Uit: The Theosophist, juli 2001, Theosofia 4 en 5, jaargang 104, augustus en oktober 2003

Het mysterie van het bewustzijn

Shirley Nicholson

Mevrouw Nicholson is de auteur van Ancient Wisdom: Modern Insights en andere werken.

‘Het Universum is niets anders dan Bewust, en in al zijn verschijningen openbaart het niets anders dan een evolutie van Bewustzijn, van begin tot einde, hetgeen een terugkeer is naar zijn oorzaak. Het is het doel van elke ‘inwijdings’ religie om de weg te onderwijzen naar deze ultieme eenheid.’
R.S.Schwaller de Lubicz

Terwijl ik in mijn tuin zit in de late namiddagschaduwen, kijkt een klein katoenstaartkonijn voorzichtig van onder een struik. Terwijl haar neus op en neer beweegt, komt ze behoedzaam naar buiten, wacht even, snuffelt weer eens en begint aan grassprietjes te knabbelen. Een Vlaamse gaai roept schor. Het konijn rent terug onder de struik. Na een paar minuten komt ze weer voorzichtig tevoorschijn en begint weer te knabbelen. Een kraai krast. Ze keert zich snel om en trekt zich weer terug in de struiken.

Dit kleine dier is klaarblijkelijk bewust. Haar gedrag zegt mij dat ze zich bewust is van wat er om haar heen te zien en te horen is en dat zij daarop reageert. Mijn bewuste ervaring van haar zegt mij dat ook zij bewust is. Ik kan haar bewustzijn niet rechtstreeks ervaren; ik ben in het mijne opgesloten. Zij heeft subjectieve, privť-ervaringen, alleen van binnen bekend. Ik kan haar innerlijk leven niet rechtstreeks delen, noch zij het mijne.

U hebt bewustzijn levendig ervaren sedert uw geboorte, en zelfs vůůr die tijd in de baarmoeder. Behalve in droomloze slaap en abnormale bewusteloze toestanden, hebt u voortdurend innerlijk bewustzijn van dingen om u heen en van uw eigen sensaties, gedachten en gevoelens. Dit bewustzijn is de basis van alles wat u ervaart, de achtergrond waaruit alle ervaring voortkomt. Die tafel daar voelt solide en zwaar aan, de zonnebloem zelf lijkt geel, het lied van de lijster melodieus. Als u auto rijdt kunt u andere auto’s zien zonder er tegenaan te rijden. U weet alleen van deze dingen door uw bewustzijn. Zo kunt u wat dan ook kennen, of het nu ‘daar’ is of in uw eigen denkvermogen. Wanneer u bewusteloos geslagen wordt of in een droomloze slaap ligt, bestaan de uiterlijke en innerlijke werelden niet voor u.

Wat is bewustzijn?

Bewustzijn heeft een veelvormig karakter. Het kan zich naar buiten richten naar het bewegende verkeer of naar binnen naar uw gevoelens van haast en bezorgdheid. Het kan zich uitbreiden om een panoramisch uitzicht te bekijken of zich samentrekken om zich te richten op een enkel piepklein knopje. Het conformeert aan haar veranderende inhoud. Als uw emoties somber zijn, voelt u dat uw bewustzijn somber wordt. Als u geabsorbeerd bent in plannen voor de zomer ervaart u bewustzijn als vol plannen. Als u het koud hebt, registreert uw bewustzijn koude. Veranderingen in de inhoud van het bewustzijn lijken veranderingen in het bewustzijn zelf te zijn. Maar bewustzijn is de onveranderlijke achtergrond achter het veranderen van inhoud, het stille bewustzijn waarbinnen alle gedachten, emoties en gewaarwordingen komen en gaan.

Bewustzijn is een diep mysterie dat filosofen, psychologen, theologen en andere denkers al eeuwen verbijsterd heeft. Hoewel het zo intiem en vertrouwd is, is bewustzijn moeilijk te definiŽren. Het woordenboek definieert het als een toestand van gekarakteriseerd worden door sensatie, emotie, wil en gedachte. Verschillende soorten bewustzijn die opgenoemd worden in het woordenboek – zoals waarnemingsvermogen, bewustzijn, reflectie – hebben de gemeenschappelijke eigenschap van subjectiviteit, van weten van binnenuit, wat de JezuÔet en paleontoloog Teilhard de Chardin noemt ‘ het binnenin van dingen’, van hoe ervaring voelt van binnenuit. Het is de subjectiviteit, het gevoel of het bewustzijn dat aan alle ervaring ten grondslag ligt – het rauwe gevoel van bewustzijn dat niet mis te verstaan valt.

In de laatste tientallen jaren is er een zich uitbreidend veld van onderzoek naar bewustzijn ontstaan in gebieden zoals de cognitieve wetenschap, de neurowetenschap, de sociale wetenschap, de buitenzintuiglijke waarneming, vergelijkende godsdienst en filosofie. Wetenschappers hebben onderzoek gedaan op uiteenlopende gebieden zoals de hersenen en het zenuwstelsel, contemplatieve praktijken, en quantum mechanica. Het ongelooflijk complexe functioneren van de hersenen en de aangeboren farmacologie ervan zijn onderzocht met recent ontwikkeld gereedschap en wij kennen nu vele details over hoe de hersenen en het zenuwstelsel functioneren. Maar wij hebben geen idee hoe een intentie, een handeling in bewustzijn, zenuwimpulsen en spierimpulsen kan aanzetten die ervoor zorgen dat een arm omhooggaat of een hoofd draait. Verschillende bewustzijnstoestanden zijn geÔdentificeerd en bestudeerd. Maar zulke fysieke interacties met hun bewustzijn en veranderingen in de inhoud van bewustzijn zijn niet bewustzijn zelf. Net als elektriciteit, dat wij kennen door het aflezen van de meter, draaiende motoren en lichtgevende peertjes, tart bewustzijn zelf elke definitie. Het blijft een mysterie.

