troffen geen halfnaakte mensen aan met rokjes van gras en botjes door de neus. Zij troffen geen rijen bolvormige beelden aan van vruchtbaarheidsgoden en voodoo fetisjen. Wat ze aantroffen was een intelligent, vriendelijk en waardig volk dat prachtige straten en mooie gebouwen had aangelegd, goed gereguleerde landbouw bedreef en prima kleding droeg.
Het lijdt geen twijfel dat de volkeren van Afrika, inclusief miljoenen afstammelingen van de oude Ethiopiërs en Egyptenaren, eeuw na eeuw systematisch van hun menselijke waardigheid zijn ontdaan. Geen andere volkeren in de geschreven geschiedenis van de mens zijn het slachtoffer geweest van een mentale en materiële vernietiging op dergelijke schaal.
De schade die de Christelijke missionarissen in Afrika hebben aangericht, is nooit belicht. Missionarissen begeleiden routinematig soldaten die land opeisten en plunderde voor hun Europese vaderland. De procedure was als volgt: de missionaris las hardop een bevelschrift in het Latijn voor aan de dorpelingen die zich hadden verzameld. Het bevelschrift dat totaal niet te begrijpen was voor de dorpelingen, eiste dat éémieder van hen zich op dat moment zou bekeren tot het Christendom of anders gedood of tot slaaf gemaakt zou worden. Nadat het was voorgelezen deden de geweren en zwaarden de rest. De soldaten voelde zich gerechtvaardigd in hun daden door de steun en het gezag van de Rooms Katholieke kerk. Doordat het werk van de kerkvaders verschillend kon worden geïnterpreteerd, ontstond in de Rooms Katholieke kerk een systeem waarbinnen moorden en plunderen was toegestaan en routinematig werd toegepast. Vervolgens gingen de missionarissen aan het werk bij hen die nog waren overgebleven. Kinderen werd geleerd dat het intelligente en vreedzame geloof van hun ouders toebehoorde aan de duivel en dat ze armoede voor hun zieleheil moesten aanvaarden, terwijl de veroveraars klaarblijkelijk door God waren gezegend met superieure macht en rijkdom en dus gehoorzaamd dienden te worden.

Simon Kimbangu: een vervolgde profeet


Men kan zich afvragen waarom er nooit een verontschuldiging vanuit het Vaticaan heeft geklonken voor de rol die het speelde in het plan van de moord op een zekere Simon Kimbangu.
Dit heeft nog niet zo lang geleden plaatsgevonden, zodat het niet zo kan zijn dat afstammelingen zich lange tijd niet bewust waren van het fysieke en materiële onrecht dat hen was aangedaan, zoals dat veelal wel het geval was tijdens de inquisitie.

Duizenden Afrikanen herinneren zich Simon Kimbangu erg goed. Zijn naam staat voor meer dan een heldenstatus alleen. Hij was een profeet. Hij werd gemarteld en men liet hem wegrotten in de gevangenis waar hij na dertig jaar, in Oktober 1951, overleed.

Op het moment van schrijven leven er Afrikanen die Kimbangu uit de dood hebben zien herrijzen. En er leven nog mensen die dit met eigen ogen hebben aanschouwd. Beweerd wordt dat Kimbangu zieken genas, kreupelen lie lopen, blinden liet zien, doven liet horen en zelfs een kind dat al drie dagen dood was weer tot leven bracht. Kimbangu verrichtte deze wonderen gedurende een periode van vijf maanden, van mei tot 12 september in het jaar 1921.
Geleerden twijfelden niet aan het feit dat deze man wonderen verrichtte. Er zijn simpelweg teveel getuigenverklaringen.

Op 10 September 1921 hield Kimbangu een toespraak. Hij verkondigde dat de koloniale regering op het punt stond hem te arresteren 'om hem een langere periode van lichamelijke rust op te leggen.' Hij kondigde aan dat op een dag een 'grote koning' met een immense spirituele, wetenschappelijke en politieke macht zou opstaan, en dat hij zich als afgevaardigde zou terugkeren. Voordat deze gebeurtenis plaatsvond, zou een boek worden geschreven dat het volk van Kongo hierop zou voorbereiden. Eerst zou men zich tegen het boek verzetten, maar geleidelijk aan zou het steeds neer worden geaccepteerd. Twee dagen laten, werd Kimbangu gearresteerd door de koloniale autoriteiten - op zijn 42e verjaardag, 12 september 1921 - en vrijwel onmiddellijk tot de dood veroordeeld.
De leiding van de Katholieke kerk spoorde aan tot executie, evenals verscheidene andere Christelijke missies.

