Theosofia 103/6 december 2002, blz.  235  -  239

Leven in het hier en nu

Femmie Liezenga

Voor ik aan de eigenlijke inleiding begin, wil ik deze lezing verbinden met de titel van het zomerweekend: ‘De dynamiek van heelheid’. Ik voel achter het woord ‘dynamiek’ een geweldige potentie van zijn en niet zijn, van de afwisseling van in openbaring zijn en niet in openbaring zijn, manvantara en pralaya zoals dat in de theosofie heet. Ik voel in het woord de cycliciteit van heel het bestaan.

Ook voel ik in het woord een geweldige potentie van creativiteit en daar wil ik vanmorgen wat meer op in gaan. Die creativiteit is als het ware de scheppingsdrang die zowel door het hele universum heen stroomt, als door ieder van ons, waarbij alle vormen zowel de uitdrukking vn die creativiteit zijn als ook de kanalen vr die creativiteit. Iedere vorm, ieder wezen, ieder mens is zodoende een kanaal voor die enorme dynamiek.

Ik persoonlijk vind het beeld van de Shiva, die de dans van de kosmos uitdrukt, een heel goede voorstelling geven van de dynamiek van heelheid. Er zit een enorme beweging in het beeld. Je voelt de potentie van het Bestaan. Soms is het overweldigend te voelen dat er achter dit hele universum en alle andere universa een Aanwezigheid is. Ik zou haast zeggen: voorbij het Licht is Duisternis, zonder daarbij aan de negatieve klank te denken die dit woord vaak bij ons oproept. We leven in een gigantisch mysterie, waarvan we nog niet een fractie van een fractie beseffen. Ik maak me tegenwoordig een voorstelling van een heel groot Lichaam waar wij in leven. Tenslotte zijn wij immers de microkosmos van de macrokosmos. Misschien zijn wij met de aarde en al wat daar op leeft slechts een heel klein onderdeeltje in de kleine teen van dat reuzenlichaam. Maar dat is dan alleen nog maar de materile kant van het beeld dat ik hier geef. De onzichtbare kant is nog veel mysterieuzer! Daar kun je gewoon niet bij!…

Nu ga ik aan mijn eigenlijke verhaal beginnen:

Eens op onze evolutionaire reis stellen we ons de vraag: ‘Wie ben ik en waarom ben ik hier?’ Het antwoord hierop zullen we zlf moeten vinden, zo er al een antwoord is. Via vergelijkingen van teksten uit de aloude wijsheid en het onderzoeken van bepaalde kunstvormen zal geprobeerd worden tot een richting te komen die we bij ons zoeken op zouden kunnen gaan.

De inleiding die ik vandaag voor het voetlicht breng, is ontstaan vanuit een eigen proces van voortdurende overpeinzing met betrekking tot het onderwerp. Het is dan ook duidelijk mijn verhaal en ik wil proberen u daarin mee te voeren.

Ik wil beginnen met een mooie tekst:

Het hoogste begrip is te vinden in het Hoogste Licht en hij, die het Absolute en bestendige wil begrijpen, moet naar het Licht streven, want ieder schepsel kan dit ontvangen naar de mate van zijn vermogens.

(uit: Immenso door Giordano Bruno)

Een vraag die ik nu alvast naar voren breng, is: Wat is verlichting? En valt er iets te bereiken? Hier kom ik in de loop van mijn inleiding nog wel op terug!

Waarom stellen we op zeker moment in ons leven de vraag: ‘Wie ben ik? Waarom ben ik hier?’ Zou die vraag opkomen als ons leven naar volle tevredenheid verliep? Ik betwijfel dit! Meestal hebben we alle wegen al bewandeld als we deze vraag stellen en hebben we nergens een afdoende antwoord gevonden. Krishnamurti zei niet voor niets: ‘Ah, you are in a crisis? Good!’ Want pas dan doe je er alles aan om er uit te komen.

Als kunstenaars in een crisis verkeren, kunnen ze vaak beter scheppen, dan wanneer ze zich lauw voelen. Zou je kunnen stellen dat het goddelijke in een constante crisis verkeert en daarom genoodzaakt is zich te openbaren?  Dat is wel een leuke om eens over na te denken.

Ik weet niet veel van kunst af, ben geen expert, maar heb in mijn opleiding wel eens wat moeten leren over kunstgeschiedenis. Ook kijk ik wel naar populaire t.v. programma’s op dit gebied. Ik heb daarvan een aantal dingen onthouden, onder andere dit: Mondriaan was van oorsprong een gewone schilder. Hij schilderde landschappen en zo. Maar hij was op zoek naar de essentie en wilde steeds minder details op zijn doeken zetten. Zodoende werden zijn schilderijen steeds meer ontdaan van datgene wat volgens Mondriaan niet het wezenlijke uitdrukte.

