Inleiding gehouden tijdens de Zuidelijke Landdag te Rotterdam, 15 oktober 1995. Theosofia augustus 1996, p. 138-142

Dharma van het hart

Ali Ritsema

Het thema van deze dag is eenheid. Dat is natuurlijk niet zo verwonderlijk. De fundamentele eenheid van alle bestaan is immers het grote basisprincipe in Theosofie. Tegenwoordig is het idee van eenheid gelukkig geen vreemd idee meer. Meer en meer raakt men doordrongen van het feit dat alles met alles verbonden is en met elkaar te maken heeft. Meer en meer mensen verdiepen zich in de filosofie van heelheid ofwel holisme. Uiteindelijk zal men ontdekken dat eenheid méér is dan dat alles met alles verbonden is maar dat, zoals H.P. Blavatsky aangeeft, het bestaan één is en niet een verzameling van zaken die met elkaar verbonden zijn.

De huidige opvattingen over heelheid zou je een eerste stap naar het inzicht over dat basisprincipe van eenheid kunnen noemen. Anna Lemkow geeft hiervan een schitterend overzicht in haar boek Het Heelheidprincipe. Ook ervaringen van ruimtevaarders helpen ons bewust te worden van het feit dat de wereld één is. Volgens verslagen van zowel de Amerikaanse als de Russische kosmonauten beseften zij dit principe onmiddellijk, toen zij onze kleine planeet zagen tegen de achtergrond van de enorme ruimte, haar schoonheid, uniekheid, heelheid, kostbaarheid en kwetsbaarheid. Ze zagen ook dat grenzen oppervlakkig zijn en misleidend.

De Sovjet-kosmonaut Yuri Gagarin zei: 'Wat me treft is niet alleen de schoonheid van de continenten... maar hun nabijheid tot elkaar... hun wezenlijke eenheid'. Een andere astronaut zei: 'Hoe je het ook bekijkt, het ding is één geheel en het is zo mooi!'

In de wereld van vandaag worden we geweldig uitgedaagd samen te leven met mensen die qua cultuur, opvoeding, religie en noem maar op, met ons verschillen. Een nieuwe wijze van denken is in aantocht waarin geen ruimte meer is voor grenzen of voor begrenzend denken. De wereld is bezig een smeltkroes te worden van rassen, culturen en religies en dat zal gekenmerkt worden door een nieuw besef van heelheid. Dit zal bijdragen tot een verruiming van bewustzijn, waardoor en meer universeel wereldbeeld zal ontstaan.

Ieder zal hier zijn of haar steentje aan toe bijdragen of misschien moet ik zeggen moeten bijdragen. Het lijkt mij onontkoombaar, maar dat wil niet zeggen dat we dat altijd inzien en bereid zijn er bewust en vanzelfsprekend aan mee te werken. Toch is juist de Theosofische Vereniging opgericht als een eerste stap in dat proces van bewustwording naar heelheid of op een dieper/hoger niveau naar die eenheid toe. Van iedere bestudeerder van theosofie wordt gevraagd zich in te zetten voor dat basisprincipe {eenheid} en het is juist in verenigingsverband waar een geweldige oefenplaats ligt om met elkaar en van elkaar te leren hoe we daar aan kunnen werken. Daarom wil ik met U delen wat ik gevonden heb over het onderwerp "Dharma van het hart" omdat dit, zoals ik hoop duidelijk te maken, zo nauw verbonden is met het thema van vandaag.

Om enig idee te krijgen over een begrip, raadpleeg je meestal eerst wat boeken. Dat heb ik dus ook gedaan. In de Theosophical Glossary heb ik opgezocht wat H.P.B. er over zegt. Zij zegt over dharma dat het de Heilige Wet is. Hier kom je als je een onderwerp alleen vanuit het rationele deel benadert niet zo ver mee, maar de woorden "Sacred Law", Heilige Wet, roepen wel iets groots op, iets mysterieus. Als je er diep over nadenkt, gaat er iets in je resoneren, komt er een kracht van binnenuit in je op. Je voelt dat er contact gelegd wordt met het mysterie van het leven. Het zette mij in ieder geval steeds weer aan om er over na te denken, misschien moet ik zeggen om erover te mediteren. Hoewel het vaak moeilijk is om iets wat veel in je oproept om te zetten in woorden, zal ik daartoe toch een poging doen, geholpen door dat wat ik verder over dit onderwerp gevonden heb.

