Theosofia 103/6 · december 2002 blz. 229  - 234

Over Heelheid

Fay van Ierlant

Er is mij gevraagd om in het kader van het thema van deze zomerschool in te gaan op het boek: Het Heelheid Principe, de dynamiek van heelheid in wetenschap, religie en samenleving. Anna Lemkow schreef dit boek in 1990. Anna Lemkow’s intelligentie en inzicht zijn superieur. De mijne zijn dat niet. Maar ik heb haar boek altijd bewonderd en veel gebruikt. Daarom wil ik graag proberen jullie wat van haar inzichten door te geven.

In 1946 kwam de eerste druk uit van Aldous Huxley’s  boek The Perennial Philosophy. Die term “Perennial Philosophy” was ooit bedacht door de filosoof Leibnitz (1646-1716). Hij sprak van een Philosophia Perennis toen hij het had over de theorie van ingeboren ideeën en verklaarde dat er in de mens noodzakelijke en universele waarheden bestaan die hij ontdekt had aan de hand van ervaring, ingeboren ideeën die ervaring in waarde overstijgen.

Met het woord “perennial”, dat je zou kunnen vertalen met “steeds weerkerend ”, werd aangegeven  dat er een metafysica bestaat die erkent dat er aan de wereld van verschijnselen een Eeuwige Werkelijkheid ten grondslag ligt die, universeel en altijd aanwezig is. Het gaat over een eeuwige wijsbegeerte, een steeds weerkerende en steeds meer ontsluierende wijsheid die gelijke tred houdt met de evolutie van het menselijk bewustzijn en die verankerd ligt in de wetten van bestaan.  Deze eeuwenoude religieus-filosofische overtuiging gaat over een gemeenschappelijke bron van al het leven.  Als er een bron of oorzaak is waaruit alle dingen voortkomen dan staan die dingen noodzakelijkerwijs met elkaar in relatie.

Dit was en is geen nieuw gegeven voor de onderzoekers van de geschriften van H.P. Blavatsky die in 1888 een zeer ontsluierende versie van de Eeuwige Wijsbegeerte bracht in haar Geheime Leer. Ook in De Sleutel tot Theosofie bevestigt HPB dat theosofie geen nieuwe leer is maar:

”een presentatie van de archaïsche leer, bijeengebracht door geestelijke inzichten en gedegen onderzoeken met behulp van fysieke en geestelijke zintuigen, onbelemmerd door het trage vlees, stelselmatig getoetst, vergeleken en gerangschikt. Alles wat niet door eenparige en gemeenschappelijke ervaringen werd bevestigd, werd verworpen en alleen DAT werd opgetekend wat in verschillende tijden en streken door een reeks ononderbroken waarnemingen overeen bleek te stemmen en voortdurend verder werd bevestigd.”

In de proloog van De Geheime Leer verwijst zij naar de achtergrond van deze Eeuwige Wijsbegeerte als zij de grondbeginselen van bestaan duidelijk aangeeft en wijst op de noodzaak van het steeds weer refereren aan die grondbeginselen: Immanentie – Periodiciteit – Transcendentie (het immanente ene leven dat periodiek door de materie reist om die materie te transcenderen). Zij wijst op de noodzaak om dat ene immanente leven te gaan ontdekken en ervaren, zoals het functioneert door, en uitdrukking geeft aan, alle periodieke vormen van materie, die voortdurend doorbroken en vernieuwd worden. Want daar ligt de sleutel tot heelheid. De heelheid achter de verscheidenheid van de cyclische periodiciteit.

Misschien was voor het verschijnen van het boek van Huxley de Heelheid meer het terrein van serieuze zoekers en mystici. De ware mysticus ervaart de eenheid van leven. Maar Huxley’s boek werd vertaald in vele talen en herdrukken verschenen overal. De tijd was rijp om grotere groepen mensen op de serieuze universele achtergrond van  eenheidservaringen te wijzen.