Ik weet niet of u destijds naar de tentoonstelling bent geweest in het Haagse Gemeentemuseum die over het spirituele in de kunst ging? Ik ben daar niet geweest, maar ik heb wel in een loge een presentatie gezien van een aantal van de daar getoonde schilderijen. Voor het eerst in mijn leven ontdekte ik dat ik van moderne kunst houd. Het was een openbaring voor me. Er waren schilderijen bij die zo weinig herkenbare dingen vertoonden, maar zo’n power in zich droegen, dat ik haast moest huilen van ontroering! Bij sommige schilderijen had ik de gewaarwording alsof ik naar een punt in het schilderij werd toe gezogen. Het leken wel mandala’s! Heel meditatief.

Dit overkwam mij ook toen ik voor het eerst muziek van Erik Satie hoorde. Let wel: ik ben dus absoluut geen kenner. Misschien was het mijn onbevangenheid die me hiervoor open deed staan! Ik heb pas veel later gehoord dat Satie zijn muziek componeerde in meditatieve toestand. Zijn muziek is betoverend simpel. Je zou haast zeggen dat een kind achter de piano is gaan zitten.

Een ander voorbeeld is de Japanse kunst: door middel van een enkele penseelstreek een ragfijne verbeelding geven. Ik heb hierbij een voorbeeld in mijn hoofd van een enkele rietstengel met een pluim, zo mooi weergegeven dat de adem je bijna stokt. Ik dacht altijd: zo zou ik willen schrijven: in een enkel woord alles uitdrukken wat mij bezielt.

Zodoende ben ik ooit eens lid geweest van een haikugroep. Kort weergegeven is een Haiku een Japans gedicht dat moet beantwoorden aan bepaalde regels. Het dient te bestaan uit  drie regels van totaal 17 lettergrepen. De eerste regel bestaat uit vijf lettergrepen, de tweede uit zeven en de derde weer uit vijf. Het moet een beschrijving zijn vande natuur en aan de natuur mogen geen menselijke eigenschappen worden toegedicht. In zo’n gedicht moet exact beschreven worden wat de dichter ziet. Ik riep meteen bij de eerste bijeenkomst al: ‘Maar dat is Zen!’ Men keek me niet begrijpend aan en dit is n van de redenen geweest dat ik later met het dichten ben gestopt. Want als je denkt dat Haiku een hobby is als alle andere dan heb je het mis. Haiku is een levenshouding, eigenlijk moet ik zeggen: haiku leef je. Een Haikugedicht maak je niet eventjes op een avondje omdat je het zo leuk vindt. Het is waarschijnlijk net als met de oorspronkelijke vechtsporten uit Japan, eigenlijk meditatie die je leeft, de hele dag door! Een voorbeeld van een Haiku (waarschijnlijk door iemand uit Japan geschreven) wil ik u niet onthouden uit het boek Spelen met wind en maan met Haiku’s van amateurs van over de hele wereld:

‘Zie, door de scheuren
in mijn papieren venster
beeldschoon - de Melkweg!’

of:

‘Toen mijn bijl neerviel
diep in het winterbos - plotseling
de geur van hout!’

Pure schoonheid die je ruikt , voelt of ziet, tegelijkertijd met de dichter mee. Z mooi!... Z meditatief, pure meditaties toch? Waarom vergeleek ik Haiku met Zen? Ik heb een boek over Zen dat de titel draagt: Het oog slaapt nooit. Die titel alleen al maakt veel helder over wat Zen eigenlijk is. Het gaat natuurlijk niet over het uiterlijke oog, maar het innerlijke oog, het bewustzijn. Niet het kleine bewustzijn, maar het grote Bewustzijn waar wij allen deel van uitmaken. En misschien wel over iets dat nog chter dat Bewustzijn zit, maar dat terzijde... Werkelijke Zen is volledige aandacht zonder interventie van onze zijde. Het is ware meditatie zonder dat degene die mediteert er tussen staat. Hier volgt een tekst uit dit boek:

‘De tijdloze essentie van het zelf’:
Als het oog nooit slaapt,
lossen alle dromen vanzelf op.
Als de geest geen onderscheid maakt,
zijn de tienduizend dingen om je heen zoals ze zijn,
komen ze alle uit dezelfde kern voort.
Als je het mysterie van deze gemeenschappelijke essentie begrijpt,
ben je bevrijd uit alle verwarring.
Als je alle dingen als gelijkwaardig beschouwt,
heb je de tijdloze essentie van het zelf bereikt.
Er zijn geen vergelijkingen en analogien meer mogelijk
als er geen oorzaken, geen onderlinge verbanden meer bestaan.’

