Voor de Jongeren
Theosofia maart 1948
(...)
Uit de Hut van Lotusvrouwtje
De hut ligt heel, heel diep in het bos. Het is
een houten hutje en 's zomers is het begroeid met veel bloeiende klimplanten.
Vlak bij is een kleine vijver. Daar wonen kikker Kwaak en zijn vrouwtje
en de waterlelies hebben met hun wortels een huisje op de bodem gemaakt
voor de Kwaakkikkers.
In de hut woont Lotusvrouwtje. Ze is al heel oud. Daarom is ze
een beetje krom en als ze in het bos loopt, steunt ze op een stokje. Maar
juist omdat ze zo erg oud is. heeft ze geleerd om met de dieren, met de
bomen en de bloemen te praten. En zeg nu zelf: wat heb je aan dieren en
bomen, als je er niet mee praten kunt?
Op een keer...... het was midden in de winter...... zat Lotusvrouwtje
in de hut. Er was een gezellig open vuur, dat knapperde en knetterde. Kater
Maas zat er voor en warmde zijn velletje. Boven aan de zolder hing spin
Zilverdraad in haar mooie net en vlak voor het venster, maar aan de buitenkant,
zat uil Rondoog en sloot zijn ogen voor het licht van de vlammen.
Plotseling was er een kleine jongen in de kamer.
"Hoe kan je dat?" vroeg kater Moos. "Hoe kan je binnenkomen zonder
dat de deur of het venster opengaan? Waar kom je vandaan? En wat kom je
doen?" .
Maar het jongetje stapte op Lotusvrouwtje toe en zei:
"Ik heb je gevonden! Eindelijk! Ik heb zo hard gezocht. Ik kón
je maar niet vinden, maar nu héb ik je!"
"Wel. wel, jongetje," zei Lotusvrouwtje en legde haar breiwerk neer
om hem eens goed te bekijken, "ben je helemaal door dat grote bos gekomen
om mij te zoeken en te vinden? Weet je wat, laat ik je dan Bos jongetje
noemen. Hoe vinden jullie dat, kater Moos en Zilverdraad en Rondoog?"
"Veel te lang!" zei Moos. "Waarom zeg je niet "B. J."? Dat zeggen de
mensen, die in de stad wonen. Ik weet het van een vriendin, die daar woont.
De mensen hebben geen tijd meer voor hele woorden. Ze zeggen alleen een
paar letters en dan weet iedereen, wat ze bedoelen."
"Goed, dan noemen we hem B. J,," riep Lotusvrouwtje.
"Wat heeft hij een gek gekleurd lijf," riep Rondoog achter het venster.
..Ik houd niet van al die kleuren. Geef mij maar liever grauw.Dat staat
netjes en eenvoudig,"
"Heb ik zo'n kleurig lijfje?" vroeg B.J. verschrikt en keek voor het
eerst eens naar zijn borst en buikje. "Wat gek, dat heb ik anders nooit.
Ze zouden me zeker op school uitlachen, als ze me zo zagen. Hoe zou het
komen?"
"Kom eens gezellig bij me zitten," nodigde het oude vrouwtje en dan
zal ik je dat eens precies uitleggen: "Zie je, als je op school bent of
als je overdag met je broertjes en zusjes speelt, dan ben je in je daglijfje
en je hebt doodgewone kleren aan als elke jongen, maar als je moeder je 's
avonds heeft toegedekt en een nachtzoen heeft gegeven, als ze dan voorzichtig
de kamer is uitgegaan om je niet wakker te maken, dan ben jij al ingeslapen.
Ja, de mensen noemen dat inslapen, maar het betekent, dat je daglijfje heerlijk
onder de dekens ligt en nergens.meer van weet, maar dat je Denk, waar je
overdag je sommen mee maakt, nu eens voor
.zijn plezier uit je lijfje wegtrèkt en eens overal wat gaat
rondsnuffelen!"
"Dat kan niet" zei B.J. "Dat kan onmogelijk, want mijn juffrouw heeft
op school gezegd, dat je hersens in je hoofd hebt en als je die niet had
dan kon je helemaaÎ niet denken. Nou en mijn hersens die zitten toch
zeker in mijn hoofdje, dat op het kussen ligt?" .
,,0, maar B.J. dat heb je niet goed begrepen! De juffrouw bedoelt,
dat je een Denk bent en overdag gebruik je natuurlijk die prachtige hersenen,
die boven in je hoofd zijn, maar 's nachts moeten ze eens uitrusten en
dan gebruik je het mooie, kleurige lijfje om mee te denken. Ja, met dat
hele. lijfje denk je. Begrijp je nu, waarom mijn dieren al die kleuren bij
je zien? Dat komt, omdat elke gedachte een kleur is. Mooie gedachten hebben
schitterende kleuren en lelijke gedachten. zijn grauw en somber. Vind je
dat niet prettig, B.J.?"
"Ik vind het een klein beetje heel erg gek," zei B.J.
Woedend tikte Uil Rondoog tegen het venster met zijn snavel en schreeuwde:
"Ik vind het de grootste onzin, die je ooit hebt gezegd, Lotusvrouwtje!
Iedereen n het bos weet, dat er geen enkele vogel is, die zo veel
en zo verstandig denkt als ik, maar dacht je, dat ik 's nachts moet slapen
om de hersens in mijn uilekop te laten rusten? Niks hoor! 's Nachts moet
ik goed wakker zijn om muizen te vangen. En van die kleuren geloof ik niks,
want grauw is het mooiste en wie het anders denkt is dom!"
(...)