U kunt gemakkelijk de veranderende inhoud van uw bewustzijn observeren. Op dit moment kunt u door uw aandacht te verleggen zich ervan bewust worden dat u een lichte pijn in uw nek voelt of dat uw rug vermoeid begint te worden of hoe een boek aanvoelt in uw handen. U kunt gedachten zien opkomen en verdwijnen terwijl u nadenkt over woorden op de bladzijde, die misschien herinneringen of soortgelijke ideeŽn oproepen. U voelt misschien kleine emoties wanneer goedkeuring of scepticisme in uw gedachten opkomt. U kunt door een raam kijken naar een boom en het beeld ervan in uw denkvermogen waarnemen. Op ieder willekeurig moment kunt u zich bewust zijn van sensaties, emoties, beelden en gedachten die zich door uw bewustzijnsstroom bewegen. Maar u kunt het vermogen om dit allemaal te kennen, het bewustzijn zelf, dat achter de hele veranderende inhoud staat, niet vangen. Ofschoon het altijd bij ons is, is bewustzijn gewoonlijk niet waar te nemen, zoals het oog dat zichzelf niet zien kan. Toch is bewustzijn de voortdurende achtergrond van al onze ervaringen, ieder ogenblik van ons hele leven. Het is het onveranderlijke, kleurloze scherm waarop de steeds veranderende beelden van het leven plaatsvinden. Wij zijn ons wel bewust van de veranderende schaduwen maar niet van het scherm waarop ze geprojecteerd worden, ofschoon wij er een glimp van kunnen opvangen in stille momenten tussen twee gedachten in.

Bewust en onbewust.

Wij voelen wel dat ons bewustzijn beperkt is tot waar we ons op het moment zelf van bewust zijn en van wat wij ons gemakkelijk kunnen herinneren. Toch reageren wij op onderbewuste signalen die in een te korte tijd voorbijflitsen om bewust te registreren. Freud en generaties psychologen en psychiaters na hem bevestigen dat het bereik van bewustzijn veel breder is dan ons vertrouwde waakbewustzijn. William James, de pionier der psychologen, zei:

‘Ons normale waakbewustzijn is maar een speciaal type bewustzijn, terwijl eromheen, ervan gescheiden door een ragdun scherm, er volkomen verschillende potentiŽle bewustzijnsvormen liggen. We kunnen wel door het leven gaan zonder het bestaan ervan te vermoeden, maar pas de vereiste stimulus toe en dan zijn ze er in al hun volledigheid.’

Deze ‘potentiŽle bewustzijnsvormen’ omvatten sensaties, gevoelens, gedachten, herinneringen waarvan wij ons niet bewust zijn. Freud zelf kreeg een droom waarin de Latijnse naam van een bepaalde varen verscheen. Het bleek dat er zo’n varen met die naam bestaat, maar hij was er zeker van dat hij die nooit eerder gezien of ervan gehoord had. Toch ontdekte hij enige tijd later dat de Latijnse naam in zijn eigen handschrift in een aantekenboek uit zijn schooltijd stond. Op de een of andere manier had zijn bewustzijn die verre herinnering bewaard, ofschoon zij verdwenen was uit zijn directe bewustzijn.

Met gebruikmaking van een metafoor die beroemd geworden is vergeleek Freud het waakbewustzijn met de top van een ijsberg. Hij ontdekte de ‘onbewuste’ wellustige of vijandige behoeften die te dreigend zijn om tot ons bewustzijn toegelaten te mogen worden. Jung en anderen ontdekten hogere, nobele behoeften en wijsheid in het onbewuste waarvan wij ons niet bewust zijn. De psychiater Roberto Assagioli noemt dit gebied ‘het superbewuste’. Hij en andere transpersonele psychologen behandelen spirituele aspecten van bewustzijn die normaliter buiten ons dagelijks bewustzijn vallen. Wij hebben onbewuste herinneringen, gevoelens, gedachten die gemakkelijk tot bewustzijn gebracht kunnen worden, maar er zijn ook minder toegankelijke ervaringen die diep in de onderste regionen van het denkvermogen verborgen liggen.

De inhoud van het onbewuste en het superbewuste bestaat binnen een globaal bewustzijn dat groter is dan het gewone waakbewustzijn. Waar wij ons op een bepaald moment van bewust zijn is een klein deel van ons totale bewustzijn. Bijvoorbeeld, u krijgt misschien een droom die de herinnering bovenbrengt van een tijd toen u, als kind, met Kerstmis in het ziekenhuis lag. Dan zouden uw gevoelens van in de steek gelaten te zijn op kunnen komen bij de herinnering aan dit incident. U was zich er niet bewust van dat u deze herinnering bezat totdat de droom deze opriep. Maar aangezien deze terug te vinden was, lag zij binnen het bereik van uw bredere bewustzijn.

Hoe kunnen wij het woord ‘bewust’ gebruiken voor iets waarvan wij ons niet bewust zijn? Aangezien ‘bewustzijn’ besef impliceert hebben wij misschien een ander woord nodig voor het bereik van potentiŽle innerlijke ervaringen. Blavatsky leek dit ook te denken toen zij schreef: ‘de taal is zů arm, dat we geen woord hebben om de kennis waaraan we nu even niet denken te onderscheiden van kennis die we niet in ons geheugen kunnen terugroepen.’(GL, 1.56)

Niet alleen herinneringen maar kennis van transcendentale waarheden liggen in ons breder bewustzijn maar niet ons besef. Wij weten zulke dingen zonder te weten dat we ze weten. Bij het bespreken van absoluut bewustzijn – ongedifferentieerd bewustzijn zonder inhoud – zegt Blavatsky, ‘Maar dat is geen  soort bewustzijn dat wij kunnen onderscheiden van wat ons als onbewustheid voorkomt’. (op.cit.1.56)

Non-lokaal bewustzijn

Meestentijds voelen wij ons ingekapseld binnen onze huid en ons denkvermogen, onze ‘ruimtepakken’. Wij zijn ons alleen bewust van wat de zintuigen ons op een willekeurig moment bieden plus de herinneringen, gedachten, beelden en gevoelens die in ons opkomen. Maar er is overdadig bewijs dat bewustzijn zich kan uitstrekken voorbij het hier en nu en voorbij wat wij geleerd hebben met behulp van de hersenen en zintuigen. Bijvoorbeeld, het is niet ongewoon dat iemand er weet van heeft dat een verre geliefde in gevaar of dood is.

