Uit: The Theosophist, maart 1999 (lezing ter gelegenheid van de Conventie, Adyar, 30 december 1998)

De pijn en de glorie van het mens-zijn

Radha Burnier

Hoeveel mensen in de wereld zouden graag dieren worden? Een paar dierenliefhebbers zeggen misschien, 'Ik ben dol op dieren, ik zou graag een dier zijn', hetgeen gemakkelijk gezegd is omdat we weten dat het onmogelijk is om een ezel, een varken of zelfs een aap te worden.

Waarom trekt de gedachte een dier, een vogel of een vis te worden ons niet aan? Is dat omdat er een gerede kans bestaat dat een dier afschuwelijk mishandeld wordt? Misschien wordt er op hem gejaagd tot de dood erop volgt, nadat hij kilometers lang gerend heeft en het volkomen uitgeput moet opgeven, om daarna door honden verscheurd te worden. Of hij wordt in een laboratorium gestopt, geprikt, verbrand of levend gevild. Of aan een leiband door de straten gevoerd om de clown te spelen, zoals apen en beren. Of het ergere lot te ondergaan om weggerukt te worden bij zijn moeder en grootgebracht te worden in een akelig oncomfortabel onderkomen, niet mogen bewegen, gevoerd worden met onnatuurlijk voedsel en tot een soort machine gemaakt te worden 'om veevoer tot voedsel te maken'. Dit alles en erger kan gebeuren als men een dier wordt. In de aloude mythologieŽn werd geboren worden als een dier gezien als een straf, niet als een voorrecht. Misschien voorzag men zelfs in oeroude tijden, toen dieren wat beter behandeld werden, wat er met ze zou gaan gebeuren in de toekomst!

Maar als al dit lijden uitgebannen zou worden, zouden mensen dan dieren willen zijn? Nee. Waarom niet? Is het omdat dieren geen vaardige handen hebben waarmee ze een horloge kunnen maken, een schip bouwen, geweren produceren of een telescoop of een microscoop kunnen bouwen die toont wat nog nimmer werd gezien? Verscheidene redenen kunnen naar voren gebracht worden om er de voorkeur aan te geven in een menselijk en niet in een dierlijk lichaam te zijn. Maar in het kort is onze onbewuste of bewuste voorkeur gebaseerd op de wetenschap dat er een sterke beperking is aan bewustzijnsverruiming in een dierenlichaam - onder andere een beperking van kennis, van vreugde ervaren, van liefde uitdrukken en schoonheid gevoelen.

Dieren weten veel, maar alleen door instinct. Hun gedrag heeft mensen geleerd over geneeskrachtige kruiden en giftige planten. Zij kunnen zonder te weten aanvoelen welke kruiden de spijsvertering bevorderen, of koorts onderdrukken. De nietige spin weeft buitengewoon sterke draden. Maar wat het dier weet is volstrekt beperkt tot de noodzaak te overleven: voor zijn jongen zorgen, gevaar ontvluchten enzovoorts. De natuur zorgt ervoor dat ze de kennis krijgen die ze nodig hebben om te overleven. Maar hoe prachtig hun kennis ook is, ze kan nooit de vergelijking met die van mensen doorstaan. Dolfijnen, olifanten, apen en papegaaien kunnen denken, maar als je ze de beste leerboeken geeft en naar school stuurt, kan geen van hen een Einstein of een Sankara worden. Dit is onmogelijk, omdat er een grens is aan het bewustzijn dat in de dierenwereld werkt, waardoor dat koninkrijk zich onderscheidt van het menselijke.

Wanneer we kijken naar de adelaar of de havik, terwijl ze gracieus balancerend op luchtstromen meedrijven, lijkt het of zij van hun leven in de lucht genieten. De hond voelt grote blijdschap wanneer zijn baas thuiskomt. De vreugde die door een vogel of dier ervaren wordt is misschien zuiverder dan die van de gemiddelde mens, want niet bedorven door denkbeeldige zorgen, herinneringen en tegenstrijdige gedachten. Maar kunnen dieren de vreugde ervaren van het kijken naar blaadjes die traag in de wind bewegen, of blij zijn met de opkomende maan of de herinnering aan een vriend in een ver land? Het dier kent zulke vormen van vreugde niet, die zich alleen voordoen wanneer het bewustzijn tot het hoger menselijk gebied opstijgt. Bovendien kan het dierenverstand geen vragen stellen over het doel van het leven, noch kan het trachten dat soort probleem op te lossen. Dieren verlangen er niet naar te begrijpen hoe het leven geleefd moet worden of welke relatie goed is. Maar het menselijk bewustzijn heeft de macht om deze onderwerpen te onderzoeken en erin door te dringen; en grote inzichten in de gebieden van religie en filosofie zijn het gevolg van bewustzijn, gericht op onderwerpen die niets te maken hebben met overleven of met ons eigen persoontje.