In 1990 schreef de theosofe Anna Lemkow The Wholeness Principle, Dynamics of Unity within Science, Religion and Society, een boek dat uitkwam bij de theosofische uitgeverij in Amerika. Frank Visser vertaalde het boek in het Nederlands met als titel Het Heelheid Principe, de dynamiek van Heelheid in wetenschap, religie en samenleving  en de Nederlandse UTVN bracht het uit. Net als het boek van Huxley uit 1946 zou je Lemkow’s boek uit 1990 gedateerd kunnen noemen, maar dat is niet het geval. De onderwerpen Eenheid en Heelheid zijn nooit actueler geweest dan op dit moment door de confrontaties die nu aan de mensheid worden voorgelegd. Beide boeken blijven zeer relevant, en niet alleen omdat ze relateren aan de Eeuwige Wijsbegeerte. En hier wil ik ook het boek van Hans Vincent noemen, de spreker van vanmorgen: Ons wereldbeeld en het integrale denken. Op zoek naar de eenheid van religie, filosofie en wetenschap.

Terug naar Anna Lemkow. Zij is Canadese, geboren in Rusland en woont in New-York waar ze dertig jaar werkte als ontwikkelingseconoom bij de Verenigde Naties. Ze is lid van de New-Yorkse Loge van de Theosophical Society. Waarschijnlijk ondervond ze in haar werk dat Heelheid een onontgonnen gebied is voor de meeste mensen en in haar boek verdeelt ze de mensheid van nu in drie groepen.

Het grootste deel van de tegenwoordige mensheid gaat uit van persoonlijke waarden. Dat beïnvloedt de opvatting over de werkelijkheid. Iedereen ervaart zijn eigen werkelijkheid, afhankelijk van de toestand van bewustzijn. Voor de grootste groep van gevestigde academici, die een invloedrijk deel van de mensheid uitmaakt, staat de werkelijkheid volledig buiten hen zelf. De werkelijkheid is dan objectief, concreet en kwantificeerbaar. Alles wat niet kwantificeerbaar of meetbaar is, is minder werkelijk en slechts subjectief. Anna Lemkow brengt degenen die zo denken onder in groep 1. Het grootste nadeel van dit denken in groep 1, dat zo lang de boventoon voerde en nog voert, is het zoeken naar, en het najagen van, persoonlijk voordeel. De nadruk ligt op afgescheiden individualisme en concurrentie. Dit ziet men als de hoogste waarde terwijl de minder egoïstische geestelijke aspecten van de menselijke aard en de daarbij horende waarden onzichtbaar zijn. Dat heeft geleid tot de kwalen van deze tijd: ongebreideld egoïsme, zucht naar macht en materiele bezittingen, uitbuiting van de natuur, corruptie en terrorisme. Dit materialistische, reductionistische wereldbeeld heeft een wereld voortgebracht die in de greep van het elitarisme leeft. Het blijkt nu dat het streven naar individueel voordeel is uitgelopen op een wereldwijde onderlinge afhankelijkheid. Elke nalatigheid op welk terrein ook, of dat nu chemie, biologie, ecologie, economie of moraal is, ongeacht waar het is ontstaan, zal vroeg of laat van invloed zijn op de rest van de wereld.

Alles blijkt op onontkoombare wijze te zijn verweven in een dynamisch geheel. Er komt meer en meer een overtuiging naar voren dat de huidige crisissituaties een samenhangende wereldcrisis vormen. Een wereldcrisis die het gevolg is van het huidige besef van waarden die de prioriteiten bepalen. De massacultuur is niet in staat om uitwegen te bedenken die niet om zichzelf draaien (noodzakelijkerwijs gaat dat ten koste van anderen). Dat vraagt om een fundamentele verandering van bewustzijn. Echter de mentaliteit van de onder groep 1 genoemden verwerpt het bestaan van een groeiend bewustzijn omdat het niet kwantificeerbaar is. Maar, schrijft Lemkow, er zijn ook mensen die hun toevlucht nemen tot scholen en werkgroepen die als doel hebben een verandering van bewustzijn te bewerkstelligen en die plaatst ze in groep 2.

Er is ook nog een groep 3. Die bestaat uit een groeiend aantal wetenschappers, filosofen, sociale werkers, holistische geneeskundigen en anderen die een van Heelheid uitgaande wereldvisie aanhangen. Groep 2 en groep 3 overlappen elkaar.

Helaas zijn de mensen in groep 1 meestal onbekend met de gezichtspunten en de publicaties van groep 3 omdat ze daar totaal niet voor open staan. Het doel van het boek van Anna Lemkow is een onderzoek in te stellen naar de dynamiek van heelheid als een allesomvattend principe. Ze gaat  in op de staat van dat onderzoek in de wetenschap, op het spirituele domein en in de samenleving.

