Lucifer, april 1996, p. 37-44

W.Q. Judge - deel II: "Belangrijker dat de keten ongebroken blijft"

B. Voorham

terug naar begin

Voortekenen van problemen

Na het overlijden van H.P. Blavatsky was de verspreiding van de Theosofie doorgegaan. Vooral in de V.S. werd onder leiding van Judge deze wijsheidsleer steeds invloedrijker. Als gevolg van die invloed werd de T.S. uitgenodigd deel te nemen aan het Parliament of Religions dat in 1893 in Chicago gehouden werd. Vooraanstaande Theosofen uit het Oosten vertegenwoordigden het Hinduïsme en Boeddhisme. Annie Besant was vanuit Engeland overgekomen. Judge's redevoeringen werden gehouden in een overvolle en laaiend enthousiaste zaal. Er was een tijd dat hij voor een lege zaal sprak. (Zie: Lucifer, februari 1996, nr. 1.)

Deze bijeenkomst was in zeker opzicht het hoogtepunt van de beginfase van het theosofische werk. Grote groepen mensen kwamen in aanraking met voor hen onbekende religies en kwamen in de theosofische gedachtensfeer, de Universele Religie, de Moeder van alle uiterlijke religies.

Elk hoogtepunt echter draagt gevaren in zich voor al diegenen die ertoe hebben bijgedragen. Dat geldt vooral voor de Theosofie.

Ieder lid van de T.S. plaatst zichzelf vrijwillig in een positie van beproeving. De wens de Theosofie te leven, tot een levende kracht te maken, houdt in dat men met alle zaden uit het verleden, alle latente neigingen, alle persoonlijke tendensen, hoe subtiel ook, moet afrekenen. Naarmate men de Theosofie serieuzer neemt, versnelt men zijn karman. Oorzaken, die anders wellicht pas in volgende levens tot gevolgen zouden leiden, leveren nu al hun resultaat op. Dit occulte feit moet men goed voor ogen houden bij de beoordeling van onderstaande feiten.

Op het Parliament of Religions vertegenwoordigde prof. G.N. Chakravarti het Brahmanisme. Deze geleerde was ongetwijfeld een spiritueel mens. Maar als Hindu had hij een aangeboren trots op zijn afkomst.

Zelfs belangrijke Hindu-Theosofen als Subba Row, chela van dezelfde Meester als H.P. Blavatsky, bezat die trots. Hij en andere Brahmaanse Hindu's waren ongaarne bereid de geheimen van hun kaste te delen met anderen en wel het minst met niet-Hindu's.

Trots doet altijd afbreuk aan universaliteit en is daarom voor een chela levensgevaarlijk.

Welnu de persoonlijkheid van Chakravarti maakte grote indruk op Annie Besant. Vanaf het moment waarop zij deze imponerende Brahmaanse geleerde ontmoette, werd haar visie sterk gekleurd door de zijne. Daarbij speelde ook het verlangen van Besant naar occulte krachten een rol. "Deze voorschriften zijn voor hen die onbekend zijn met de gevaren van de lagere IDDHI" (psychische vermogens), luidt de eerste zin van De Stem van de Stilte, het boek voor chela's (1). Elke subtiele wens naar zulke krachten kan de chela doen dwalen.

In nog geen twee maanden kreeg Chakravarti een enorm overwicht op Besant. Judge waarschuwde dat als zij deze min of meer sektarische lijn zou volgen, ze afweek van het universele karakter van de Theosofie. Toen Besant kenbaar maakte dat ze naar Indië [India] wilde gaan voor een lezingentour, gaf Judge haar de raad niet te gaan, omdat het daarvoor niet de juiste tijd was. Besant ging wel.

The Judge-Case

In december 1893 werden de eerste beschuldigingen geuit aan het adres van W.Q. Judge. Die beschuldigingen kwamen uit de koker van twee leden, Walter R. Old en Sidney V. Edge. Zij hadden een aantal documenten vanuit Londen naar Adyar gebracht. Die stukken moesten bewijzen dat Judge de namen en handschriften van de Meesters misbruikt zou hebben voor zijn eigen doeleinden. Hij zou in naam van een Meester boodschappen en brieven verstuurd hebben.