Wat het meest bekend zal zijn, is misschien wel wat er over Dharma staat in De Stem van de Stilte. Het brengt ons direkt dichter bij de kern van de zaak en is niet voor misvatting vatbaar. Wat zegt de Stem van de Stilte namelijk: 'De Dharma van het oog is de belichaming van het uiterlijk en niet bestaande. De Dharma van het hart is de belichaming van Bodhi, ware, goddelijke wijsheid, het blijvende en eeuwigdurende. Schijngeleerdheid wordt door de Wijzen verworpen en door de goede Wet naar alle windstreken verstrooid. Haar wiel wentelt voor allen, nederigen en trotsen. De "leer van het oog" is voor de menigte, de "leer van het hart" voor de uitverkorenen. De eersten herhalen hoogmoedig: "Zie, ik weet"; de anderen, zij die in nederigheid wijsheid hebben vergaard, erkennen op zachte toon: "aldus heb ik gehoord".'

Maar ik vond meer over Dharma en dat wil ik U niet onthouden. J.J. van der Leeuw laat namelijk ook wat licht schijnen over Dharma in zijn boek Conquest of illusion. Hij zegt: 'Dharma is dat wat overeenkomstig de wet is, wat juist is en passend. Dit zou in het sociale leven tot uitdrukking kunnen komen als de wetten van de rechtsorde, in het leven van de individu als plicht en waar het filosofische en religieuze zaken betreft als waarheid. Maar het centrale idee is altijd dat wat juist is en passend'. Hij zegt dat Dharma toegepast kan worden op elk gebied omdat het een universeel begrip is. Maar wat universeel is kan niet anders dan een reflectie zijn van dat wat in ieder van ons aanwezig is. Hij vraagt zich af: 'Wat bedoelen we met plicht als we naar ons eigen leven kijken. Ervaren we dat als een last?. Dan is het waarschijnlijk niet iets plezierigs. Maar het zou ook een diepte in ons kunnen oproepen, een ervaring waar we misschien te vaak aan voorbij gaan en dat is dat plicht vergezeld kan gaan van het ervaren van schoonheid. Misschien is plicht soms moeilijk maar het is niet noodzakelijkerwijs zo dat we tegen onze omstandigheden hoeven vechten. Het gaat er meer om HOE we handelen. Als ons handelen echt is, waarachtig is, kan het niet anders dan vergezeld gaan van schoonheid omdat het dan handelen in harmonie is dat uit ons wezen voortkomt en waarvan handelen de uitdrukking is.'

We gaan verder met onze zoektocht.

Annie Besant heeft over het onderwerp een klein boekje geschreven, dat misschien niet zo bekend is. Zij heeft het over Dharma als zijnde plicht of wet of soms juistheid en zelfs soms als zijnde religie. Zij zegt dat al deze interpretaties niet de werkelijke betekenis ervan dekken maar dat deze veel en veel dieper gaat. In datzelfde boekje geeft zij aan wat Shri Krishna vertelt over het Dharma van de vier families of kasten, die genoemd worden in De Bhagavat Gita en hoe Karma onder hen verdeeld werd in overeenstemming met de gunas die uit hun eigen aard zijn voortgekomen. (1)

Ik wil hier graag wat verder op in gaan. Krishna zegt dat voor één van de families het Dharma is soberheid, strengheid, zuiverheid, vergevensgezindheid, het geloof in God. Voor een andere familie is het pracht, vastberadenheid, strijdbaarheid en edelmoedigheid. Het Dharma van de derde familie is hard werken, ploeteren (letterlijk vertaald staat er ploegen) en in de handel werkzaam zijn en voor de vierde familie is het Dharma actief zijn, maar dan als dienstbetoon. Het is niet zo moeilijk om deze vier families uit De Bhagavad Gita te zien als de gehele mensheid. We zouden ze, gezamenlijk, ook de broederschap der mensheid kunnen noemen.