Behalve zulke spontane incidenten zijn er duizenden gecontroleerde experimenten beschreven die aantonen dat gedachten overgebracht kunnen worden van de ene mens naar de andere over lange afstanden. In ťťn reeks experimenten werden de proefpersonen aangesloten op een apparaat dat elektrodermale activiteit meet, een indicatie van de graad van activiteit in het autonome zenuwstelsel dat functies controleert zoals hartslag en spijsvertering. Mensen met ziekten zoals maagzweren, hoge bloeddruk en angstneurosen hebben overactieve autonome functies. Bij de experimenten trachtten de beÔnvloeders autonome activiteit in de patiŽnten die zich in een andere kamer bevonden te dempen of te stimuleren, door zelf kalm te worden of opgewonden en de proefpersonen bijpassende mentale beelden toe te zenden. Ofschoon de proefpersonen niet wisten wanneer de ‘beÔnvloedings’ perioden van dertig seconden kwamen, vertoonden zij consistent een toename in de bedoelde richting tijdens deze perioden. Soms meldden zij dat zij beelden kregen die pasten bij de beelden die op hen werden gericht. Eťn proefpersoon meldde een levendige indruk van de beÔnvloeder die zijn kamer binnen kwam, die achter zijn stoel langsliep en er hevig aan schudde. De beÔnvloeder, die getracht had de proefpersoon van een afstand te activeren, had precies dat beeld gebruikt. (Dossey 1993, 181)

Kennis op afstand is bevestigd door jarenlange gecontroleerde experimenten met ‘kijken op afstand’, onderschreven door de regering van de VS. In deze experimenten rijdt iemand meestal naar een verafgelegen plek die hij dan onderzoekt. Terwijl hij aan het onderzoeken is tracht zijn partner in het laboratorium zich op hem af te stemmen. Zij beschrijft beelden die in haar gedachten komen terwijl hij aan het onderzoeken is. Mensen die erover kunnen oordelen melden dat deze beelden veel vaker overeenkomst vertonen met die plek dan te verwachten was door het toeval. De onderzoekers hebben het gevoel dat iedereen het latente vermogen heeft om iets op afstand aan te voelen (Murphy, 279-82). ‘Non-lokaliteit’ is een term die geleend is uit de quantum fysica om dit vermogen te beschrijven van het bewustzijn om te expanderen buiten de directe omgeving. Er is ook wel naar verwezen als veldbewustzijn, hetgeen een bewustzijnscontinuŁm suggereert waarin ruimte geen beletsel vormt.

Bewustzijn en materie

Er is reden om aan te nemen dat bewustzijn niet alleen een bijproduct is van het ingewikkelde samenstel van complexe moleculen in het brein zoals traditioneel wordt aangenomen in de materialistische wetenschap. De theosofie leert ons, en een aantal contemporaine wetenschappers zijn het daarmee eens, dat het hele universum bewust is, dat zelfs schijnbaar inerte mineralen enige graad van sensitiviteit of perceptievermogen bezitten. Nobelprijswinnaar George Wald, bioloog, concludeerde, samen met een aantal ‘monumentale fysici’ die als eersten het contemporaine rijk van subatomaire deeltjes onderzochten, dat er een of ander soort denkvermogen of bewustzijn bestaat in alle materie, dat denkvermogen en materie tweelingaspecten zijn van de realiteit. Volgens Wald, ‘heeft men niet meer reden te vragen dat materie voorkomt zonder dat een of ander aspect van het denkvermogen daarmee samengaat dan te vragen om straling die uit golven bestaat en niet tegelijkertijd uit deeltjes’. (p.43)

Teilhard de Chardin, die er van uitging dat er een innerlijke, bewuste kant aan alles, levend of levenloos, bestaat, ‘het binnenste van dingen’, betoogde dat ieder verschijnsel dat bestaat in een hoog ontwikkelde vorm in de natuur, op een rudimentaire manier overal in de hele natuur moet bestaan. Bijvoorbeeld, elektriciteit is bijzonder duidelijk waarneembaar in de sidderaal. Toch heeft iedere levende cel een elektrisch voltage, dat, ook al is het niet waarneembaar voor ons, gemeten kan worden met instrumenten. Aldus, betoogt hij, moet er bewustzijn, dat hoog ontwikkeld en duidelijk aanwezig is in mensen, bestaan in een of andere rudimentaire vorm zelfs in minerale materie. Wald stemt hiermee in: ‘de hele kosmos moet, als zij bewustzijn moet produceren in schepselen zoals wij, van tevoren de aard van bewustzijn hebben’.(p.44)

Dit is nu precies de theosofische visie. Volgens Blavatsky:

‘Alles in het Heelal, in al zijn rijken, is BEWUST: d.w.z. voorzien van een eigen soort bewustzijn op zijn eigen waarnemingsgebied. Wij mensen moeten bedenken dat we geen recht hebben om te zeggen dat er bijvoorbeeld in stenen geen bewustzijn bestaat, omdat we daarin geen tekenen van bewustzijn waarnemen – die we als zodanig kunnen herkennen. Er bestaat niet zoiets als ‘dode’ of ‘blinde’ stof. (op.cit. I.274)

De kern van bewustzijn is altijd aanwezig bij materie. Transpersonalisten zoals psychiater John Nelson stemmen ermee in dat bewustzijn niet-fysiek is en dat het in wisselwerking staat met de materie overal. Volgens psycholoog Gardner Murphy, brengt dit het bloeien van bewustzijn in mensen niet in diskrediet maar verheerlijkt het veeleer de oerbron waaruit het leven ontstaan is.

