Theosofia, December 1963, p.306

De grottempels in het dal van de Boyne en hun bouwers

Geschreven en gerangschikt uit de notities van wijlen P. I. Pielou, door E. O. Hornidge, Alg. Secr. voor Ierland

Om de waarde en de associaties van de grottempels in het dal van de Boyne in Ierland ten volle te beseffen is het nodig, een lange tijd terug te gaan. Ongeveer een miljoen jaar geleden, toen het vasteland van Atlantis nog jong was, maakten Ierland en gedeelten van Schotland (de Highlands) deel uit van de N.W. landstrook hiervan. Ierland en dit deel van Schotland zijn dus heel oud, en de invloeden der Dewa's en elementalen die ermee verbonden zijn, heel sterk.

Het vasteland van Atlantis was de wieg van het vierde wortelras. Nadat het Atlantis verlaten had, keerde het ras, dat bekend staat als het Keltische onderras - na vele eeuwen door verschillende landen getrokken te zijn - door Egypte terug naar Ierland, het land dat hun voorouders eeuwen geleden verlaten hadden. Ze stonden bekend als de Tuatha-de-Danaan, en ze brachten door hun ingewijde priesters de cultuur van Kreta en Egypte over. Ze kwamen Ierland in het N.W. binnen en trokken langzamerhand op naar het dal van de Boyne. Hier .lieten ze de verheven-ste, onsterfelijke voorbeelden van hun cultuur achter in de ornamentatie van hun grottempels.

De Tuatha-de-Danaan waren niet alleen uiterlijk knapper, maar ze waren ook intellectueel en spiritueel veel verder gevorderd dan het gemengde ras, dat ze in Ierland vonden. Door dezen worden ze dan ook beschouwd als wezens van Hemelse afkomst. En tot op de dag van heden spreekt de traditie over hen als een ras van goden die gedurende een gouden Tijdperk over Ierland heersten, hetgeen lang niet zo legendarisch is als de geschiedkundigen over het algemeen veronderstellen.

Ierland was de zetel van een hoge beschaving en een middelpunt van wijsbegeerte en wetenschap; terwijl het naburige Engeland voor het grootste deel bevolkt werd door naakte wilden, die zich blauw verfden. De Tuatha-de- Danaan regeerden vele eeuwen over Ierland; en het waren eeuwen van macht en glorie. Maar hun beschaving geraakte mettertijd tot verval, zoals dat met alle andere beschavingen ook het geval is. En ten slotte werden ze overmeesterd door invallende Milesiërs uit Spanje - een ras dat verre hun mindere was in cultuur, geestelijke groei en algemene ontwikkeling.

Van de drie grottempels die door hen gebouwd zijn, in het dal van de Boyne - Newgrange, Dowth en Knowth - is die van Newgrange het best bewaard gebleven, maar Knowth is, volgens Professor Macallister, verreweg de belangrijkste van de drie. In dit verband is het interessant om op te merken, dat er ook drie speciale pyramiden van Gizeh waren, en het doel van de rotstempels was - zoals later nader zal worden verklaard - identiek aan dat van de Grote Pyramide van Gizeh.

De Tuatha-de-Danaan kwamen ongeveer ten tijde van de val van de beroemde stad Troje in Ierland aan. Kort daarna volgde het verval van Egypte, en de Gouden Era van Ierland. Tara werd door de Tuatha-de-Danaan gekozen tot het koninklijke middelpunt, voordat Rome nog was gesticht.

Toen ze naar Ierland kwamen, brachten ze de cultuur van Kreta en Egypte mee, evenals de Spiraal van het Bronzen Tijdperk, welke ze zo overvloedig gebruikten in hun grottempels. In de Ierse traditie wordt bevestigd, dat de Tuatha-de-Danaan, toen ze naar Ierland kwamen, de vier grote "schatten" meebrachten: de "Steen van het Noodlot", waarop hun koningen werden gekroond, het "Zwaard van het Licht", de "Speer der Overwinning", en de "Onuitputtelijke Ketel". Om deze vier symbolen zijn vele legenden geweven.

Ze zijn van gelijke aard als het Gouden Pentagram of de vijfpuntige Ster, het Vlammende Zwaard, de Staf met de Slangenkop, en de Schaal of Beker, die - naar gezegd wordt - de vier magische symbolen zijn uit de Atlantische Mysteriën. Ze zijn bovendien gelijksoortig aan het Pentagram, het Zwaard, de Staf en de Beker van de Tarot-kaarten; - symbolen die uit Egypte zouden stammen en waarschijnlijk vanuit Atlantis zijn doorgegeven.