Zij staaft en verduidelijkt haar bevindingen met ingekaderde stukjes van bekende en minder bekende mensen uit groep 3. Zoals: David Bohm, Haridas Chaudhuri, Niels Bohr, Fritjof Capra, Aldous Huxley, Huston Smit, Lama Govinda, Ravi Ravindra, Ken Wilber, Teilhard de Chardin, HP Blavatsky, Joy Mills, G. Barborka, Hippocrates, Paulus, William Blake en Krishnamurti en vele anderen. Ook Blavatsky’s Geheime Leer wordt door Lemkow herhaaldelijk en zeer verduidelijkend naar voren gehaald.

Historisch gezien blijkt de ene wetenschappelijke ontdekking te leiden tot de andere en de ene moest er eerst zijn om tot de andere te kunnen komen. Beelden worden steeds doorbroken en langzaamaan begint de cyclische periodiciteit te dagen. Er is nu in 2002 al weer meer aan het licht gekomen dan in 1990 waar het gaat om de achtergrond van Heelheid en hoe die ontsluierd kan worden.

Ontsluierd, bijvoorbeeld door de fysicus die de innerlijke harmonieën, symmetrieën en onderlinge verhoudingen van de natuur gewaar wordt en weergeeft in symbolen, net als de dichter. Alleen worden de symbolen van de fysicus slechts door wiskundigen gedeeld. De wetenschapper kan geraakt worden door de wonderen der natuur, uitgedrukt in de kosmische orde door dat wat  Einstein de superieure intelligentie noemde.

De geoloog en paleontoloog Teilhard de Chardin schreef in The Phenomenon of Man:

“Hoe verder we in de materie doordringen, door middel van steeds krachtiger methoden, des te meer raken we verward door de onderlinge afhankelijkheid der delen. Elk element in de Kosmos is voortgekomen uit alle andere elementen. Het is onmogelijk in dit netwerk te snijden of dit te isoleren zonder dat het aan alle kanten gaat rafelen.”

H.P. Blavatsky legt in haar Geheime Leer uit dat dit proces van emanatie, van voortkomen uit, een universeel evolutionair gebeuren is, door middel waarvan alle dingen worden voortgebracht, veranderingen ondergaan, groeien en zich ontwikkelen. Dit is een proces van ontplooiing uit een reeds bestaande innerlijke orde die is voortgekomen uit een superieure intelligentie.

Terwijl de wetenschap de relationele structuur van het eindeloos gedifferentieerde universum langzaam meer en meer onthult, is het spirituele inzicht noodzakelijk om uiteindelijk te kunnen komen tot de grond van dat universum, de tijdloze diepte-dimensie van het kosmisch geheel.

Spirituele visie kan een mens totaal veranderen omdat het ware inzicht in het functioneren van het Geheel alleen maar kan verenigen en niet meer afscheiden of verdelen. Het “ik” is doorbroken, de ander is in zicht, leidend naar: de ander bestaat niet meer, de ander zijn wij. Daaraan wordt het spirituele inzicht herkend.

Fritjof Schuon mocht niet ontbreken in Lemkow’s boek. Hij schreef  over de transcendente eenheid van religies en wijst er op dat de traditionele vormen van religies per definitie en onvermijdelijk, beperkt zijn, maar ook onmisbaar. Het zijn vormen waar het eenheidszoekend bewustzijn doorheen kan breken naar het vormloze transcendente geheel waaruit ze uiteindelijk zijn voortgekomen. Men gaat de universele krachten van de grondbeginselen waarnemen door hun diverse uitdrukkingen, ontstaan in de cyclische periodiciteit. In de Veda’s wordt gezegd: “De waarheid is één, de wijzen noemen haar met vele namen”.

Op den duur zou religie, zoals het woord al zegt, ons door spiritueel inzicht weer moeten verbinden met idealen als waarheid – schoonheid – liefde – sociale rechtvaardigheid – economische kwaliteit – politieke vrijheid en internationale vrede. Religie zou elk mens moeten maken tot een vrije en creatieve eenheid van het kosmisch geheel, geworteld in het eeuwige Ene.