Volgens wetenschapper Dr. Allan Anderson protesteerden alleen de Baptist-zendelingen tegen het doodvonnis van deze man wiens schijnbare delict was dat hij vijf maanden lang dagelijks in een dorp mensen had opgebeurd en genezen. De begrijpelijke vreugde en verbazing van de verzamelde menigte in het dorp zorgden ervoor dat de profeet door afgunstige missionarissen werd gezien als opruiend.
Hierop stond de doodstraf.
Precies zoals Kimbangu twee dagen voor zijn arrestatie voorspeld had, kreeg hij gevangenisstraf voor onbepaalde tijd opgelegd, een 'lange lichamelijke rustperiode'. Elke morgen werd hij uit zijn kleine cel gehaald en gedurende lange periodes in een tank met koud zout water gestopt om zijn dood te bespoedigen. Ook zijn voorspelling dat hij zou worden vernederd en gemarteld kwam uit.

Hij had op 10 september ook voorspeld dat Afrika terecht zou komen in een periode van verschrikkelijke rampen. Honderdduizenden werden gevangen genomen, gedeporteerd, gescheiden van hun families, onderworpen aan gruwelijke martelingen en simpelweg vervolgd vanwege een nieuw Godsdienstig geloof. Deze nieuwe religies, op gang gebracht door een paar woorden van een Afrikaan die slechts voor korte tijd wonderen verrichtte onder zijn eigen volk, straalde hoop uit voor een continent dat gedurende eeuwen van koloniaal misbruik en doelbewust gedwongen godsdienstonderricht aan misère en armoede gewend was geraakt.

De Fatima Profetieën en religieuze codes


Op 13 Mei 1917 verscheen "De Heilige vrouw" in Fatima, in Portugal. Ze was alleen zichtbaar voor drie schaapherderkinderen die haar woorden aan de rest van de wereld doorgaven. De vrouw deed verbluffende voorspellingen. Ze voorzag onder meer de overgang van Rusland naar het communisme, het einde van de Eerste Wereldoorlog , en het begin van de Tweede Wereldoorlog. Er was echter een Derde Geheim dat pas na 1960 onthuld mocht worden. In de tussentijd zouden volgens de vrouw bepaalde gebeurtenissen plaatsvinden die de inhoud van het Derde Geheim begrijpelijker maakte. Het Derde Geheim werd in februari 1960 voorgelezen aan Paus Johannes Paulus XXIII die bij het horen ervan volgens bepaalde bronnen flauwviel. Toen de Paus weer bij zijn positieven was, gebood hij dat het Derde Geheim nooit geopenbaard mocht worden.

De incarnatie Simeon Toko


Simeon Toko werd geboren op 24 Februari 1918 in een dorp in het noorden van Angola (het Tsafon van Psalm 48:3) dat de veelzeggende naam Sadi Banza Zulu Mongo ("Dorp van de hemelberg") draagt. Simeon Toko kwam ter wereld in een erg vijandige omgeving. Ongeveer 50 jaar lang, van 1872 tot 1921, had deze streek te kampen met natuurrampen. Er waren perioden van droogte met maar korte tussenpozen. Noord-Angola en de Zuidelijke regionen van Frans en Belgisch Kongo werden verwoest. De hongersnoden die daarop volgde doodden duizenden; ook waren er duizenden doden te betreuren als gevolg van pokken, tyfus, slaapziekte, malaria en diverse andere ziekten. Deze verschillende plagen vertegenwoordigen de vervulling van een Bijbelse voorspelling. Slechts een paar mensen, geïnspireerd door de woorden van de Heer, beseften dit.

