The Theosophical Journal: mei-juni '64, Theosofia van November 1964, pag. 285

Boeken waarin H.P.B. belangstelde

door Katherine A. Beechey

[Zie ook de boeken van H.P. Blavatsky]

H. P. Blavatsky (verder H.P.B.) stamde uit een geslacht van schrijvers. Haar moeder, Helène geboren de Fadéyev verwierf bekendheid als novelliste en had, onder het pseudoniem Zenaida R. reeds een dozijn boeken op haar naam staan toen zij in 1840 op de jeugdige leeftijd van 27 jaar overleed.

H.P.B.'s grootmoeder van moeders zijde, prinses Heléna Dolgoursky was befaamd wegens haar, voor een vrouw uit die tijd, buitengewone geleerdheid. Zij sprak vijf talen en stond in contact met beroemde buitenlandse geleerden, met wie zij correspondeerde over onderwerpen zoals botanie, mineralogie, e.d. Men zegt dat de vroegere Tzaristische bibliotheek van Sint Petersburg over een twintigtal werken van haar hand beschikte. Een oom van haar vaders zijde schreef boeken over technische onderwerpen en haar eigen zuster, madame Vera Jellihovsky schreef een boek, getiteld "Herinneringen" dat zij aan haar kinderen opdroeg.

H.P.B. ademde in deze sfeer toe zij op ongeveer elfjarige leeftijd bij haar grootouders kwam te wonen, eerst te Saratova en later te Tiflis in Zuid-Rusland. Haar grootvader, vorst André Fadéyev was Civiel Gouverneur van Astrakan en heerste over ca. 80.000 boeddhistische Kalmukken en H.P.B. vertelt dat zij "op zeer goede voet stond met de lamaïstische Kalmukken van Astrakan en goed bevriend was met hun hogepriester". Ook maakte zij verscheidene excursies met haar oom, ver over de grenzen van Mongolië, want hij bezat ondernemingen en landerijen in Siberië en zij zegt dat "zij alles wist van Lama's en Tibetanen" voor zij vijftien jaar oud was.

Omstreeks diezelfde tijd begon zij zich te interesseren in de vreemdsoortige bibliotheek, welke haar overgrootvader van moeders zijde, prins Paul Vasilyevitch Dolgourky bijeengebracht had en die haar fascineerde vanwege de vele honderden boeken over alchemie en magie, over de Hermetische wijsbegeerte, over hekserij en folklore en al de bijgelovigheden van het russische landvolk. Haar zuster Vera, over haar schrijvende in die dagen, zegt "alhoewel als meisje Helena, haar buien van kwajongensachtige baldadigheid had, was zij daartussenin even geconcentererd in haar studies als welke geleerde maar zou kunnen zijn. Zij wilde onder geen beding haar boeken in de steek laten, waar zij zich dagen en nachten aaneen in verdiepte zolang deze bevlieging van studielust en weetgierigheid haar bezielde". H.P.B. zelf zegt in een brief die zij in 1885 aan haar vriend prins Dondoukoff Korsakoff vanuit India schreef: "Ik verslond alles met een brandende belangstelling voordat ik vijftien jaar was. Al de duivelskunsten uit de Middeleeuwen waren in mijn brein gevaren en spoedig hadden nòch Paracelsus, nòch Henri Kunrath, nòch Cornelius Agrippa von Nettesheim meer geheimen voor mij".

Een der werken in deze zonderlinge bibliotheek, die sterk op haar verbeelding werkte was _”De Wijsheid van Salomo", een boek vol toverformules, bezweringen en magische invocaties. Zij experimenteerde met deze bezweringen en eens gelukte het haar om alle duiven uit hun duiventÏil onder hypnose te brengen. .

