Kan denken vrij zijn ?

Ali Ritsema

Wat de mens onderscheidt van de andere rijken van bestaan is het vermogen te denken. De mens is een denker. Maar in plaats van een zelfstandige en vrije denker te zijn wordt de mens vaak ‘gedacht’. Dat wil zeggen dat het denken van de mens meestal conform een bestaande manier van denken is, die we conditionering noemen. Je hiervan vrij te maken betekent keuzes maken en het opgeven van de veiligheid van de bestaande belevingswereld. Dit is een proces van bewustwording. Met andere woorden: het groep- en ik-bewustzijn wordt langzamerhand losgelaten om ruimte te maken voor universeel bewustzijn.

Ik wil graag beginnen met het naar voren brengen van een  paar aspecten die met het denken te maken hebben en die als kapstok kunnen dienen. We maken allemaal wel eens mee dat iemand iets zegt dat we zelf ook net wilden zeggen: het hing in de lucht. Of we horen iemand iets zeggen of vertellen wat we die persoon korte of langere tijd tevoren zelf verteld hebben: het idee werd overgenomen zonder dat men in de gaten had dat het ‘gestolen’ kennis of een ‘geleend’ idee was. Wanneer komt iets van onszelf? Onze ideeën, gewoonten, komen voort uit onze opvoeding van thuis, van school, kerk, omgeving enz. Dit zijn onze conditioneringen. Hier hebben onze voor- en afkeuren meestal hun oorsprong liggen.

Volgens het woordenboek is het brein, zijn onze hersenen, het centrum van gedachte. We zouden dit het fysieke centrum van gedachten kunnen noemen.  Maar gedachten hebben ook een niet-fysieke kant, onafhankelijk van het fysieke, maar daarom niet minder werkelijk.

In de Mahatma Brieven (MB 9) stelt KH:

Gedachten zijn dingen – zijn vasthoudend, samenhangend en leven – zij zijn werkelijk entiteiten.

In de geschriften van Blavatsky vinden we het idee dat er geen dode stof bestaat: alles leeft! Gedachten zijn dus dingen die bestaan uit een vorm van niet-fysieke materie. Uit wat KH zegt kunnen we concluderen dat gedachten niet van korte duur zijn. Eenmaal gecreëerd kunnen ze lange tijd blijven bestaan, veel langer zelfs dan de meeste fysieke dingen bestaan. De meeste dingen in onze fysieke wereldbestaan niet lang, ze houden op te bestaan, vallen uiteen en worden opnieuw opgenomen in de substantie waaruit ze voortkwamen: aarde tot aarde, stof tot stof. De subtielere materie waaruit gedachten zijn opgebouwd is van vasthoudender aard, valt niet zo gemakkelijk uiteen. Gedachten kunnen blijven voortbestaan, zoals KH zegt ze zijn vasthoudend en samenhangend. Zij kunnen degene die ze gecreëerd heeft overleven en terug komen in een volgend leven.

Hoe lang een gedachte blijft bestaan hangt af van een aantal factoren:
a) van de hoeveelheid energie die erin gestopt werd bij het creëren ervan en
b) van de hoeveelheid energie de gedachte absorbeert tijdens het leven van de gedachte.

Sommige gedachten worden met sterke concentratie gemaakt, er wordt over nagedacht en tot in detail vorm gegeven en vitaal gemaakt met een intense energie. Zulke gedachten zullen een hele tijd blijven bestaan èn manieren zoeken om te blijven bestaan! Immers, alles wat leeft wil blijven leven! Het instinct tot zelfbehoud is aanwezig in alle wezens en derhalve willen gedachten ook blijven bestaan. Levende dingen blijven bestaan door energie op te nemen uit hun omgeving. Planten doen dat, dieren doen dat, en mensen doen dat ook.

Vraag is waar vinden gedachten de energie om voort te bestaan? Dit brengt ons terug bij waar we begonnen. Sommige gedachten die we hebben stammen inderdaad uit ons voort, die hebben wij gemaakt, die hebben wij uitgedacht. Maar dit soort gedachten is waarschijnlijk zeldzamer dan wij veronderstellen. Een originele gedachte, dus een gedachte die uit onszelf voortkomt is een zeldzaam ding. Veel van de gedachten die we hebben zijn niet het resultaat van onze eigen creatie maar van receptie, ontvangst.

