Theosofia 103/6 ∑ december 2002, blz. 216 - 221

De dynamiek van heelheid

Ali Ritsema

“Kijk eens naar boven, Lanoe – leerling – zie je daar ťťn enkel licht of talloze lichten boven je branden aan de donkere hemel van middernacht?”
“Ik neem ťťn Vlam waar, Goeroedeva, ik zie er talloze ongescheiden vonken in schijnen”.
“Je zegt het goed. En kijk nu om je heen en in jezelf. Ervaar je dat het licht dat in jou brandt op enigerlei wijze verschilt van het licht dat in je medemens schijnt?”
“Het is op geen enkele manier verschillend, hoewel de gevangene door Karma in slavernij wordt gehouden en hoewel de uiterlijke gewaden ervan de onwetende misleiden en hem doen zeggen ‘Jouw ziel en Mijn ziel”.
(Catechismus, De Geheime Leer, GL- I, p.120)

In deze aanhaling komt de essentie van Heelheid prachtig tot uitdrukking. In het eerste gedeelte verwijst de Catechismus naar de fundamentele Eenheid van bestaan, de eenheid van leven, zoals die misschien ervaren wordt door een mysticus, door een occultist, of door een yogi. Het geeft de diepte aan van een mystieke eenheidservaring. Het tweede gedeelte van deze aanhaling geeft aan waarom die eenheid in ons dagelijks leven niet wordt ervaren: we zijn gevangen door Karma en dus in slavernij en misleid door de uiterlijke gewaden ervan.

Volgens het woordenboek verwijst Heelheid naar ongeschondenheid, naar dat waaraan geen gedeelte ontbreekt, naar dat wat onverdeeld is.

Maar in dit artikel gaat het over de dynamiek van heelheid. Dynamiek geeft aan dat er actie is, kracht, beweging, energie. Gekoppeld aan heelheid zou je kunnen zeggen dat datgene wat onverdeeld, ongeschonden is, waar geen gedeelte aan ontbreekt, kracht/energie heeft. Dat dit een weldoende kracht is zult u verderop lezen.

Volgens De Geheime Leer (GL) I, p. 512, wordt in het occultisme geen verschil gezien tussen Kracht en Beweging. En in GL I, p. 2, wordt aangegeven dat het Ene Leven dat eeuwig en onzichtbaar is, zonder begin en zonder eind als enige absolute eigenschap (attribuut) onophoudelijk in beweging is, wat in esoterisch taalgebruik genoemd wordt ‘De Grote Adem’, hetgeen de voortdurende beweging is van het universum. Er is niets dat bewegingsloos is, zo wordt gesteld, en dus, als we dit doortrekken, is er niets dat geen kracht, geen energie heeft.

Wat Kracht betreft wordt er in De Geheime Leer (I, p. 280) een duidelijke uitspraak gedaan die in dit verband voor ons interessant is. Er wordt gesteld dat qua karakter “krachten tweevoudig van aard zijn, omdat zij zijn samengesteld uit:

“Dit”, zo gaat De Geheime Leer verder, “resulteert in een onophoudelijke serie van stoffelijke manifestaties en morele effecten op aarde, (tijdens manvantarische perioden,) terwijl het geheel onderworpen is aan Karma. Omdat dit proces niet altijd perfect is en kan resulteren in mislukkingen zijn deze krachten niet geschikt voor verering of aanbidding. Toch verdienen ze gerespecteerd te worden door de mensheid en de mens zou er altijd naar moeten streven de goddelijke evolutie van de IdeeŽn te helpen door naar beste vermogen een medewerker van de natuur te worden in de cyclische taak. Het altijd onkenbare en ongekende Karana, Oorzaakloze Oorzaak van alle oorzaken zou zijn tempel en altaar moeten hebben op de heilige en nooit betreden grond van ons hart – onzichtbaar, ongrijpbaar, onbenoembaar, behalve door de kleine stille stem van ons spiritueel bewustzijn. Degenen die hiervoor in aanbidding verzinken behoren dit te doen in de stilte en de geheiligde eenzaamheid van hun Ziel (Hierbij wordt in een voetnoot verwezen naar Mattheus VI: ‘Als je bidt, zul je niet zijn als de hypocrieten… maar ga in in de binnenkamer en als je de deur gesloten hebt, bidt dan tot je Vader die in het verborgene is’ (Er wordt uitgelegd dat daarmee het 7e beginsel wordt bedoeld, in theosofische terminologie het Atma ) Zij  maken hun geest tot de enige bemiddelaar tussen henzelf en de Universele Geest, hun goede handelingen de enige priesters en hun zondige bedoelingen de enige zichtbare en objectieve offerandes aan de Aanwezigheid.