En de draak stond voor de vrouw, die baren zou, om, zodra zij haar kind had gebaard, dit te verslinden.(Openbaring 12:4)


De baby Simeon Toko werd te midden van dood, ziekte, hongersnood en de pest geboren. Weinig redenen voor een baby om te willen blijven leven. De kleine Toko kreeg de pokken. Hij was er zo slecht aan toe dat de dorpsbewoners dachten dat alleen de Almachtige Vader zelf verantwoordelijk kon zijn voor zijn redding. Simeon hield er slechts lelijke littekens in zijn gezicht aan over. Vergelijk dat eens met deze voorspelling:

Zoals velen zich over u ontzet hebben - zozeer misvormd, niet meer menselijk was zijn verschijning, en niet meer als die der mensenkinderen zijn gestalte. (Jesaja 52:14)


Niet lang na Simeon's geboorte had zich een missionaris van een in Angola gevestigd Baptistisch Zendingsgenootschap een droom. Hij droomde dat er een grote Koning was geboren in zijn gemeente. Hij besloot om naar dit kind op zoek te gaan, en vroeg om hulp van de Heilige Geest. Uiteindelijk kwam hij terecht bij de baby Simeon Toko. Toen hij het kind zag, vervormd door Engelse ziekte, als een zwak, teer plantje en met zo een gehavend gezicht, schudde hij zijn hoofd. Twijfel kwam en bleef. Hij stelde nog een vraag of twee, en ging weg, zich een slachtoffer voelend van zijn droom en de stem die hem daarheen had geleid.
Een indrukwekkende missie.

In 1949 was Simeon aanwezig bij een internationale conferentie voor Protestanten in Leopoldstad (nu Kinshasa). Tijdens dit evenement vroegen de ceremonieleiders aan dire Afrikanen uit Angola voor te gaan in gebed. De drie die werden uitgekozen waren: Gaspar de Almeida, Jesse Chiulo Chipenda en Simeon Toko. Laatst genoemde riep in zijn publieke gebed de Heilige Geest op om zich in Afrika te manifesteren en een eind te maken aan het misbruik van de kolionale machten.

Toko werd toegewijd lid van de Baptistische kerk in Itaga. Hij richtte een zangkoor op van twaalf mensen. Dit koor werd meteen beroemd en het ledenaantal groeide al gauw van twaalf tot meer dan honderd. Bij elk optreden van het koor, in eigen Kerk of te gast in een andere Kerk, manifesteerde de Heilige Geest zich zo sterk, dat de blanke zendelingen Toko gingen verdenken van zwarte magie. Jaloers als ze waren, geboden ze hem zijn 'duistere praktijken' op te geven. Hij antwoordde hen: 'Maar als we bidden tot dezelfde God, hoe komt het dan dat wanneer ik bid en de Heilige Geest verschijnt, jullie mij beschuldigen van tovenarij? Komt dat omdat ik een Afrikaan ben, en mijn gebeden dus niet verhoord kunnen worden? Discrimineert de Heilige Geest de Afrikanen ook?' (Zie Samuel 10:10) Maar de missionarissen hadden genoeg van Toko en besloten hem uit de Kerk te weren. Toen gebeurde het onvermijdelijke. Iedereen die zich, geïnspireerd door Toko's geweldige koor, bij de Kerk had aangesloten, verliet de Kerk samen met hem.

Op 25 juli 1949 ontmoetten Simeon en 35 leden van zijn koor elkaar in de stad Mayenge, bij het huis van de man Vanga Ambrosio. Het koor zong tot het tijd was te gaan bidden. Vlak voor middernacht sloeg Toko zijn ogen op naar de Hemel en sprak in een gebed tot zijn Vader: 'Vader, ik weet dat U mijn gebeden altijd beantwoord. Kijkt U eens naar deze onnozelen die U naar me toe heeft gestuurd. Onze taak is zo groot, dat we zonder hulp van de Heilige Geest, de Trooster, nooit voor elkaar zullen krijgen wat Uw intentie is. Heeft U het gebed dat ik drie jaar geleden tot U aanhief niet gehoord?'

