Fragment uit De Geheime Leer, ofwel The Secret Doctrine, i 569-574

Inwijding

H.P.Blavatsky

De aloude Ingewijden, die min of meer dicht gevolgd werden door de hele wereldse oudheid, bedoelden met de term 'ATOOM' een Ziel, een Genie of Engel, de eerstgeborene van de immer verborgen OORZAAK van alle oorzaken; en in deze zin worden hun leringen begrijpelijk. Zij beweerden, net als degenen die na hen kwamen, dat het bestaan van Goden en GenieŽn, engelen of 'demonen', niet buiten of onafhankelijk was van het Universele Plenum, maar erbinnen. Tijdens de levenscycli is alleen dit Plenum oneindig. Zij gaven een groot deel toe, en onderwezen dit, van hetgeen de moderne Wetenschap nu leert - namelijk, het bestaan van een primordiale 'Wereldmaterie of Kosmische Substantie', waaruit werelden gevormd worden, immer en eeuwig homogeen, behalve tijdens zijn periodiek bestaan, wanneer het zijn universele verspreiding differentieert door de gehele oneindige ruimte heen; en de geleidelijke formatie van sterrenlichamen die daaruit voortvloeit. Zij onderwezen de revolutie van de Hemelen, het draaien van de Aarde, het Heliocentrisch systeem en de Atomaire Vortices - Atomen - in werkelijkheid Zielen en intelligenties. Maar die 'Atomisten' waren spirituele, meestal transcendentale en filosofische PantheÔsten. Zij zijn het niet die ooit dat monsterlijk contrasterende kroost, de nachtmerrie van ons moderne beschaafde Ras, bedacht of gedroomd zouden hebben; namelijk - onbezield materiaal, atomen die hun eigen weg zoeken, aan de ene kant en een buiten-Kosmische God aan de andere kant.

Misschien is het nuttig te laten zien wat, in de leringen van de oude Ingewijden, de Monade was, en wat zijn oorsprong.

Zodra de moderne exacte Wetenschap over zijn puberteit heen was, kreeg zij het grote en voor haar tot dan toe esoterische axioma door, dat niets - hetzij in het spirituele, psychische of fysieke rijk van zijn - uit het niets tot bestaan kon komen. EEr is geen oorzaak in het gemanifesteerde universum zonder zijn adequate effect, hetzij in ruimte of tijd; noch kan er enig effect zijn zonder zijn oeroorzaak, die zelf zijn bestaan te danken heeft aan een nog hogere - waarvan de uiteindelijke en absolute oorzaak voor de mens altijd een onbegrijpelijke OORZAAKLOZE OORZAAK moet blijven. Maar zelfs dit is geen oplossing, en moet gezien worden, als ze als gezien moet worden, vanuit het hoogste filosofische en metafysische standpunt, want anders kan het probleem maar beter onbenaderd blijven. Het is een abstractie, op de drempel waarvan het menselijk redeneren - hoezeer ook getraind in metafysische subtiliteiten - huivert en in elkaar dreigt te zakken. Dit kan iedere Europeaan duidelijk worden die het aan durft het probleem van het bestaan op te lossen met behulp van de geloofsartikelen van de ware Vedantijn, bijvoorbeeld. Laat hem de sublieme leringen over het onderwerp Ziel en Geest van Sankaracharya ( Viveka Chudamani ) 1. lezen en bestuderen, dan beseft de lezer wat hier gezegd wordt.

Waar de Christen geleerd wordt dat de menselijke ziel een uitademing van God is - die door hem geschapen is voor een eeuwig(durend) bestaan, d.w.z. met een begin, maar geen einde (daarom mag dit nooit eeuwig genoemd worden) - zegt de Occulte lering, ' Niets wordt geschapen, maar alleen getransformeerd. Niets kan zichzelf in dit universum manifesteren - van een wereldbol tot een vage, snellee gedachte - dat niet al in het universum aanwezig was; alles op het subjectieve plan is een eeuwig IS; zoals alles op het objectieve plan een eeuwig worden is - want voorbijgaand'.