De vraag is hoe we contact kunnen maken met de kleine stille stem van ons spiritueel bewustzijn die het mogelijk maakt de grond van ons hart te betreden of hoe we net als die Lanoe kunnen worden, die leerling, die ťťn vlam ziet en talloze ongescheiden vonken waarneemt, of hoe we die intelligente ziel kunnen worden, ons het cosmisch bewustzijn eigen kunnen maken, die de brute irrationele kracht bestuurt en leidt of hoe we een medewerker van de natuur kunnen worden in het evolutionaire goddelijk plan. Kort gezegd: hoe kunnen we de dynamiek, de kracht van heelheid, die een weldoende kracht is, in en door onszelf laten werken?

Een paar indicaties zijn al heel duidelijk gegeven. Er werd o.a. zojuist iets gezegd over de goede handelingen die de bemiddelaars zijn voor het contact met de Universele Geest en over onze persoonlijkheid die alle zondige bedoelingen op moet offeren, dus na moet laten.

Maar we kunnen een poging doen om het iets duidelijker voor ogen te krijgen. In de aanhaling uit de catechismus wordt gesteld dat het Karma is dat de mens in slavernij houdt. We ontkomen er dus niet aan daar wat dieper op in te gaan en daarmee volgen we het advies op dat gegeven wordt in brief 16 van de Mahatma Brieven waarin gesteld wordt dat we niets beters kunnen doen dan de twee leringen van Karma en Nirvana zo diep mogelijk te bestuderen en dat Karma en Nirvana twee van de zeven Grote MysteriŽn van de Boeddhistische metafysica zijn.

Volgens de brief van de Maha Chohan in zijn visie op de Theosophical Society gaat het er voor een theosoof niet om Nirvana te bereiken, hoewel dit het toppunt van alle kennis en absolute wijsheid is, omdat dit uiteindelijk niets anders is dan een geexalteerde en glorieuze zelfzucht. Waar het wel om gaat is alles in het werk te stellen om onze naaste op het rechte pad te leiden, zodat zoveel mogelijk medeschepselen er hun voordeel mee kunnen doen. Dat is waar het voor een ware theosoof om gaat, zo stelt de Maha Chohan. Hier hebben we nogmaals de goede handelingen/ daden, in een iets ander jasje. Ook wordt wel gezegd dat goede daden resulteren in het spiritualiseren van onze lagere aard. Hierop kom ik verderop nog terug.

Hoewel al vaak gezegd wordt dat iets Karma is, lijkt het me goed hier wat dieper op in te gaan en te kijken waarom dit zo’n lastpost voor de mens is. Als we in de Theosophical Glossary het woord “Karma” opzoeken vinden we dat Karma fysiek gezien betekent “action”, en vertaald betekent dit daad, handeling, actie, beweging.