Onverdeeld bewustzijn

Normaliter ervaren wij onszelf als afgescheiden en losstaand van het geheel der dingen. Maar volgens Nelson, ‘is de gewone bewustzijnstoestand noch aangeboren noch normaal maar gewoon ťťn speciaal stuk gereedschap om het hoofd te bieden aan de gewone leefomgeving en de mensen’.(p.15)

Op het niveau van zuiver bewustzijn, achter de veranderende inhoud, zijn wij met alles ťťn, een brandpunt van dat wat ongedeeld en universeel is. Het schijnbaar afgescheiden zelf is een illusie. Zoals filosoof Carlos Suares het formuleert, ‘in het bewustzijn zijn er geen afgescheiden compartimenten, geen scheidingswanden of verdeelmuurtjes’. Zonder ons eigen concept van wie wij zijn, tot welke groepen wij behoren, wat onze rol is vergeleken met die van anderen, vrij van onze ideeŽn over onszelf en de wereld, op het niveau van zuiver bewustzijn, zijn er geen verdeeldheden. Een alles doordringend bewustzijn stroomt door ons en al het andere heen. Zoals talloze vijvers en zelfs modderige plassen de ene maan weerspiegelen, heeft het licht van bewustzijn in ieder van ons maar ťťn bron. Zij die dit bewustzijn in haar zuiverheid ervaren hebben vertellen ons dat wij, ondanks uiterlijke onderscheidende kenmerken, in de grond allen ťťn zijn. De geŽerde wijze Ramana Maharshi zegt dat in dat transcendentale bewustzijn waar er alleen Zijn is, ‘er geen u, geen ik, geen hij bestaat’. Zoals de mystieke dichter Rumi het formuleerde:

‘Ik, u, hij, zij, wij,
In de tuin van mystieke geliefden
Zijn dit geen echte verschillen.’

Ons bewustzijn is helemaal niet echt ‘ons’ bewustzijn maar wordt universeel gedeeld. Onze gewone ervaring van bewustzijn is een bleke afspiegeling van atma, gemodificeerd en gereduceerd door onze beginselen en de voertuigen waardoor ons bewustzijn werkt. Volgens de Lankavatara Sutra:

‘Intellectueel bewustzijn (lager denkvermogen) sorteert en beoordeelt gevoelsindrukken, aantrekking en afkeer. Universeel bewustzijn wordt vergeleken met de oceaan. Aan de oppervlakte daarvan worden stromingen, golven en draaikolken gevormd, terwijl de diepte bewegingloos, onverstoord, zuiver en helder blijft. Het denkvermogen is het brandpunt tussen oppervlakte en dieptebewustzijn. Atma, het ene oneindige bewustzijn, is in ons als individuen gefocust.’

Bewustzijn, de schepper

Vanuit de theosofische zienswijze is bewustzijn, niet materie, de fundamentele realiteit in het universum, de oerbron waaruit alles voorkomt. Bewustzijn creŽert de wereld waarin wij leven. Dit kunt u zien in uw dagelijkse zintuiglijke ervaring. Bijvoorbeeld, u kijkt naar een zonnebloem en neemt de bloembladen waar als helder geel. Licht van 590 millimicron golflengte stuitert uw ogen binnen en stimuleert uw zenuwstelsel. Uw hersenen reageren op de stimulans en u ziet geel. Maar er is geen geel op uw netvlies of in de elektrische en chemische gebeurtenissen in uw hersenen. Noch bestaat er geel in de golflengte die ermee geassocieerd wordt. Uw bewustzijn legt op de ťťn of andere manier de ervaring van geel boven op deze gebeurtenissen.

Wij zien niet ‘het ding op zichzelf’, zoals filosofen het formuleren. Waarnemen van de realiteit vereist een overbrenger uit de externe wereld en een subject als ontvanger. Elke individuele ontvanger schept zijn eigen plaatje van de realiteit, wij scheppen ieder onze eigen wereld, afhankelijk van onze unieke innerlijke filters en onze bewustzijnstoestand op dat moment. Wij zien alleen dat wat doorkomt, en dat wordt gekleurd door onze zintuiglijke organen en ons denkvermogen. Want de manier waarop wij de wereld waarnemen wordt sterk beÔnvloed door onze kijk op de wereld, onze houdingen, verwachtingen, ideeŽn, vooringenomenheden alsook onze fysiologische toerusting. Zoals de Tibetaanse leraar Lama Anagarika Govinda zegt:

‘Door zijn selectieve eigenschappen van waarneming en coŲrdinatie bepaalt ons bewustzijn het type wereld waarin wij leven. Een ander soort bewustzijn (zeg dat van een muis) zou een andere wereld om ons heen scheppen, hoe ook het … ruwe materiaal van het universum mag zijn’ (p.123).

Volgens de theosofie wordt, terwijl wij onze eigen wereld scheppen door bewustzijn, het geheel van het gemanifesteerde universum tot leven gebracht door Universeel Bewustzijn, de subjectieve kant van het universele proces, genaamd atma of Brahman of God. Zoals de Indiase wijze Sankaracharya zei, Brahman is Absoluut Bewustzijn. Deze visie van bewustzijn als een fundamentele eigenschap van het goddelijke wordt niet alleen onderwezen door oosterse filosofen maar ook door Christelijke mystici zoals Meister Eckhart, door de Pythagorese en Platoonse filosofie en zelfs door sommige wetenschapsfilosofen. Zoals het aloude Hermetische principe stelt: de wereld werkt ‘van binnen naar buiten’, van het innerlijke domein van zuiver atma of bewustzijn naar de dichte materiŽle wereld. Bewustzijn gaat vooraf aan alle vormen en roept zelf vormen in het leven als voertuigen voor haar expressie. Zij bedenkt, construeert en bestuurt vervolgens de zichtbare materie. Zoals Wald zei, ‘Denkvermogen of bewustzijn is een constante, alles doordringende aanwezigheid die de materie leidt.