Elke familie, elk deel van de mensheid heeft zijn eigen kenmerken, eigenaardigheden of karakteristieken, kortom heeft zijn eigen Dharma. Als we op deze gedachte voortborduren kunnen we zien hoe belangrijk het vormen van een kern van Universele broederschap zonder onderscheid, het eerste doeleinde van de Theosofische Vereniging, is. Hoewel wij, als leden of belangstellenden van de T.V. allemaal ons eigen Dharma hebben, zullen we toch met elkaar moeten leren dat juist dat verschil in Dharma een geweldige uitdaging is om door die verscheidenheid heen te groeien naar dat wat er achter ligt, namelijk Eenheid. Het kan ons helpen te groeien in acceptatie en ons vermogen te begrijpen, verdiepen.

Besant haalt verder aan wat Shri Krishna aan Arjuna vertelt, namelijk dat de mens volmaaktheid bereikt door op te gaan in zijn eigen Karma en zij gaat verder met te stellen dat je je maar 'Beter bij je eigen Dharma kunt houden, ook al levert het geen verdienste op, dan dat je je bezig houdt met het Dharma van iemand anders, hoe uitstekend je dat misschien ook doet. Degene, die zich houdt bij zijn eigen Karma', staat er letterlijk, 'begaat geen zonde'! En zonde moet worden gezien als disharmonie of het veroorzaken van disharmonie. Wat hier duidelijk uit blijkt is dat wat juist is voor de één, niet juist hoeft te zijn voor iemand anders. Hier zien we overigens hoe Dharma en Karma met elkaar verbonden zijn.

Annie Besant wijdt verder uit over het onderwerp en zegt iets dat ik althans buitengewoon interessant vind: 'Iemands Dharma is het stadium van evolutie dat iemand bereikt heeft in het ontvouwen van het zaad van goddelijk leven, dat je zelf bent, plus de levenswet overeenkomstig welke het volgend stadium moet worden uitgevoerd.'

Het komt er dus op neer dat je het stadium van je eigen groei moet kennen en dat je de wet moet kennen die je in staat stelt om verder te groeien. Als we het huidige stadium niet kennen, weten we het volgende stadium, dus waar we ons op richten, ook niet en dan zou het kunnen dat we ons eigen Dharma tegenwerken en daardoor onze evolutie vertragen. Maar als we weten waar we staan en weten waar we ons op richten dan werken we met ons Dharma mee en kunnen onze evolutie versnellen.

Hoe komen we er achter waar we staan, in welk stadium we zijn?

Om hier voor jezelf achter te komen moet je je open stellen, wat kwetsbaarheid met zich mee brengt en waar je dus moed voor nodig hebt; je moet absoluut eerlijk zijn tegenover jezelf; elk vooroordeel laten varen, flexibel zijn. Als we werkelijk open zijn, een niet be - of veroordelende houding hebben, zal dat z'n uitwerking hebben ook naar anderen toe. Je zult anderen de vrijheid laten hun eigen Dharma te volgen op hun eigen unieke manier, en je zult je niet met iemand anders' leven bemoeien; er zal minder of geen weerstand zijn die barricades opwerpt en een verdedigende houding wat betreft meningen of standpunten zal vervangen worden door de bereidheid werkelijk te luisteren en te bemoedigen. Als we werkelijk open zijn zullen we in staat zijn te zien in welk stadium van ontwikkeling we zijn. Dan kunnen we misschien beginnen te zien en te ervaren welke die wet is die ons in staat stelt naar de volgende stap te groeien.

