Transformatie: vitale essentie van H.P.B.’s Geheime Leer

  1. Bronnen die aantonen dat H.P. Blavatsky en haar leraren over transformatie praatten.
  2. Transformatie in de Geheime Leer van H.P. Blavatsky

Deel 1 Bronverwijzingen (Background References)

Door Aryel Sanat

Onderstaand een samenvatting van bovenvermelde studiebijlage van Aryel Sanat tijdens zijn seminar in Naarden van 19 tot 22 september 2002.

Er zijn voornamelijk drie boeken gebruikt voor deze tekst: The Stanzas of Zen, een commentaar op H.P.Blavatsky’s (HPB) vertaling van de Stanzas of Dzyan;  H.P.Blavatsky’s Stanzas of Dzyan: Ancient Source for Tibetan Buddhism and the Jewish Kabbalah? en Transformation: Central Teaching of the New Age and the Perennial Philosophy.

Het is noodzakelijk om voor een serieuze studie van de Geheime Leer een verband te leggen met de achtergronden  die HPB en haar leraren geven in andere geschriften, zodat niet de indruk wordt gewekt dat het gaat om totaal andere leringen.

De stelling

Naar wat HPB en haar leraren aangeven in de Geheime Leer en in andere geschriften, is theosofie dat wat plaats vindt in theosofische staten van bewustzijn. Om iets theosofie te laten zijn, moeten er theosofische staten van gewaarwording zijn. Als die er niet zijn, is alles wat gedaan, bestudeerd of bedacht wordt geen ware theosofie, maar een exoterische, oppervlakkige en soms zelfs gevaarlijke pseudo- uitdrukking ervan. Dat is gevaarlijk, omdat theosofie vraagt om een geweldige energie die verkeerd gericht wordt als het niet gaat om theosofische staten van gewaarworden. Dit houdt in dat er vanaf het begin van elke presentatie van oude wijsheid sprake moet zijn van transformatie, wil het “theosofisch” genoemd kunnen worden. Het blijft exoterisch, hoe subliem het gezien vanuit het intellect ook moge klinken, zolang het gaat om begrijpen vanuit het denken alleen. Theosofie als een systeem van begrippen, een systeem van geloof, is totaal vreemd aan dat wat HPB en haar leraren werkelijk zeiden.

Zij geven aan dat de theosofische staat van gewaarwording anders is dan de gewoonlijke toestand van het denken. Het bereiken van dat bewustzijn vraagt om een psychologische, een spirituele en een biologische verandering; het vraagt om een totale transformatie van het bewustzijn in een individu.

Dat is de centrale en essentiŽle lering in de geschriften van HPB en haar leraren.

Zij noemen dat initiatie.

Theosofie

In de Sleutel tot de Theosofie geeft HPB aan dat theosofie een wijsheid is “zoals de goden die bezaten”. En daarvoor is transformatie nodig. Het woord God kan totaal verkeerd begrepen worden in blind geloof bij voorbeeld, waardoor het de mensheid verdeelt in conflict en fragmentatie. Als men theosofie vertaalt als “goddelijke wijsheid”  ligt dat gevaar er, vandaar HPB’s kritische uitleg. Als men alleen vanuit persoonlijke geconditioneerdheid probeert om het begrip God te vatten, blijft het een exoterisch concept. De Stem van de Stilte behandelt het doorbreken van persoonlijke conditionering: er wordt aangegeven dat theosofische staten van gewaarwording noodzakelijk zijn om te kunnen graven in elk probleem van het leven.

Mutatie, initiatie

Theosofische staten van bewustzijn zijn anders dan onze normale manier van functioneren. Het vraagt om een psychologische en spirituele transformatie en om een biologische verandering, leggen HPB en haar leraren uit. De innerlijke veranderingen zouden zich niet kunnen uitdrukken als de hersenen geen mutatie ondergaan.

