H.P.Blavatsky 's "De Geheime Leer"en de oude mysteriën
Theosofia, Mei 1954
J. Kruisheer
Hoe meer en hoe dieper wij kunnen doordringen in de
esoterische bedoelingen,
door H.P.Blavatsky - of liever gezegd, door de Leraren Die haar
inspireerden
- in dat machtige Werk "De Geheime Leer" verborgen en (gedeeltelijk)
geopenbaard,
des te duidelijker blijkt het, dat daarin talloze malen wordt
gezinspeeld,
en zelfs duidelijk gewezen op die grootse Instellingen der Oudheid,
bekend
als de Mysteriën, en hunne Esoterische Scholen. Dit buitengewone
boekwerk
is, tegelijk met de stichting van de Theosofische Vereniging, blijkbaar
bedoeld
om mede te dienen ter bevordering van de Universele Broederschap der
mensen,
zonder onderscheid van ras, geslacht, geloof of huidskleur en om een
levensleer
te verschaffen met de daarbij passende levenshouding, nodig om die
vernieuwde
Lering van Wijsheid en Kennis te ondersteunen.
Herhaaldelijk verwijst H.P.Blavatsky daarin naar de meest
bekende groten
en leraren dezer Oude Mysteriën, hun uitspraken, gezegden en leringen,
terwijl bovendien dit alles telkenmale wordt gebruikt om aangewend te
worden
op de wijze als aangegeven in het Tweede Doeleinde der Theosofische
Vereniging,
d.w.z. als materiaal voor vergelijkende studie, de meest geschikte
methode
om het menselijk begripsvermogen te verruimen en te sublimeren.
Het ganse boekwerk "De Geheime Leer" blijkt een groot
voorbeeld van zulke
vergelijkende studie te zijn, vooral van nut omdat het een onderwerp
betreft,
waarin de meest heilige en diepste leringen van verschillende tijden en
volkeren
worden tezamen gebracht, vergeleken, bestudeerd en overpeinsd. Het boek
citeert
herhaaldelijk gedeelten en uitspraken van de diverse Oude Mysteriën
van Scandinavië, Griekenland, Chaldea, Egypte en India. Waar dan
bovendien
ook Dr. A. Besant de hoop uitsprak, dat de Mysteriën weer zouden kunnen
worden hersteld, wees C. W. Leadbeater erop, dat in de hedendaagse
Theosofie
reeds iets, zij het ook voorlopig een klein gedeelte van wat in de Oude
Mysteriën
onder geheimhouding werd geleraard, thans reeds werd openbaar gemaakt.
Hierbij
doelde hij waarschijnlijk in de eerste plaats, doch zeker niet alleen,
op
de leringen van Karma en Reïncarnatie en de "Beginselen", maar wij
kunnen
daarbij b.v. ook denken aan de leer van "gedachtekracht", etc.
Herhaaldelijk wijst H.P.Blavatsky in "De Geheime Leer” op de Oude
Mysteriën
en beschrijft zij iets, zij het veelal in omsluierde taal, omtrent hun
leringen
en de methoden, daarin gebruikt. En ten slotte, aan het einde van Deel
II,
dat zoals bekend, de laatste door haarzelf gepubliceerde uitgave is
(het
derde deel werd door Dr. A. Besant uit nagelaten geschriften van
H.P.Blavatsky
samengesteld), spreekt H.P.Blavatsky de hoop en de verwachting uit, dat
"als
dit werk (de Geheime Leer) erin kan slagen aan te tonen, dat de
esoterische
leer op feiten berust, dàn zal dit werk de voorloper kunnen zijn van
vele dergelijke boeken".
Zulke boekwerken als "De Geheime Leer" zijn niet bestemd om
gewoon gelezen
te worden, doch moeten dienen, evenals de Mysteriën van vroeger, om
de lezer of de deelnemer eraan, te inspireren en te trainen, hem de
middelen
tot oefening (de halters als het ware) te verschaffen, om zich in te
spannen,
ten einde daarmee en daardoor het ontwijfelbaar resultaat te bereiken
van
een grote versnelling van het Evolutie-proces. De Geheime Leer is dus
niet
in de eerste plaats bestemd om meer feitenkennis te verschaffen (al is
zij
een ware mijn van zulke schatten), maar om het daarin gelezene te
beleven,
het te Ieren leven. Het dient aldus als trainings-object voor een Hoger
Leven.
Zulke training is "Yoga".
De Geheime Mysterie-leer was - en is nog - in de allereerste
plaats een levensleer,
een leer om geleefd te worden, om de beoefening van alle deugden en
hogere
vermogens te bevorderen. Toename van kennis kan en zal daaraan gepaard
gaan,
doch komt niet in de eerste plaats; een nobel, rein en zuiver levenspad
moet
voorafgaan en dus moet moraal de eerste plaats innemen. De
Inwijdingsriten,
waarvan verspreide en verstrooide gedeelten tot ons zijn gekomen in de
vorm
van mythen, legenden, allegoriën en parabelen, beoogden de versnelling
en bevordering van het gewoonlijk langzame evolutieproces en tevens
vooral
de evolutie van het thans nog betrekkelijk weinig ontwaakte deel van
het
menselijk Zelf, de ware innerlijke geestelijke Monade-mens, de
Atma-Buddhi,
de Hemelse Mens, die ons ware Zelf is.
Dat moet in deze tijd vooral het voornaamste doel van onze
inspanning zijn
in deze periode van 's werelds Evolutie-proces. De zelfde aloude spreuk
van
alle Mysteriën der Oudheid, het "Mens, ken Uzelf" (en Uzelf kennend,
zult gij God kennen), moet dus onderzocht en in praktijk gebracht
worden.
"Laten wij derhalve de mens bestuderen, doch als wij hem ook maar voor
één
ogenblik van het algemene geheel scheiden, of hem afzonderlijk uit één
enkel oogpunt beschouwen, afgescheiden van de Hemelse Mens - het door
Adam
Kadmon of zijn aequivalenten in elke wijsbegeerte verzinnebeelde heelal
-
zullen wij in de zwarte magie belanden of onze pogingen jammerlijk zien
falen."
(H.P.Blavatsky: "De Geheime Leer" III, pag. 483).
De inspanning van het actuele Zelf, het onderzoeken van Zichzelf,
verschaft
een Yoga-training, indien dit waarlijk actueel geleefd wordt; het is
geen
studie in de gewone betekenis van het woord, doch zelf ondernomen
Yoga-oefening.