Als het oog nooit slaapt, zijn we verlicht. We zien de essentie van ons wezen, onze wezenlijke natuur. Het bovengenoemde boek heeft mij persoonlijk heel veel helderheid gebracht.

Toen ik tijdens een zomerweek in Naarden eens Muriel Daw de Stanza’s uit De Geheime Leer van H.P. Blavatsky  in het Engels hoorde lezen, liepen de rillingen over mijn rug. Haar prachtige stem, perfect gedeclameerd, die Engelse klanken, z mooi!...

De Stanza’s blijven boeien, ook al snap je er in het begin misschien niet veel van. De woorden er in zijn soms heel vreemd, maar dat is misschien maar goed ook, want dan kunnen onze hersens er niet bij en werken de Stanza’s als een soort koan, waarbij plotseling misschien het bewustzijn naar een diepere laag schiet.

De taal er in is z mooi, die alleen al kan me in vervoering brengen. Maar waar het over gaat, is z meditatief, dat woorden te kort schieten. De woorden bedekken iets dat aan onze normale zintuigen voorbij schiet. Ze zijn er niet toereikend genoeg voor. Iets voorbij de normale zintuigen als zien, horen, voelen, proeven, ruiken en denken voelt als het ware aan waar het over gaat. Wat s dat? Is het alle zintuigen samenwerkend waardoor ze op een hoger trillingsgebied komen? Is het ’t horen met het niet-oor, zoals in de biografie over Krishnamurti staat en het zien met het niet-oog? Zoals Krishnamurti zegt: ‘Het ergens in je achterhoofd leggen’? Totaal luisteren, zien, voelen, ruiken, proeven in n? Stilte met een enorme potentie aan aandacht zou ik haast zeggen. Maar dan heb ik het niet over de stilte die we soms ervaren in de natuur.

Mooi h! Dat we dat knnen. Dat we z instrument kunnen zijn van alle schoonheid die ons dagelijks omringt. Zijn wij niet allen kunstenaars die op zoek zijn naar het verbeelden van de essentie? In woord, gebaar, dans, muziek, kookkunst, een wedstrijd schaatsen, kortom: levenskunstenaars? Alleen: je moet het wl zien!

Is dat niet de betekenis van creativiteit? Het uitdrukking geven aan de goddelijke essentie, puur, zonder verdere tussenkomst? De vraag verwezenlijken: wat wil het goddelijke leven via mij als instrument uitdrukken of tot uitdrukking brengen? Is dat niet de eigenlijke worsteling van de kunstenaar en van ieder mens? Het n worden met die uitdrukking, zodat er geen scheiding meer is tussen ’t uitdrukken en ’t uitgedrukte? Zodat het helemaal klopt, zou je kunnen zeggen.

In Adyar zag ik een film over een beeldhouwer. Hij had er zijn levenswerk van gemaakt om de boeddha te beeldhouwen uit een ruw stuk steen. Hij bleef maar aan het bijschaven. Tot het resultaat hem aan het einde van zijn leven bevredigde. Het ging natuurlijk over ons: wij moeten de boeddha helemaal worden tot we hem tenslotte echt zijn! En zijn met hem!

Alleen ik vraag me steeds meer af: is dit iets voor een verre toekomst? Ik heb het gevoel dat we het elk moment kunnen zijn. Hier en nu. Als mijn zintuigen optimaal en in totale samenwerking werken, dan s er dat, hier en nu. Dan kan het goddelijke zich uitdrukken via mij zonder dat mijn kleine ego er tussen staat.

Graag wil ik nu iets aanhalen uit  Het mysterie van het Zelf- Upanishaden, in de vertaling van Wim van Vledder. (Blz. 207, II.2.1.):

‘Het stralend alomtegenwoordig Zelf
ligt diep verborgen

in de holte van het hart.
Het is het stralend middelpunt

van al wat leeft, beweegt en is.
Ken Dat als Zijn en Niet-Zijn,

ken Het als het hoogst verlangen,
onbereikbaar voor het denken.’

Nu kom ik terug op de vragen die ik aan het begin van mijn inleiding stelde: Wat is verlichting? en: Valt er iets te bereiken? Ik wil nog eens refereren aan de Stanza’s en let op dat: “NOT WAS”. (Niets was) Wijst dat “NOT WAS” niet op de afwezigheid van tijd? Ik heb zo het gevoel dat wij enorm verstrikt zijn geraakt in de lineaire tijd…

Wat te denken van de lege schijf die H.P. Blavatsky voor zich zag? Is dat de cirkel waar het “NOT WAS” op lijkt te wijzen, de Zero, nul? Kan er zich in onze geest ook zoiets voordoen als: “NOT WAS”? Als ik naar de teksten van de Veda’s kijk, kom ik op het Neti-Neti, niet dit, niet dat....