Spiritualiteit kan zich ontwikkelen door een innerlijke gerichtheid, door te putten uit de eigen bronnen van vrede en kracht, doordrongen van het feit dat de mensheid één familie is zonder onderscheid van ras, religie, cultuur en sekse. Bij het realiseren van een wereldwijde identiteit vormen andere religies dan geen bedreiging, maar een rijke bron van lering; we zien het Ene in het vele tot leven komen. In het verre verleden waren religie en wetenschap één, toen zij zich beide nog bezig hielden met de ware wetten van bestaan, zoals uitgedrukt in de grondbeginselen.

Anna Lemkow brengt het begrip spiritueel inzicht naar voren zoals het gedefinieerd is door de wetenschapper David Bohm: “Een soort waarneming die doordrongen is van intense energie en hartstocht, zodat de rigide gewoonten van het denken totaal verdwijnen en de vrijheid ontstaat nieuwe uitdagingen aan te gaan”. Maar Aldous Huxley schrijft: “De uiteindelijke werkelijkheid kan alleen gekend worden door hen die zichzelf liefhebbend, zuiver van hart en arm van geest hebben gemaakt. Dan is spiritueel inzicht mogelijk.” Huxley zegt daarover: “De vrede die alle begrip te boven gaat is de vrucht van de bevrijding als men ingaat in de eeuwigheid.” Als men de conditionerende  persoonlijke afscheiding verlaat, vernietigt het het ervaren van de eenheid van leven de verdeeldheid en vergroot het de capaciteit voor kennis en liefde. Als het bewustzijn het Ene Leven ervaart, ervaart het weldadige kracht, vorm overstijgende schoonheid en diepe vrede. “De intelligentie die nodig is om een universum te doen ontstaan is een liefdevolle intelligentie, die we alleen kunnen bereiken door Liefde. Die Liefde is de verlichting zelf”, zei Radha Burnier enige weken geleden.

Als motto voor het laatste deel van het boek, over de samenleving, koos Anna Lemkow een stukje uit Christopher Fry’s: A Sleep of Prisoners, een slaap van gevangenen:

“Dank God dat we nu leven,
Het kwaad komt overal op ons af
En zal ons niet verlaten voordat we
De grootste stap van de ziel nemen
Die de mens ooit nam”.

In dit hoofdstuk over de samenleving komt de econoom Schumacher aan het woord die zich in 1963 onsterfelijk maakte met zijn boekje Small is beautiful, het kleine is mooi. Beïnvloed door het gedachtegoed van Gandhi schreef hij: “Het enige criterium van de economie is of iets geld oplevert voor degene die iets onderneemt of niet, wat betekent dat zelfs eenvoudige niet-economische waarden als schoonheid – gezondheid en hygiëne niet kunnen voortbestaan tenzij ze economisch genoemd worden en geld opleveren.” De ongewenste gevolgen van het continue streven naar winst levert bijvoorbeeld een markt op die een onnoemelijke keuze biedt aan telefoontoestellen maar een groot tekort aan betaalbare huurwoningen.

Hazel Henderson, futurist en econoom, vroeg zich in 1980 al af hoe het mogelijk was dat de economie nog steeds uitging van groei en meer groei zonder zich af te vragen: “Groei waarvan? Voor wie? Tegen welke kosten voor het fysieke en sociale milieu? En met welke gevolgen voor onvervangbare natuurlijke bronnen en voor toekomstige generaties?” Het is duidelijk dat de massa’s het afleggen tegen een cultuur die ongelimiteerde vergaring van rijkdom legitimeert, aanmoedigt en verheerlijkt. Het enige alternatief is een transformatie van bewustzijn die de eenheid erkent en herkent achter de pluraliteit van de wereld waarin we leven. Wat studenten over de hele wereld nodig hebben is een opvoeding die doordrongen is van gemeenschappelijke kennis en ervaring, zodat ze de onderlinge relaties gaan zien; dat wetenschap, filosofie, kunst en spiritualiteit elkaar onderling aanvullen, zodat ze hun persoonlijke leven kunnen relateren aan het sociale welzijn en aan inzicht in de wetten van de natuur.

Anna Lemkow werkte dertig jaar bij de Verenigde Naties als ontwikkelingseconoom. Ze zegt daarover: “De Verenigde Naties vormen een weerspiegeling van de wereldgemeenschap en kunnen slechts effectief zijn in die mate dat wij, mensen, het toelaten. Er kan misbruik van gemaakt worden door kortzichtige ambities van lidstaten ten nadele van het geheel.”