De monade - een waarlijk 'onzichtbaar ding', zoals gedefinieerd door Good, die er niet de betekenis aan toekende die wij nu geven - wordt hier weergegeven als het Atma in conjunctie met Boeddhi en het hoger Manas. Deze drie-eenheid is enig en eeuwig, daar de laatste in de eerste wordt opgenomen bij het eindigen van alle geconditioneerd en illusoir leven. De monade kan dus gevolgd worden in de loop van zijn pelgrimstocht en zijn veranderingen van tijdelijke voertuigen, alleen vanaf het beginstadium van het gemanifesteerde Universum. In Pralaya, of de periode tussen twee manvantaras, raakt het zijn naam kwijt. Dit gebeurt ook wanneer de echte Ene zelf van de mens opgaat in Brahm in gevallen van hoge Samadhi (de Turiya -staat) of het uiteindelijke Nirvana; 'wanneer de discipel', in de woorden van Sankara, 'dat oeroude bewustzijn, die absolute vreugde, waarvan het karakter waarheid is, zonder vorm en handeling, verkregen heeft. Wanneer hij dit illusoire lichaam, dat aangenomen is door het atma aflegt, zoals een acteur zijn toneelkleding uitdoet'. Want Boeddhi (het Anandamaya omhulsel) is slechts een spiegel die absolute vreugde weerspiegelt. De aard hiervan is waarheid, zij is zonder vorm en onwetendheid, en is niet de Opperste Geest, daar zij is onderworpen aan voorwaarden omdat zij een spirituele modificatie is van Prakriti, en een effect; Atma alleen is het ene echte en eeuwige substraat van alles - de essentie en absolute kennis - de Kshetragna 2. In de Esoterische filosofie wordt hij genoemd 'de Ene Getuige', en terwijl hij in Devachan verblijft, wordt ernaar verwezen als 'de Drie Getuigen van Karma'.

Daar Atma, (ons zevende principe) identiek is met de universele Geest, en de mens in essentie een hiermee is, wat is dan de eigenlijke Monade? Het is die homogene vonk die in miljoenen stralen uitstraalt vanuit de oorspronkelijke 'Zeven'; - waarvan er verder zeven zijn. Het is de EMANERENDE vonk van de ONGESCHAPEN Straal - een mysterie. In het esoterische en zelfs exoterische Boeddhisme van het noorden, stuurt Adi Boeddha ( Chogi dangpoi sangye ), de Ene onbekende, zonder begin of einde, identiek met Parabrahm en Ain-Soph, een heldere straal vanuit zijn duisternis.

Dit is de Logos (de eerste), of Vajradhara, de Opperste Boeddha (ook wel Dorjechang genoemd). Als de Heer van alle MysteriŽn kan hij niet manifesteren, maar hij stuurt zijn hart de wereld van manifestatie is - het 'diamanten hart', Vajrasattva ( Dorjesempa ). Dit is de tweede logos van de schepping, waaruit de zeven (in de exoterische dekmantel de vijf) Dhyani Boeddha's, genaamd de Anupadaka, 'de ouderlozen', voortkomen. Deze Boeddha's zijn de oermonaden uit de wereld van onlichamelijk zijn, de Arupa wereld, waarin de Intelligenties (alleen op dat plan) vorm noch naam hebben, in het exoterische systeem, maar ze hebben hun onderscheiden namen in de esoterische filosofie. Deze Dhyani Boeddha's emaneren, of scheppen uit zich zelf, krachtens Dhyana, hemelse Zelven - de boven menselijke Bodhisattva's. Daar zij als sterfelijke mensen incarneren aan het begin van iedere menselijke cyclus op aarde, worden zij af en toe, door persoonlijke verdienste, Bodhisattva's onder de Zonen der Mensheid. Daarna kunnen zij als Manushi (menselijke) Boeddha's opnieuw verschijnen. Aldus zijn de Anupadaka (of Dhyani-Boeddha's) identiek met de Brahminische Manasaputra, de 'uit het verstand geboren zonen' - hetzij van Brahma of een van de andere twee Trimurtische Hypostasen, en vandaar ook identiek met de Rishis en Prajapatis. Zo is er een passage in Anugita, die, esoterisch gelezen, duidelijk, zij het in een andere beeldspraak, hetzelfde idee en systeem laat zien. Er staat: 'Welke entiteiten er ook maar in deze wereld zijn, beweeglijk of onbeweeglijk, zij worden als eerste opgelost (bij pralaya ); en vervolgens de ontwikkelingen geproduceerd door de elementen (waaruit het zichtbare Universum gevormd wordt); en na deze ontwikkelingen (geŽvolueerde entiteiten), alle elementen. Zo is de opwaartse gradatie onder entiteiten. Goden, Mensen, Gandharva's, Pisacha's, Asura's, Rakshasa's, allen zijn geschapen door Svabhava (Prakriti, of vormende natuur), niet door handelingen, noch door een oorzaak' - d.w.z. niet door enige fysieke oorzaak.