Newgrange zelf, dat het volmaakste voorbeeld zou zijn van zijn type in W. Europa, is een ronde heuvel van ca. 2 acres groot. (een acre is 4047 m2). De hoogte bedraagt ca. 44 voet, of mogelijk meer, van wat oorspronkelijk een grote cirkel was om de heuvel heen, van 35 stenen. Een scherpzinnig bestudeerder van deze overblijfselen heeft er op gewezen, dat de werkelijke ingang van de Grote Pyramide in Egypte ligt op de zeventiende reeks trappen. En het is ook de zeventiende steen in deze bovenste cirkel in Newgrange, die in één lijn zou liggen met de tegenwoordige opening. In een greppel tegenover de opening ligt een grote steen die met zeer veel zorg is bewerkt.

Binnenin de heuvel is een. in de rotsen uitgehouwen, kruisvormige kamer van twintig voet hoog, en welke men bereikt door een lange gang, waarvan het dak langzaam hoger wordt, tot hij uitkomt in de middenkamer. Er is een tijd geweest, dat men door deze gang moest kruipen om bij de ingang te komen. Dit wettigt het vermoeden van bepaalde ceremoniën, die oorspronkelijk uit Egypte afkomstig zouden zijn. Er zijn drie kleine kamers, die van het Z., W. en N. van uit de centrale kamer hun opening hebben, en die corresponderen met de armen en het boveneinde van het kruis.

De grote stenen, waar de tempel van gebouwd is, zijn voorzien van een belangrijk aantal ingriftsels, waarvan enkele in de steen schijnen te zijn gegraveerd, voor die waren opgesteld.

In de meeste van de archeologische verwijzingen naar deze heuvels wordt er over gesproken als "grafheuvels". En dit kwam, omdat er - toen ze geopend werden - menselijke overblijfselen, met wapens enz. in gevonden werden. Uit ander bewijsmateriaal, lijkt het waarschijnlijk, dat deze door andere volkeren dan de bouwers van de heuvels erin gelegd zijn, lang nadat het oorspronkelijke doel was vergeten, waarvoor deze tempels gebouwd waren.

De welbekende Ierse mysticus AE heeft gezegd: "Ik heb het altijd betrekkelijk gemakkelijk gevonden, visioenen te zien bij oude monumenten als Newgrange en Dowth, omdat ik geloof, dat zulke plaatsen van nature geladen zijn met psychische krachten en om die reden lang geleden gebruikt zijn als heilige plaatsen."    .

Dr. Evan Wentz zegt in zijn "Sprookjesgeloof in Keltische Landen": "Na zorgvuldig onderzoek van de beroemde Newgrange grafheuvel zelf, en een studie van de verwijzingen ernaar in oude Ierse literatuur, zijn wij vast van mening, dat men de plank niet ver mis kan slaan als men hem beschrijft als een geestentempel, waarin oude Keltische en pre-Keltische Mysteriën werden gevierd in een tijd, toen de Neofyten - ook die van koninklijken bloede - werden ingewijd. En als zodanig is hij onmiddellijk gelieerd aan een cultus van de Tuatha-de-Danaan. of het Sprookjesvolk, van geesten of van doden."

Dr. Evan Wentz maakt een vergelijking tussen de Grote Pyramide en de tempel in Newgrange. Hij oppert dat de grote kist in de Middenkamer van de Pyramide en de uitgeholde steen in Newgrange gelijkelijk gebruikt werden voor inwijdingsdoeleinden. Volgens hem waren zowel de Grote Pyramide, als Newgrange de voornaamste plaatsen in hun respectieve landen voor de viering van mysteriën.

In een paar notities, die gemaakt zijn door wijlen F. H. Althouse, M. A.,  M.R.I.A., een predikant die in het district geboren was en die er volkomen thuis was, zegt hij: "Plaatselijke tradities willen, dat er in Newgrange licht gezien wordt en muziek gehoord van een meeslepend karakter, op Meidag (dit was het oude feest van Beltane); op de eerste augustus (het oude maanfeest); en op de eerste november (het oude Samhain). Ik heb me ook door de boeren daar laten vertellen dat er lang geleden in Newgrange "goede mensen" gewoond hebben, die het volk genazen en onderwezen, maar die uiteindelijk zijn weggegaan om de ondankbaarheid en de slechtheid van hen die ze trachtten te helpen." Hij vervolgt: "Zowel Dowth als Newgrange waren tempels van de Keltische goden. Beide zijn gebouwd door de Danaans, en ze zijn later door de Milesiërs gebruikt. Newgrange is een koningsgraf."

In Newgrange hangt een sfeer van macht. Men krijgt er de indruk dat het Goede tracht het Kwade te overwinnen en dat er een besliste schakel is met de innerlijke werelden, welke sterker wordt gemaakt en geholpen door werkers van de Grote Witte Loge. Men krijgt de indruk van een Grote beschermende Dewa, die de hulp vraagt van hen die gevoelig zijn voor sfeer. Laten we, als we deze tempel bezoeken, met dit denkbeeld in onze gedachten gaan, met het gevoel, dat we van enig nut zijn, en een machtige Dewa helpen, die de zorg voor dit Centrum tot Zijn taak heeft.