Referenties

Deel 2 Het mysterie van het bewustzijn

Quantum fysica en bewustzijn

Sommige quantum fysici vinden bevestiging van deze aloude visie van de vooraanstaande plaats van het bewustzijn. Zo vindt bijvoorbeeld, Amit Goswami, fysicus en onderzoeker voor het Institute of Noetic Science, in het gedrag van quanta steun voor de visie van bewustzijn als universeel en ondeelbaar. Quanta zijn losse stukjes energie, voortgebracht door quanta objecten zoals elektronen en fotonen. Deze onvoorstelbaar kleine deeltjes van materie/energie doen vreemde dingen die in strijd lijken te zijn met de Newtoniaanse natuurkunde en het gezond verstand tarten. Bijvoorbeeld, elektronen springen bliksemsnel van een baan rond de kern van een atoom naar een andere baan, zonder de ruimte ertussen te doorkruisen. Wat verder in stijl lijkt met de Newtoniaanse natuurkunde, tenzij ze geobserveerd en gemeten kunnen worden, zijn de subatomaire deeltjes die zich verspreiden en bestaan als waarschijnlijkheidsgolven op meer dan ťťn plaats. Zij duiken op in diffractieplaatjes als donzige kringen of wolken. Elektronen kunnen tegelijkertijd door twee spleten heen gaan. Maar wanneer ze gemeten worden door ze te volgen in een nevelkamer, verschijnen ze altijd op ťťn enkele plaats, als deeltjes. De bewuste handeling van het observeren ervan brengt ze van een wolk van onzekerheid in de ruimte-tijd realiteit als deeltjes. Op ťťn of andere manier selecteren bewustzijn en experimentkeuze of zij verschijnen als deeltje of als golf.

Bovendien, als twee elektronen of fotonen enige tijd op elkaar inwerken en dan gescheiden worden, zelfs door een grote afstand, doet het meten en het ineen laten storten van een golf naar een deeltje van ťťn ervan de andere tegelijkertijd ineenstorten. Een dergelijke onmiddellijke invloed zonder enige tekenen in ruimte-tijd wordt genoemd ‘non-lokaliteit’. Fysici erkennen dat de twee quanta objecten verbonden zijn in een transcendent domein, buiten ruimte-tijd, waar de waarschijnlijkheidsgolven van de kwantumfysica bestaan. Fysicus Henry Stapp heeft reden om aan te nemen dat ‘het fundamentele proces van de Natuur buiten ruimte-tijd ligt maar gebeurtenissen veroorzaakt die gelokaliseerd kunnen worden in ruimte-tijd’ (Goswami 1993, p.61).

Goswami maakt zich sterk voor dit transcendente domein als niet-plaatsgebonden bewustzijn. Hij verdedigt het ‘monistisch idealisme’, de visie dat bewustzijn, niet materie, primair is, dat bewustzijn de basis van het bestaan is. Hij wijst erop dat zowel materiŽle objecten, zoals ballen, als mentale objecten, zoals de gedachte aan ballen, alleen bekend zijn door middel van bewustzijn. Wij ervaren een materieel object nooit zonder een geassocieerd mentaal object, en materiŽle objecten en mentale objecten zijn beide bewustzijnsobjecten. Goswami citeert Jung, die gezegd heeft dat het ‘waarschijnlijk is dat psyche [subjectieve ervaring] en materie twee verschillende aspecten zijn van een en hetzelfde ding’ (ibid, p.127).

Volgens het monistisch idealisme is ons bewustzijn als het subject dat een object, zoals een bal, ervaart, hetzelfde bewustzijn dat de basis van het bestaan is. Maar wij herkennen ons vertrouwde waakbewustzijn, waarin wij ons afgescheiden en los voelen, niet als dit universele bewustzijn, dat ruimte en tijd transcendeert en alles doordringend is, niet beperkt tot wat wij lokaal kunnen zien of weten. Toch zien we er een glimp van wanneer wij een kwantumobject laten instorten van een golftoestand tot een deeltje, en wij onbewust niet-plaatsgebonden bewustzijn gebruiken bij de vertrouwde handeling van het observeren van mentale en materiŽle aspecten van bewustzijn.

Zelfbewustzijn

Ofschoon bewustzijn aanwezig is in alles wat bestaat, wordt alleen het mensenrijk gekenmerkt door zelfbewustzijn. U hebt al zolang als u het zich kunt herinneren geweten dat u verschilt van uw broer, van uw auto, van de planten in uw tuin. U wordt misschien eens wakker op een onbekende plaats en vraagt zich af: waar ben ik? Maar u vraagt zich nooit af: wie ben ik? U hebt een gevoel gehad dat u een zelf bent, uzelf, dat, behalve in gevallen van ernstig geheugenverlies, bij u blijft bij belangrijke veranderingen naarmate u ouder wordt door de verschillende levensfasen heen. U hebt een blijvend gevoel van ik-ben-ik, van egoschap, van uzelf zijn en niemand anders. Zoals Annie Besant zegt, ‘Het Zelf is datgene wat bewust, voelend, steeds-bestaand is en dat weet dat het in ieder van ons bestaat’ (Besant 1988, p.13).

Toch hebben wij niet altijd dit schijnbaar ingeboren gevoel gehad. Pasgeboren baby’s moeten leren onderscheid maken tussen zichzelf en wat rondom hen is. Iets oudere baby’s kijken naar een van hun handen of voeten, waarbij zij zich lijken af te vragen wat dat vreemde voorwerp is. Wanneer zij wat ouder zijn omvat hun zelfgevoel hun lichaamsonderdelen, en weten ze dat hun lichaam deel uitmaakt van henzelf.

Onderzoeker John Broughton heeft de ontwikkelingsstadia van het zichzelf kennen, van zelfbewustzijn in kaart gebracht. Hij vroeg individuen in de leeftijd van peuter tot puber, ‘Wat of waar is jouw zelf?’ Hij ontdekte dat peuters het gevoel hebben dat het zelf ‘binnenin’ is en de realiteit ‘buiten’ is. Iets oudere kinderen geloven dat het zelf te identificeren valt met het fysiek lichaam, maar het denkvermogen beheerst het zelf en kan het vertellen wat het moet doen: Het denken is een groot persoon en het lichaam is een klein persoon. Op de leeftijd van zeven tot twaalf jaar is het zelf niet een lichaam maar een persoon, een sociale rol die zowel denkvermogen als lichaam omvat. Op de leeftijd van elf tot zeventien wordt de sociale persoonlijkheid of rol gezien als een onechte uiterlijke verschijning, die anders is dan het ware innerlijk zelf. Deze jonge mensen beginnen een glimp te zien van het zelf als die natuur die zichzelf blijft temidden van veranderingen in mentale inhoud. Bespiegelend zelfbewustzijn daagt, zodat zij er gedachten en gevoelens, die onafhankelijk zijn van de sociale situatie, op na kunnen houden. In latere stadia wordt het zelf als observeerder onderscheiden van de ideeŽn die we hebben over wie wij zijn, of over ons zelfconcept.