'Deze Brahmana's (de Rishi Prajapati?), de scheppers van de wereld, worden hier (op aarde) steeds opnieuw geboren. Wat er ook maar uit hen geproduceerd wordt, wordt te zijner tijd opgelost in juist die vijf grote elementen (de vijf, of liever zeven, Dhyani Boeddha's, ook wel 'Elementen' van de Mensheid genaamd), als golven in de oceaan. Deze grote elementen gaan op iedere wijze voorbij de elementen waaruit de wereld is samengesteld (de grove elementen). En degene die zelfs van deze vijf elementen (de tanmatra's) 3 gaat door naar het hoogste doel'.

'De Heer Prajapati (Brahma) schiep dit alles alleen met het verstand', d.w.z. door Dhyana, of abstracte meditatie en mystieke krachten zoals de Dhyani Boeddha's (zie boven). Blijkbaar zijn deze 'Brahmana's' identiek met de Bodhisattva's (de aardse) van de hemelse Dhyani Boeddha's. Beide, als oorspronkelijke, intelligente 'Elementen', worden de 'scheppers' of de 'emanerenden' van de monaden die bestemd zijn om mens te worden in die cyclus. Daarna evolueren zij zichzelf, of, om zo te zeggen, zij dijen uit in hun eigen zelven als Bodhisattva's of Brahmana's, in de hemel evenals op aarde, om uiteindelijk eenvoudige mensen te worden. 'De scheppers van de wereld worden hier geboren, telkens opnieuw op aarde ' - waarlijk. In het noordelijke Boeddhistische systeem, of de populaire exoterische religie, wordt ons geleerd dat iedere Boeddha, terwijl hij de goede wet op aarde preekt, zich tegelijkertijd manifesteert in drie werelden. Dit zijn de vormloze, zoals Dhyani Boeddha, in de Wereld van vormen, als een Bodhisattva, en in de begeertewereld, de laagste (van onze wereld) als een man. Esoterisch verschilt de lering: De goddelijke, zuivere Adi-Boeddhische monade manifesteert als de universele Boeddhi (de Maha-boeddhi of Mahat in hindoefilosofieŽn) de spirituele, alwetende en almachtige wortel van goddelijke intelligentie, de hoogste anima mundi of de Logos. Dit daalt neer 'als een vlam die zich verspreidt vanuit het eeuwige Vuur, onbeweeglijk, zonder toe of af te nemen, steeds hetzelfde tot het einde' van de bestaanscyclus, en wordt universeel leven op het Wereldse Plan. Vanuit dit plan van bewust Leven schieten, als zeven vurige tongen, de Zonen van Licht (de logoi van het Leven) naar buiten. Vervolgens de Dhyani-Boeddha's van contemplatie: de concrete vormen van hun vormloze Vaders - de Zeven Zonen van Licht, steeds zichzelf, op wie toepasbaar is de Brahmaanse mystieke frase: 'Gij zijt "DAT" - Brahm'. Uit deze Dhyani-Boeddha's emaneren hun chhayas (Schaduwen), de Bodhisattva's van de hemelse rijken, de prototypen van de boven aardse Bodhisattva's, en van de aardse Boeddha's, en tenslotte van de mensen. De 'Zeven Zonen van Licht' worden ook wel genoemd 'Sterren'.

De ster waaronder een menselijke Entiteit geboren wordt, zegt de Occulte lering, zal altijd zijn ster blijven, door de hele cyclus van zijn incarnaties in een Manvantara heen. Maar dit is niet zijn astrologische ster. Deze laatste houdt zich bezig en is verbonden met de persoonlijkheid de eerste met de INDIVIDUALITEIT. De 'Engel' van die Ster, of de Dhyani-Boeddha zal of de gids 'Engel' zijn of de leidende 'Engel', om het zo te zeggen, bij iedere nieuwe wedergeboorte van de monade die deel uitmaakt van zijn eigen essentie, ofschoon zijn voertuig, de mens, altijd onwetend blijft van dit feit. De adepten hebben ieder hun Dhyani-Boeddha, hun oudere 'tweeling Ziel', en zij weten het. Zij noemen het 'Vader-Ziel' en 'Vader-Vuur'. Het is echter pas bij de laatste en hoogste inwijding dat zij dit vernemen wanneer zij oog in oog komen te staan met het heldere 'Imago'. Hoeveel heeft Bulwer Lytton geweten van dit mystieke feit toen hij in een van zijn meest geÔnspireerde stemmingen, Zanoni beschreef, oog in oog met zijn Augoeides ?

