Christos

H.P.Blavatsky

'Zeg ons, wanneer zal dat geschieden, en wat is het teken van uw komst en van de voleinding der wereld?’ * vroegen de discipelen aan de MEESTER, op de Olijfberg. Het antwoord, gegeven door de ‘Man van Smarten’, de Chrestos, op zijn proces, maar ook op zijn weg naar triomf, als Christos, of Christus, (+) is profetisch, en heel suggestief. Het is feitelijk een waarschuwing. Het antwoord moet volledig geciteerd worden. Jezus… zeide tot hen:

‘Ziet toe, dat u niemand verleide! Want velen zullen komen in mijn naam en zeggen: Ik ben de Christus, en zij zullen velen verleiden. Ook zult gij horen van oorlogen … maar dat is nog niet het einde. Want volk zal opstaan tegen volk, en koninkrijk tegen koninkrijk, en er zullen nu hier, dan daar, hongersnoden en aardbevingen zijn. Doch dat alles is maar een begin der weeŽn… Vele valse profeten zullen opstaan en velen zullen zij verleiden… dan zal het einde komen … wanneer gij de gruwel der verwoesting, waarvan door de profeet Daniel gesproken is, ziet… Indien dan iemand tot u zegt: Zie, hier is de Christus, of: Daar, gelooft hen niet… Indien men dan tot u zegt: Zie, hij is in de woestijn, gaat er niet heen; zie, hij is in de binnenkamer, gelooft hen niet. Want gelijk de bliksem komt van het Oosten en gezien wordt tot het Westen, zo zal de komst van de Zoon des mensen zijn, enz. enz.’

Twee dingen worden allen duidelijk in bovenstaande passages, nu hun onjuiste weergave verbeterd is in de gereviseerde tekst: (a) ‘de komst van Christus’, betekent de aanwezigheid van CHRISTOS in een geregenereerde wereld, en helemaal niet de feitelijke komst in een lichaam van ‘Christus’ Jezus; (b) deze Christus moet noch in de woestijn, noch ‘in de binnenkamers’ gezocht worden, noch in het heiligdom van enige door mensen gebouwde tempel of kerk; want Christus – de ware esoterische HEILAND – is geen mens, maar het GODDELIJK PRINCIPE in ieder menselijk wezen. Hij die streeft naar de opwekking van de Geest die in hem gekruisigd is door zijn eigen aardse hartstochten, en diep in de ‘grafkelder’ van zijn zondige vlees begraven ligt; hij die de kracht heeft om de steen der materie weg te rollen van de deur van zijn eigen innerlijk heiligdom, die heeft de opgestane Christus in zich. ** De ‘Zoon des mensen’ is geen kind van de gebonden vrouw – vlees, maar waarlijk van de vrije vrouw – Geest, (++) het kind van de eigen daden van de mens, en de vrucht van zijn eigen geestelijke arbeid.
Aan de andere kant zijn de voortekenen die in MattheŁs beschreven worden nooit zo sprekend en krachtig van toepassing geweest op enig tijdsgewricht sinds de komst van Christus als in onze eigen tijd. Wanneer is volk meer tegen volk in opstand gekomen dan in deze tijd? Wanneer zijn ‘hongersnoden’ – een andere naam voor armoede, en de uitgehongerde massa van het proletariaat – wreder geweest, kwamen aardbevingen vaker voor, of tegelijkertijd in hetzelfde gebied, als in de laatste paar jaar? Mensen die geloven in het duizendjarig vredesrijk en Adventisten met een krachtig geloof kunnen wel doorgaan met zeggen dat ‘de komst van (de vleesgeworden) Christus’ op handen is, en zich voorbereiden op ‘het einde van de wereld’. Theosofen – tenminste, een aantal van hen – die de verborgen betekenis begrijpen van de universeel verwachte Avatars, Heilanden en Christussen – weten dat het niet het ‘einde van de wereld’ is, maar ‘de voltooiing van het tijdsgewricht’, d.w.z. het einde van een cyclus, dat nu snel nadert. #