Besant, die bij prof. Chakravarti in Allahabad verbleef, diende een officieel verzoek tot onderzoek in bij Olcott. Deze schreef Judge op 7 februari 1894. Hij stelde het volgende voor: Judge zou zich uit alle officiele functies terugtrekken, in welk geval er een openbare verklaring zou worden gegeven. Indien Judge hier niet mee instemde, dan zou een onderzoekscommissie ingesteld worden. In dat geval zou het resultaat daarvan bekend worden gemaakt.

De reacties van beide vooraanstaande leden van The Theosophical Society zijn op zijn zachts gezegd merkwaardig. Zowel Olcott als Besant hadden, zoals ze zelf in openbare geschriften hadden meegedeeld, een zeer hoge pet op van Judge. Op het moment dat tegen hem zo'n zware beschuldiging als machtsmisbruik wordt geuit, mag verwacht worden dat zij de aangevallene beschermen en op zijn minst aan degene die de beschuldigingen uit, bewijzen vragen. Zelfs in het maatschappelijke leven hoeft niemand zijn onschuld te bewijzen, hetgeen in feite van Judge verlangd werd. Judge beantwoorde dat de onderzoekscommissie, die Olcott voorstelde te formeren, de voorzitter en vice-voorzitter alleen kon beschuldigen, als dezen de macht die hun functie met zich meebrengt, zouden hebben misbruikt. Niemand evenwel kon Judge aanvallen vanwege zijn visie. Judge immers geloofde in het bestaan van de Meesters. Niemand hoefde dat geloof aan te nemen, maar wel diende zijn visie gerespecteerd te worden.

Annie Besant mengde zich in de discussie. In een boodschap aan de Europese Conventie van 1894 stelde zij dat ze in Judge iemand zag met occulte vermogens. Ze beschuldigde hem niet van vervalsing in de gewone betekenis van het woord, maar van het feit dat hij "een misleidende materiële vorm gegeven had aan boodschappen van die hij psychisch op verschillende manieren ontvangen had, zonder dat hij degene voor wie die boodschap bestemd was hiervan verwittigde." (2)

(Annie Besant geeft hier een verkeerd beeld van de wijze waarop de brieven van de Meesters geschreven werden. We zullen dat zo aantonen.)

De bom barstte volledig toen Walter R. Old zijn lidmaatschap opzegde en in de Westminster Gazette een groot aantal documenten van de 'Judge Case', hem door Olcott ter hand gesteld, publiceerde. (3)Olcott zelf sprak nergens de beschuldigingen tegen. Besant herhaalde haar beschuldigingen. Andere beschuldigingen volgden. er waren ook mensen die zich opwierpen als verdediger van Judge.

De situatie bleek onhoudbaar. Judge, mede in opdracht van de Meesters zelf, was genoodzaakt het gedeelde leiderschap van de E.S. te herzien. Daarmee werd in feite Besant buiten de E.S. geplaatst. Op de Conventie van Boston in april 1895 besloot de Amerikaanse Afdeling, verreweg de grootste van de toenmalige drie Afdelingen, zelfstandig voort te gaan, waarbij men Judge benoemde tot voorzitter. Overigens had ook H.P. Blavatsky tijdens een zware tijd van de Society al eens voorgesteld de moederorganisatie te splitsen in drie Theosophische Genootschappen [Theosophical Societies]: één in Indie, één in Engeland/Europa en één in Amerika. Het zelfstandig doorgaan van de T.S. in Amerika werd door Olcott broederlijk opgevat. Hij wenste Judge veel success en hoopte dat de Society in Amerika het gezamelijke hoofddoel zou helpen realiseren.

[...]