HPB geeft aan dat in het verloop van de natuurlijke evolutie het verstandelijk denken vervangen zal worden door een fijner organisme en dat er nu al pionier- denkers zijn die dat vermogen ontwikkeld hebben. Ze heeft het dan over de “zesde en zevende zintuigen” die in de Geheime Leer door de toekomstige mens ontwikkeld worden.

HPB en haar leraren gebruikten het woord “initiatie” als ze het over transformatie hadden als bedoeld in theosofische staten van gewaarwording. Zij zeiden dat er een hele oude lijn van overlevering bestaat door wijze en liefdevolle mannen en vrouwen die het begrip initiatie bewaarden, doordat zij zelf getransformeerd waren en die daardoor de mogelijkheid van het verkrijgen ervan in de mensheid brachten. Daar ligt de kern van alle religies en van vele filosofieŽn. 

Een nieuwe taal

HPB en haar leraren gebruikten taal op een onconventionele manier. Dat houdt in dat men voorzichtig moet zijn bij het lezen van al hun geschriften. Diepere betekenissen liggen altijd verborgen onder simpel lijkende leringen. Men moet door zeven sleutels heen breken, wil men er iets van begrijpen. Theosofische bronnen zijn zo geschreven dat je gedwongen wordt al je conditioneringen achter te laten. Ze duwen je steeds dieper naar je innerlijke bronnen om je inzicht te verhelderen. Als dat niet gebeurt blijf je hangen in je conditionering en worden de leringen koren op de molen van je afgescheidenheid. Als je wegloopt van het geheel van de leringen en blijft hangen in ťťn deel dat je interesseert, zoals bij voorbeeld paranormale psychische vermogens of meditatie en het spirituele leven, zonder je te verdiepen in de totale achtergrond, dan mis je de essentie. De essentie van de noodzakelijke transformatie.

Zeven sleutels

HPB’s geschriften zijn bijna allemaal geschreven in wat misschien multi- dimensionale poŽzie  genoemd kan worden, vooral de Geheime Leer waarin zij een rijkdom aan informatie en inzicht geeft in eeuwige, tijdloze leringen. Veel van wat gezegd wordt heeft meerdere vergelijkbare betekenissen. Dus dat wat gelezen wordt hangt voor het merendeel af van de lezer. Zo lang men verwachtingen heeft over wat kan en wat niet, zal dat wat gezegd wordt in verwachtingen geÔnterpreteerd worden. Maar als men er op ingaat met een socratische  houding van: “ik weet alleen dat ik niets weet”, kan er een onbeperkt enorm inzicht ontstaan in “dat wat is”

HPB benadrukt dat er zeven kwalitatief verschillende manieren van waarneming zijn die door haar “sleutels” worden genoemd. Het gebruiken van die sleutels vraagt om een mutatie, om ze te kunnen doorzien. Het woord sleutel wordt zowel gebruikt in de zin van het openen van tot dan toe gesloten deuren die zicht geven op kennis van onszelf en de wereld, als ook in de zin van een aanwijzing (clue) die tot dan toe niet beschikbaar was.

Geen elkaar opvolgende sleutels

Er zijn dus zeven manieren van inzien nodig om tot een complete visie te kunnen komen.

Die zeven manieren worden soms aangegeven als het zeven keer omdraaien van een sleutel. Er staan veel meer begrippen aangegeven dan zeven die nodig zijn om iets naar waarde te begrijpen. Als men niets weet van theosofisch onderzoek levert het allemaal alleen maar misverstanden op. En dat is logisch als men het conceptueel, vanuit het ingevulde, geconditioneerde denken opvat. De leraren van HPB gaven aan dat theosofische communicatie niet is bedoeld als makkelijk te begrijpen. Het is bedoeld om nieuwe inzichten en ervaringen wakker te maken. Het gaat over transformatie en dat is veel meer dan uit het hoofd leren en intellectueel begrijpen. Als je dat door hebt, wordt het allemaal veel eenvoudiger. Iedereen die de Geheime Leer of andere geschriften van HPB of van haar leraren leest zonder diepgaand zielsonderzoek, is niet bezig met theosofie.

