Uit Theosofia, juni 2001

8 mei 1891:
de sterfdatum van H.P. Blavatsky

H.J. Spierenburg

De geschiedenis is meer dan bekend. Op 8 mei 1891 stierf mevrouw Blavatsky in het Londense hoofdkwartier van de Theosophical Society in Groot Brittannië.

Natuurlijk zijn er mediums geweest die hebben geprobeerd contact te krijgen met wat we de 'geest' van H.P. Blavatsky zouden kunnen noemen. 'Geest' is in dit artikel alleen maar een woord om de gestorven H.P. Blavatsky aan te duiden. Sommigen zullen dit anders willen noemen, maar daar gaat dit artikel niet over.

De meeste theosofen zullen de pogingen van mediums om contact te zoeken met de geest van HPB met een schouderophalen afdoen. Het wordt echter wat anders als bekende en leidende persoonlijkheden in de theosofische beweging zeggen dat zij dat contact hebben en daarover berichten.

W.Q. Judge en de geest van H.P. Blavatsky

In een circulaire die ondertekend was in Londen op 18 juli 1894 en in New York op 1 augustus 1894, werd bekend gemaakt dat er een eind was gekomen aan de samenwerking tussen Annie Besant en William Q. Judge.1 Dit is het feitelijke moment waarop de splitsing tussen wat later de TS (Point Loma) en de TS (Adyar) werden genoemd, tot stand kwam.

Zoals de geschiedenis ons vertelt kozen sommige vooraanstaande leden voor Judge en anderen voor Besant. Archibald Keightley bijvoorbeeld, koos voor Judge.

William Quan Judge schreef op 4 januari 1895 een brief aan Archibald Keightley en andere bestuursleden in Londen met de volgende inhoud:

'Makkers: Ingesloten treft u een kopie aan van hetgeen HPB tot mij zei op 3 januari [1895], [het gesprek werd] voortijdig beëindigd doordat iemand binnenkwam - het bekende en voortdurende gezeur aan mijn hoofd door [de situatie] in Europa. Het is een woordelijk verslag. Later zal meer worden gezegd. U kunt een ieder die het waard is en loyaal is het laten lezen. Het kan worden voorgelezen in een geschikte groep. Er mogen geen kopieën worden gemaakt. Het moet worden opgeborgen in het bestuursarchief. Met broederlijke groeten, William Q. Judge. [PS] Laat u niet verleiden tot vreemde gedachten of daden hierover.'

Dan volgt het eigenlijke verslag van wat HPB tot Judge zei:

'Je bent niet opgeknapt met een zinloze of vruchteloze taak [errand]. Je hebt op voortreffelijke wijze onze zaak geholpen in de crisis. Vat moed. De Meester kende de betrouwbare en moedige kanten van je ziel zeer goed toen hij mij opdroeg om jou de leiding te geven van onze zaak in Amerika. Naarmate het centrum van onze kracht meer wordt aangevallen, zoveel temeer zal ons licht werken voor de rechtmatige zaak. De overwinning is aan ons. Alles zal aan het eind goedkomen. Natuurlijk zijn er fouten gemaakt, maar je bent niet te zeer afgeweken van de lijnen die door de Meester zijn uitgezet. Het is mijn wens dat je voorzichtig zult zijn met het rondzenden van Instructies bestemd voor de E.S., want er zijn verraderlijke en onwaardige toeschouwers binnen de poorten. De tegenstanders zullen zich alle nieuwe ideeën toe eigenen volgens xxxx.2 De krachten zijn losgebroken en alleen vernietiging kan het proces nog stoppen.
Laat ik je iets vertellen van de dingen die ik heb geleerd sedert ik mij heb teruggetrokken uit de uiterlijke wereld. Veel van de problemen in het leven zouden zijn opgelost als wij meer contact zouden hebben gehad. Dat is wat ik heb geleerd en mij duidelijk is geworden. Naast het werk in Amerika ben ik geïnteresseerd in Spanje. Ierland kan voor zichzelf zorgen. In de dennenbossen heb ik een loge gevonden waarvan ik al iets wist voor ik afscheid nam. Daar zijn zeven chela's die een licht verspreiden dat op een dag beter gekend zal worden. Ik zal je daarover meer vertellen bij onze volgende samenkomst. Er is daarmee het nodige verbonden dat kan worden gebruikt als krachten die licht brengen in dit land, want er is een subtiel soort verbondenheid. Verzeker je ervan dat bij onze samenkomst niet wordt vergeten xxxx. Het licht van die loge breidt zich langzaam uit over Spanje en ik voorzie dat de oude vorm van fanatiek bijgeloof en lichtgelovigheid zal worden omgezet tot een tempel van licht, die zijn krachten zal vermengen met die van Amerika en Ierland. Ik weet dat van-uit deze drie punten de mensheid veilig gesteld zal worden. xxx ...
Het in Spanje gesignaleerde licht is aan zeven zijden paars en geel. Aan elk van de zeven zijden is een ster. Dit verbeeldt de Spaanse Loge. Verbind jezelf daarmee als je geleid wil worden. xxx
Ik geef je geen toestemming om terug te treden, noch om dit voor te leggen voor nader onderzoek. Ontwerp plannen voor het Amerikaanse werk. Zorg dat al je standpunten in orde zijn en dat zij goede fundamenten bevatten. Laat de rest aan ons over. Dit als antwoord op je vragen van gisterennacht. xxxxx
Ik wil niet ingaan op punten van minder belang. Die moeten vanzelf in orde komen. De Meester is er niet om kleine kwesties op te lossen. Laten wij ons richten op de toekomst van de theosofie in Amerika. xxxx
(Interruptie en einde door [de komst van] een be-zoeker).'3