De verklaring in de Upanishads, aham brahmasmi, 'Ik ben het Eeuwige', is ontstaan uit het bewustzijn van een universele Realiteit, een transcendentale Waarheid, voorbij tijd en ruimte, voorbij de grenzen van gedachten en dagelijkse menselijke ervaring. Menselijk bewustzijn - niet alleen het denken - heeft dat heilige gebied van het tijdloze, het grenzeloze en het Heilige aangeraakt, dat het Eeuwige is. In zijn Notebook brengt Krishnaji deze extase tot uitdrukking: 'Terwijl ik daar liep, kwam die Heilige Zegen; iets dat ik bijna kon aanraken, en diep van binnen waren er bewegingen van verandering. Het was een avond vol betovering en schoonheid die niet van deze wereld was. Het onmetelijke was er, en toen was er stilte'.

Het menselijk potentieel voor spirituele vrijheid wordt uitgedrukt als een fundamentele theosofische waarheid: 'De ziel van de mens is onsterfelijk en zijn toekomst is de toekomst van iets waarvan de groei en schittering grenzeloos is'. Groei is vrijheid; zelfs fysieke groei omvat vrijheid, maar het bewustzijn te laten opengaan en het vergroten van het vermogen te weten, lief te hebben en vreugde te ervaren, is spirituele vrijheid. Hiernaar verwijzen de Dhammapada, de Vivekachudamani en, op een indirecte manier, de Bijbel, als ze zeggen dat als mens geboren worden een heel speciaal voorrecht is. Jammer genoeg hebben mensen de betekenis hiervan uitgelegd als het recht om andere wezens te overheersen en uit te buiten. Zo'n visie is een degradatie van de waarheid dat menselijk leven speciaal is vanwege het potentieel voor onbeperkte spirituele groei en vrijheid.

De hele wereld zou in een nacht veranderen wanneer dit potentieel plotseling realiteit werd. Helaas zijn wij niet in staat de gave van de ons gegeven vrijheid te gebruiken, omdat wij bepaalde karaktertrekken geŽrfd hebben die niet van de ziel zijn maar van het lichaam. Psychologisch blijven wij gevangen in het lichaam en het verstand. Wij geven de latente spirituele mogelijkheden geen kans zich in ons als individuen te manifesteren. Vandaar dat wij worstelen en pijn lijden en een kwaadaardige maatschappij in het leven roepen.

Het menselijk lichaam is het product van een duizenden jaren oud proces van ontwikkeling van samengesteldheden en vaardigheden. Vanuit primitieve omstandigheden is het geŽvolueerd tot een organisme met een buitengewoon verstand, met veel onaangesproken potentieel. Voor het proces van fysieke evolutie is het overleven van het individu essentieel, tenminste lang genoeg om kroost te verwekken, om er zeker van te zijn dat de soort in stand blijft. Overleven - zowel van het individu als van de soort - impliceert de worsteling om te overleven, die obsessief geworden is in de menselijke maatschappij, omdat wij ons zozeer identificeren met het lichaam en zijn comfort, genoegens en bevredigingen.

Om fysiek te overleven, moet ieder schepsel angst kennen. Als dat niet zo was, en wij onwetend rondliepen, zouden roofdieren daar snel een einde aan maken. Alle wilde dieren zijn voortdurend alert op gevaar, bevreesd voor de aanwezigheid van vijanden. De dieren die wij in kooien en in legbatterijen en fokkerijen stoppen, hebben misschien alle hoop laten varen en reageren misschien niet op dezelfde manier, maar in het wild zijn dieren op hun hoede voor al het ongebruikelijke. Ze mogen niet onverhoeds overvallen worden. Het terrein moet worden afgebakend voor het exclusieve gebruik van het overwinnende dier en zijn nakroost en dus moet iedere indringer geweerd worden voordat hij te ver binnendringt. Dit alles gaat al duizenden jaren zo en is diep geworteld in ons brein - vrees, het verwerven en zich toeŽigenen van territorium enzovoorts. Wanneer wij dieren observeren kunnen wij veel begrijpen over mensen.