Het zal dan leiden naar illusies en valse kennis over wat theosofie is. HPB en haar leraren benadrukken dat telkens weer.

Transformatie

Er is veel informatie over het omdraaien van de eerste sleutel. Het is de psychologische, die ook wel de spirituele of de mystieke wordt genoemd. HPB laat licht schijnen op die sleutel in haar artikel: Het Esoterische Karakter van de EvangeliŽn.

Zij zegt daarin dat de eerste sleutel die iemand kan gebruiken er een is die de donkere geheimen ontsluiert rond de naam Christus. Het is de sleutel die de deur naar de oude mysteriŽn van de AriŽrs, Sabanen en Egyptenaren opent. De Gnosis die later vervangen werd door de christelijke vervalsing was universeel. Het was de echo van de oorspronkelijke wijsheidsreligie, die eens de erfenis was van de hele mensheid.

Het mysterie van Christos, waarvan nu gezegd wordt dat Jezus van Nazareth het predikte, is gelijkwaardig aan dat wat vanaf het begin doorgegeven was aan “hen die het waard waren”.

Het evangelie van Lucas leert ons dat die “waardigen” diegenen waren die geÔnitieerd waren in de mysteriŽn van de Gnosis, en die in dit leven “opstonden uit de dood”

Zij waren de grote adepten van de religies. Die woorden slaan op al diegenen die, zonder adept te zijn, door persoonlijke inspanningen er in slagen het leven te leven en de natuurlijke daaropvolgende verlichting te bereiken door hun persoonlijkheid, “de Zoon”, te verenigen met “de Vader”, hun individuele goddelijke Geest, de God in hen.

Deze “opstanding” kan nooit door de christenen gemonopoliseerd worden. Zij is het geboorterecht van iedere mens met ziel en geest, wat zijn religie ook moge zijn.

Theosofie refereert aan het bovenstaande. Het is dat wat plaats vindt in transformatieve staten van bewustzijn. Het is wijsheid zoals die van de goden. Het is goddelijk en niet werelds. Het kan niet gereduceerd worden tot formules die alleen uit het denken voortkomen.

Praktisch occultisme

Naar wat HPB en haar leraren aangeven, heeft elke esoterische school sinds onheugelijke tijden van iedere beginner gevraagd om een intens en diep niveau van morele oprechtheid en sterkte van karakter. Eťn van de grondleringen is dat het toegelaten worden tot zo een school neer komt op een psychologische transformatie van het soort leven waarom het in de “buitenwereld” meestal gaat. Deze innerlijke of ware lering in het hart van theosofie is wat HPB  “occultisme” noemt. Het is occult, verborgen voor de niet- getransformeerden. De meerderheid leeft naar eigen geconditioneerdheid en dat is de reden waarom er een “verborgen” lering is: mensen verbergen het voor zichzelf omdat ze weigeren door hun conditionering, hun vaste denkpatronen heen te breken. In haar boekje: Praktisch Occultisme gaat HPB hierop in.

Ze zegt dat gemiddelde intellectuele capaciteiten voldoende zijn om theosoof te worden. Het voornaamste is dat aan de transformerende psychologische spirituele vereisten tegemoet gekomen wordt. Ook in de Stem van de Stilte wordt aangegeven: “leer vooral verstandelijke kennis te onderscheiden van ziele- wijsheid”. En “onwetendheid is beter dan verstandelijke kennis die niet door ziele- wijsheid verlicht wordt”

Die passage stelt vast, dat men beter werelds in de wereld kan leven dan denken dat men theosofische wijsheid bezit terwijl men in feite niet getransformeerd is.

Zonder transformatie kan er geen theosofie zijn in de ene esoterische leer zoals aangegeven door HPB en haar leraren. In de tweede bijlage gaat het voornamelijk over transformatie in de Geheime Leer.

Bronnen

H.P.Blavatsky:

Deel 2 Bronnen uit de Geheime Leer

Door Aryel Sanat

Onderstaand een samenvatting van bovenvermelde studiebijlage van Aryel Sanat tijdens zijn seminar in Naarden van 19 tot 22 september 2002.

