Lucifer, april 1996, p. 37-44

W.Q. Judge - deel II: "Belangrijker dat de keten ongebroken blijft"

B. Voorham

[Uit dit artikel citeer ik alleen die delen die op de Judge-Besant controverse betrekking hebben. Delen die weggelaten zijn worden door [...] aangegeven. Over het algemeen laat ik paragrafen e.d. in takt. Voor de goede orde, de plaatsing van dit artikel op deze website heeft meer te maken met mijn visie dat deze website alle kanten van dit debat laat zien, dan met mijn eigen mening over de inhoud - Katinka Hesselink]

Hoe herken je de leider?

De opvolging van leraren of leiders in een mystieke organisatie, in een Mysterieschool, is een voorwaarde voor het bestaan van zo'n school. De leider is op te vatten als de wortel van een boom, die de levenssappen, komende van de spirituele gebieden, transformeert naar de meer materiële sferen. Een leider van een organisatie als The Theosophical Society [T.S.] is daarom waarlijk een kanaal waarlangs de invloed van de Meesters gestalte krijgt.

Een van de taken van H.P. Blavatsky was het opnieuw vormen van een instrument waarin die spirituele invloed kon stromen. Ze moest, met andere woorden, nadat dit eeuwenlang onmogelijk was, een aanvang maken met zoiets als een Mysterieschool te vormen. Waarlijk geen eenvoudige opgave!

Zouden H.P. Blavatsky en de Meesters die achter haar stonden, zo'n herculische krachtsinspanning leveren, die slechts resultaten zou opleveren zolang H.P. Blavatsky op aarde was? Dat lijkt niet alleen erg onwaarschijnlijk, het is strijdig met verschillende opmerkingen van zowel H.P. Blavatsky als van haar Leraren. De T.S. was voorbestemd voor een leven van vele eeuwen. (1) H.P. Blavatsky's bedoeling was derhalve, net als de hardloper doet met de estafettestok, de toorts van waarheid door te geven aan haar opvolger.

Nu was er constitutioneel niets geregeld over de opvolging van het spirituele brandpunt van de T.S. Dat kon ook niet, omdat de E.S. [de Esoterische School, zie voor gegevens mijn Esoteric Studies Guide, The Path] organisatorisch los stond van de T.S. In de T.S. was ten tijde van het heengaan van H.P. Blavatsky een voorzitter, H.S. Olcott, die op dat moment uiteraard niet opgevolgd hoefde te worden. En in de E.S. werd, zoals in alle esoterische organisaties, de opvolging niet bepaald zoals in de politiek of het maatschappelijk leven, maar door twee factoren. Ten eerste geeft het Uiterlijk Hoofd zelf aan wie als opvolger in aanmerking komt. Ten tweede tonen de leden van zo'n esoterische organisatie, of zij de signalen van hun Uiterlijk Hoofd verstaan en de opvolger inderdaad herkennen. De geestelijke visie van de leden bepaalde dus in feite het voortbestaan van de E.S.

Na de dood van H.P. Blavatsky kozen afgevaardigden van de E.S. Judge als haar opvolger in de E.S. Enkel en alleen omdat Judge toen een brief toonde die H.P. Blavatsky hem kort voor haar dood had gestuurd en waarin zij de grote waarde van Annie Besant in de E.S. benadrukte, koos men toen voor een dubbele leiding in de E.S., die van Judge en Besant. Zonder deze brief had men hem als enige opvolger geaccepteerd. (2)

"De Opvolger", zo zegt G. de Purucker "herkent men aan zijn levenswijze, aan zijn leringen en aan de wijze waarop zijn voorganger hem behandelde." (3) Wat dit laatste betreft, kan er in het geval Judge geen twijfel bestaan. Er zijn vele uitspraken van H.P. Blavatsky waarin ze haar enorme hoogachting voor Judge uitdrukt. Zelfs deelt ze mee dat ze al aeonen lang met hem verbonden is en dat hij een chela van de Meesters is. Ze zegt van hem dat hij de Theosofie in America opnieuw leven heeft ingeblazen. (4)

Ook de levenswijze van Judge getuigt van zijn leiderschap. Zijn kalme, doortastende, mededogende, bescheiden maar uiterst principiële houding vormen daar afdoende bewijsgrond voor. Neem als voorbeeld hoe hij de onrechtmatige aanval vanuit het dagblad the Sun op H.P. Blavatsky afhandelt. Consequent, doortastend, verdedigt hij zijn leraar. Ook als de strijd jaren moet duren.

De leringen die hij brengt tenslotte, getuigen van inzicht en natuurlijk gezag. Hij weet waarover hij spreekt. Boeken die ruim honderd jaar geleden het licht zagen, zoals De Oceaan der Theosofie, zijn vandaag de dag nog opmerkelijk actueel en door geen enkel feit achterhaald.

Judge nam, kortom, zichzelf mee als enig bewijs dat hij de rechtmatige opvolger van H.P. Blavatsky was.

Judge: opvolger van H.P. Blavatsky

Toen H.P. Blavatsky in 1891 'naar huis terugkeerde', zoals ze dat zelf noemde, was de overheersende gedachte dat W.Q. Judge haar zou moeten opvolgen. In de E.S. was hij feitelijk de plaatsvervanger van Blavatsky. Niettemin stelde hij zelf voor dat hij de verantwoordelijkheid van Uiterlijk Hoofd zou delen met de veelbelovende Annie Besant uit Engeland, die overigens Judge als spiritueel opvolger erkende.