In een harer brieven schrijft H.P.B. dat iets wat haar belangstelling wekte voor generaal Blavatsky, een familie-vriend die heel veel ouder was dan zij, was dat "terwijl alle jongelui de spot dreven met de magische bijgelovigheden hij daar wèl geloof aan hechtte. Hij had mij zò vaak verhalen opgehangen over de tovenaars van Erivan, over de mysterieuse wetenschappen van de Koerden en de Perzen, dat ik besloot hem te gebruiken als een sleutel om mijzelf toegang te verschaffen tot die wonderwereld". Hoewel zij zich met hem verloofde, lag het nooit in haar bedoeling hem te trouwen, maar haar familie drong er sterk op aan en het huwelijk werd gesloten toen zij nog geen zeventien jaar oud was. Maar zij liet haar echtgenoot direct in de steek en de twee volgende decennia reisde zij over grote afstanden, waarbij zij tenminste twee malen om de wereld reisde en aldoor bleef haar volle belangstelling bij occulte aangelegenheden en oefende zij zich in de praktijken ervan. Zij ging in de leer bij een Copt in Egypte, bij de Druzen in de Libanon, bij de lama's in Tibet en zelfs experimenteerde zij met Voodoo riten in Centraal- en Zuid-Amerika, totdat daar een stokje voor werd gestoken door haar "guru”, die zij als kind in haar dromen en visioenen had leren kennen en voor de eerste maal in levende lijve had gezien in Londen tijdens de jubileum-feesten van koningin Victoria in 1851.

Het is daarom wel te begrijpen dat, toen H.P.B. in juli 1873 zich in New York vestigde en het jaar daarop met Colonel Olcott in contact kwam en ook nog vóór de officiële stichtingsdatum van de Theosofische Vereniging, zij reeds was begonnen met het schrijven van Isis Ontsluierd en een aantal boeken had verzameld over spiritualisme, magie, occultisme, vrijmetselarij, enz. Colonel Olcott vertelt ons dat haar bibliotheek in die dagen op zijn hoogst een honderdtal boeken telde. Hij noemt enkelen daarvan in het lste deel van zijn Oude dagboekbladen, nl.: Gnostics van King; Jennings Rosicrucians; Moors Hindu Pantheon; de boeken van Eliphas Lévi; Jacolliots werken in 12 banden in 't Frans; enkele boeken van prof. Max Müller; werken van Huxley, Tyndall, Herbert Spencer, Sir William Crookes en anderen. Hieraan voegt prof. A. Wilder, een New Yorks vriend van H.P.B., die haar hielp met de samenstelling van de Index op Isis en die in het mei-nummer 1908 van The Word een verslag gaf van hoe Isis Ontsluierd was geschreven, nog de volgende boeken toe: Bunsens Egypt en de engelse vertaling van Ennemosers boeken: Magic en The History of the Supernatural.

Gedurende de paar weken in september 1875 dat H.P.B. bij haar vrienden, prof. Corson en diens echtgenote te Ithaca (Michigan, USA) verbleef, werkte zij voortdurend aan Isis en schreef gemiddeld 25 bladzijden per dag, zonder dat zij over één enkel boek beschikte waaruit zij had kunnen putten.

Maar H.P.B. beschikte over een vermogen dat haar een grote voorsprong gaf op gewone auteurs, nl. dat, wanneer zij een bepaald werk wilde raadplegen, het niet nodig was dat zij het fysiek voor zich had liggen. Zoals zij het in één harer brieven uitlegt: "Wanneer ik een aanhaling of een inlichting uit een of ander werk nodig heb, concentreer ik mijn aandacht en de astrale tegenhanger van het boek verschijnt voor mijn ogen en ik schrijf er uit over wat ik nodig heb".

Colonel Olcott beschrijft in Oude dagboekbladen op levendige wijze hoe hij, gezeten aan de andere kant van de tafel, waaraan zij werkte, haar observeerde wanneer H.P.B. aan Isis werkte (hij corrigeerde haar Engels, dat toen nog tamelijk gebrekkig was) en zelfs toen hij eens zijn twijfel uitte over de juistheid van een aanhaling, zij het betreffende boek tijdelijk materialiseerde opdat hij zich persoonlijk van de juistheid van het citaat kon overtuigen. (Noot v.d. vert.: Betrekkelijk nog pas kort geleden, bij het publiceren van H.P.B.'s onuitgegeven geschriften en het verifiëren van een aanhaling - hetgeen met de grootste nauwgezetheid geschiedt scheen het dat H.P.B. een fout bij het overschrijven had gemaakt, omdat het - zeer zeldzame - exemplaar van het boek, dat in de bibliotheek van het Britse Museum aanwezig was, een andere lezing gaf. Dit exemplaar was echter een copie. Toen even later het originele manuscript in de boekerij van het Vatikaan te Rome kon worden geraadpleegd, bleek de aanhaling van H.P.B. geheel juist te zijn).