In deel I van deze studiebijlagen werd aangetoond dat de leringen van HPB en haar leraren over transformatie gaan. Deel II spitst zich toe op transformatie in de Geheime Leer.

Cosmos.

Het eerste deel van de Geheime Leer behandelt cosmogenesis, de bron van de cosmos. Het woord cosmos duidt meestal op het universum als een geordend geheel.. Maar in de Geheime Leer geeft het woord een micro- en een macro-cosmos aan. Verder  geeft de esoterische wetenschap voortdurend aan dat men moet beginnen met de cosmos die men zelf is: de microcosmos:

Mitsdien wordt het duidelijk hoe volmaakt de analogie is tussen de processen der natuur in de Kosmos en in de individuele mens. Laatstgenoemde doorleeft zijn levenskring en sterft. Zijn “hogere beginselen”, die in de ontwikkeling van een planeetketen overeenkomen met de Monaden die een kringloop volbrengen, gaan naar Devachan, wat overeenkomt met het Nirvana en de toestanden van rust die tussen twee ketens liggen. ‘s Mensens “lagere beginselen” vallen mettertijd uiteen en worden door de natuur opnieuw gebruikt voor het vormen van nieuwe menselijke beginselen; hetzelfde proces vindt plaats bij het oplossen en vormen van werelden. Daarom is de analogie de betrouwbaarste gids voor het begrijpen van occulte leringen.  Fricke I.135, TUP I.[173]

Om die passage te verduidelijken raadt HPB de student aan begrippen als “ronden” te onderzoeken in de Tao en in Zen, scholen die bekend staan om hun radicaal psychologische, niet- conceptuele benadering. Zij zegt duidelijk dat iemand, om ver te kunnen reizen, moet beginnen met waar hij staat. In esoterisch onderzoek begint men met te doorzien wie en wat men werkelijk is, en dat niet volgens een conceptueel patroon. Daar werd de nadruk op gelegd in de eerste instructies bij het oprichten van de Esoterische School:

Doch om tot het macrocosmische te komen moet men met het microcosmische beginnen, d.w.z. men moet de mens, de microcosmos, bestuderen. Coll.Wr. XII. 517, GL.deel III 483.

Zelfkennis heeft een veel ruimere betekenis in deze context dan in conventionele systemen van psychologie. HPB legt dat uit:

Het oude occulte axioma”ken u  zelve” moet aan iedere leerling bekend wezen, maar slechts weinigen, zo die er al zijn, hebben de ware betekenis van deze wijze vermaning van het Delphische orakel doorgrond. Gij kent allen uw aardse stamboom, maar wie van u heeft ooit alle schakels van zijn astrale, psychische en geestelijke afkomst nagegaan, die u maken tot wat gij thans zijt? Velen hebben hun verlangen om zich met hun “Hogere Ego” te verenigen neergeschreven en te kennen gegeven, doch niemand schijnt de onverbreekbare schakel te kennen die hun “Hoger Ego” met het Ene Universele Zelf verbindt. Voor alle praktische of louter metafysische doeleinden van het occultisme is deze kennis volstrekt nodig.
…..Laten wij derhalve de mens bestuderen; doch als wij hem ook maar voor een ogenblik van het universele geheel scheiden, of hem afzonderlijk uit een enkel oogpunt beschouwen, afgescheiden van de” Hemelse Mens” – het door Adam Kadmon of zijn equivalenten in elke wijsbegeerte verzinnebeelde heelal, zullen wij in de zwarte magie belanden of onze pogingen jammerlijk zien falen. Coll.Wr. XII.515-516-517,  GL deel III 482-483.

Microcosmos

Het eerste deel van de Geheime Leer kan het beste gezien worden als handelend over de bron van die cosmos die de mensheid is en over de transformatie die plaats vindt zodra er een directe gewaarwording ontstaat van de relatie microcosmos/macrocosmos. De studie van cosmogenesis is de studie over jezelf. Iedereen die serieus bezig wil zijn met de aard van de cosmos moet beginnen met het doorzien van de eigen grenzen, van de eigen mogelijkheden.