Zelfbehoud en overleven zijn afhankelijk van vrees, achterdocht, uitbreiding, verwerving, het snel grijpen van het beschikbare voedsel en natuurlijk, omdat alleen de sterksten overleven, dominantie. Mannetjesdieren vechten zich dood om de leider van de kudde te worden. Rudyard Kipling beschrijft ontroerend hoe de oude wolf, die vele jaren de leider van de troep was, opzij moest toen zijn krachten afnamen. In het geval van een kat met ernstig oogletsel zei de dierenarts dat zelfs een zandkorrel hem blind kon maken. Dus werd hij ongelukkig drie maanden in een kooi opgesloten. Toen het oog genezen was en de deur van de kooi werd opengezet, sprong hij niet vreugdevol de vrijheid tegemoet. In drie maanden was de buitenwereld ongewoon geworden, en hij wilde er zeker van zijn dat het veilig was om naar buiten te gaan; dus zocht hij voorzichtig, stapje voor stapje, zijn weg naar de vrijheid buiten de kooi.

Vastgesteld werd dat dit ook gebeurde met de slachtoffers in concentratiekampen. Toen de hekken van het kamp eindelijk opengingen, renden zij naar buiten en toen weer terug in hun barakken, omdat de grotere wereld beangstigend was. Het onbekende kan gevaarlijk zijn vanuit het oogpunt van fysiek overleven en het menselijk brein bergt die conditionering in zich.

Geen wonder dat de menselijke maatschappij chaotisch en wreed is, want wij blijven ondergeschikt aan deze programmering, en al deze primitieve dwangimpulsen werken door ons in de maatschappij. In het oerwoud werkt de programmering, want de natuur neemt haar eigen loop en houdt orde. Maar wanneer het egoÔstische menselijk verstand, dat te slim is geworden, mechanisch functioneert, verslaafd door overgeŽrfde dwangimpulsen, produceert het ontstellende conflicten en lijden.

Wanneer we de geprogrammeerde reacties laten doorgaan, zal ook het menselijk lijden doorgaan. De manier om er een eind aan te maken, is door zelfbewustzijn, dat ook een geschenk is dat in het menselijk stadium ontvangen wordt. Wij kunnen onze conditionering intelligent observeren en beseffen dat wij de oorzaak zijn van onze eigen pijn; en dat wij de vrijheid hebben om onze toekomst anders vorm te geven. Menselijke pijn is niet alleen fysiek. Miljarden hulpeloze dieren lijden hevige fysieke pijn onder onze handen, maar onze pijn is anders vanwege de ingewikkeldheden van onze psyche. Wij zijn niet alleen maar bang; wij lopen op onze angsten vooruit, werken erop in met onze verbeelding en intensiveren problemen. Wij verwerven niet alleen maar dingen, wij maken plannen en complotten, en zijn teleurgesteld als onze plannetjes niet doorgaan. Wij vinden medestanders om anderen te kleineren en scheppen aldus sektarische, politieke, sociale, nationale en andere verdeeldheid. Het leven is enorm pijnlijk voor ons door de manier waarop ons verstand werkt, met zijn angsten, vijandige gevoelens enzovoorts.

Maar hier zit ook een andere kant aan; namelijk de grote waarden die deel uitgemaakt hebben van de menselijke maatschappij. Wij maken elkaar ongelukkig, wij raken verwikkeld in conflicten, wij spelen de baas over vrouw, familie of een ander land, maar er zijn nobele idealen en morele ambities zonder welke de menselijke cultuur en beschaving nauwelijks ooit tot bloei gekomen had kunnen zijn.

De wetenschapper E.W. Sinnott wijst erop dat waarden die voor de menselijke cultuur van betekenis zijn, zoals schoonheid, gerechtigheid en waarheid, niets te maken gehad hebben met overleven. Waar komen zij vandaan? Filosofen en zieners hebben gesproken over de grote, tijdloze waarden als de goddelijke attributen van het Eeuwige. Schoonheid, waarheid, goedheid, vrede, gerechtigheid, vreugde - zij zijn inherent aan het Zijn.