Christos is de gloriekroon van de lijdende Chrestos van de mysteriŽn, evenals die van de kandidaat voor de uiteindelijke eenwording, van welk ras en geloof hij ook is. Voor de ware volgeling van de GEEST DER WAARHEID doet het er derhalve weinig toe of Jezus, als mens en Chrestos, leefde in het tijdperk dat Christelijk genoemd wordt, of eerder, of dat hij helemaal niet bestaan heeft. De Adepten, die leefden en stierven voor de mensheid, hebben bestaan in vele en in alle tijdperken, en er waren vele goede en heilige mensen in de oudheid die de achternaam of titel van Chrestos droegen vůůr Jezus van Nazareth, of ook wel Jezus (of Jehoshua) Ben Pandira geboren werd.***

Daarom mag men met reden concluderen dat Jezus, of Jehoshua, leek op Socrates, op Phocianus, op Theodorus en zo vele anderen met de achternaam Chrestos, d.w.z. de “goede, de uitmuntende”, de vriendelijke en de heilige Ingewijde, die de ‘Weg’ wees naar de Christos toestand, en aldus zelf ‘de Weg’ werd in de harten van zijn enthousiaste bewonderaars. De Christenen hebben, net als alle andere ‘Heldenaanbidders’ getracht alle andere Chrestoi, die hen toeschenen als rivalen van hun Mens-God, naar de achtergrond te dringen. Maar ook al is de stem van de MYSTERIňN al eeuwenlang verstomd in het Westen, al zijn Eleusis, Memphis, Antium, Delphi en Cresa al lang geleden tot de grafkelders van een Wetenschap gemaakt die eens even kolossaal was in het Westen als zij nog is in het Oosten, nu worden er opvolgers voor hen voorbereid. Wij leven in 1887 en de negentiende eeuw is op sterven na dood. De twintigste eeuw heeft vreemde ontwikkelingen in petto voor de mensheid, en is misschien zelfs de laatste met die naam.

Noten

* MattheŁs xxiv., et seq. De cursief gedrukte zinnen zijn die, welke gecorrigeerd zijn in het Nieuwe Testament na de recente revisie in 1881 van de versie uit 1611; welke versie vol staat met vergissingen, al dan niet gewild. Dit en de rest van deze voetnoot heeft betrekking op de Engelse tekst.

(+)  Hij die niet wil nadenken over en het grote verschil wil leren inzien tussen de betekenis van de twee Griekse woorden – chrestos en christos, moet voor altijd onkundig blijven van de ware esoterische betekenis van de EvangeliŽn; dat wil zeggen, van de levende Geest die begraven ligt in de steriele dode letter van de teksten, dezelfde Dode Zee vrucht van met de mond beleden Christendom.

** Want u bent de tempel (‘heiligdom’ in het gereviseerde N.T.) van de levende God. (II Cor.vi.,16)

(++)  Geest, of de Heilige Geest, was vrouwelijk bij de Joden, zoals bij de meeste aloude volkeren, en zo ook bij de vroege Christenen. Sophia bij de Gnostici, en de derde Sephiroth Binah (de vrouwelijke Jehova van de Kabbalisten), zijn vrouwelijke principes – “Goddelijke Geest”, of Ruach. “Achath Ruach Elohim Chiim.” “Een is Zij, de Geest van Elohim van het Leven”, wordt gezegd in “Sepher Yezirah”.

  Er zijn verschillende merkwaardige cycli die tot een einde komen aan het einde van deze eeuw. Ten eerste, de 5.000 jaar van de Kaliyuga cyclus; dan de Messiaanse cyclus van de Samaritaanse (ook Kabbalistische) Joden van de man verbonden met Pisces (Ichthys of “Vis-man” Dag). Het is een cyclus, historisch en niet erg lang, maar heel occult, die ongeveer 2.155 zonnejaren duurt, maar die alleen een ware betekenis heeft wanneer hij door maanmaanden wordt geteld. Het gebeurde in 2410 en 255 v.Chr., of toen de equinox het teken Ram inging, en ook weer toen het Pisces inging. Wanneer het over een paar jaar het teken Aquarius ingaat, krijgen de psychologen het druk, en dan zullen de psychologische eigenaardigheden van de mensheid een grote verandering ondergaan.

*** Verscheidene klassieken getuigen van dit feit. In Phaedr. p. 226 E, staat geschreven, ‘U bedoelt Theodorus de Chrestos’. Plutarchus zegt hetzelfde; en “chrestos” is de eigen (behoorlijke) naam van een orator en discipel van Herodes Atticus.

Vertaling: A.M.I.