De studie van het zelf vraagt om kwaliteiten die meestal niet aangesproken worden in onze min of meer spiritueel primitieve maatschappij. Ook de Geheime leer kunnen we exoterisch lezen en naar eigen smaak en verwachting interpreteren. Maar HPB geeft in de z.g. Bowen Notes  aan dat een esoterische studie transformatie inhoudt.

Als je denkt dat je uit de Geheime leer een bevredigend beeld van de samenstelling van het universum kunt krijgen, dan zal deze studie je alleen maar verwarren. Het boek is niet bedoeld om zo’n definitieve uitspraak te doen over het bestaan, maar om je in de richting van de Waarheid te leiden. Het is volkomen nutteloos om naar anderen te gaan waarvan je veronderstelt dat zij wat verder gevorderd zijn en hen te vragen een “uitleg” van de Geheime Leer te geven. Dat kunnen zij niet. Als zij het proberen, bestaat alles wat zij geven kunnen alleen uit pasklaar gemaakte exoterische weergaven die in de verste verte niet op de Waarheid lijken. Zo’n uitleg accepteren betekent jezelf vastleggen op verstarde ideeŽn, terwijl de Waarheid uitstijgt boven ideeŽn die wij kunnen formuleren en uitdrukken.
Exoterische uitleggingen zijn allemaal best als zij maar gezien worden als wegwijzers voor beginners en als niets meer.

Neem de Geheime Leer ter hand zonder enige hoop te koesteren de definitieve Waarheid van het bestaan van haar te vernemen, of zonder enig ander idee dan te zien in hoeverre zij kan leiden in de richting van de Waarheid. Zie in deze studie een middel om het denken te oefenen en te ontwikkelen zoals dat nooit door andere studies ontwikkeld is (uit R. Bowen, Madame Blavatsky over de studie van Theosofie).

Er zijn ten minste drie belangrijke aanwijzingen voor de waarheid van de stelling dat de essentie van de Geheime Leer de transformatie van de mens is.

Op de eerste plaats is het te vinden in de tekst van de Geheime Leer. Een tweede bewijs is het  duidelijke verband dat door HPB gelegd wordt tussen de Stem van de Stilte en de Stanzas van Dzyan. En op de derde plaats komt het recent ontdekte feit dat de Stanzas  geselecteerd zijn uit, ofwel de bron waren voor de Kalachakra Tantra, de meest gerespecteerde esoterische leer van Tibet. We zullen naar deze drie punten kijken.

In de Geheime Leer wordt het woord Dzyan uitgelegd als mystieke meditatie.

“Dan”, in de hedendaagse Chinese en Tibetaanse klankleer “Ch’an”, is de universele benaming voor de esoterische scholen en haar letterkunde. In de oude boeken wordt het woord “Janna” omschreven als ”zich door overpeinzing en kennis hervormen, een tweede innerlijke geboorte”. Fricke. xix vn. TUP. xx vn.

De tweede  innerlijke geboorte is een mystieke ervaring die nooit het resultaat kan zijn van oefenen of van het accepteren van bepaalde ideeŽn die van het geconditioneerde denken komen. De Stanzas van Dzyan kan gezien worden als een boek van koans over de aard van het leven van transformatie. Koans zijn gezegden uit de Zen- traditie, die zinloos lijken als men er op het eerste gezicht naar kijkt. Het kan tijden duren voordat men de zin ervan begrijpt en als men het gaat inzien komt dat door het open gaan van diepere, meer omvattende staten van gewaarzijn dan het gewone logische denken aan kan. De hersenen geven het pogen tot begrijpen totaal op en zo komt de ruimte vrij voor het mystieke, alle concepten overstijgende denken en voor de staat van meditatie die zo belangrijk is in alle scholen van eeuwige wijsheid op de wereld.