Over het voorbeeld van schoonheid, die zelfs primitieve mensen tot op zekere hoogte ervaren, schrijft Sinnott:

Welk selectief voordeel kan er bij een wedloop om te overleven, zitten in enige liefde voor schoonheid? In de lange worsteling omhoog van de mens is het najagen van schoonheid soms feitelijk een belemmering geweest, want maar al te vaak hebben onbeschaafde barbaren de overwinning behaald op mensen met een hogere beschaving en esthetische gevoeligheid. Het is moeilijk onze liefde voor schoonheid toe te schrijven aan het keiharde geven en nemen van evolutionaire selectie (The Biology of the Spirit).

Ook gerechtigheid kent geen plaats in de overlevingsstrijd. Waar krijgt het menselijk verstand een gevoel voor rechtvaardigheid? Universeel bewustzijn is zelf misschien een toestand van absolute rechtvaardigheid; en de schering en inslag van het universum bestaat misschien uit waarden. Sinnott schrijft verder over schoonheid: Een plant of een dier internaliseert diffuse en willekeurige materie uit de buitenwereld en bouwt dat in het georganiseerde levende patroon van zijn lichaam... Deze materiŽle omhulsels die levend materiaal gebouwd hebben om zichzelf te huisvesten zijn van een zodanige aard en kwaliteit dat de mens ze bijna altijd als prachtig beschouwd heeft... Ik vind het significant dat wij ook reageren op de schoonheid van de anorganische natuur - van sterren en sneeuwvlokken en kostbare stenen, van zonsondergangen, regenbogen, bergen en de zee. Schoonheid is niet alleen maar een biologisch bijproduct. Zij is overal. Levend materiaal schept haar niet alleen, maar heeft tenslotte in de mens een wezen geschapen die, door spirituele gevoeligheid, zijn armen kan uitstrekken en schoonheid kan ontdekken in veel wijdere koninkrijken.

Niet alleen schoonheid, maar alle grote waarden van het leven, zoals liefde - die geen gehechtheid of bezit is - zijn inherent aan het leven. De gevoeligheid voor waarden en voor hun toepassing op relaties is het wakker worden tot het goddelijke en het spirituele.

Het overlevingsmechanisme dat blindelings aan het werk is in de mens genereert kwaad en pijn. Het is gewikkeld in een strijd tegen het gevoel van waarden dat inherent is aan zijn bewustzijn. Zoals Sinnott zei, de natuur heeft uiteindelijk, door een lange evolutie heen, in de mens een entiteit geproduceerd met spirituele gevoeligheden, en in die mens ontstaat een morele worsteling. Vroeger of later moet er een Kurukshetra-oorlog worden uitgevochten in ieder menselijk hart, die de ziel bevrijdt van zijn ketenen en de weg vrijmaakt voor het bewustzijn om oneindig te kunnen uitbreiden in termen van liefde, goedheid, schoonheid en vreugde.

Het moge duidelijk zijn dat wanneer er de dwangimpuls is van programmering, er geen vrijheid is. Het geprogrammeerde brein moet het zwijgen opgelegd worden en alle dwangmatige behoeften moeten wijken voordat harmonie en vrede in ons kunnen heersen en zodat het goddelijke zaad in het bewustzijn kan groeien. Intussen ondergaan wij de kwelling van het doen van de dingen die wij niet willen doen! Hoevelen op het spirituele pad hebben uitdrukking gegeven aan gekwelde kreten, daar zij de waarheid wilden spreken maar meegesleept werden door onwaarheden; vriendelijk wilden zijn, maar zich wreed gedroegen. In dit stadium van spijt en schuldgevoelens zijn de morele vermaningen moeilijker te verdragen dan fysieke pijn; maar door dit stadium moet men heen.

Naarmate het bewustzijn van zichzelf groter wordt, zien we dat de 'zonden' overblijfselen zijn van het verleden, en dat wij onszelf daar niet mee hoeven te identificeren, noch met het fysieke systeem, dat alleen maar een stuk gereedschap is, een instrument om te gebruiken en niet ons ware wezen. Het getuige-bewustzijn kijkt kalm naar het hersenverstand en blijft onbewogen, zuiver en sereen. De ervaring van eenheid met het universele Leven komt nadat de strijd beslecht is. Het menselijk bewustzijn, vermengd met oneindig bewustzijn, is erfgenaam van zijn creatieve macht, vreugde, wijsheid en vrede. Door de gave van bewustzijn van het zelf te gebruiken, zijn we vrij om te kiezen of we doorgaan te leven met pijn en lijden, of dat wij de grootheid en glorie van Vrijheid ervaren.

Vertaling: A.M.I.