De mentale atmosfeer rondom ons is vol van gedachten en die streven allemaal naar zelfbehoud. Derhalve worden ze als door een magneet aangetrokken tot elke potentiële bron van nieuwe energie. Als er ook maar iets in onze eigen mentale gesteldheid is, een neiging of een gewoonte van denken die aansluiting heeft wat hun, zeg maar, frequentie betreft, komen ze naar ons toe, proberen in ons denkvermogen binnen te komen om nieuwe vitaliteit te kunnen halen. Ze komen binnen, settelen zich, doen alsof ze onze eigen gedachten zijn. We hebben ze onderdak verleend. Vroeger woonden mensen wel bij elkaar in. Zo wonen gedachten ook meestal bij ons in. Ze kunnen zo sterk worden dat ze ons overheersen of dat we een idee fixe krijgen. Dan kunnen we zeggen dat wij door de gedachte gedacht worden. Hier hebben we de verleidende demon of in het tegenovergestelde geval de beschermengel. Het zal duidelijk zijn dat er een groot verschil tussen deze twee soorten bestaat. Gedachten van mededogen en liefde, van devotie en behulpzaamheid, van wijsheid en sympathie zullen niet proberen ons de baas te worden, te domineren. De essentie van alle goede gedachten is altruisme, het welzijn van al wat leeft.

Maar we moeten ons goed realiseren dat we in feite aan geen enkele gedachten zijn overgeleverd, of die nu goed of kwaad is! Geen enkele gedachte kan bij ons binnenkomen als we niet zelf de deur open doen of open hebben staan. En dat heeft een voor de hand liggende en hele praktische implicatie. Als we ‘mindful’ zijn, dus bewust van ons denken en van het proces van denken, laten we alleen die gedachten toe die we willen hebben. Dit betekent alert zijn, of zoals Krishnamurti het zegt: awareness. Laten we een gedachte toe of niet? De keuze is aan ons. Het theosofisch gedachtegoed kan ons helpen in onze keus. Als we weten dat de mens een samengesteld wezen is met het denken als cruciale factor dan kunnen we een bewuste poging doen naar het hogere manas toe. Het denkvermogen van de mens is een afspiegeling van het cosmische gebied dat Mahat heet en staat voor het Universeel denkvermogen.

Blavatsky stelt dat rede en intelligentie hoort bij het hoger manas (1)en dat we dit in onszelf kunnen versterken door ‘brightness’ en ‘good deeds’. Oftewel helderheid en goede daden. Dit helpt om ons bewustzijn te vestigen in hoger manas waar contact met het buddhisch (2) gebied mogelijk is. Dit is het gebied waar eenheid wordt ervaren, wat iets geheel anders is dan groepsbewustzijn. Het buddhisch gebied is ook het gebied van het onderscheidingsvermogen, hier zie je helder dus niet vertroebeld door de eigenschappen van de stoffelijke materiele wereld.

Dit is in feite wat Krishnamurti heeft willen duidelijk maken, het gaat om een mutatie in de mens naar een andere dimensie, een dimensie – een staat van zijn - die niets met het denken te maken heeft. Het gaat om een spirituele dimensie die niet gecreëerd wordt door het denken. Deze dimensie kan zich alleen realiseren wanneer er geen centrum van ambitie is dat bezittingen wil of ernaar streeft iets in de wereld te bereiken. Het is de dimensie van inzicht, een speciaal soort intelligentie dat zichzelf kan uitdrukken via het denken maar dat z’n oorsprong heeft in een gebied dat het denken te boven gaat  en niet geconditioneerd is door gedachten en niet uit gedachte voortkomt.


1) Manas betekent letterlijk denkvermogen. In de theosofische (en Indische) denkwereld is dit een van de bouwstenen van de mens. Denken kan emotioneel en zelfzuchtig zijn, dit noemen theosofen het lager-manas, een lagere manier van denken. Als denken abstracter en/of altruistischer wordt, gaat het in de richting van hoger-manas, oftewel een hogere vorm van denken.

2) Buddhi (ofwel het buddhisch gebied) is dat deel van ons bewustzijn dat boven het denken uitstijgt en waar direct waarnemen van de werkelijkheid mogelijk wordt.