We kunnen dit doen op kleine schaal, dus individueel en op grote schaal, op wereldniveau maar we kunnen dit ook toepassen op groepen. We kunnen het ook toepassen op de Theosofische Vereniging. Ook hier hebben we die open houding voor nodig en moeten we heel eerlijk zijn om de huidige situatie te zien. Als we dit doen dan kunnen we ons afvragen of de Theosofische Vereniging werkelijk de uitdrukking is van dat universeel gevoel, dat we broederschap noemen en dat we zo hoog in het vaandel hebben staan.

Zien we inderdaad de verschillen en verscheidenheid onder de leden als uitdrukkingen van verschillend Dharma. Geeft dat inderdaad geen aanleiding tot verdeeldheid maar zien we al die verschillen als verschillende aspecten van een groot geheel, waarbij elk aspect iets toevoegt aan de pracht van het geheel? Realiseren we ons dat we allemaal moeten leren door dagelijks onze plicht te doen en dat het niet uitmaakt op welk gebied die plicht ligt?

Koot Hoomi is hier in de Brieven van de Meesters heel duidelijk over. Hij zegt het volgende tegen zijn leerling die denkt dat "familieplichten" weinig te betekenen hebben: 'Geloof mij, mijn "pupil", de man of vrouw, van wie door Karma niets dan de vervulling van kleine, eenvoudige plichten, offers en vriendelijke daden wordt gevraagd, zal door de trouwe volbrenging ervan tot de grotere maat van Plicht, Offervaardigheid en Liefde voor de gehele mensheid stijgen.'

Ook Annie Besant zegt hier iets over in The Laws of Higher Life: 'Dharma is de eerste waarheid waaraan een mens moet gehoorzamen als hij op wil stijgen naar een spiritueel leven.

Het is verschillend op elk stadium van evolutie hoewel het achterliggende principe steeds hetzelfde is. Het is, net als evolutie, progressief. Als we spirituele aspiraties hebben hoeven we niet te verwachten dat dat gemakkelijk is omdat een spiritueel leven alleen maar verkregen kan worden door voortdurend te blijven proberen en met vallen en opstaan gepaard gaat. Het pad van plicht wordt alleen maar gevonden door onverschrokken volharding.' Maar er staat ook dat er geen betere reden tot beloning is dan het doen van je plicht! Het maakt dus niet uit hoe die plicht eruit ziet, dat zal voor ieder verschillend zijn, afhankelijk van zijn of haar Karma.

Wat wel belangrijk is, en zeker als we kijken naar de Theosofische Vereniging, dat er vele verschillende benaderingen kunnen zijn maar dat dit alleen mogelijk is en heilzaam werkt als het vormen van een universele broederschap werkelijk centraal staat. In de Brieven van de Meesters staat een heel duidelijk voorbeeld van wat mogelijk is als Koot Hoomi uitlegt in brief 85 dat 'de Egyptische Hierophant, de Chaldeeuwse Wijze (= Magier), de Arhat en de Rishi in de oude tijden op dezelfde ontdekkingsreis waren en op het eind, hoewel langs verschillende wegen, hetzelfde doel bereikten. Er zijn zelfs nu nog drie centra van de Occulte broederschap, die geografisch en exoterisch ver van elkaar af zijn , maar van wie de ware esoterische leer in wezen identiek is, hoewel naar vorm verschillend. Zij beogen alle hetzelfde grootse doel; doch wat bijzonderheden van hun werkwijze betreft, wijken zij schijn-baar van elkaar af. Het komt dagelijks voor, dat leerlingen, die tot verschillende scholen van occulte gedachten behoren, broederlijk aan de voeten van dezelfde goeroe zitten.'