Metafysisch gezien wordt met de Wet van Karma bedoeld de wet van retributie, de wet van oorzaak en gevolg ofwel de ethische, dus morele betrekking tussen oorzaak en gevolg. In de GL II p. 305 vinden we: “Deze wet van Karma heeft niets met voorbestemming te maken. Zij bestaat in eeuwigheid want het is eeuwigheid zelf, en als zodanig, omdat geen handeling gelijk kan zijn aan eeuwigheid, kan niet gezegd worden dat Karma handelt want het is Handeling zelf”. En dan wordt een voorbeeld gegeven dat het niet de golf is waardoor een mens verdrinkt maar de persoonlijke handeling van de stumper die er doelbewust opuitgaat en zichzelf onder de onpersoonlijke werking plaatst van de wetten die de bewegingen van de oceaan regeren. Karma creŽert niets en beraamt niets. Het is de mens die plannen maakt en oorzaken creŽert, en de Karmische wet past de effecten aan; en die aanpassing is geen handeling maar universele harmonie die er altijd toe neigt de oorspronkelijke positie weer in te nemen, net zoals een boog die te sterk aangespannen wordt met een evenredige kracht terugspringt. Als de arm dan breekt zeggen we dan dat de boog die arm heeft gebroken of zeggen we dat onze eigen dwaasheid ons het leed bracht?

En verderop staat in de GL: “Degene die door studie en meditatie de complexe paden ontsluiert en licht laat schijnen over die donkere wegen, in wier slingeringen of bochten zo velen omkomen door hun onwetendheid wat betreft het labyrint van het leven, werkt voor het welzijn van zijn medemens.”

GL II, p. 306: "Karma is onlosmakelijk verbonden met de wet van wedergeboorte of reÔncarnatie van dezelfde spirituele individualiteit in een lange bijna oneindige serie van persoonlijkheden. De persoonlijk- heid heeft er geen weet van dat zij slechts een rol speelt. De innerlijke of werkelijke mens (de permanente individualiteit) weet dat wel, maar is niet in staat dat weten over te brengen op het bewustzijn van die tijdelijke persoonlijkheid, omdat het ‘spirituele oog’ verschrompeld is geraakt toen in de loop van de evolutie de materie de overhand kreeg."

Ik wil nog even verder gaan met de Theosophical Glossary: “Er is Karma van verdienste en van laakbaarheid/tekortkoming. Karma straft noch beloont, het is eenvoudigweg de ene Universele Wet die voor alle andere wetten, welke zekere effecten voortbrengen langs de groeven van hun respectievelijke oorzaken, onfeilbaar als leidraad dient. Karma is de kracht, die alle dingen reguleert, de resultante van morele actie en het morele effect van een handeling, gedaan voor het bereiken van iets dat een persoonlijk verlangen/begeerte bevredigt[!!!]”

Zoals we in bovenstaande aanhalingen hebben gezien betekent Karma handeling en voor handelen is energie/kracht nodig. Als we voor het welzijn van het geheel willen werken en niet voor het bevredigen van een persoonlijk verlangen moeten we ons ervan bewust worden hoe we energie/ kracht gebruiken. In dit verband worden een paar interessante opmerkingen gemaakt in de Mahatma Letters (chronological p. 472 ) waar door K.H. (1)  wordt uitgelegd aan de heer Hume dat zij, de Meesters, een heel groot verschil zien tussen de kwaliteiten van twee gelijke hoeveelheden energie gebruikt door twee mensen. De een op weg naar zijn dagelijkse rustige werk en de ander op weg naar het politiebureau om iemand aan te geven. Het verschil heeft te maken met de motivatie, maar ook de intensiteit van de hersenactiviteit heeft een effect. Elke gedachte van de mens, zo wordt gesteld, wordt een actieve entiteit door zichzelf te associŽren met een elementaal, een van de semi-intelligente krachten van de rijken der natuur. Een goede gedachte duurt voort als een actieve weldoende kracht en een slechte als een schadelijke kracht. De intensiteit bepaalt hoe lang zo’n semi-intelligente kracht overleeft. En zo creŽert de mens zijn eigen wereld vol met zijn fantasieŽn, zijn verlangens, zijn impulsen, en zijn hartstochten, het is een stroom in de ruimte die, al naar gelang de dynamische intensiteit ervan, zijn uitwerking heeft op iemand die sensitief of nerveus is en ermee in contact komt. De adept ontwikkelt deze vormen bewust maar andere mensen doen dit onbewust. Om succesvol te zijn en zijn kracht te behouden moet de adept in eenzaamheid verblijven en min of meer in zijn eigen ziel.

