LENTE

Theosofia, April 1952

H.K. (waarschijnlijk Helma Kool)

Ziet ge, hoe de gehele natuur weer bezig is zich gans en al te vernieuwen? Het gebeurt zo zoetjesaan, zo vanzelf - en toch kan men zich nauwelijks groter wonder denken. Wat lange tijd kaal en dor en zelfs dood leek, springt nu opeens stralend en verjongd in nieuwe bloei tevoorschijn. Wat sluimerde, ontwaakt; wat gestorven scheen, herleeft; wat oud, ziek en vermoeid was, komt nu met hernieuwde veerkracht en als genezen overeind. Is er een groter, heiliger mysterie dan dat van het leven zelf? Het neemt geboorte in talloze gestalten, ontsterft er aan en gaat weer over in andere verschijningen. Welk een fascinerende schoonheid moet er aan dit eindeloos rhythme ten grondslag liggen, welk een tijdloze cadans aan deze golvingen van de tijd.   
In de lente spreekt alles in de natuur van het wonder. Alles in de natuur heeft deel aan het grote voorjaarsfeest: niet alleen de jonge bomen en struiken, maar ook de oudste onder hen doen mee. Ziet ge niet, hoe zowel jong als oud zich tooien in eenzelfde kleed van het teerste loof en in een overvloed van zwellende, veelbelovende knoppen? Zeker, de ene stam is wat knoestiger dan de andere, en de takken van sommige hebben niet die buigzaamheid meer als de twijgen van andere, maar alle ontluiken tot nieuwe schoonheid, nieuwe bloei, nieuwe kracht en nieuw leven.
Zou de lentefee nooit eens een plekje overslaan, iets of iemand vergeten? - Ik geloof er niets van! Er is geen schepsel dat zij overslaat, geen eik en geen grasje, geen mens en geen dier, geen zandkorrel zelfs. Naarmate wij het natuurlijke niet verloren hebben, zullen wij haar aanraking ook des te dieper doorleven; maar naarmate ons leven kunstmatiger geworden is, en wij vergeten hebben - bv. in de natuur de grote leermeesteres te zien - zijn wij verhard. Dan gaat men liever naar een gewijd gebouw, een tempel of een kerk; of men duikt nog dieper in een of ander heilig boek; of men zoekt weer eens een helderziende op, enz. Maar het is merkwaardig, hoe verrassend weinig verschil er soms in wezen bestaat tussen het gaan naar een gewijde bijeenkomst of bv. naar een bioscoop. Komt dat door de motieven waaróm men gaat?
Waarom prefereren wij een vergankelijk bedehuis, boven die ene tempel, die bovenal Gods ware heiligdom is: de NATUUR? Waarom verkiezen wij een door mensen uitgedachte rite, boven 's levens rechtstreekse en onmiddellijke magie? Waarom vragen wij een ander om voor ons te zien, terwijl onze physieke ogen zich nog dronken kunnen drinken aan de zichtbare wonderen der heiligste en meest verborgen Machten? Waarom vluchten wij in een muf boek, en laten de meest recente editie van het Boek der boeken ongelezen? Waarom zoekt men liefde bij een ander, terwijl de meest volmaakte liefde en hemelse gelukzaligheid in het verwaarloosd koninkrijk van ons eigen hart liggen te wachten - Waarom? Waarom...
Verbreekt dan de kluisters in uw eigen ziel, en opent de poorten! De ZON van Christus wenst overal in door te dringen! Zijn licht en glorie zijn niet te vangen binnen de enge muren van een enkel huis, van een kathedraal of kapel. Volgde ook Christus Jezus niet bovenal het machtige voorbeeld der natuur, toen hij stierf en herrees uit den dode? Hoe toepasselijk zijn de regels van Annie Besant:  “O verborgen leven, trillend in elk atoom; o verborgen licht, stralend in ieder wezen; o verborgen liefde, alles omvattend in één zijn -" Het is nu, in de lentetijd, dat ge iets van dat Verborgene tot aanzijn kunt zien komen. Het is nu, dat iets van dat Onuitsprekelijke zich in de natuurtaal - van vormen en kleuren, van geur en geluid, van schittering, kracht - wil openbaren. Opent dan uw deuren en uw ramen, ja uw hele huis; en laat ook in uw hart de lente binnen.