Volwassenen op de hoogste niveaus van ontwikkeling vereenzelvigen zich met een observerend zelf of met een getuige, te onderscheiden van het uiterlijke, objectieve zelf of persona. Zij denken niet langer uitsluitend aan zichzelf als het lichaam, de persona, het ego en het denkvermogen, en zij kunnen deze integreren als waren zij tot een eenheid geworden vanuit een innerlijk gezichtspunt. In de loop van vele jaren evolueert het gevoel van zelf van simpelweg zichzelf differentiŽren van de omgeving, tot zich identificeren met het besef, met het bewustzijn dat achter de veranderende elementen staat waaruit het objectieve zelf is samengesteld. (Wilber, 1995, pp.260-2).

Dieren hebben misschien een rudimentair gevoel van zelfbewustzijn, maar zij kunnen zich niet differentiŽren van hun eetlust, instincten, daden. Dolfijnen kunnen erop getraind worden om hun gedrag te wijzigen maar zij kunnen hun motivatie niet onderzoeken of een incident opnieuw beleven en evalueren. Zij kunnen zich niet richten tot hun eigen denkvermogen en de inhoud daarvan of afstand nemen hiervan en zich identificeren met dat bewustzijn waardoor zij iets weten. Aangezien zelfbewustzijn uitsluitend een menselijke eigenschap is, is het verrassend dat Blavatsky zegt, ‘ieder atoom in het Universum heeft de potentie van zelfbewustzijn in zich' (Blavatsky 1987, I.107). Dit is een krachtige getuigenis van haar overtuiging dat bewustzijn overal bestaat, niet alleen zoals wij het kennen. Zij vervolgt met te zeggen dat er geen potentie is voor zelfbewustzijn in zuivere geest of bewustzijn: ‘alleen door een voertuig van stof welt bewustzijn op als “ik ben ik”(ibid, 1.15). Zuiver bewustzijn of atma moet betrokken raken bij de beginselen en de verschillende voertuigen die zij bewonen voordat een gevoel van zelf in tegenstelling tot de ander kan ontstaan.

De tweespalt tussen subject en object

Blavatsky verbindt zelfbewustzijn met denkvermogen, manas, dat het kenmerk van menselijke wezens is. Een functie van het denken is scheiding aanbrengen en verdelen, dingen in vakjes classificeren.

Dit vermogen schept orde uit de verwarring van de vele zintuiglijke indrukken die in ons denkvermogen afgedrukt worden. Maar bij dit proces van differentiŽren en in hokjes stoppen, verdelen wij onbedoeld de wereld in twee basale categorieŽn – mijzelf en al het andere. Gewoonlijk ervaren wij onszelf als een subject dat zich bewust is van objecten. Zelfs onze eigen gedachten en gevoelens lijken objectief voor het subject dat onszelf is.

De tweespalt subject-object doordringt meestentijds onze ervaringen. Wij maken onderscheidt tussen onszelf als observeerder en enige inhoud die in ons bewustzijn kan opkomen. Deze onbewuste gewoonte leidt ertoe dat wij onszelf ervaren als afgescheiden, alleen, vervreemd van al het andere. Toch doen zich zowel het subject waarmee wij ons identificeren alsook de objecten die wij observeren voor in ťťn bewustzijn dat gepolariseerd wordt tot subject en object. Beide verdwijnen in het licht van atma, het basisbewustzijn erachter, ‘een grenzeloos veld van subjectloos en objectloos besef’, zoals beschreven in de Boeddhistische Prajnaparamita Sutra.

Toch ziet het denkvermogen het subjectieve ‘ik’ als een entiteit met continuÔteit. Het komt ons voor dat wij een voortdurend, definitief zelf zijn, afgescheiden van al het andere. Maar diep besef van innerlijke processen openbaart dat dit gevoel van zelf ontstaat door het aan elkaar rijgen van herinneringen. Zoals veel meditatiemeesters ontdekt hebben is ons gewone gevoel van een onafhankelijk ‘ik’ een illusie, een gekristalliseerd concept in ons denken. Het observeren van de inhoud van het denkvermogen, zoals bij Vipassana meditatie, laat slechts voorbijgaande sensaties, gedachten, emoties, herinneringen, en beelden zien, zonder dat een zelf daar ergens ingekapseld zit. Wat wij gewoonlijk beschouwen als ‘ik’ is een referentiepunt dat ons oriŽnteert in de snelle stroom van de veranderende inhoud van het bewustzijn. Ramana Maharshi zegt:

Aangezien het Zelf, dat zuiver Bewustzijn is, alles kent, is het de Ultieme Ziener… De hele rest – ego, denkvermogen, lichaam, enz. – vormt alleen maar de objecten ervan; dus elk daarvan behalve het Zelf of zuiver Bewustzijn is een eenvoudigweg geŽxternaliseerd object en kan niet de ware Ziener zijn (Wilber, 1977, p.83).

Wanneer wij leren ons los te maken uit de veranderende bewustzijnsstroom, kunnen wij waarlijk weten wie wij zijn. Wat wij zien als een afgescheiden, geÔndividualiseerd ego dat plannen maakt en keuzes doet is een secundaire entiteit. Het is een lokalisatie in tijd en ruimte van zuiver, ongedeeld kosmisch bewustzijn. Goswami zegt dat het tevoorschijn gebracht wordt door een individueel hersen-denken en het geloof dat het  lichaams-denken is. Hij en andere fysici zoals Erwin SchrŲdinger beweren dat het onderwerp van ervaring ťťn enkel universeel subject is voor iedereen, niet ons persoonlijk ego. SchrŲdinger zei, ‘Bewustzijn is een enkelvoud waarvoor geen meervoud bestaat.’ Fundamenteel is ons bewustzijn bewustzijn van Zijn, je zou kunnen zeggen van God – transcendent, buiten tijd en ruimte, voorbij de tweespalt tussen subject en object. Goswami zegt, 'Er is geen andere bron van bewustzijn… Het is alles wat er is.’ Met andere woorden, atma en Brahman zijn ťťn, of zoals de Duitse mysticus Meister Eckhart het formuleerde, ‘De Grond van God en de Grond van de Ziel zijn hetzelfde.’