Een andere vergelijking wordt door KH als voorbeeld gegeven over het grote verschil in het gebruiken van energie. Een reiziger die zich een weg baant, door de struiken die over zijn pad heen groeien opzij te duwen,wordt vergeleken met een wetenschappelijke onderzoeker die evenveel energie gebruikt om een slinger in beweging te zetten. De een versnippert zijn energie en strooit zijn kracht nutteloos rond en de ander concentreert haar en slaat haar op (ML chronological, p. 472). KH verwijst naar het feit dat er in het ene geval slechts brute energie is die verspreid raakte zonder enige transmutatie van die brute energie in de hogere potentiŽle vorm van spirituele dynamiek en dat dat in het andere geval juist wel gebeurt.

Het zal duidelijk zijn dat er niets wordt bijgedragen aan het welzijn van de wereld als die brute energie versnipperd raakt  terwijl in het andere geval niet alleen wordt bijgedragen aan het welzijn van de wereld maar ook dat dit, volgens de Mahatma Brieven, behoort tot een van de beste middelen om onze medeschepselen te helpen in de evolutie. Zoals we eerder gezien hebben, is dit de opdracht van een ware theosoof.

Transmutatie dus van brute energie in een hogere potentiŽle vorm van spirituele dynamiek. Wat KH hiermee duidelijk wil maken is dat, (ML chronological, p. 471) “het resultaat van de hoogste gedachte/ inzicht in het brein dat wetenschappelijk bezig is, de evolutie van een gesublimeerde vorm van spirituele energie is, die, op cosmisch gebied, grenzeloos in z’n uitwerking is, terwijl het brein dat op de automatische piloot staat in zichzelf slechts een bepaalde hoeveelheid brute kracht opslaat, wat niet de vrucht draagt van enig nut te zijn voor het individu of voor de mensheid. Het menselijk brein is een onuitputtelijke generator van de meest verfijnde kwaliteit van cosmische kracht uit de lage, brute energie van de natuur; en de volledige adept heeft zichzelf tot een centrum gemaakt van waaruit potentialiteiten uitstralen die correlaties op correlaties voortbrengen in de komende aeonen.”

In het begin werd gesteld dat krachten tweevoudig van aard zijn, de irrationele brute energie, inherent aan materie en de intelligente ziel, ofwel het cosmisch bewustzijn, dat die energie bestuurt en leidt. Hier kunnen we nu aan toevoegen dat het het menselijk brein is dat als een onuitputtelijke generator de brute energie van de natuur kan sublimeren tot de meest verfijnde cosmische kracht: transmutatie tot spirituele dynamiek van heelheid. In mijn woorden, heel eenvoudig gezegd, is dit het spiritualiseren van materie. Dit kan alleen de mens doen op deze aarde en dat is mijns inziens ook de evolutionaire taak van de mens, aangezien bij de mens het manas-b eginsel is geactiveerd. De mens heeft dus de mogelijkheid manas te richten naar de “leidende intelligentie”, Buddhi, dat door HPB aangeduid wordt als een onbeschrijfelijk gevoel van eenheid.