Ook in Europa, waar H.P.B. De Geheime Leer schreef, had zij, volgens gravin Constance Wachtmeister, die gedurende vele jaren haar trouwe metgezellin was "alleen maar een klein aantal boeken ter beschikking". Dit wordt door de heer G. R. S. Mead bevestigd toen zij in Engeland was; "Ik kende elk boek dat in haar kleine bibliotheek stond en toch schreef zij dagelijks een groot aantal vellen vol, waarin tal van aanhalingen en verwijzingen stonden, die nagenoeg altijd volkomen correct waren".

Een groot aantal boeken van de New Yorkse bibliotheek die eens in het bezit waren van H. P. Blavatsky en Colonel Olcott, zijn nu in wat wordt genoemd de HPB-bibliotheek van het archief van het Internationale Hoofd-kwartier der Theosofische Vereniging te Adyar. Andere boeken zijn daar naderhand aan toegevoegd, zoals is op te merken uit de data van aanschaf die er in staan, want zij had de gewoonte om, tegelijk met haar handtekening ook de datum van aanschaf of verkrijging te schrijven op het schutblad der boeken. Alles bij elkaar zal deze bibliotheek tussen de drie à vierhonderd delen omvatten. Zij gaan over alle mogelijke onderwerpen, want al haar literaire vrienden schonken haar hun eigen boeken met persoonlijke opdrachten, sommige in gewoon proza maar vaak ook in dichtvorm. Maar voornamelijk specialiseerde zij zich in boeken over spiritualisme, occultisme en occulte kunsten, godsdiensten, speciaal de oudere en oudste, theosofie, magie, de Kabbalah, vrijmetselarij en soortgelijke onderwerpen en zij had een zwak voor boeken over India en de oude Indiase filosofie. Hieronder bevond zich een historisch overzicht van India en daarin had zij alle plaatsen aangestreept waar zij zelf was geweest, terwijl zij de gegevens soms benutte voor de artikelen die zij voor russische dagbladen schreef. Deze artikelen zijn later vertaald en in boekvorm uitgegeven, o.a. The caves and jungles af Hindustan, People of the Blue Mountains, Durbar in Lahore, e.a. Exemplaren van de oorspronkelijke russische teksten van elk deze boeken zijn nu ook opgenomen in het archief te Adyar. Andere boeken over India zijn Monier Williams Indian Wisdom en Barths The religions of India. Er zijn ook enkele reisgidsen, o.a. van Simla en Benares en er is een Manual of colloquial Thibetan, waarin zij haar handtekening plaatste en daaronder "Darjeeling, 1882".

Zij had een kleine collectie naslag-werken, waaronder de Bijbel (in de franse vertaling van Donay), het Nieuwe Testament en The English Book of Common Prayer, de Apocalypse, gebonden in enige delen, de complete werken van W. Shakespeare, Edwin Arnolds Light of Asia, waarvan zij een recensie schreef voor het eerste nummer van The Theosophist van oktober 1879, een bundel gedichten van Browning, een latijns woordenboek, een biografische dictionnaire, getiteld Men and Women of our Time (1891) waarin een lange en zeer welwillende biografie over haarzelf is opgenomen en ook een boek met citaten, getited Many Thoughts from Many Minds, waarin dikke onderstrepingen staan bij woorden en gedachten zoals Waarheid, Natuur, Wijsheid, e.d.

Het valt dadelijk op wanneer een boek H.P.B.'s bijzondere belangstelling had, want dan onderstreepte zij verscheidene passages en vaak schreef zij haar eigen opmerkingen naast de tekst, hetzij in goedkeurende bewoordingen of anderzins en soms als een aanvulling. In een boekje over de Grote Pyramiden waarin de schrijver beweert dat ze door Cheops zouden zijn gebouwd, schreef zij in de margine: "Cheops heeft ze helemaal niet gebouwd. Zij stonden er al eeuwen tevoren en hij heeft ze alleen ontwijd door er een andere bestemming aan te geven. In zijn tijd werden er al geen inwijdingen meer gecelebreerd". Soms zette zij er maar een dood-enkel woord naast, zoals "Goed" of "Snert", e.d.