Beschuldigingen weerlegd door feiten

Dat Judge geen contact heeft gehad met de Meesters, zou volgens zijn tegenstanders moeten blijken uit zijn correspondentie met Damodar uit 1879-'83. Als men die brieven echter aandachtig bestudeert, begrijpt men dat achter de woorden van Damodar de invloed van de Meesters zit. Bovendien, zoals we in het vorige artikel over Judge zeiden, werd Judge als chela beproefd. Schijnbaar alleen moest hij de zaken in Amerika regelen.

H.P. Blavatsky erkent dit feit volledig, doordat ze in 1888 stelt dat Judge al 13 jaar chela is. De Meester begeleidde hem dus al vanaf 1875. Deze mededeling van H.P. Blavatsky werd overigens gepubliceerd in een E.S.-circulaire van 1891 en was dus bij Annie Besant bekend. Op zijn minst had ze er melding van kunnen maken.

Het tweede en voornaamste punt van kritiek betreft de boodschappen en brieven van de Meesters die Judge ontving. Vrij algemeen werd erkend dat Judge inderdaad die boodschappen kreeg. Men beschuldigde hem er echter van dat hij het handschrift van een Meester en dat van H.P. Blavatsky nabootste.

Uit deze kritiek spreekt een totaal onbegrip over hoe de Meesters hun brieven schrijven of liever precipiteren. Precipiteren betekent letterlijk 'neerslaan'. Bedoeld wordt daarmee dat de Mahatma's, meestal met behulp van een chela, hun gedachten deden neerslaan. (4)

Dit onbegrip was wellicht voor sommige leden te billijken, want de Mahatma-letters - de brieven die twee Meesters aan met name A.P. Sinnett hadden geschreven - werden pas in 1923 gepubliceerd. De vvraag is echter of naaste medewerkers van H.P. Blavatsky als Besant en Olcott, ook onwetend waren van deze werkwijze van de Meesters. Immers kopieën van brieven van de Meesters aan A.P. Sinnett circuleerden onder de naaste medewerkers van H.P. Blavatsky. En in die brieven wordt op twee plaatsen onomwonden verteld hoe die brieven geschreven zijn. Meester K.H. deelt mee hoe Meester M. zijn brieven schrijft:

U moet er niet al te zeker van zijn dat ze, omdat ze in zijn handschrift zijn, ook door hemzelf zijn geschreven, al is natuurlijk ieder woord door hem gesanctioneerd. (5)

Of nog duidelijker:

Een van onze andere gebruiken is dat wij, wanneer wij met de buitenwereld corresponderen, een chela met het bezorgen van de brief of een ander bericht belasten; en tenzij het absoluut nodig is - er in het geheel niet meer aan denken. Heel vaak worden onze brieven - tenzij ze heel belangrijk of geheim zijn - door onze chela's in ons handschrift geschreven. (6)

Chela's functioneren als een soort amanuensis, een vrijwillig, levend instrument, waarvan de Guru gebruik maakt. Hier is in feite, om de woorden van K.H. te gebruiken, sprake van 'mentale telegrafie'.

H.P. Blavatsky zei hierover ooit tegen Judge:

Ik zie Zijn opdrachten en de gedachten en woorden die Hij gebruikt wil zien, en ik precipiteer ze in die vorm; aldus doet *** en één of twee anderen ook. (7)

Verder zegt ze dat de Meesters, of althans de twee van wie brieven bekend zijn, een handschrift voor het Engels geadopteerd hebben.

... en in dat handschrift precipiteer ik (= H.P. Blavatsky) Hun boodschappen, volgens Hun instructies. (...) De boodschap moet in het astrale licht in facsimile worden gezien, door middel van die astrale matrix precipiteer ik het geheel. (8)

Judge zelf tenslotte schreef in 1886, jaren voordat hij onheus beschuldigd werd, aan H.P. Blavatsky, dat hij veel brieven van de Meesters had gekregen die "op mijn handschrift leken". In die brief deelde hij overigens zijn volstrekte trouw mee aan H.P. Blavatsky, die op dat moment beschuldigd werd verschijnselen te hebben verzonnen. (9) Hoe snel kan de geschiedenis zich herhalen!