Nu zal menige lezer het hoofd schudden en zich afvragen of die brief daadwerkelijk door Judge is geschreven. Op de vraag of er inderdaad een communicatie als in de brief beschreven heeft plaatsgevonden, zullen wij hier niet ingaan.

De echtheid van de brief van 1895

Er bestond in de dertiger jaren van de twintigste eeuw een vriendschappelijke relatie tussen de redacteur van de O.E. Library Critic, Dr. H.N. Stokes, en de leiding van de TS (Point Loma). De plaatsing van een artikel van zijn hand in het speciale nummer van Sunrise van april/mei 2000 over Dr. de Purucker, getuigt daar nog van.

In de O.E. Library Critic wordt een aantal namen gegeven van leden van het cabinet van Dr. de Purucker die van de echtheid van het handschrift van W.Q. Judge getuigen. Dat zijn Iverson L. Harris (de chef van het cabinet), Joseph H. Fussell, Elsie V. Savage, Margherita Siren en Helen Harris. Voor wie de geschiedenis van de Point Loma TS een beetje kent, zijn dit bekende namen. Hieruit kan zonder meer worden geconcludeerd dat de Point Loma TS de brief als echt beschouwt. De United Lodge of Theosophists (ULT) daarentegen beschouwt de brief als een vervalsing.4

De 1900-KH-brief aan Annie Besant

In 1900 ontving Dr. Besant van een zekere B.W. Mantri uit Bombay een brief gedateerd 22 augustus 1900. Het poststempel is van 25 augustus. De brief van Mantri is op zich niet interessant. Echter was in de brief van Mantri een precipitatie te vinden in het handschrift van de Mahatma K.H. Hierin komt de volgende tekst voor:

'Het diepe verlangen naar een reïncarnatie van Upasika [HPB] op enig moment, is de oorzaak van een misleidende mayavische mentale constructie [ideation]. Upasika heeft nuttig werk te doen op de hogere gebieden en kan niet spoedig terugkomen.'

De boodschap is duidelijk: HPB verblijft in de hogere gebieden en moet niet lastig worden gevallen.

De echtheid van de brief van 1900

De brief werd, samen met een facsimile waarin delen waren afgeplakt, voor de eerste maal gepubliceerd in The Theosophist van mei 1937.5 Het facsimile werd ook gepubliceerd in G.A. Barborka's boek The Mahatmas and their Letters.6 Hoewel diverse commentators uit de theosofische beweging schreven dat de tekst van de brief voor de eerste maal werd gepubliceerd in de eerste uitgave van Letters from the Masters of the Wisdom, in 1919, is dit onjuist. Pas in de derde uitgave uit 1945 was dit het geval. In latere uitgaven is dit onveranderd.7

We spreken hier nog steeds over de brief waarin Jinarajadasa bepaalde delen heeft afgeplakt. Maar in het september/oktober nummer 1987 van The Eclectic Theosophist werd de brief opnieuw gepubliceerd, maar nu volledig.8

De United Lodge of Theosophists besprak de brief in haar boek The Theosophical Movement 1875-1950 als volgt: 'In weerwil van de onzin die door mevrouw Besant werd verspreid in de naam van de "Meesters", lijkt deze authentiek te zijn.'9

Na de publicatie van de complete tekst in The Eclectic Theosophist barst de discussie in diverse theosofische tijdschriften los. Men begint de consequenties van echt of niet echt te beseffen. In de brief worden namelijk aanwijzingen over de door mevrouw Besant te volgen koers van de TS (Adyar) gegeven en dat past natuurlijk niet in het beeld van andere organisaties die alleen zichzelf als de ware organisatie beschouwen.