Bij de huidige toestand van het menselijk bewustzijn is het moeilijk voor de Verenigde Naties de ware bovennationale roeping waar te maken waarin de loyaliteit aan iedere staat in evenwicht wordt gehouden door loyaliteit aan het Grote Geheel. De zoektocht naar vrede en solidariteit moet geworteld kunnen zijn in begrip en respect voor Eenheid in verscheidenheid. Daarom ligt de voortgaande evolutionaire ontwikkeling van de mens vooral in de sfeer van Zelfkennis, het groeiend vermogen om zichzelf in ruimte en tijd te kunnen plaatsen tot het punt waarop hijbewust wordt van zijn plaats en verantwoordelijkheid in relatie tot het universum.

Volgens de wetten van kosmische orde gaat iedere verstoring van die orde uit van een bepaald punt. De verstoring kan alleen hersteld worden door de terugkeer van alle krachten die van daar uit in beweging werden gezet, tot dat punt. De schrijver Christmas Humphreys zegt daarover in zijn boek Walk on:

“Ieder van ons is dat punt. Vandaar de uiterste verantwoordelijkheid van ieder mens voor alles wat hij denkt en doet. Als het soms lijkt alsof ik het speeltje ben van het lot, dan is dat illusie. Ik heb de dingen gemaakt zoals ze zijn of erbij geholpen ze zo te maken. Ik kan ze ongedaan maken als en wanneer ik daarvoor kies.”

Lemkow’s boek toont aan dat door allerlei onderzoeken, ervaringen en omstandigheden het duidelijk aan het worden is dat iedere daad of nalatigheid van ons, op elk domein of dat nu chemie, biologie, ecologie, economie, mensenrechten of het voeren van oorlog is, waar ook ter wereld, vroeg of laat zijn weerslag vindt op alle andere domeinen en plaatsen in die wereld.

We weten nu dat massale armoede verband houdt met de kortzichtige manier waarop de meer welvarende delen van de mensheid rijkdom hebben nagejaagd. We zien het fatale verband tussen de industriele productie die grote hoeveelheden ruwe materialen en energiebronnen verbruikt en de vernietiging van het milieu. We kunnen er in 2002 ook niet meer omheen dat onze eigen afscheidende gedachten bijdragen aan internationale en nationale rampen. De kenmerken van wereldwijdheid en onderlinge verbondenheid wijzen naar de innerlijke orde die vanzelfsprekend de fysieke, emotionele, mentale, morele en spirituele niveaus van het maatschappelijk bestaan omvat.

Anna Lemkow schrijft:

"Niettegenstaande het feit dat de impuls naar heelheid wordt overschaduwd door op verdeeldheid gerichte neigingen in een groot en machtig deel van de menselijke samenleving, is deze impuls altijd aanwezig en levensvatbaar geweest. Onze eigen verwaarlozing van deze dynamiek zorgde er alleen maar voor dat we het nog sterker zouden tegenkomen. Er ontstaat ondanks alles een nieuw type bewustzijn dat een universalisme zal doen ontstaan dat religie, ras, cultuur en sekse overstijgt. Nu nog de visie van een minderheid, maar verspreid over de hele wereld. Die visie is van binnen uit gestuurd en doordrongen van een gevoel van verbondenheid met het hier-en-nu, een gevoel van betrokkenheid, mededogen, verantwoordelijkheid en creatieve doelgerichtheid.”

We kunnen hier denken aan de kernen van broederschap waar de opdracht ligt voor de afdelingen en loges van de Theosophical Society.

Het boek wordt afgesloten met de volgende opmerking: “Ieder van ons is zowel uniek als een microkosmos van het Geheel: ieder is tegelijkertijd wetenschapper, kunstenaar en mysticus. Vandaar dat ieder erop is toegerust zowel iets van waarde bij te dragen aan de schepping als zich te verenigen en één te worden met het Geheel”, d.w.z. het levende, begrijpelijke, responsieve universum.

Krishnamurti zei het zo:

Je moet het hele leven begrijpen, niet alleen maar een deeltje ervan. Daarom moet je lezen, daarom moet je naar de luchten kijken, daarom moet je zingen en dansen en gedichten schrijven, en lijden, en begrijpen, want dat is allemaal: leven.