In de T.S. was hij vice-voorzitter. H.S. Olcott, toenmalig voorzitter en mede-oprichter van de T.S., schatte het algemene gevoelen van de leden klaarblijkelijk goed in, want in januari 1892 maakte hij bekend dat hij zich wilde terugtrekken. Hij stelde Judge als zijn opvolger voor. Olcott zelf gaf aan dat zwakte en ziekte de oorzaken waren voor zijn terugtreden. Annie Besant, voorzitter van de Blavatsky-loge in London en mede-hoofd van de E.S., schaarde zich in een brief van 11 maart 1892 aan de leden van de Blavatsky-loge achter dit voorstel. Ze schreef onder andere:

Ik zeg u daarom eerlijk dat, naar mijn idee, de huidge vice-voorzitter en overblijvende mede-oprichter van de Society, William Quan Judge, de meest geschikte persoon is om de Society te leiden. Het is iemand aan wie je, als je rechtvaardig bent, niet voorbij kunt gaan. (5)
Op de Conventie van de Amerikaanse Afdeling van 24 april 1892 werd Judge unaniem tot voorzitter gekozen. Maar tevens werd een resolutie aangenomen, die krachtig door Judge zelf ondersteund werd, waarin Olcott verzocht werd aan te blijven. Ook op de Londense Conventie in juli 1892 werd Judge unaniem tot voorzitter gekozen. De Indiase Afdeling tenslotte had besloten dat het voorzitterschap gedurende Olcott's leven niet vervuld zou worden, maar dat de vice-voorzitter, Judge, de verplichtingen ervan op zich zou nemen.

Ondertussen echter had Olcott van zijn voornemen zich terug te trekken afgezien. In een circulaire stelt hij dat hij die beslissing genomen had mede op verzoek van Judge, die hem op 20 april - dus nog voor de Amerikaanse Conventie die Judge anoniem tot voorzitter koos - de volgende boodschap van een Meester had doen toekomen: het is "niet het moment, niet terecht, niet juist, niet wijs, niet de werkelijke wens van de [drie stippen in de vorm van een driehoek] dat je ophoudt, noch fysiek, noch wat je functie betreft." (6) In die zelfde circulaire deelt Olcott mee dat Judge zijn officiële opvolger is. Judge op zijn beurt steunt deze beslissing van harte. Hij zegt tegen Olcott:

Ik kan je vertellen, naar wat bij mij bekend is van deze Afdeling [de Amerikaanse] (...) dat niemand in de hele Afdeling jouw besluit betreurt. De Amerikaanse Afdeling verzekert je derhalve opnieuw van haar trouw en haar vaste voornemen met jou en elk ander lid van welke Afdeling dan ook samen te werken, teneinde het werk van de Society voort te zetten ... (7)
Uit deze verkort weergegeven feiten, die gedocumenteerd terug te vinden zijn in de theosofische literatuur, kunnen we twee conclusies trekken:

1) De consensus onder de leden in 1892 was dat Judge de rechtmatige opvolger was van H.P. Blavatsky als Uiterlijk Hoofd van de E.S. en van H.S. Olcott als voorzitter van de T.S.;

2) Judge zelf ambieerde deze functie niet en deed geen enkele poging de 'macht', die hem in de schoot geworpen werd, te pakken. Dit laatste is van belang vanwege de vele beschuldigingen in latere jaren dat het Judge om de 'macht' te doen was.

Bovendien kunnen we uit het optreden van Judge opmaken, dat de kans om een wereldomspannend Theosofisch Genootschap verder op te bouwen aanwezig was. Maar wie de geschiedenis van de T.S. kent, weet dat de leden altijd beproefd worden. Dit laatste stemt ons mild over het gedrag van sommigen van hen.

vervolg

voetnoten

(1) Men leze onder andere: H.P. Blavatsky, De Geheime Leer, Theosophical University Press, Pasadena, Den Haag, München 1988, Inleiding, blz. 22 (blz. xxxviii, Engelse paginering); H.P. Blavatsky, De Sleutel tot de Theosophie, J. Couvreur, Den Haag z.j. blz 233-5.

(2) Zie: Charles J. Ryan, H.P. Blavatsky and the Theosophical Movement, Point Loma Publications Inc., San Diego, Calafornia 1975, blz. 302

(3) G. de Purucker, De Esoterische of Oosterse School, Esoterische Instructies deel 2, Stichting I.S.I.S., Den Haag 1991, blz. 166

(4) E.S. Instruction no. III, Preliminary Explanations. Opgenomen in H.P. Blavatsky, Collected Writings, Vol XII, The Theosophical Publishing House, Wheaton, Ill., U.S.A., Madras, India, London, England 1980, blz. 594. Zie ook Echoes of the Orient, Vol. I, Point Loma Publications Inc., San Diego, California, 1975, blz. xl.

(5) Deze brief is opgenomen in Echoes of the Orient, (zie referentie 4), blz. xlii-xliii

(6) The Path, Vol. VIII, oktober 1892, blz. 235-6. Opgenomen in Echoes of the Orient (zie referentie 4), blz. xliv.

(7) Idem.