Op de vraag of de brief echt is kan hier het antwoord niet worden gegeven. Het facsimile toont duidelijk het handschrift van de Mahatma K.H., maar dat kan natuurlijk ook een vervalsing zijn. Wij weten het niet.

De boodschap van Dr. de Purucker in 1930

Op 25 juni 1930 zegt Dr. de Purucker in zijn E.S., de Katherine Tingley Memorial Groep:

'H.P.B. heeft haar zeer korte devachanische periode beëindigd en werkt bewust. Zij is niet in het westen geïncarneerd, maar zij is in een stoffelijk lichaam. Ik heb geen toestemming om te zeggen of dit het normaal opgroeiende lichaam van een kind is, of dat het een volwassen lichaam is waarin zij heeft plaatsgenomen. Het is voor een adept, of voor een chela met de hulp van een adept, mogelijk het eigen lichaam te verlaten om te sterven en plaats te nemen in een ander volwassen lichaam, dat onder bepaalde omstandigheden wacht en daar gereed voor is. U kunt uw eigen conclusies trekken.'10

Dr. de Purucker schreef voor de nog steeds niet volledig gepubliceerde Encyclopedic Theosophical Glossary het lemma The Doctrine of Tulku, dat in 1945 in een ander boek werd gepubliceerd. Hieruit nemen we de volgende passage:

'Waar is zij [H.P. Blavatsky] nu? HPB is niet geïncarneerd, noch is zij in een stoffelijk lichaam als de gewone menselijke wezens dat hebben. Zij is nu niet geboren, is niet geboren als een kind. Maar zij is op bepaalde tijden voor een bepaalde persoon, met toestemming van die persoon, als het ware een tulku voor die persoon. We zouden kunnen zeggen dat HPB voor een bepaalde tijd belichaamd, of gedeeltelijk belichaamd is in die gekozen persoon voor een bepaalde zaak.'11

Conclusie

Wat is waar? We weten het eenvoudig niet. Als we uitgaan van het standpunt dat alle drie bronnen juist zijn, mogen zij niet met elkaar in tegenspraak zijn. Dat zou inhouden dat H.P. Blavatsky Judge drieëneenhalf jaar na haar dood te woord heeft gestaan. Voorts dat de Mahatma K.H. in 1900 duidelijk maakt dat zij niet moet worden lastig gevallen. En dat Dr. de Purucker 30 jaar daarna, en later nog een keer, zegt dat zij af en toe voor een bepaalde tijd gebruik maakt van het lichaam van een volwassene. Het oordeel is aan de lezer.

Noten

1.Dara Eklund (samensteller), Echoes of the Orient, deel III, San Diego 1987, blz. 451-453 en Henk J. Spierenburg, The Succession of H.P. Blavatsky, artikel in Theosophical History, juli-oktober 1991, blz. 207.

2. De Engelse zin luidt: All new ideas will be appropriated by the other side after xxxx.

3. De brief is gepubliceerd in de O.E. Library Critic, Washington DC, november 1932. De brief kan ook worden gevonden op de website http://members.tripod.com/davidgreen_2/judge1.htm.

4. Zie The Theosophical Movement 1875-1950, Los Angeles 1951, blz. 285-9.

5. The Theosophist, mei 1937, blz. 106-109.

6.Geoffrey A. Barborka, The Mahatmas and their Letters, Adyar 1973, blz. 356-363.

7. C. Jinarajadasa, Letters from the Masters of the Wisdom, 1870-1900, First Series, Adyar 1945, brief nr. 46.

8. The Eclectic Theosophist, september/oktober 1987, nr. 101, frontpagina. (zie ook de 1900 KH brief op deze site)

9. Anoniem, The Theosophical Movement 1875-1950, Los Angeles 1951, blz. 296.

10. A.L. Conger (samensteller), The Dialogues of G. de Purucker, Covina 1948, deel II, blz. 163.

11. Helen Savage en W. Emmett Small (samenstellers), Studies in Occult Philosophy, Covina 1945, fotografische herdruk, Pasadena 1973, resp. blz. vi en 368.