Ook is er de bekende tekst:

‘Ik ben niet dit lichaam, niet deze gevoelens, niet dit denken, maar ik ben stralender dan de zon, reiner dan sneeuw, ijler dan ether, het Zelf, de Geest die woont in mijn hart, dat Zelf ben ik, ik ben dat Zelf.’ …

En wat te denken van ‘de wegloze weg’?… Of de uitspraak: ‘Waarheid is een land zonder paden’ van J.Krishnamurti?…

Betekent dit alles niet dat je niets hoeft te worden, niets hoeft te bereiken, alleen maar ZIJN? Leven in het hier en nu? Dat je volkomen open bent, ontvankelijk, maar niet dromerig, of zweverig of afwezig; in tegendeel! Die ontvankelijkheid is totale aandacht, ook al klinkt dat misschien heel paradoxaal!

Vervormingen, kortom het lijden van ons, liggen juist in het willen bereiken, streven naar verlichting, onze gehechtheid aan zekerheid en zo meer.

Verlichting betekent misschien dat dit een mens is die spiegel is van het goddelijke zonder de bovengenoemde vervormingen. Die ieder moment in zijn leven de schoonheid uitdrukt waarvoor hij/zij bedoeld is. Hebt u wel eens naar een dier gekeken dat rent, een wild dier op de vlakte? Bijvoorbeeld een gazelle? Ademloos mooi! Dat dier s op dat moment helemaal n met zichzelf, daarom is het waarschijnlijk zo mooi om te zien. De rankheid van zijn bewegingen, de buigzaamheid van zijn lichaam, de sprongkracht die hij heeft!  Gewoon: God op aarde! Een facet van het goddelijke hier op aarde neergedaald. Wij hebben zintuigen om dit te zien, te horen, te proeven, te ruiken, te voelen! Dit gebeurt vele, vele malen per dag. Hebben wij ogen om dit te zien? Oren om te horen? Zien wij het goddelijke in onze medemens? Of gaan we achteloos aan elkaar voorbij?...

Wat s het goddelijke, wat s die essentie, wat zit er achter alle verschijnselen? Ik wil hierbij graag dezelfde Upanishads aanhalen, maar dan het volgende vers (blz 207, tweede vers, eerste twee regels):

‘Stralend is Het, ijler dan het ijlste, al wat wentelt en leeft
in het machtig universum is gevestigd in dit onbeweeglijk Brahman.’

Nu kom ik aan het laatste deel van mijn inleiding: Ik wil nog een paar vragen stellen: Wat betekent het om authentiek te zijn? Wanneer ben je n met de essentie? Wanneer drukt jouw ‘in-wezen’ zich volstrekt waarachtig uit? Niet als je je anders voordoet dan je bent. Niet als je liegt in woord, gebaar of gedachte. Niet als je je dingen toeigent, aanmatigend bent. Dit is vrstrekkend, gaat niet alleen over het materile, maar meer nog over het immaterile.

Is authentiek zijn je ontdoen van alles wat niet tot de essentie behoort? Is authentiek zijn: van binnen naar buiten kijken zonder commentaar? Volledig beschikbaar zijn als instrument om het goddelijke leven door jou heen te laten gaan? Jouw uniekheid is daarbij cruciaal. Het goddelijk leven drukt zich immers uit op miljarden manieren via miljarden vormen. Ieder van ons is n van zijn instrumenten. Heb je dan niet de plicht om dat instrument zo zuiver mogelijk te laten zijn en te worden die je in wezen bent? Zonder opsmuk, zonder poeha, zonder inbeelding? Is dat misschien authentiek zijn? Wat s dat in-wezen? NIETS met de potentie van ALLES? En toch UNIEK? Uniek tot uitdrukking gebracht?

J. Krishnamurti placht te zeggen: ‘Investigate’. Onderzoek, ontdek, stel vragen en laat het leven voor jou van belang zijn! Maar ontdoe je van statische ideen over het leven. Er is geen plaats voor dogma’s. Het leven is beweging en het wil geproefd worden door ons. We leven temidden van een groots Mysterie, we maken er deel van uit. We kunnen ons er niet aan onttrekken. Het rationele denken kan niet bij dat Mysterie, het heeft er geen oplossingen voor. Misschien moeten we leren ons verstand stil te zetten om het wonder te kunnen ontvangen...