Opeenvolging van leraren

De Judge-Case heeft er uiteindelijk toe bijgedragen dat de T.S. in Amerika een constitutie kreeg, waarin overeenkomstig de opzet van H.P. Blavatsky en Diegenen die haar zonden, de hiërarchische structuur formeel werd vastgelegd. De opoffering van Judge was niet tevergeefs. Want op de Conventie te Boston in 1895 werd Judge tot voorzitter voor het leven gekozen. Dit beleid, waarin het hoogste gezag ligt bij degene die de organisatie het best kan leiden, werd door Judge's opvolger, Katherine Tingley, tot beleid gemaakt. Mevrouw Tingley stelde een constitutie op, waarin een centrale rol werd toebedeeld aan het Ambt van Leider, maar waarin tevens de autonomie van elke Afdeling, elke Loge, ja, elk lid werd gewaarborgd. En dat alles teneinde het hoofddoel van het Genootschap [Theosophical Society] te verwezenlijken: het bevorderen van een actieve broederschap onder de mensen.

De historie heeft geleerd dat ook deze constitutie geen absolute waarborg is voor eensgezindheid. Ook in latere tijden ontstond in The Theosophical Society Point Loma, zoals ze wordt aangeduid, (10) soms onenigheid wanneer bij het overlijden van de ene leider zijn taak door een volgende werd overgenomen. Niettemin is door de krachtsinspanning van Judge en zijn opvolgers een stortvloed aan kennis in de wereld gestroomd, die nooit in strijd is met de leringen van H.P. Blavatsky, maar die integendeel die leringen aanvult en verklaart. De historie leert ook dat de richting die Annie Besant insloeg, soms in details, soms ook in hoofdlijnen afweek van de leringen van H.P. Blavatsky.

Dit is organisatorisch goed verklaarbaar. De Judge-Case deed namelijk de moederorganisatie zich in twee takken splitsen: één (de T.S. met hoofdkwartier in New York en later Point Loma) waarin, overeenkomstig de traditie van een Mysterieschool, het gezag berust bij het Ambt van Leider, waarbij deze tevens het recht heeft zijn opvolger aan te wijzen; een andere (de T.S. met als hoofdkwartier Adyar) waarin de meer moderne, democratische en politieke besluitvorming wordt gehanteerd. Door de lossere organisatiestructuur van de T.S.-Adyar, met telkens wisselende, democratisch gekozen voorzitters, was er ook een lossere (geestelijke) band tussen de verschillende loges van die T.S. Autonomie zonder geestelijke terugkoppeling leidt gemakkelijk tot vervreemding van de bron. De in de T.S.-Adyar gehanteerde stelregel dat 'iedereen nu eenmaal zijn eigen weg heeft om tot de waarheid te komen' leidde ertoe, dat in de theosofische leringen die er verspreid werden, ook gedachten konden binnensluipen die afweken van de oorspronkelijke theosofische ideeen, en die er soms zelfs lijnrecht mee in strijd waren.

De Point Loma Theosophical Society was - en is - een organisatie die de opeenvolging van leraren als een van de hoekstenen hanteert, waarbij nooit afgeweken wordt van de impuls van H.P. Blavatsky en de Meesters. Niet dat dit tot dogmatisme leidt, nee, een impuls van 1875 is een levende leidraad en graadmeter.

Houd de schakel ongebroken

De beschuldigingen aan het adres van Judge hebben er ongetwijfeld toe bijgedragen dat zijn dood voortijdig intrad. Als chela kon en mocht hij zich niet verdedigen. Een van de eisen die aan chela's gesteld worden, is dat zij zichzelf nooit mogen verdedigen of rechtvaardigen. Maar ongetwijfeld zal het Judge diep geraakt hebben dat ex-medewerkers, die al hun kennis aan hem te danken hadden en veelal door ambitie gedreven werden, hem zo zwart maakten. Er is opgemerkt dat de vele valse beschuldigingen die tegen H.P. Blavatsky geuit werden, vaak van buiten de T.S. kwamen. Judge zag zich geconfronteerd met aantijgingen van leden. Dat laatste is ongetwijfeld zwaarder.