De Logos, of zowel het ongemanifesteerde en het gemanifesteerde WOORD, wordt door de hindoes Iswara genoemd, 'de Heer', ofschoon de Occultisten het een andere naam geven. Iswara, zeggen de Vedantijnen, is het hoogste bewustzijn in de natuur. 'Dit hoogste bewustzijn', antwoorden de Occultisten, 'is maar een synthetische eenheid in de wereld van de gemanifesteerde Logos - of op het plan van illusie ; want het is de totaalsom van Dhyan-Chohanische bewustzijnen '. 'O, wijze, ontdoe u van het denkbeeld dat niet-Geest Geest is ', zegt Sankaracharya. Atma is niet-Geest in zijn uiteindelijke Parabrahmische staat, Iswara of Logos is Geest; of, zoals het Occultisme verklaart, het is een samengestelde eenheid van gemanifesteerde levende Geesten, de ouder-bron en kraamkamer van alle wereldse en aardse monaden plus hun goddelijke afspiegeling. Zij emaneren uit en keren weer tot de Logos, ieder op het hoogtepunt van hun tijd. Er zijn zeven hoofdgroepen van zulke Dhyan Chohans, die te vinden zijn en erkend worden in iedere religie, want zij zijn de oorspronkelijke ZEVEN Stralen. Het occultisme leert ons dat de mensheid verdeeld is in zeven onderscheiden groepen en hun onderverdelingen, mentaal, spiritueel en fysiek 4. De monade nu, gezien als EEN, staat boven het zevende principe (in de Kosmos en in de mens), en als een triade is het de rechtstreekse stralende nakroost van genoemde samengestelde EENHEID, niet de adem (en de speciale schepping uit nihil ) van 'God', zoals die eenheid genoemd wordt. Zo'n denkbeeld is immers behoorlijk onfilosofisch en onteert de Godheid, door het te verlagen tot een eindige, attributieve conditie. Zoals goed uitgedrukt door de vertalen van de 'Crest-Jewel of Wisdom' - ofschoon Iswara 'God' is, 'onveranderd in de diepste diepten van pralaya's en in de meest intense activiteit van de manvantara's'..., toch ' achter (hem) is 'ATMA', rondom zijn paviljoen is de duisternis van eeuwig MAYA' 5. De 'triaden' die onder dezelfde Ouder-planeet geboren zijn, of liever de uitstralingen van een en dezelfde Planeet Geest (Dhyani Boeddha) zijn, in al hun latere levens en wedergeboorten, zuster of ' tweeling -zielen' op deze aarde. 6.

Dit was bekend aan iedere hoge Ingewijde in ieder tijdperk en in ieder land: 'Ik en mijn Vader zijn een,' zei Jezus (Joh.x.30). 7. Als hij gedwongen wordt te zeggen, elders (xx.17): 'Ik ga op tot mijn Vader en uw Vader', betekende dat hetgeen juist gezegd is. Het was eenvoudig om aan te tonen dat de groep van zijn discipelen en volgelingen die zich tot Hem aangetrokken voelden, tot dezelfde Dhyani Boeddha, 'Ster', of 'Vader' behoorden, alweer van hetzelfde planetenrijk en divisie als Hij. Het is de kennis van deze occulte lering die uitdrukking kreeg in de recensie van 'The Idyll of the White Lotus', toen de heer T. Subba Row schreef: 'Iedere Boeddha ontmoet bij zijn laatste inwijding alle grote adepten die het Boeddhaschap bereikt hebben gedurende de voorgaande eeuwen...iedere klasse adepten heeft zijn eigen verbond van geestelijke communie die hen samenbindt... De enige mogelijke en doeltreffende manier om in te gaan in zo'n broederschap... is door zichzelf binnen de invloedssfeer te brengen van het Spirituele licht dat uitstraalt vanuit iemands eigen Logos. Misschien mag ik er hier nog op wijzen... dat zo'n communie alleen mogelijk is tussen personen wier zielen hun leven en levensonderhoud ontvangen van dezelfde goddelijke STRAAL, en dat, daar zeven onderscheiden stralen uitwaaieren vanuit de 'Centrale Spirituele Zon', alle adepten en Dhyan Chohans verdeeld kunnen worden in zeven klassen. Elk van deze wordt geleid, bestuurd en overschaduwd door een van de zeven vormen of manifestaties van de goddelijke Wijsheid'. 8.

Noten

1) Vertaald voor de Theosophist, door Mohini M. Chatterji als 'Crest Jewel of Wisdom', 1886. (Zie de Theosophist, juli en augustus).

