Mahatmas

H.P. Blavatsky

In verscheidene geschriften over occulte onderwerpen is gezegd dat onzelfzuchtigheid een sine qua non is voor het bereiken van succes in het occultisme. Of het zou juister zijn te zeggen dat de ontwikkeling van een onzelfzuchtig gevoel op zichzelf de primaire training is die 'de kennis die macht is' met zich meebrengt als een noodzakelijk onderdeel. Daarom is het niet 'kennis' in de gebruikelijke zin van het woord waar de occultist voor werkt, maar het valt hem als vanzelf toe, als gevolg van het feit dat hij de sluier heeft verwijderd die ware kennis voor hem verborgen houdt. De basis van kennis bestaat overal, aangezien de fenomenale wereld wemelt van de feiten waarvan de oorzaken ontdekt dienen te worden. Wij zien alleen de effecten in de fenomenale wereld, want ieder oorzaak in die wereld is zelf het effect van een of andere oorzaak, enzovoorts; en daarom bestaat ware kennis uit het bereiken van de wortel van alle fenomenen, en aldus tot een juist begrip komen van de oeroorzaak, de 'wortelloze wortel', die op zijn beurt geen effect is.

Om iets op de juiste wijze te zien, kan men slechts die zintuigen of instrumenten gebruiken die overeenkomen met de aard van dat object. Vandaar dat om het noumenale te begrijpen, een noumenaal zintuig een vereiste is; terwijl voorbijgaande fenomenen waargenomen kunnen worden door zintuigen die overeenkomen met de aard van die fenomenen. Occulte filosofie leert ons dat het zevende principe de enige eeuwige Realiteit is, terwijl de rest, die naar zijn aard tot de wereld van vorm behoort die niet permanent is, een illusie is in de zin dat zij vergankelijk is. Hiertoe wordt beperkt de fenomenale wereld, waarvan kennis genomen kan worden door de zintuigen, in overeenstemming met de aard van die zes principes. Daardoor zal het duidelijk zijn dat het slechts het zevende zintuig is, dat betrekking heeft op de noumenale wereld, die de Abstracte Realiteit die ten grondslag ligt aan alle fenomenen, kan begrijpen. Aangezien dit zevende principe alles doordringt, bestaat het potentieel in ons allen; en wie ware kennis wil bereiken, moet dat zintuig in zichzelf ontwikkelen, of liever, hij moet die sluiers verwijderen die de manifestatie ervan belemmeren. Ieder gevoel van persoonlijkheid wordt beperkt tot alleen deze zes lagere principes, want eerstgenoemde verwijst alleen naar de 'wereld van vormen'. Als gevolg hiervan kan ware 'kennis' alleen verkregen worden door het wegtrekken van alle gordijnen van Maya die er zijn door een gevoel van persoonlijkheid om tot het onpersoonlijke Atma te komen.

Alleen in die persoonlijkheid is zelfzucht gelegen, of liever, die laatste schept de eerste en vice versa, daar zij onderling op elkaar ageren en reageren. Want zelfzucht is dat gevoel dat streeft naar het vergroten van iemands eigen egoïstische persoonlijkheid met uitsluiting van anderen. Dus als zelfzucht iemand beperkt tot een bekrompen persoonlijkheid, is absolute kennis onmogelijk zo lang de zelfzucht niet is uitgebannen. Maar zo lang als wij in deze fenomenale wereld zijn, kunnen wij ons niet helemaal losmaken van een gevoel van persoonlijkheid, hoe verheven dat gevoel ook zijn mag in de zin dat er geen gevoel van persoonlijke verheerlijking of ambitie overblijft. Door onze constitutie en staat van evolutie zijn wij in de 'Wereld van Relativiteit' geplaatst, maar naarmate we merken dat onpersoonlijkheid en non-dualiteit het ultieme doel is van de kosmische evolutie, moeten wij trachten met de Natuur mee te werken, en onszelf niet in oppositie plaatsen met haar inherente impuls, die zich uiteindelijk moet laten gelden. Dit tegen te gaan brengt noodzakelijkerwijs lijden met zich mee, aangezien een zwakkere kracht, in zijn egoïsme, zich te weer tracht te stellen tegen de universele wet.

Al wat de occultist doet, is dit proces te verhaasten, door zijn Wil te laten handelen in overeenstemming met de Kosmische Wil of het Demiurgisch Verstand. Dit kan gedaan worden door met succes de vergeefse poging te beletten van de persoonlijkheid om zich te handhaven tegen de eerstgenoemde. En aangezien de MAHATMA slechts een gevorderd occultist is, die tot dan toe zijn lager 'zelf' beheerst heeft om het min of meer in volkomen ondergeschiktheid tot de Kosmische impuls te houden, is het uiteraard onmogelijk voor hem om op een andere manier dan onzelfzuchtig te handelen. Zodra hij dat 'persoonlijk zelf' toestaat om zich te laten gelden houdt hij op een MAHATMA te zijn. Dus diegenen die, nog verstrikt in het web van het misleidende gevoel van persoonlijkheid, de MAHATMAS betichten van 'zelfzucht' bij het achterhouden van 'kennis' - weten niet waar zij het over hebben. De Wet van Kosmische evolutie is altijd in werking om zijn doel van ultieme eenheid te bereiken en om het fenomenale in het noumenale gebied te brengen, en daar de MAHATMAS hiermee en rapport zijn, werken ze mee aan dit doel. Dus zij weten het beste welke kennis het best is voor de mensheid in een bepaald stadium van zijn evolutie, en niemand anders is competent om daarover te oordelen, aangezien alleen zij de basale kennis hebben bereikt die de juiste koers kan bepalen en het juiste onderscheidingsvermogen kan uitoefenen.

Als wij, die nog worstelen in het moeras van de illusoire zintuigen, zouden dicteren welke kennis MAHATMAS aan ons moeten overdragen en hoe zij zich moeten gedragen, is het alsof een straatjochie wetenschap wil onderwijzen aan professor Huxley of politiek aan Gladstone. Want het zal duidelijk zijn dat zodra het geringste gevoel van zelfzucht zich probeert te laten gelden, het visioen van het spirituele gevoel, dat de enige perceptie van de MAHATMA is, bewolkt en dan verliest hij de 'kracht' die alleen abstracte 'kennis' kan verlenen. Vandaar de waakzame oplettendheid van de 'Wil' die wij voortdurend moeten uitoefenen om te voorkomen dat onze lagere aard naar de oppervlakte komt. Dit gebeurt in onze huidige onontwikkelde staat. Zo is uiterste activiteit en niet passiviteit de essentiële voorwaarde waarmee de leerling moet beginnen. Eerst wordt zijn activiteit gericht op het beperken van de opponerende invloed van het 'lager zelf'; en als dat overwonnen is en zijn ongehinderde wil gecentreerd is in zijn hoger (echte) 'zelf', dan gaat hij voort met zo efficiënt en actief mogelijk te werken in overeenstemming met de kosmische ideatie in het 'Goddelijk Denken'.

Vertaling: A.M.I.