Reeds in 1893, tijdens het Parliament of Religions, kon Judge slechts fluisterend spreken. Daarna ging zijn gezondheid steeds verder bergafwaarts. Maar zijn wil bleef ongebroken.

Hij werkte zoveel hij kon. Hij had plannen voor een nieuw boek over Occultisme, dat er helaas nooit gekomen is. Op een gegeven moment kon hij niet meer schrijven en moest hij zijn brieven en opdrachten dicteren.

Natuurlijk leed hij onder de breuk die plaats had gevonden. Maar hij wist als geen ander dat organisatorische eenheid niet het hoofddoel was. Hij schreef:

De Eenheid van de Theosofische Beweging hangt niet af van eenheid van organisatie, maar van gelijkheid van werk en inspiratie; en in dit opzicht HOUDEN WE DE SCHAKEL ONGEBROKEN. (11)

Alleen zijn naaste medwerkers zullen iets opgemerkt hebben van de tol die William Quan Judge hiervoor betaald heeft.

voetnoten

(1) H.P. Blavatsky, De Stem van de Stilte, Stichting I.S.I.S., Den Haag 1989, blz. 33. [en andere vertalingen]

(2) Verklaring van Annie Besant, voorgelezen op de Europese Conventie van de T.S. op 12 juli 1884. Zie Lucifer, Vol. XIV, augustus 1894, blz 457, 459-60 Opgenomen in Echoes of the Orient, Vol. I, Point Loma Publications Inc. San Diego, California, 1975, blz. xlix.

(3) [Hier spreekt de schrijver zichzelf tegen. Eerder noemt hij Walter R. Old als een van degenen die de documenten uit Londen mee neemt naar Adyar, waar Olcott was. Vervolgens beweert hij dat Olcott de documenten aan hem geeft. Als W.R. Old een van degenen was die met de beschuldigingen begon (terecht of onterecht), kon hij makkelijk zelf copien gemaakt hebben van relevante documenten, voordat hij ze aan Olcott gaf. Sterker nog, dat zou iedereen gedaan hebben die enige ervaring heeft met dit soort processen. - Katinka Hesselink ]

(4) Wie hierover meer wil weten, leze: A. Trevor Barker, 'Het schrijven van de Mahatma brieven', opgenomen in De Mahatma Brieven aan A.P. Sinnett, Theosophical University Press, Pasadena, Den Haag, München 1979, blz. xid-xxii.

(5) Zie referentie 4, brief 30, blz. 256 (blz 232, Engelse paginering).

(6) Zie referentie 4, brief 53, blz. 327 (blz. 296, Engelse paginering).

(7) W.Q. Judge, 'Conversations on Occultism with H.P. Blavatsky', [link!] The Path, Vol IX, april 1894. Opgenomen in H.P. Blavatsky Collected Writings, Vol X, The Theosophical Publishing House, Wheaton, Ill., U.S.A., Madras, India, London, England 1964, blz. 269

(8) idem.

(9) The Letters of H.P. Blavatsky to A.P. Sinnett, Theosophical University Press, Pasadena, blz. 312-3

(10) [ Deze Theosophical Society Point Loma is tegenwoordig opgesplitst in Theosophical Society-Pasadena, naar het huidige hoofdkantoor in Pasadena en Theosophical Society-Point Loma-Covina, waar dit artikel door is gepubliceerd. Deze beide Theosophical Societies zijn in Nederland bekend onder de naam Theosofisch Genootschap. - Katinka Hesselink ]

(11) Verslag van de Amerikaanse Conventie van 1895, blz 24. Opgenomen in Echoes of the Orient (zie referentie 2), blz lii.