Ruimte en Nirvana

De eerste stanza van de Geheime Leer is belangrijk om de psychologische inhoud  van het boek in zijn geheel te begrijpen:

De eeuwige moeder (parent, ouder) had, gehuld in haar immer onzichtbare gewaden, wederom gedurende zeven eeuwigheden gesluimerd. Stanza I.1.

De “eeuwige ouder” zegt HPB is de “ruimte”. Te vergelijken met het boeddhistische sunyatta, dat slaat op psychologische leegte en op nirvana, de uiteindelijke en diepste psychologische leegte.

De “ruimte” van deze eerste sloka refereert aan de verheven lege staat van bewustzijn die gevonden wordt in een adept, in een getransformeerd mens. Want dat wordt gezegd in de sloka’s 8 en 9 die aangeven dat het gaat over staten van gewaarzijn die gevonden worden in een Dangma en dat wil zeggen:

Een gelouterde ziel, een die een Jivanmukta geworden is, de hoogste adept of liever een zogenaamde Mahatma. Fr.39 vn. TUP [46] vn.

En sloka 8 van Stanza I zegt:…..het leven polsklopte onbewust in de universele ruimte door die alomtegenwoordigheid heen, die wordt waargenomen door het geopend oog van de Dangma.

Nirvana geeft in het boeddhisme en in de Geheime Leer de totale en radicale vernietiging aan van de wereld van het geconditioneerde denken.

Voor de schrijvers van de Geheime Leer is ruimte een ander woord voor nirvana. Het Mahayana Boeddhisme geeft aan dat nirvana het tegenovergestelde is van samsara. Samsara is de wereld van het geconditioneerde denken.

Ruimte wordt gewoonlijk uitgelegd als een mentaal begrip waarover gediscussieerd en gespeculeerd kan worden. En helaas wordt dat ook gedaan in commentaren op de Geheime Leer.

De Stem van de Stilte

De Stem van de Stilte geeft aan dat het begrijpen en inzien van de innerlijke leer alleen is weggelegd voor hen die bezig zijn met een leven van transformatie, zie vers1 van het eerste fragment: Deze leringen zijn voor hen die onbekend zijn met de gevaren van de lagere Iddhi.

De meeste mensen weten niets van siddhis ofwel de zogenaamde psychische vermogens, en van “ hogere of lagere’ van die vermogens. De Stem van de Stilte richt zich tot hen die dat wel weten. Tot hen die al bezig zijn met een ander leven dan dat van het grootste deel van de mensheid. De Stem legt direct aan het begin in de verzen 2-3-4-5 uit dat je met een geconditioneerd denken niet veel hebt aan de tekst van het boek:

2. Hij die de stem van Nada, het Geluidloze Geluid zou willen horen en begrijpen, moet leren wat de aard van Dharana is.
3. Onverschillig geworden voor alles wat waarneembaar is, moet de leerling de rajah van de zinnen leren onderkennen, de voortbrenger van gedachten die begoocheling wekt.
4. Het denken is de machtige verdelger van het Werkelijke.
5. Laat de discipel de verdelger verdelgen.

Zijn en Niet-Zijn

De Stem van de Stilte zowel als de Stanzas van Dzyan, volgens HPB beiden voortgekomen uit dezelfde oorspronkelijke inwijdende teksten, leggen de nadruk op de noodzakelijke radicale psychologische transformatie die neerkomt op het opgeven van een leven van gehechtheid aan en identificatie met die dingen waaraan de wereld van het “ik” grote waarde toekent.

Stem van de Stilte vers 19: De Grote Wet zegt: Om de kenner van het ALZELF te worden moet u eerst de kenner van het zelf zijn. Om de kennis van dat zelf te bereiken, moet u het Zelf aan het Niet-Zelf offeren, het Zijn aan het Niet-Zijn en dan kunt u tussen de vleugels van de GROTE VOGEL rusten. Ja, zoet is het rusten tussen de vleugels van dat wat niet geboren is, noch sterft, maar het AUM is in alle eeuwigheid.

De Stem van de Stilte geeft hier aan dat het opgeven van het “Zijn” een veel rijker leven inhoudt.