Precies om middernacht deed een harde wind het huis schudden, en de Heilige Geest nam bezit van iedereen die bij de gebedsbijeenkomst aanwezig was, op Sansao Alphonse, de leider van het koor, na. God liet hem in zijn gewone staat van bewustzijn zodat hij de getuigenissen en wonderen, die hem verstomd deden staan, kon opschrijven. Velen in de groep spraken met dubbele tong. Sommigen zagen 'goddelijk' licht en hoorde hemelse stemmen, terwijl anderen rechtstreeks konden communiceren met mensen die kilometers van de plaats van het gebed verwijderd waren. Door de opwinding die ontstond naar aanleiding van de wonderen van deze nieuwe Pinksterdag, verspreidden de volgelingen van Simeon Toko zich over de stad en begonnen te prediken over de bouw van het Koninkrijk van God.
Dit trok de aandacht van de Belgische koloniale autoriteiten die het zagen als een bedreiging van de rust.

Binnen een periode van ongeveer drie maanden begon de politie de predikers te arresteren. Ze werden net zo snel gevangen gezet en vervolgd als de Kimbanguïsten, de volgelingen van Simon Kimbangu, de boodschapper van Simeon Toko, die zelf gevangen had gezeten van 1921 tot aan zijn dood in 1951. Sommigen werden onthoofd, levend verbrand in hun huizen, verdronken in de rivier of zonder proces neergeschoten. Uiteindelijk besloten de koloniale heersers de rest te deporteren. Vrouwen, mannen, kinderen werden door honderden, soms duizenden kilometers gescheiden van hun familie en hun thuis. Toen er wonderen onder de volgelingen van Kimbangu plaatsvonden, deden Belgische autoriteiten hun uiterste best deze Messiaanse groep in de kiem te smoren. Op 22 Oktober 1949 werden Simeon Toko en drieduizend volgelingen in twee verschillende gevangenissen opgesloten. Na drie maanden cel werd er een vonnis geveld om ze het land uit te zetten. Dit was het moment waarop Simeon Toko zichzelf openbaarde.

De Belgische beheerder van de gevangenis in Ndolo heette Pirote. Hij schold de 'Tokoïsten' uit en slingerde racistische beledigingen naar hun hoofd. Hij eindigde altijd met:'Vieze neger, je gaat terug naar je negerland in Angola!' Moe van dit misbruik, antwoordde Simeon Toko scherp: 'Als er hier een vreemdeling is, dan ben jij het! Om te laten zien dat ik hier thuis ben, zorg ik ervoor dat, op de dag dat je me het onrecht aandoet me uit te zetten uit Belgisch Kongo, jij naast me loopt om mijn tassen te dragen!' Simeon Toko hief zijn beide handen op, spreidde zijn vingers, en zei dat de corrupte Belg ze moest tellen. Hij zei: 'Ik geef de Belgen tien jaar om dit land te verlaten, niet meer en niet minder!' Niemand begreep die profetische woorden op dat moment. Maar de volgelingen van Simeon toko begrepen het later wel: op de dag dat ze gedeporteerd werden, viel Pirote dood neer. Terwijl hij in zijn kantoor aan het werk was, kreeg hij een acute hartaanval en stierf direct, alsof een kogel hem in het hart geraakt had.
Wat de andere mysterieuze uitspraak van Toko betreft: tien jaar later, in 1960, werd de Belgische overheid gedwongen om Kongo te verlaten. Om deze gebeurtenis te bespoedigen, liet Simeon Toko 'zijn leger op hen los'. Duizenden mensen waren op 4 januari 1959 getuige van deze gebeurtenis. Op die dag verschenen de 'Cherubim en Serafim' en zij stelden zich tegenover het Belgische koloniale leger op. De inwoners van Leopoldstad zagen een leger van ongeveer duizend zeer kleine mannetjes, ter grootte van kinderen of dwergen, met zeer gespierde, indrukwekkende lichamen. Elk van deze nietige gemeenschap bezat een enorme kracht, een getuige zag bijvoorbeeld dat één van hen een vrachtwagen van vijf ton omgooide met één hand! De Belgische soldaten schoten op deze kleine bruine engelen, maar dat had geen enkel effect. Het doodsbenauwde koloniale leger was compleet in de war. De mannetjes verdwenen net zo plotseling als ze verschenen waren. Een jaar na deze massale verschijning was de Democratische Republiek van Kongo een nieuw en onafhankelijk land..