Toch bestaat er, op een niveau dat dieper is dan onze neiging tot egoÔstische zelfzucht, een onsterfelijk centrum van zijn binnenin ons, onze lokalisatie in het universele veld van atma. In haar puntaspect neemt atma een voertuig aan van boeddhi, het meest etherische en minst gepreciseerde van onze velden. Deze combinatie van atma en boeddhi wordt door Blavatsky de monade genoemd. Het is de ‘pelgrim’ – onze permanente locus van bewustzijn door heel onze lange evolutionaire reis in de velden heen. Ons fundamenteel gevoel van een zelf zijn is een afspiegeling van deze eeuwige bewustzijnsfocus. Toch, ofschoon atma-boeddhi in ieder van ons individueel is, is het niet afgescheiden van universeel bewustzijn, het Ene Leven. Blavatsky zegt dat het ‘het egoÔstische… principe in de mens is, te wijten aan onze onwetendheid die ons “ik” afgescheiden houdt van het Universele Ene-Zelf’ (Blavatsky 1930,10).

Het conditioneren van onze voertuigen

Zoals wij zelf weten uit het leven, bestaan wij in een stel elkaar doordringende voertuigen of velden: emotioneel, mentaal, intuÔtief, enz. Wij ervaren maar zelden zuiver bewustzijn op zichzelf omdat de velden zo’n sterke invloed hebben op wat wij ervaren. Bovendien nemen de voertuigen gemakkelijk gewoontes en conditioneringen aan en herhalen zij wat wij ook maar voortdurend doen. U kunt uw tanden poetsen, een brief typen, en autorijden zonder uw lichaam te hoeven vertellen wat het moet doen. Het herhaalt automatisch een vertrouwde handeling. Precies zo herhalen emoties en gedachten zichzelf. Gedachten aan beminden komen ongevraagd naar boven, net als bezorgdheid over het betalen van rekeningen of ergernis als een verkoopmedewerker opbelt tijdens het eten. Niemand wil depressie meemaken, maar ze steekt vanzelf de kop op van tijd tot tijd. Zich herhalende gedachten en houdingen zoals afkeuring of kritiek dringen zich op, ook al wil u nog zo graag liefhebbend en ontvankelijk zijn. Nietzsche zei, ‘Een gedachte komt vanzelf op, niet wanneer ik het wil’; en William James zei, ‘Het zou toepasselijker zijn te zeggen “het denkt” of “de gedachte gaat voort” dan te zeggen “ik denk”.

Deze voorbeelden laten zien dat de voertuigen een soort eigen semi-bewust leven leiden dat niet noodzakelijkerwijs in harmonie is met uw zelf als het centrale bewustzijn. Uw lichaam wil zich verlustigen in een tweede keer roomijs opscheppen, ofschoon u wilt afvallen en gezond wilt zijn. Uw emoties willen dat u laat opblijft om naar een griezelfilm op de televisie te kijken, ook al wilt u genoeg slaap krijgen en de volgende alert zijn op het werk. Dergelijke conflicten worden tot leven gebracht in de kleine verhandeling Aan de voeten van de Meester, die ons adviseert te leren onderscheid te maken tussen onszelf als het bewustzijn en de verscheidene velden en voertuigen die wij bewonen. Wij zien dingen niet in het licht van zuiver bewustzijn maar veeleer door de kleuring van de velden en hun geconditioneerdheid. Het conditioneren is een eigenschap van de velden of omhulsels, niet van het bewustzijn dat deze bewoont.

Bewustzijn zonder inhoud

De ouder wordende Joseph Campbell was in staat zichzelf te zien als het bewustzijn. In een gesprek op de televisie vroeg Bill Moyers aan Campbell wat hij vond van ouderdom en sterven. Campbell zei dat hij niet van de wijs raakte doordat zijn lichaam verslechterde. Toen vroeg hij retorisch, ‘Ben ik het peertje dat het licht draagt, of ben ik het licht?’ Hij wist zichzelf bewustzijn, niet het voertuig ervan. Spiritueel inzicht leidt tot afstand nemen van de inhoud van bewustzijn – onze gedachten, meningen, emoties, houdingen, rol, status, gevoelens, lichaam – en het besef van onszelf als atma, het bewustzijn waarin al deze verschijnselen zich voordoen. Thoreau zag zichzelf als bewustzijn, de getuige, buiten de stroom van gedachten en handelingen toen hij schreef, ‘Ik ben mij bewust van de aanwezigheid en de kritiek van een deel van mij, dat, als het ware, niet een deel is van mij, maar toeschouwer, daar het geen ervaring deelt, maar er nota van neemt en dat is evenmin ik dan het u is.

Stelt u zich voor dat u in een isolatietank zit. U drijft in water dat even warm is als uw lichaamstemperatuur. U kunt niets zien omdat uw ogen afgedekt zijn, en uw oren horen alleen ‘ruis’. Er zijn geen sensaties waarop u zich kunt richten. Naast deze gevoelsontberingen bent u erin geslaagd uw emoties tot kalmte te brengen zodat zij stil zijn, en uw denkvermogen is opgehouden zijn gewone gedachtestroom omhoog te karnen. Alle vertrouwde ervaringen zijn stilgelegd. Wat zou u ervaren in zo’n situatie? Alleen maar zuiver bewustzijn zonder inhoud, kaal bewustzijn op zichzelf. U zou niet afgeleid worden door uw principes en hun voertuigen maar teruggeworpen worden op primordiaal bewustzijn, eenvoudigweg het vermogen tot kennen of weten.