Over deze transmutatie wordt gesproken in het boek ‘The Inner Life of Krishnamurti”, geschreven door Aryel Sanat. In dit boek wordt gesteld dat Krishnamurti vanaf het begin gesproken heeft over de noodzaak van een radicale transformatie of mutatie en dat zonder zo’n mutatie de mens- heid geen toekomst van spirituele betekenis zou hebben of misschien wel helemaal geen toekomst. Slechts in de laatste jaren van zijn leven schijnt Krishnamurti verduidelijkt te hebben dat deze mutatie niet alleen psycho-spiritueel van aard was zoals zijn gehoor het altijd begrepen had, maar dat dit ook een biologische mutatie betreft, dat wil zeggen een mutatie van de breincellen.

Sanat geeft in zijn boek aan dat tot voor kort in academische kringen werd aangenomen dat het niet mogelijk was een mutatie in de cellen van het brein in ťťn leven tot stand te brengen. Pas in de laatste jaren van de 20e eeuw begonnen wetenschappers op te merken dat de evolutie in de natuur niet geleidelijk aan plaats vindt door hele kleine veranderingen en aanpassingen, zoals daarvoor werd gedacht maar dat nu begrepen wordt dat evolutie kan plaatsvinden in heel plotselinge spurten van mutatie om redenen die nog niet duidelijk zijn en die zich voordoen na lange perioden, die vaak miljoenen jaren duren, van betrekkelijk evenwicht.

HPB’s leraren schijnen te hebben gezegd (Inner Life p. 235) dat “het menselijk bewustzijn in feite klaar is voor een mutatie op grote schaal en dat die het resultaat zal zijn van grote crisissen die als het ware om een transformatie vragen”. Uiteraard zijn transformaties op wereldschaal het resultaat van mutaties op individueel niveau. Een van de redenen voor het oprichten van de Theosophical Society met als belangrijkste doeleinde de universele broederschap, was juist deze mutatie. “Maar deze broederschap is nog steeds geen feit”, om met Radha Burnier (Regeneratie van de mens) te spreken; “Tenzij we inzien dat dit doeleinde een diepe psychologische revolutie inhoudt, zullen we niet in staat zijn het werk van de Society uit te voeren met de vereiste energie. Universele broederschap zonder enig onderscheid is het ene ding dat de mensheid zal veranderen en haar naar een nieuw bestaansniveau zal brengen.”

Laten we eens zien of we een iets duidelijker beeld kunnen krijgen van die zo noodzakelijke en dringende transformatie, waaraan we als leden van de TS verondersteld worden mee te werken.

Krishnamurti maakte zijn gehoor er steeds weer op attent dat het voor ons allen noodzakelijk is “het brein schoon te maken” (Inner Life p. 76), het te zuiveren van de geconditioneerde patronen van reactie, het verleden los te laten. Het betekent dat je elke identificatie met een bepaald geloof, ideeŽnstelsel, religie, alle verwachtingen achter je moet laten. Mutatie of transformatie houdt in: geen enkele identificatie met wat voor systeem dan ook.

In hun gesprek komen Krishnamurti en David Bohm tot de conclusie dat kennis en het denken niet voldoende zijn om ons van onze patronen te bevrijden. Krishnamurti is de mening toegedaan dat inzicht, dat ontstaat uit zuivere aandacht zonder dat daaraan richting gegeven wordt en zonder dat er sprake is van een centrum, de cellen van het brein kan veranderen en de destructieve conditionering kan verwijderen. Inzicht, zo stelt hij, kan de cellen van het brein veranderen.

Een andere benadering is wat H.P. Blavatsky zegt over het bestuderen van theosofie in de bekende Bowen brochure: “Je moet niet zo dwaas zijn jezelf het gekkenhuis in te werken door teveel ineens te willen doen. Het brein is het instrument van het waakbewustzijn en ieder bewust mentaal beeld dat gevormd wordt betekent verandering en vernietiging van atomen van het brein… Dit soort mentale inspanningen vraagt om iets totaal nieuws – het scheppen van nieuwe hersenpaden… Elk beeld zal uiteindelijk verlaten worden tot het denken en de beelden overstegen worden en de leerling de wereld van geen-vorm betreedt.”