Nog meer vervolgingen en wonderen


Na zijn deportatie en zijn aankomst in Angola begonnen voor de 'man die zo bekend was met verdriet en pijn' pas de werkelijke beproevingen. Simeon Toko zou nooit meer rust hebben. Zijn leven zou een aaneenschakeling worden van voortdurende moordaanslagen. Daarmee werd gepoogd zijn Levensopdracht te voorkomen. Simeon Toko moest nogal wat ondergaan. Negen keer werd hij gedeporteerd en opgesloten, dit twaalf jaar lang. Met deze verbanningen probeerde men Toko's invloed te verminderen en zijn Kerkgenootschap te ontmantelen.

Waar men hem en zijn volgelingen ook naartoe stuurden, steeds meer volgelingen werden geschoold in het 'Tokoïsme'. De Portugezen besloten daarom tot de uiterste stap: 'Simeon Toko delenda (moet vernietigd worden)'. Terwijl hij slavenarbeid verrichtte op een akker in Caconda (Zuid Angola), werd er een prijs op zijn hoofd gezet. Twee Portugese ploegbazen besloten daarop hem te vermoorden. De predikant en tevens plaatselijke kok Adelino Canhandi was getuige en beschreef de gebeurtenissen als volgt: Al kokend hoorde hij een stem die hem riep: 'Canhandi, kom eens hier!'. Dat was Simeon Toko. Buiten zei toko hem 'te blijven staan en goed op te letten. De zoon van de mensheid zal weer eens beproefd worden'. Vooral voor Canhandi waren dit vreemde woorden. Hij was immers nog geen Christen. Nieuwsgierig bleef hij staan. Eén van de Portugese ploegbazen kwam eraan en riep Simeon Toko: 'Simeon, die tractor daar! De zaaimachine is verstopt door het onkruid. Schoonmaken!'
Gedwee kroop de gevangene onder de machine. Terwijl hij onder de machine lag, startte de ploegbaas vanaf de bestuurdersstoel de machine zodat de roterende bladen van de machine geactiveerd werden. Simeon Toko's lichaam werd direct in stukken gehakt. Zwaar aangedaan zag Canhandi dat de ploegbaas in zijn achteruit schakelde om de gevolgen te bekijken. Een tweede ploegbaas gaf kort een overwinningsteken. Toen gebeurde het ongelooflijke. De delen van Simeon Toko's lichaam voegden zich weer samen ... Simeon Toko stond op!
Canhandi geloofde zijn ogen niet. De Portugezen vluchtte in paniek. Canhandi gelooft vanaf die dag in God. Zijn hele familie trad toe tot de Kerk van Simeon Toko.
Met dit wonder verbond Simeon Toko zich met de volgende profetie:

De Vader heeft mij lief, omdat ik mijn leven geef - om het weer terug te nemen. Niemand neemt het mij af. Ik geef mijn leven uit eigen vrije wil. Ik heb de macht om het te geven en ik heb de macht het weer terug te nemen. Dat is de opdracht die ik van mijn Vader ontvangen heb. (Johannes 10:17-18)


Het Vaticaan en de incarnatie


Zijn volgelingen voelden zich opnieuw bevestigd in hun geloof toen ze hoorden dat paus Johannes XXIII, de man die toen net het Derde Geheim liet verzegelen, in 1962 twee top-gazanten naar Angola had gestuurd om een persoonlijke boodschap te brengen aan Simeon Toko. "Paus Johannes XXIII heeft mij en mijn collega persoonlijk afgevaardigd om u slechts één vraag te stellen: 'Wie bent u?'" Toko antwoordde: "Ik ben verbaasd dat zo'n belangrijk persoon als de paus dermate belangstelling heeft voor mijn nederige persoontje om u een reis van 8000 kilometer te laten maken alleen maar om mij te ontmoeten. Het antwoord dat u uw meester van mij moet geven ligt in het Bijbelcitaat Mattheüs 11:2-6 "

Die tekst luidt:

Toen Johannes, die nog steeds in de gevangenis zat, hoorde wat Christus allemaal deed, stuurde hij een paar van zijn leerlingen naar hem toe om te vragen: "Bent u het die zou komen of moeten we een ander verwachten?"
Jezus antwoordde hen: "Ga Johannes vertellen wat jullie horen en zien: blinden zien, verlamden lopen, melaatsen worden rein, doven horen, doden worden opgewekt en het evangelie wordt gebracht aan de armen. Gelukkig zijn zij die het geloof in mij niet opgeven."


