Uit: The Theosophist, oktober 1879, 'What is Theosophy?' [engelse versie]

Gupta Vidya, of Verlichting

H.P.Blavatsky

Theosofie is de archa´sche Wijsheidsreligie, de esoterische leer die ooit bekend was in ieder vroeger land dat aanspraak maakte op beschaving.

Alle oude geschriften laten ons deze 'Wijsheid' zien als een emanatie van het goddelijke Principe; het helder begrijpen ervan wordt getypeerd in namen als de Indiase Boeddh, de Babylonische Nebo, de Thoth van Memphis, de Hermes van Griekenland; ook in de benamingen van sommige godinnen - Metis, Neitha, Athene, in de Gnostieke Sophia, en tenslotte - in de Vedas, van het woord 'weten'. Onder deze benaming vermeldden alle aloude filosofen van het Oosten en het Westen, de Hierofanten van het oude Egypte, de Rishis van Aryavart, de Theodidaktoi van Griekenland, alle kennis van occulte en essentieel goddelijke dingen. De Mercavah van de Hebreeuwse rabbi's, de wereldse en populaire series, werden aldus aangeduid als alleen maar het voertuig, de uiterlijke schil, die de hogere esoterische kennis bevatte. De MagiŰrs van Zoroaster kregen instructie en werden ingewijd in de grotten en geheime loges van Bactrie; de Egyptische en Griekse hierofanten hadden hun apporrheta, of geheime gesprekken, tijdens welke de Mysta een Epopta werd - een Ziener...

Om de Theosofie volledig te definiŰren, moeten wij haar in al haar aspecten bekijken. De innerlijke wereld is niet voor allen verborgen door een ondoordringbare duisternis. Door die hogere intu´tie, verworven door Theosofia - of Godskennis, die het denken van de wereld van vorm binnenvoerde in die van vormloze geest, is de mens somtijds in iedere eeuw en in ieder land in staat gesteld om dingen in de innerlijke of onzichtbare wereld waar te nemen. Vandaar het 'Samadhi', of Dyan Yog Samadhi, van de Hindoe asceten; de 'Daimonion-photi', of spirituele verlichting van de Neo-Platonisten; de 'sterrenconfabulatie van de ziel' van de Rozekruisers of Vuurfilosofen; en zelfs de extatische trance van mystici en van de moderne mesmeristen en spiritisten zijn identiek van aard, ook al zijn zij verscheiden wat betreft hun manifestatie. De zoektocht naar het goddelijker 'zelf' van de mens, die zo vaak en zo ten onrechte wordt ge´nterpreteerd als individuele vereniging met een persoonlijke God, was het doel van iedere mysticus, en geloof in de mogelijkheid ervan lijkt van dezelfde tijd geweest te zijn als de oorsprong van de mensheid, die door ieder volk anders genoemd wordt. Wat de Yogin en de Shrotriya Vidya noemen, noemen Plato en Plotinus 'Noetisch werk'. 'Door reflectie, zelfkennis en intellectuele discipline kan de ziel opgeheven worden tot de visie van het eeuwig ware, het goede en het schone - dat wil zeggen, tot de Visie van God - dit is de epopteia', zeiden de Grieken. 'Om je ziel te verenigen met de Universele Ziel', zegt Porfirius, 'is slechts een volkomen zuiver verstand vereist. Door zelfcontemplatie, volkomen kuisheid en zuiverheid van lichaam, kunnen wij Het dichter benaderen, en, in die staat, ware kennis en wonderbaarlijk inzicht ontvangen'.

Plotinus, de leerling van de 'door God onderwezen' Ammonius, vertelt ons dat de geheime gnosis of de kennis van theosofie, drie graden heeft - opinie, wetenschap en illuminatie. 'Het middel of instrument van het eerste is zintuig, of perceptie; van het tweede, dialectiek; van het derde, intu´tie. De rede is ondergeschikt aan het laatstgenoemde; het is absolute kennis, gegrondvest op de identificatie van het denken met het bekende object'. Theosofie is de exacte wetenschap van de psychologie, om zo te zeggen; zij staat in verhouding tot het natuurlijke, niet-gecultiveerde mediumschap, zoals de kennis van een Tyndall zich verhoudt tot die van een schooljongen in de natuurkunde. Zij ontwikkelt in de mens een rechtstreeks inzicht; dat wat Schelling aanduidt als 'een besef van de identiteit van subject en object in het individu'; zodat de mens onder de invloed en kennis van hyponia goddelijke gedachten denkt, alle dingen ziet zoals ze werkelijk zijn en tenslotte 'de ontvanger wordt van de Ziel van de Wereld', om een van Emerson's mooiste uitdrukkingen te gebruiken. 'Ik, de onvolmaakte, adoreer mijn eigen perfectum' - zegt hij in zijn superbe essay over de Overziel. Naast deze psychologische, of zielskant, cultiveerde de Theosofie iedere tak van wetenschappen en kunsten. Zij was door en door vertrouwd met wat nu algemeen bekend staat als mesmerisme. Praktische theurgie of 'ceremoniŰle magie', waartoe de Rooms Katholieke geestelijken zo vaak hun toevlucht namen in hun exorcisme - werd door de theosofen verworpen. Alleen Jamblichus, die de andere Eclectici oversteeg, voegde de doctrine van de Theurgie toe aan de Theosofie. Wanneer de mens onwetend is over de ware betekenis van de esoterische goddelijke symbolen van de natuur, neigt hij ertoe de krachten van zijn ziel verkeerd in te schatten. In plaats van spiritueel en mentaal met de hogere, hemelse wezens, de goede geesten (de goden van de (geesten)bezweerders van de Platonische school) te communiceren, zal hij onbewust de kwade, zwarte machten die rondom de mensheid hangen, oproepen - de onvergankelijke, grimmige scheppingen van menselijke misdaden en ondeugden - en aldus van theurgie (witte magie) tot goetia, (zwarte magie) vervallen. Toch zijn noch witte noch zwarte magie wat populair bijgeloof onder die termen verstaat. De mogelijkheid van 'het oproepen van geesten', volgens de sleutel van Salomon, is het toppunt van bijgeloof en onwetendheid. Alleen zuiverheid van daad en gedachte kan ons opheffen tot een omgang 'met de goden' en ons het doel waar wij naar streven, doen bereiken. De alchemie, waarvan zovelen geloven dat het zowel een spirituele filosofie geweest is als een fysieke wetenschap, behoorde tot de leringen van de theosofische school.

Vertaling: A.M.I.