Euthanasie op dieren

Michael W. Fox (*)

Wanneer een wezen lijdt zonder hoop of verlichting en herstel, zullen degenen die om hem geven kiezen voor de genadedood of euthanasie. Euthanasie is onaanvaardbaar in sommige culturen en religieuze tradities, omdat het opzettelijk doden van een ander wezen, zoals een 'heilige koe', taboe is. Dit heeft minder te maken met het leven en de benarde toestand van het dier dan met de schande van het zich 'onzuiver' maken door het doden van een ander. In dit geval weegt eigenbelang zwaarder dan het handelen uit mededogen. Zulk gebrek aan handelen door het dier verder te laten lijden is meer dan lafhartigheid. Het is pure schijnheiligheid wanneer men euthanasie niet gelijkstelt aan compassie maar aan geweld, ongehoorzaamheid aan een of andere religieuze leer zoals ahimsa, en persoonlijke bezoedeling.

Geen enkel cultureel of religieus moreel principe zoals ahimsa, behalve dan mededogen, kan absoluut zijn, daar er verzachtende omstandigheden zijn, d.w.z. ethiek is gekoppeld aan de heersende omstandigheden.

Maar net als het niet doden van een dier uit compassie, zuiver een zelfzuchtige keuze kan zijn, heb ik mij in situaties bevonden waarin mijn beslissing om een dier uit genade te doden, moeilijk te scheiden was van mijn eigen empathisch lijden. Het dier uit zijn lijden helpen zou een einde maken aan mijn eigen lijdenslast voor het dier. Het is dus moeilijk om mededogen te voelen en tegelijkertijd voldoende afstandelijk te blijven om vrij van zelfzucht de juiste beslissing te nemen.

Ik herinner mij een voorbeeld in India, waarbij ik een Engelse dwergkees, Sneeuwvlok, behandelde die het grootste deel van de huid op haar rug kwijt was - ongeveer een derde van het oppervlak - door een ongeluk met kokend water. Terwijl ik de enorme wond aan het schoonmaken was, was mijn eerste reactie om haar te laten inslapen. Maar vreemd genoeg leek het of zij minder pijn had dan ik, en met haar onvermoeibare geest en levenswil gecombineerd met intensieve wondverzorging en liefde, genas zij volkomen binnen drie maanden.

Ten opzichte van euthanasie zouden wij noch een positieve houding moeten koesteren noch de behoefte om euthanasie af te schaffen. De mededogende middenweg tussen deze uitersten kan moeilijk te bepalen zijn, zoals bijvoorbeeld in India, waar een beroep op redelijkheid en compassie met betrekking tot euthanasie op dieren felle tegenstand kan oproepen. Het is ook tragisch wanneer in de steek gelaten koeien verhongeren en als zwerfhonden gecastreerd worden en vrijgelaten om een hopeloos bestaan te leiden in drukke stadsstraten voordat zij door het verkeer gedood worden of door gemeentelijke hondenvangers gepakt worden om gedood te worden door electrocutie of met injecties met strychnine en cyanide. Het beleid van westerse maatschappijhervormers om alle thuisloze honden op menselijke wijze te doden, vooral in de steden (in tegenstelling tot die honden die een thuis hebben of die tot de dorpsgemeenschap behoren en loslopen) is een gruwel voor veel van hun tegenhangers in het Oosten.

Omringd door lijden, kunnen wij er ongevoelig voor worden. De houding van leven en laten leven kan dan wrede gevolgen hebben wanneer verantwoorde euthanasie taboe is.


(*)Dr. Michael W. Fox is een eminent biowetenschapper en vice-voorzitter van de Humane Society of the USA.


Uit: The Theosophist, januari 2000

Vertaling: A.M.I.