Door een kort Bijbelcitaat te gebruiken gaf Simeon Toko de paus te verstaan dat hetgeen de paus in de notitie van Lucia dos Santos had gelezen waar was. De vroegere Kardinaal Roncalli had immers elke naam als paus kunnen kiezen, maar koos voor de naam "Johannes" - een controversiële keuze daar de naam sinds zeshonderd jaar niet gebruikt was vanwege de financiële wanpraktijken van zijn numerieke voorganger, Johannes XXII, in de vroege 14de eeuw. Het Mattheüs-citaat moest zich daarom wel direct tot de paus persoonlijk richten.
Met het oog op de kennelijke (gevreesde) identiteit van Simeon Toko nam de paus contact op met de Portugese dictator Antonio de Salazar. Toko werd op 18 Juli 1962 opnieuw gearresteerd en verbannen; ditmaal niet naar één of andere verre uithoek in zijn geboorteland Angola, maar naar Portugal - waar in Fatima in 1917 zijn geboorte al werd aangekondigd.
Voor Simeon Toko's deportatie naar Portugal stond speciaal een vliegtuig van de Portugese luchtmacht klaar met aan boord de allernieuwste telecommunicatie- en navigatiesystemen. Aan boord waren een katholiek priester en leden van Salazars geheime politie, de PIDE-DGS, alsmede de piloot en zijn co-piloot.
Ze hadden opdracht om boven de Atlantische oceaan, na een uur vliegen, Simeon toko het vliegtuig uit te gooien. Maar deze aanslag zou averechts werken. Want op het moment dat de PIDE-agenten opstonden om hem te grijpen, stond Simeon Toko op en beal hij het vliegtuig te stoppen. Het toestel bewoog niet langer. Midden in de lucht. Het ging niet vooruit, noch achteruit, niet omhoog of omlaag. De bemanning raakte in paniek. De priester stikte bijna en pruttelde met schorre stem wat wanhopige gebeden. Met zijn allen smeekte ze Toko om genade. Simeon sloeg zijn ogen op en hief de handen ten hemel en na een kort gebed beval hij het vliegtuig zich weer in beweging te zetten. Meteen begon het vliegtuig weer te vliegen.

Simeon overleeft een morbide experiment

Als een 'verbannen politiek gevangene' werden hem alle mensenrechten ontnomen. We laten een voorbeeld zien van de vele pogingen tot moord tijdens zijn gedwongen verblijf in Ponta Delgada op de Azoren -archipel waar hij een vuurtoren moest onderhouden. Later zullen we zien welke wonderen hij hier in het bijzijn van ooggetuigen verrichtte.
Dõna Laurinda Zaza is een vate (uitgesproken als "vah-tay") - een soort profetisch trance-medium - voor hedendaagse Toko volgelingen. Zij zag wat er gebeurde met Simeon Toko toen hij in Portugal in ballingsschap leefde. Later bevestigde Simeon Toko haar verhaal en liet hij zien wat de dokters teweeg hadden gebracht. Duizenden mensen zagen in de loop der jaren deze littekens op zijn borst. "Je kon Toko's hart bijna door het litteken heen zien kloppen; een bijna ondraaglijk gezicht," zei Dõna Laurinda.
Deze littekens waren het resultaat van een zeer merkwaardige poging Simeon Toko te doden, onder gezag van dictator Antonio de Salazar. Deze poging tot moord werd in juli 1974, kort voor zijn invrijheidstelling , beraamd.
Uiteindelijk werd Simeon Toko bevrijd toen de dictator ten val werd gebracht door een revolutie en alle politieke gevangenen amnestie kregen.