Ook de Stanzas zeggen:

De oorzaken van bestaan waren buiten werking gesteld; het zichtbare, dat was, en het onzichtbare, dat is, rustten in eeuwig niet-zijn – het ene zijn. Stanza I.7

Wat bedoeld wordt met “zijn” in de Stanzas en in de Stem is het leven waar we allemaal aan gewoon zijn in de maatschappij, zoals het gedurende millennia is opgebouwd en nu nog voortgaat.

Het is een leven dat beheerst wordt door angst, kleinzieligheid en verwoestende agressie op elk gebied. Dat leven waar de meesten van ons zo aan vasthouden moet opgegeven worden om de staat van “niet-zijn – het ene zijn” te kunnen bereiken.

Als iemand gelooft dat er zeven gebieden van bestaan zijn, dat het leven een eenheid is, dat er reÔncarnatie en karma bestaat, maar tegelijkertijd dagelijks deelneemt aan de ik-wereld, dan is hij bezig met degeneratie en het in stand houden daarvan.

Als De Stem op het eerste gezicht meer een boek lijkt over innerlijke verandering dan de Stanzas, dan zou de oorzaak gezocht kunnen worden in het interpreteren van de Geheime Leer als een conceptuele tekst en niet meer.

Kalachakra.

De Geheime Leer deel III. 429 zegt:

…..Kala Chakra, het belangrijkste werk in de Gyoet of (D)gyoe-afdeling van den Kanjoer, de afdeling over mystieke kennis.

Er is een intieme relatie tussen de Kalachakra Tantra en de Stanzas van Dzyan. De Gyoet- afdeling van de Kanjur waarover HPB en haar leraren in de aangehaalde tekst spreken slaat op de “Boeken van Kiu-te” zoals aangegeven door David Reigle in zijn historisch onderzoek naar de Stanzas: Blavatsky’s Secret Books. En het Boek van Dzyan, van het Sanskriet woord Dhyan (mystieke meditatie),  is het eerste deel van de commentaren op de zeven geheime folio’s van Kiu-te zoals HPB aangeeft in deel III van de Geheime leer 448.

Kalachakra betekent: “het wiel van de tijd”. Nirvana, vrijheid van conditionering, vindt plaats als het wiel van de tijd beŽindigd wordt.

“Tijd was niet”

HPB geeft aan dat de Stanzas van Dzyan het oudste manuscript van de wereld is waarop alle eeuwige wijsheids- geschriften en - scholen zijn gebaseerd. De Stanzas gaan vanaf het begin over “tijd” Omdat de Geheime Leer een commentaar is op de Stanzas staat het beŽindigen van de tijd centraal. Stanza I.2 beschrijft poŽtisch de staat van bewustzijn van de ongeconditioneerde mens:

De tijd was niet, want hij lag in slaap in de oneindige schoot van de duur.

Vanuit zulke staten van gewaarzijn ontspringt theosofie, als wijsheid zoals die door de goden bezeten wordt. Tijd is een illusie die voortkomt uit onze staat van bewustzijn, als we reizen door eeuwige duur en tijd bestaat niet als er geen bewustzijn is die de illusie veroorzaakt.

De psychologische tijd veroorzaakt de problemen, niet de chronologische tijd die door de Stanzas wordt aangegeven met “duur”. Het punt is dat het beŽindigen van de tijd, het beŽindigen van het ik met al zijn conditionering, zijn robot- houding en zijn verwachtingen, het hart vormt van de theosofische leringen van HPB en haar leraren. Psychologische tijd ontwikkelt en beperkt zich omdat we verwachtingen hebben over hoe dingen zouden moeten zijn.

Als we feiten simpelweg accepteren voor wat ze zijn, zonder iets te verwachten, kan er iets heel anders plaatsvinden. Dit inzicht, kwalitatief zo heel anders dan ons dagelijkse gewaarzijn, kan  transformatie inhouden. Dat is de initiatie die bedoeld wordt, dat is theosofie.


Samenvatting door Fay van Ierlant, Theosofia 104/2 april 2003 blz. 71-79