Normaliter kunnen mensen zelfs gevoelsontberingen niet lang verdragen. Proefpersonen die bestudeerd zijn in isolatietanks beginnen te hallucineren en geven aldus inhoud aan hun lege bewustzijn. Maar het ervaren van deze leegte wordt beschouwd als een hoge staat van meditatie in sommige systemen. Een voorproefje ervan helpt ons onszelf te bevrijden van de greep die ons denken, onze emoties en onze lichamen op ons heeft. De Boeddha maakte ons duidelijk dat lijden veroorzaakt wordt door het zich vastklampen aan het leven en aan onze ideeŽn over onszelf. Een glimp van leegte bevrijdt ons voor een ogenblik van onze rol, van onze houdingen, doelstellingen en de gebruikelijke emoties waarmee wij ons normaliter identificeren. Zulke glimpen beginnen onze greep op ons idee van wie wij zijn los te maken, en dan zien wij onszelf als iets dat verschilt van de veranderende situaties waarin wij meestal leven. Op zulke momenten laten wij onze zorgen en beslommeringen los. Wij maken ons los van onze rollen in het leven en verblijven in het eenvoudig zijn. Wanneer wij ons een ogenblik kunnen bevrijden van onze voertuigen en de geconditioneerdheid ervan, kunnen wij het leven lichter opvatten en meer vreugde binnenlaten.

Training is nodig om deze disidentificatie voor elkaar te krijgen. Wij moeten ons persoonlijk denkvermogen trainen zodat het niet zozeer in beslag genomen wordt door egoÔstische gedachten. Wij kunnen dit volbrengen omdat wij als mensen zelfbewustzijn hebben en onze gedachten en emoties objectief kunnen observeren. Door het standpunt van de getuige te cultiveren kunnen wij ertoe komen de kracht van onze beginselen en voertuigen te gebruiken in plaats van erdoor geregeerd te worden. Wij schuiven hun semi-bewuste leven opzij en dan worden zij een instrument waarop wij als bewustzijn spelen, zoals de pianist de pianotoetsen bespeelt. De toetsen kunnen hun eigen geluid maken, maar alleen de musicus die erop speelt kan muziek maken. Taimni zegt: een doelstelling van spirituele training is ‘het met volmaakte beheersing hanteren van de krachten en eigenschappen die bij alle gebieden horen, door de goddelijke Wil ten uitvoer te brengen’ (Taimni 1970, p.41).

Diep luisteren is ook een manier om te komen tot de ervaring van zuiver bewustzijn voorbij de dualiteit van subject en object, van mij in tegenstelling tot iets anders. Jean Klein, een leraar die tot het besef gekomen is van zijn ware aard, zegt: ‘wanneer u luistert zonder agressief te zijn of weerstand te bieden, wordt uw hele lichaam dit luisteren, het blijft niet beperkt tot de oren. Alles wat u omringt wordt omvat in dit wereldwijde luisteren en uiteindelijk is er niet langer een luisteraar en iets waarnaar geluisterd wordt. U bent dan op de drempel van non-dualiteit (Klein 1995, p.52).

Bewustzijn en evolutie

Theosofie leert ons dat wij door levenservaringen, zowel gelukkige als tragische, de potenties van atma ontvouwen door middel van onze beginselen. Wij als menselijk ras ontwikkelen steeds verfijndere krachten van denkvermogen, emotie, intuÔtie en wil. Wij dringen ook door tot bovenbewuste rijken van ervaring voorbij de persoonlijkheid. Wij verbreden onze grenzen en vergroten aldus ons gevoel van zelf. Wij evolueren naar het doel van bewuste eenheid met alles.

Meditaties en spirituele oefeningen kunnen ons naar dat doel helpen bewegen naarmate zij het verstand zuiveren en belemmeringen uit de weg ruimen voor de spontane openbaring van atma. Leraren zoals Krishnamurti en Ramana Maharshi benadrukken dat wij dat onbelemmerde bewustzijn waarin al onze ervaring, zelfs bewustzijn van het superbewustzijn, plaats vindt, tot stand moeten brengen. Door het realiseren hiervan weten wij dat het bewustzijn dat wij ervaren fundamenteel ťťn is van aard met universeel bewustzijn. Father Bede Griffith, een Christelijke priester die een ashram in India gesticht heeft, begreep de universaliteit van bewustzijn toen hij schreef, ‘Wij ontdekken langzaam opnieuw… de kennis die universeel was in de antieke wereld, dat er geen materie bestaat, afgescheiden van denkvermogen of bewustzijn. Bewustzijn is latent in ieder deeltje van materie en de mathematische orde die de wetenschap ontdekt in het universum is te danken aan het effect van het universele bewustzijn daarin. In de menselijke natuur begint dit latente bewustzijn tot een feitelijk bewustzijn te worden, en naarmate menselijk bewustzijn zich ontwikkelt wordt het zich steeds bewuster van het universele bewustzijn waarin het gegrondvest is.’(Anderson 1992, p.27).

Deze opvatting verduidelijkt dat wij zelf fundamenteel niets anders zijn dan dat oerbewustzijn aan de basis van alles wat er is, atma. Ons diepste zuivere, onvoorwaardelijke bewustzijn, vrij van enige inhoud, is ťťn met universeel bewustzijn. Zieners en wijzen getuigen dat, wanneer alle objecten uit het bewustzijn gehaald worden, het mogelijk is dit, hun meest fundamentele Zelf, hun primaire bewustzijn te ervaren. Zoals Sankara zegt in ‘The Crest-Jewel of Wisdom’: ‘de wijze begrijpt dat de essentie van Brahman en Atman Zuiver Bewustzijn is, en beseft dat zij absoluut identiek zijn.
Of in de woorden van Annie Besant:

‘Het ZELF van het universum en het ZELF van de mens zijn ťťn, en door het ZELF te kennen, kennen wij Dat wat aan de wortel staat van zowel het universum als de mens.’(Besant 1948, p.5).

Verwijzingen


Vertaling: A.M.I.