Een Portugese arts die een aantal verslagen over Toko's zogezegde "onoverwinnelijkheid" had gelezen nodigde een aantal dokters uit Europa uit om een operatie op Toko uit te voeren - een autopsie, onder het mom van het verwijderen van een tumor in de borst. De artsen hadden hem naar een plaatselijk burgerziekenhuis laten brengen. Ze legden hem op de operatietafel, maakte links in het midden van zijn borstkas een dodelijke wond, en haalde uit de borstholte zijn nog kloppende hart eruit. Met een scalpel werden de aorta en andere aders doorgesneden en zo zijn hart weggenomen. Simeon lag er voor dood bij, zijn lichaam bedekt met het warme bloed dat uit zijn hart en borst spoot. De artsen dumpte zijn hart in een metalen pan, en namen het mee naar een laboratorium in een andere kamer. Daar deden ze er verschillende proeven mee; ze wisten alleen niet wat ze zochten. De instrumenten, microscopen en diepgaande onderzoeken, konden niet iets in het bijzonders, of abnormaals aan zijn hart ontdekken, en concludeerden dat dit niet verwijderde orgaan niet de bron van zijn onkwetsbaarheid kon zijn - alsof mensen daar überhaupt iets over kunnen zeggen. Zonder twijfel werd Simeon Toko tijdens dit macabere experiment gedood, maar tot afschuw en verbijstering van de aanwezige doctoren, kwam hij weer bij op de operatietafel. Zijn harteloze lichaam leed een eigen leven. Hij opende zijn ogen, ging overeind zitten ben keek hen aan, terwijl zijn borstwond er gapend bijlag. "Waarom kwellen jullie mij toch zo?", zo zei hij tegen hen. "Geef me mijn hart terug!"

Dit verhaal tergt inderdaad de verbeelding; maar feit blijft dat ooggetuigen dergelijke beweringen uitten.

Een zelfgekozen dood

Toen de media in de nacht van 31 december 1983 op 1 januari 1984 bekend maakten dat Simeon Toko was overleden, werd de hemel boven Luanda geteisterd door krachtige donderslagen en stortregens. En dan te bedenken dat het in dit gebied al enige jaren niet meer geregend had. De meteorologen begrepen er niets van. Drie dagen lang regende het onophoudelijk.

Na het nieuws van Simeon Toko's dood haastte Comandante Paiva, één van de haviken in de kringen rondom de Angolese president Neto, zich naar de plaats waar het lichaam voor het publiek opgebaard lag.
Hij vocht zich een weg door een menigte van duizenden mensen en kon zijn ogen niet geloven. Kijkend naar Simeon's lichaam nam hij het woord: "Het is niet waar dat Simeon Toko dood is, hij is immers onkwetsbaar!" Zo een uitspraak voor het toegestroomde publiek maakte hem uitermate kwetsbaar. Zeven jaar daarvoor had Comandante Paiva immers het bevel gekregen Simeon Toko voor eens en voor altijd het zwijgen op te leggen, zo bekende hij. Hij en zijn mannen hadden Simeon gekidnapt en naar een geheime plaats gebracht, alwaar hij vakkundig in stukken werd gesneden, zoals een vleesverwerker een dierlijk karkas ontleed. Hij propte het verminkte lichaam in een grote zak, bond de bovenkant dicht met een touw en verborg deze zak. Na dire dagen wilde hij de zak ophalen, om deze in de oceaan voor de haaien te gooien. De zak was verdwenen. In de verwarring die ontstond, hoorden ze een stem die volgens hen klonk als een "machtige waterval" (Openbaring 1:15) en die hun eigen stemmen overstemde: "Wie zoeken jullie? Ik ben hier!" Het was Simeon Toko in levende lijve, fier rechtop staand. De mannen vluchtten in paniek, roepend: "E o deus, e o Deus!" ("Hij is God, hij is God!") Na Paiva's mislukte slachtpartij durfde niemand meer een haar op Simeon Toko's hoofd te krenken. Nu Simeon Toko voor Paiva lag weigerde deze zijn ogen te geloven. Maar Simeon Toko had zijn lichaam verlaten, en vrijwillig voor de dood gekozen.

Overgenomen uit Nexus Magazine, 8e jaargang, nummer 5 (augustus en september 2001). Het boek waarop dit artikel gebaseerd is heet 'The true Secret of Fatima Revealed' en is geschreven door pastoor Melo Nzeyito Josias.
Vertaling: Idde Lijnse, Bettina Kotterink en Karen Thissen