Een Occulte Roman van George Sand

Theosofia, April 1953

J. J. Poortman

  De Romantiek heeft, zoals wij in het geval van Victor Hugo reeds zagen 1), grote belangstelling gekoesterd voor het occultisme. De ene schrijver deed dit intussen meer dan de andere; bij Hugo b.v. kan men van het occultisme als van een rode draad door zijn leven en geschriften spreken. Andere auteurs hebben zich er voorbijgaand voor geïnteresseerd. Tot hen behoort de bekende Franse schrijfster George Sand (1804-1876, zij heette eigenlijk Amandine Dupin). Men herinnert zich haar het best door haar verhouding tot Alfred de Musset en tot Chopin. Doch er is ook een periode in haar leven geweest, waarin zij zich interesseerde zowel voor sociale hervormingsplannen, als tegelijk voor het Illuminisme (de theosofie dier decennia) en het occulte. Hierbij stond zij onder invloed van weer een andere figuur: Pierre Leroux (1797-1871). Hij was socialist van het genre van Saint-Simon. Aug. Viatte rangschikt hem onder "Les Illuminés socialistes" 2). Leroux leerde o.a. de reïncarnatie. Van dergelijke denkbeelden nu heeft George Sand gebruik gemaakt in een lijvige roman: "Consuelo" en ook in het vervolg daarop: "La Comtesse de Rudolstadt" (verschenen in 1842 en 1843). "Consuelo" had bij het verschijnen groot succes, maar niet lang daarna ging zij tot geheel andere genres over.

George Sand schreef zeer gemakkelijk en wij moeten zeggen, dat deze romancyclus, ondanks onwaarschijnlijkheden en andere tekortkomingen, zeer goed leesbaar is, boeiender o.i. dan Balzac, die veel gewilder is. De cyclus speelt in de vijftiger jaren van de 18e eeuw en zijn inhoud is in het kort als volgt. Een arm en zeer deugdzaam meisje, Consuelo genaamd (G. Sand had een voorbeeld aan haar kunnen nemen), wordt door de oude musicus Porpora opgeleid tot zangeres en viert nog jong in Venetië aan de Opera grote triomfen. In verband met een ongelukkig aflopende liefdesaangelegenheid met een jeugdvriend, de onbetrouwbare zanger Anzoleto, wordt zij door Porpora als lerares gestuurd naar het kasteel Riesenburg in Bohemen van de familie Rudolstadt. Hier komt zij met vreemde dingen in aanraking: onder de naburige berg Schreckenstein is een verborgen grot; de zoon en erfgenaam der Rudolstadt's, Albert, is afwisselend geestelijk afwezig of zelfs gestoord en normaal, doch daarbij extatisch en visionair. (Merkwaardigerwijs komt in het vervolgverhaal nog een dergelijke figuur - Gottlieb - voor, die ook soms beneden het normale en bijna idioot is en soms daarboven, een navolger van de schoenmaker Jacob Boehme. Dergelijke gevallen van "Les extrêmes se touchent" doen in de letterkunde denken aan de hoofdfiguur in "Der Idiot" van Dostojevski). Albert wordt beschreven als een zeer nobel en diep mens. In zijn visioenen herleeft hij vorige reïncarnaties, waarbij hij o.a. een rol speelde in de beweging en de oorlogen der Hussieten. Hij begroet Consuelo als de hem beloofde "Troost", maar Consuelo kan hem niet volledig liefhebben. Alsdan Anzoleto op het kasteel verschijnt en haar verwart, vlucht zij naar Wenen. Hier treedt zij weer op; later wordt zij op weg naar Berlijn aan het sterfbed van Albert geroepen en stemt erin toe met hem in extremis in het huwelijk verbonden te worden. Van de titel Gravin van Rudolstadt doet zij echter afstand. Daarna vinden wij haar -  wat in "La Comtesse de Rudolstadt" verteld wordt - als zangeres aan het hof van Frederik de Grote, waar ook het operapubliek onder militaire bevelen staat. Dit is een interessant gedeelte. Aan het hof verblijven niet alleen de filosofen Voltaire en La Mettrie (die er sterft), maar ook zijn er allerlei geheime genootschappen, vormen van de Vrijmetselarij, werkzaam, want, ondanks de "Verlichting", is "de magie zeer verbreid in Duitsland en geheel Europa" 3). Er is Cagliostro en er komt de Graaf de St. Germain 4). Consuelo behoudt echter haar integriteit tegenover Frederik (die in allerlei opzicht ongunstig wordt voorgesteld 5) ) en deze laat haar gevangen zetten te Spandau. Nu komt een zeer onwaarschijnlijke episode. Zij wordt uit de gevangenis van Spandau verlost en ontvoerd door een zekere Liverani, die aldoor gemaskerd blijft, op wie Consuelo echter spontaan verliefd wordt en die haar brengt naar een geheimzinnig slot, waar zij geruime tijd in afzondering gehouden wordt. De bedoeling is n.l. dat zij een proeftijd doormaakt. Zij krijgt hier mystieke geschriften te lezen; zij komt in een grot voor een vergadering van gemaskerden; nagegaan wordt of zij Anzoleto in zich overwonnen heeft; haar wordt meegedeeld, dat Albert slechts schijndood is geweest en thans een hoge rang bekleedt in het geheime genootschap - geleid door "Les Invisibles" - waartoe ook zij thans wil toetreden; zij moet kiezen tussen Albert, haar echtgenoot voor wie zij wel hoogachting, maar geen liefde voelde, en Liverani en ten slotte blijken (wat ieder lezer allang vermoed had) Albert en Liverani dezelfde persoon te zijn! Consuelo wordt nu ingewijd - het gaat hier om de graden, hoger dan de gewone maçonnieke - en het huwelijk wordt bevestigd. Hiermee is de roman eigenlijk uit. Wel wordt nog gezegd, dat zij haar optreden als zangeres in allerlei hoofdsteden hervat en daarbij allerlei opdrachten van de geheime leiders uitvoert, geholpen door haar echtgenoot. Een vijf en twintig jaar later ziet men hen met hun kinderen nog eens bij de ruïnes van de Riesenburg. Zij zijn arm en Albert is weer min of meer geestesgestoord, maar in een extaze geeft hij een opdracht aan de bekende Illuminist Adam Weis-haupt 1748-1830), die hen komt bezoeken.