2) Nu de gereviseerde versie van de evangeliŽn uitgegeven is en de ergste vertaalmissers van de oude versies verbeterd zijn, begrijpen wij beter de woorden in Johannes v, vi en vii: 'Het is de Geest die getuigenis aflegt, omdat de Geest de waarheid is'. De woorden die volgen in de onjuist vertaalde versie over de 'drie getuigen', - tot nu toe verondersteld te staan voorr 'de Vader, het Woord, en de Heilige Geest', tonen heel duidelijk de echte betekenis van de schrijver (de heilige Johannes. Hierdoor wordt zijn lering in dit opzicht nog krachtiger geÔdentificeerd met die van Sankaracharya. Want wat kan de zin, 'er zijn er drie die getuigen: de Geest en het Water en het Bloed ' anders betekenen, als deze drie niet in relatie staan of geen verband houden met de filosofische bewering van de grote Vedanta leraar, die, toen hij sprak over de omhulsels, (de principes in de mens) Jiva, Vignanamaya, enz., die in hun fysieke manifestatie ' water en bloed ' zijn, of leven, er aan toevoegt dat alleen atma overblijft na het aftrekken van de omhulsels en dat het de ENIGE getuige, of gesynthetiseerde eenheid is. De minder spirituele en filosofische school heeft, uitsluitend met het oog op een drie-eenheid, drie getuigen gemaakt van 'een', en het aldus meer met de aarde dan met de hemel verbonden.

3) De Tanmatra's zijn letterlijk het type of rudiment van een element zonder eigenschappen; maar esoterisch zijn zij de oorspronkelijke noumenoi van datgene dat in het evolutieproces een Kosmisch element wordt in de zin die de term in de oudheid had, niet in de zin van de fysica. Zij zijn de logoi, de zeven emanaties of stralen van de logos.

4) Vandaar de zeven hoofdplaneten, de sferen van de inwonende zeven geesten. Onder ieder van deze wordt een van de menselijke groepen geboren, die daardoor geleid en beÔnvloed worden. Er zijn maar zeven planeten (die speciaal verbonden zijn met de aarde), en twaalf huizen, maar de mogelijke combinaties van hun aspecten zijn talloos. Zoals elke planeet zich kan verhouden tot ieder van de andere in twaalf verschillende aspecten, moeten hun combinaties dus bijna oneindig zijn; in feite zo oneindig als de spirituele, psychische, mentale en fysieke vermogens in de talrijke variaties van de genus homo. Ieder van deze variaties wordt geboren onder een van de zeven planeten en een van de genoemde talrijke planetaire combinaties. Zie de Theosophist van augustus 1886.

5) De nu universele vergissing van het toeschrijven aan de ouden van de kennis van slechts zeven planeten, alleen maar omdat zij geen andere genoemd hebben, is gebaseerd op dezelfde algemene onwetendheid van hun occulte leerstellingen. De vraag is niet of ze zich wel of niet bewust waren van het bestaan van later ontdekte planeten; maar of hun eerbetoon aan de vier exoterische en drie geheime grote godheden - de ster-engelen, niet een of andere bijzondere reden hadden. De schrijver waagt het te zeggen dat er zo'n reden was, en wel deze. Als zij zoveel planeten hadden gekend als wij nu (en deze vraag kan nauwelijks in deze tijd beantwoord worden, hetzij bevestigend, hetzij ontkennend), 'dan zouden zij toch met hun religieuze aanbidding slechts met de zeven contact gemaakt hebben, omdat deze zeven rechtstreeks en speciaal verbonden zijn met onze aarde, of, met gebruikmaking van esoterisch idioom, met onze zevenvoudige ring van sferen. (Zie boven).

6) Het is hetzelfde, alleen meer metafysische idee, als dat van de Christelijke Drie-eenheid - 'Drie in Een', d.w.z., de Universele 'over-Geest', die zich manifesteert op de twee hogere gebieden, die van Boeddhi en Mahat; en deze zijn de drie hypostasen, metafysisch, maar {nooit persoonlijk}.

7) De identiteit, en tegelijkertijd de illusoire differentiatie van de Engel -Monade en de Menselijke -Monade wordt aangeduid door de volgende zinnen: 'Mijn Vader is {groter} dan Ik' (Johannes xiv.26); 'Verheerlijk uw Vader die in de Hemel is ', (MattheŁs xiii.43); 'Weet gij niet dat gij een tempel van God ment, en dat de Geest van God in u woont ?', (I Cor.iii.16); 'Ik ga op tot mijn Vader', enz.enz.

8) Uit: de 'Theosophist', augustus 1886.


Vertaling: A.M.I.