Uit: The Theosophist, januari 1999

Werkelijk en onwerkelijk

R. Devarajan

De heer Devarajan is lid van de Indiase afdeling van de Theosophical Society - Adyar.

Wat werkelijk en wat onwerkelijk is in het leven heeft de gedachten van zoekers naar wijsheid sinds onheuglijke tijden beziggehouden. Maar de ene constante bezigheid van de mens is alleen maar het zoeken naar geluk geweest. Annie Besant schreef: Het voornaamste waarover alle voelende wezens het eens zijn is dat geluk begerenswaardig is... Overal is de mens op zoek naar geluk. Alles, in feite, om ons heen waarin voelend leven te vinden is, het leven dat in staat is tot het ervaren van genot en pijn, iedere zodanige levensvorm is bezig met het zoeken naar geluk.

Hoe verhoudt zich geluk tot het werkelijke en het onwerkelijk, wat is de verbinding daartussen? Om het pragmatisch te zeggen, het verschil tussen het werkelijke en het onwerkelijk is zo ongeveer dat tussen wat waar is en wat niet waar is; tussen het feit en de fictie. Wij weten maar al te goed dat het hangen aan waarheid altijd ons leven vereenvoudigt, en open, vredig en gelukkig maakt.

Een toneelkunstenaar die de rol speelde van een koning in een toneelstuk zou voor gek versleten worden als hij die rol ook in het gewone leven ging spelen. Maar dat is precies wat de mensheid doet. Zij vergeet haar echte zelf en identificeert zich met de toevallige rol die het leven toewerpt. Dit bracht Shakespeare ertoe te filosoferen: De wereld is een schouwtoneel, en alle mannen en vrouwen zijn maar spelers: zij komen op en gaan weer af.

In de bekende vergelijking uit de Vedanta lijkt een touw op een slang, maar wanneer wij ons bewust worden van de ware aard van het touw, verdwijnt de 'slang'. De Tamil heilige St. Tirumoolar, beroemd geworden door de Thriumanthiram zegt dit ook: 'Het hout (van een speelgoedolifant) verbergt de olifant, de olifant verbergt het hout'. Het hout zien betekent dat je de olifant niet ziet. De olifant zien betekent dat je het hout niet ziet. Geluk ligt in behoorlijk onderscheid maken tussen het werkelijke en het niet-werkelijke.

Ons hele leven lang zijn wij of wakker, of dromend, of in een diepe slaap. De wakkere wereld betekent de wereld van dingen en zijn, emoties en gedachten, zoals wij in die staat kunnen zien. De droomwereld ervaren wij als wij dromen, maar die bestaat alleen voor de dromer en verschilt volkomen van de wakkere wereld. Als we diep en droomloos slapen, is het een toestand van leegheid of betekenisloosheid. Maar de hele tijd is ons bewustzijn hetzelfde, ofschoon de waker, de dromer en de diepe slaper van elkaar verschillen, net als een gemeenschappelijk trein een aantal in coupes verdeelde wagons voorttrekt. Als er drie bewustzijnstoestanden zijn, welke zijn dan de werkelijke en welke de onwerkelijke?

De klassieke definitie van de werkelijkheid is: Datgene wat waar is ongeacht tijd en ruimte, het bestond in het verleden, het bestaat in het heden en het zal in de toekomst voortbestaan tot in lengte van dagen. Datgene wat slechts een bepaalde tijd bestaat en daarvoor niet bestond en daarna niet zal bestaan is niet werkelijk. Door deze definitie zijn alle drie bewustzijnstoestanden vervlietend en niet eeuwig. Dus is er geen enkele werkelijk. Wat we ook zien, of het nu een rots is of een berg of zelfs een melkwegstelsel is onwerkelijk. Niets in het gemanifesteerde komt door onze definitie van het werkelijke heen.

Het enige wat blijvend is, dat in alle drie toestanden bestaat en daarvoorbij ook nog, is het zuivere en oerbewustzijn, ons Zelf, ons Atman. Ongeconditioneerd bewustzijn is het substraat van onze drie zijnsniveaus. Zij zijn niets anders dan zuiver bewustzijn, zich manifesterend door de media van het grove (visva), het subtiele (taijasa) en het causale (prajna)lichaam. Wanneer deze lichamen niet meer bestaan, is hetgeen overblijft het bewustzijn in zijn ongerepte staat. Het is dat zuivere bewustzijn dat Werkelijk is. Al het andere is onwerkelijk. Zich bewust te worden van het Zelf - zoals de mystici het uitdrukken - is zuivere en onvermengde vreugde. 'Datgene wat waarlijk het Oneindige (of Werkelijke) is, dat is vreugde. Er is geen vreugde in het eindige (of onwerkelijke). Alleen het Oneindige is vreugde. Maar het Oneindige moet waarlijk vaak gezocht worden' (Chandogyopanishad, 7:23:1).

Waar en absoluut geluk ligt binnenin en niet buiten, in de ware wereld binnenin en niet in de onware wereld buiten. Schopenhauer heeft het correct samengevat: 'Het is moeilijk om geluk in zichzelf te vinden, maar het is onmogelijk om het ergens anders te vinden'.

Vertaling: A.M.I.