In 1922 zegt KH in een bericht aan Krishnamurti dat hij er meer en meer naar moet streven de ‘mind’ en het brein ondergeschikt te maken aan het ware innerlijke Zelf. Krishnamurti zegt in zijn Notebook (p. 9), over het brein:

“Het brein is het centrum van alle zintuiglijke waarnemingen; het is het centrum van herinnering, van het verleden; het is de opslagplaats van ervaring en kennis, van traditie. Derhalve is het beperkt, geconditioneerd. De activiteiten ervan zijn gepland, uitgedacht, beredeneerd, maar het functioneert in beperking, binnen ruimte en tijd. Dus kan het niet begrijpen wat het totaal is, het geheel, het volledige… Alleen als het brein zichzelf gezuiverd heeft van zijn conditioneringen, van zijn hebzucht, afgunst, ambitie, alleen dan kan het dat bevatten wat compleet, wat heel is. Liefde is deze compleetheid.”

Toen Krishnamurti nog vrij jong was en aan het begin stond van zijn proces, in augustus 1922, werd hem op een gegeven moment duidelijk wat hij moest doen. Hij ging elke morgen zitten mediteren en kon zich tot zijn verbazing vrij gemakkelijk concentreren.  Hij stelde dat hij binnen een paar dagen duidelijk begon in te zien waar hij had gefaald en waar hij nog steeds faalde. Onmiddellijk zette hij zich er toe bewust de verkeerde dingen die zich uit het verleden hadden opgestapeld te vernietigen.

“Met dezelfde vastberadenheid zette ik me ertoe wegen en manieren (uit) te vinden om mijn doel te bereiken. Allereerst realiseerde ik me dat ik al mijn andere lichamen in harmonie moest brengen met het Buddhisch niveau (het niveau van gewaarzijn – awareness, onmiddellijk voorbij het conceptuele denken) en om deze gelukkige combinatie tot stand te brengen moest ik uitvinden wat mijn ego van het Buddhisch niveau wilde. Om de verschillende lichamen te harmoniseren moest ik ze op dezelfde snelheid laten vibreren als het Buddhische en om dit te doen moest ik uitvinden wat het vitale belang was van het Buddhische. Met een gemak dat me nogal verbaasde vond ik uit dat het allerbelangrijkste op dat hoge niveau was om de Heer Maitreya en de Meesters te dienen. Met dat idee duidelijk in mijn fysieke mind moest ik de andere lichamen richting geven en onder controle hebben om net zo te handelen en te denken als op het nobele en spirituele vlak.”

Ook al lijkt het voor ons nog heel ver weg op onze evolutionaire reis, toch is deze vereniging met Buddhi, het zesde en spirituele beginsel in de mens, volgens H.P. Blavatsky, “een van de belangrijkste leringen die wordt onderwezen door hen die de mensheid helpen om dit doel te bereiken”. Of zoals het in brief 13 van de Mahatma Brieven staat: “de individualiteit moet de eeuwig-leven kracht in zichzelf opnemen die in het zevende beginsel – Atma –  zetelt en dan de drie (het vierde, vijfde en zevende beginsel [Kama, Manas en Atma]) laten opgaan in ťťn – het zesde, oftewel Buddhi – de spirituele ziel”.

Maar om dit te kunnen doen zullen we ons eerst bewust moeten worden van het feit dat het menselijk brein als een onuitputtelijke generator de lage brute energie kan transmuteren in een hogere vorm van spirituele dynamiek, de meest verfijnde kwaliteit van cosmische kracht, en dat betekent energie/kracht gebruiken voor het welzijn van het individu en de mensheid. Dit is de dynamiek van heelheid.

Noot

1. K.H., Koot Hoomi, is een van de Meesters die brieven geschreven heeft aan de heer Hume en de heer Sinnett rond 1880 en deze brieven zijn in boekvorm uitgegeven in de Mahatma Brieven.