Het is niet uitgesloten, dat men in dit boek een roman à clef moet zien in die zin, dat hij de gebeurtenissen binnen één ziel uitbeeldt 6) . Anzoleto staat dan in dit geval voor het lagere aspect van de ziel, Albert voor het hogere. Op deze uitleg willen wij echter thans niet ingaan., maar nog wel wijzen op het volgende.
In occulte kringen gaat het verhaal. dat de Franse revolutie is voorbereid door in het geheim werkende groepen, terwijl het gevolg niet geheel volgens de verwachting zou zijn verlopen: de Revolutie zou als het ware uit de hand zijn geschoten. Dit gehele motief vindt men in dit boek uitdrukkelijk behandeld. In de vergaderingen der "Invisibles" - waar Consuelo wordt ingewijd - worden lange beschouwingen gehouden over de ongewenste toestanden van ca. 1750, de willekeur der vorsten (ook van de "verlichte" Frederik) en het bloedige en wrede fundament van de positie der rijken; er is sprake van "liberté, égalité en fraternité", maar in een diepere zin dan in de latere Parijse vergaderzalen. Deze toekomstidealen zullen aan George Sand wel door Pierre Leroux zijn ingegeven. Het wordt intussen als werkelijkheid voorgesteld, dat de Franse Revolutie een dergelijke geheime achtergrond zou hebben gehad. Wie zal uitmaken in hoeverre Leroux en George Sand zich hierbij op feiten baseerden, òf dat omgekeerd het betreffende gerucht door verhalen als het onderhavige in het leven is geroepen?
Het pleit intussen voor George Sand's talent dat, terwijl haar belangstelling voor het occultisme van voorbijgaande aard is geweest, zij zo levendig de sfeer van het Illuminisme heeft weten op te roepen 7).

Voetnoten

1)"Het Occultisme van Victor Hugo", Theosofia, Sept.-Oct. 1952.
2) In: "Victor Hugo et les ilIuminés de son temps", 1942, pag. 62.
3) Pag. 173 van "La Comtesse de Rudolstadt" I.
4) Van hem is o.a. sprake in hetzelfde deel op pag. 22, 140, 164, 218 en p. 85, 156 van deel II (editie van 1879).
5) George Sand was zelf de kleindochter van een onechte dochter van Prins Maurits van Saksen.
6) Vgl. mijn "Over eenige min of meer occulte motieven in de wereldlitteratuur" (Assen 1937), pag. 13.
7) Ook in enkele andere werken van de schrijfster uit deze periode van haar leven, b.v. Spiridion (1838), komen occulte gegevens voor.