Koot Hoomi gaat verder met te vertellen dat Upasika, zoals Madame Blavatsky genoemd werd, en Subba Row, hoewel leerlingen van dezelfde Meester, niet dezelfde filosofie hebben gevolgd; de een is Boeddhist en de ander een Adwaiti, tot de niet-dualistische school van de vedantijnse wijsbegeerte behorend; (vedanta: conclusie, het eind van de Veda). We zien hier een duidelijk voorbeeld van hetzelfde doel, dat als heel belangrijk wordt gezien, en in dezelfde brief door Koot Hoomi vergeleken wordt met de grenzeloze oceaan der Waarheid als centrale punt, en waar de uiterlijke verschillen worden gezien als een natuurlijk gevolg van de verscheidenheid in de natuur door deze te vergelijken met de stromen en rivieren of de bron ervan nu in het Oosten, Westen, Noorden of Zuiden ontspringt, dat doet er niet toe. Ze zullen elkaar uiteindelijk in die oceaan ontmoeten.

Als we dat werkelijk zien; als we ons werkelijk richten op dat ene centrale doel van universele broederschap en dat ene ware en heilige gevoel zoals K.H. dat noemt, koesteren, dan zullen we in staat zijn de WET te zien en te kennen die ons in staat stelt verder te groeien.

Wat is die wet dan wel?

Naar mijn mening is dat de Wet waar H.P.B. op doelt als zij, zoals ik in het begin zei, Dharma omschrijft als de Sacred Law, de Heilige Wet. Naar mijn mening verwijst zij hiermee naar de vereniging van de mens met het aspect dat Buddhi genoemd wordt. De naam Buddhi maakt al duidelijk dat er een link ligt met de Buddha van wie gezegd wordt dat hij de complete belichaming is van Compassie, Mededogen, wat de essentie van Buddhi oftewel de spirituele ziel is. Van de Buddha wordt gezegd dat het feit dat hij de gemiddelde mens ver vooruit is in zijn ontwikkelingsweg, een mysterie is!

Maar ook al is het een mysterie en zijn we bij lange na niet in staat dit mysterie op te lossen, het geeft ons wel een idee van de richting die we kunnen in slaan. We kunnen hier best wel wat meer over vinden. Immers in deel 12 van de H.P. Blavatsky Collected Writings vinden we dat het Hart het belangrijkste orgaan van het lichaam is omdat het hart het centrum van Spiritueel Bewustzijn is. Maar dit Spiritueel Bewustzijn is alleen volledig werkzaam als er een volledige vereniging tot stand wordt gebracht met Buddhi-Manas, dus volledig mededogen gekoppeld aan het denkend principe. Het is ook vanuit het hart dat we wroeging voelen en aangespoord worden om dat te doen wat goed is. Het goddelijke deel van de mens is gezeteld in het hart. Als we gaan leven vanuit ons hart dan zullen we op een gegeven moment het doen van onze plicht en het brengen van offers niet meer als een last ervaren maar zal dat een uitdrukking worden van juist denken, juist voelen en juist handelen.

Het is deze Wet van Mededogen waarop door alle eeuwen heen de aandacht gevestigd is. Het is deze wet die het mogelijk maakt dat Wijsheid tot uitdrukking komt. Wordt er van Theosofie niet gezegd dat zij de Wijsheidsreligie of Wijsheidstraditie is? Proberen we niet allemaal onszelf toe te rusten met de sleutel van mildheid, liefde en tedere barmhartigheid, zoals het zo mooi in de Stem van de Stilte staat, om door de eerste poort te gaan die toegang verschaft naar het Pad van Wijsheid? Ligt hier niet het Dharma dat wij gezamenlijk hebben?

Als we gaan inzien dat Dharma inderdaad de Heilige Wet is en we leren te luisteren naar de nood die er in het denken en in het hart van de wereld is, dan zullen we door ons Dharma te verrichten, werken voor het welzijn van de wereld, werken aan Universele broederschap. Als we dat doen is het niet meer nodig om te praten over Eenheid dan zouden we het leven omdat Dharma van het Hart niets anders betekent dan EENHEID LEVEN!

Voetnoten

(1) Een Guna is een eigenschap of hoedanigheid. Sattva, rajas en tamas;
sattva = reinheid, waarheid, harmonie;
rajas = beweeglijkheid, werkzaamheid, in yoga hartstocht, drift en energie;
tamas = traagheid, weerstand, volharding, standvastigheid.