Het is uiteraard ondoenlijk om een volledige lijst te geven van alle boeken die nu in het archief te Adyar zijn, maar enkelen mogen wel speciaal worden genoemd. Er is bijv. het zeldzame manuscript van het nooit gepubliceerde 3de deel van J. Ralston Skinners Key to the Hebrew-Egyptian Mystery in the Source of Measures (de beide eerste delen werden in 1870 te Cincinnati gepubliceerd). H.P.B. geeft uit dat 3de deel verscheidene aanhalingen in De Geheime Leer. Totdat mr. C. Jinarajadasa te Benares in 1921 het manuscript ontdekte, was het een mysterie voor de Uitgevers. Mr. Jinarajadasa gaf in het augustus-nummer 1923 van The Theosophist een uitvoerige beschrijving van dit deel.

Er zijn nog meer zeldzame boeken, o.a. over de Kabbalah in het Latijn van het jaar 1684, franse boeken over de graaf de Cagliostro van het jaar 1786, Voltaire's Histoire Universelle abrégée in 2 delen van 1735, eindigende met de veldslag bij Crécy. (Noot v. d. vert.: Crécy is een stadje in het département van de Somme, dicht bij Abbéville. Het is bekend door een overwinning van de Engelsen, onder Edward III en de toenmalige prins van Wales op het franse leger onder koning Philip van Valois op de 26ste augustus 1346).

H.P.B. had de gewoonte om kleine boeken en brochures tot een aantal van gemiddeld een zestal samen te doen inbinden, zonder te letten op de aard der behandelde onderwerpen. Maar dan schreef zij onder haar handtekening op de front-pagina een lijst van de titels van de ingebonden deeltjes. Een dergelijke verzameling omvat bijv. de volgende boekjes: The masculine Cross of ancient Sex-worship; A Hindu gentleman's reflections on Swedenborg; een verhandeling over protoplasma door prof. Huxley; Ritualen van hogere maçonnieke graden en een leken-gebed. Een andere verzameling omvat een russische novelle; een in het Engels vertaald oud-indisch toneelstuk; een verhandeling in Marathi over de best-mogelijke regeringsvorm; een brief van een Rus aan de New York World over de strijd in het Oosten: Kruis of Halve Maan en een oproep in versvorm aan.de engelse natie om te hulp te komen in de honger-opstanden in India, gedateerd van 1876.

Afschriften van door HPB geschreven boeken maken eveneens deel uit van de boekerij in het archief en ook boeken over de geschiedenis van de Theosofische Vereniging, over H. P. Blavatsky-zèlf en over vooraanstaande figuren in de Theosofische Vereniging. In enkele boeken die H.P.B. haar vrienden schonk, schreef zij opdrachten, zoals bijv. in The Voice of the Silence: "Aan mijn lieve mrs. P. Sinnett, mijn oudste vriendin in Theosofie. H.P.B. - (tot in de dood). Londen, sept. 1889"; terwijl in een ander exemplaar van hetzelfde boek te lezen is: "Aan mijn oude en welbeminde vriend Charles Leadbeater van zijn broederlijk toegenegen H. P.Blavatsky". Ook haar eigen exemplaar is in het archief bewaard en daarin staan de beroemd geworden woorden: "H.P.B. aan H. P. Blavatsky zònder vriendelijke gevoelens".

Van al deze boeken bestaan lijsten met vermelding van de door H.P.B. gestelde aantekeningen en de opmerkingen die zij naast de teksten schreef, maar gebrek aan tijd en gelegenheid heeft tot nog toe belet dat er een grondige studie van is gemaakt, waardoor de occulte, theosofische, historische en literaire waarden aan het licht zouden zijn gebracht. Sommige boeken lijken niet zó belangrijk of ouderwets, van een wetenschappelijk standpunt beschouwd, maar ze zijn allen belangrijk omdat ze eens door madame Blavatsky werden gehanteerd, gelezen en bestudeerd en de meesten haar persoonlijke handtekening dragen.