Het schandaal van exclusivisme (kliekgeest)

Beatrice Bruteau

Het grote idee dat Pinksteren vertegenwoordigt wordt maar al te vaak tegengesproken door de praktijken van hen die het vieren. Met Pinksteren, toen de Geest van God sprak – en nog steeds spreekt – kon iedereen, van welk land dan ook, de universele boodschap horen, ieder in zijn eigen vertrouwde taal (Hand.2,7-11). Het revolutionaire idee achter het feest is dat er geen beperking is met betrekking tot de liefdevolle gave waardoor het Goddelijk Leven voor allen uitstroomt.

Maar hoe wordt dit grote idee gevierd ? Speciale groepen komen bijelkaar, van elkaar gescheiden door hun gebondenheid aan bepaalde meningen en praktijken. Zij houden zich bezig met ceremonieën die het grote idee vertegenwoordigen, maar zij zorgen er goed voor dat zij anderen niet toestaan er volledig aan deel te nemen. Zeggen de verscheidene kerkgenootschappen, zowel de grote als de kleine, niet impliciet dat de reden waarom andere gelovigen niet kunnen worden toegelaten is omdat er maar één ware religie bestaat – de onze – en dat die andere mensen er niet bijhoren ?

Wie is mijn naaste ?

De grote ideeën die de eenheid van het menselijk ras verheerlijken, een uitbreiding van het denkbeeld over wie onze naaste is, en de noodzaak voor universeel zusterschap en broederschap, zijn toch niet verbreid opdat zij de basis zouden vormen voor weer een stel sekten die de mensheid verdelen. Zij werden niet naar voren gebracht om de invoering van nieuwe exclusieve groeperingen te rechtvaardigen maar waren gericht op het opblazen van kliekjesgeest. Om deze ideeën het unieke bezit te maken van een bepaalde traditie, boven alle andere tradities, is het tenietdoen van juist de kern van hun boodschap. Dit is een veel gemaakte vergissing, een die vaak herhaald wordt in de menselijke geschiedenis : er staat een geïnspireerde Profeet op die universele vriendschap predikt en een weg tot verlossing die gemakkelijk bereikbaar is voor iedereen. Na zeer korte tijd wenden de volgelingen van de Profeet de aandacht af van de inhoud van de prediking om de profeet als persoon te verheerlijken. Dit is de eerste stap.

Vervolgens worden de geïnspireerde woorden van de Leraar vastgelegd in documenten die rechtskracht krijgen, in liederen, gewoonten, kostuums en heiligdommen waarvan vele het exclusivisme van de groep benadrukken. Uiteindelijk roepen de volgelingen een organisatie in het leven, op het oog om de grote ideeën van de oorspronkelijke Profeet te bewaren, maar meer toegespitst op het versterken van de bewering dat alleen deze organisatie het juiste begrip heeft van de boodschap. Dan ligt de focus minder op de substantie van de lering van de Profeet en meer op beweringen over de Leraar en het mandaat van de organisatie om de unieke spreekbuis te zijn voor de Leraar.

Tenslotte wordt binnen de gemeenschap de machinerie van de organisatie gecentraliseerd in de handen van enkelen die al lang geleden de toepassing in de praktijk van de geïnspireerde ideeën van de Profeet van het centrale toneel verwijderd hebben. Vrijwel vanaf het begin wordt grote nadruk gelegd op het onderscheid tussen degenen die erbij horen en verlicht zijn en gered en degenen die er niet bij horen en verloren zijn. Toegang tot de gemeenschap is contingent aan onderwerping aan de leerstellingen, praktijken en de autoritaire structuur van de gemeenschap.

Scheuring

Niet lang daarna ontstaan er woordenwisselingen over de kleine lettertjes van de doctrinaire interpretatie, over het recht op lidmaatschap en over de vraag wie het gezag heeft om de leerstellingen en de vereisten voor lidmaatschap vast te stellen. Ongeveer op dit punt in de ontwikkeling van de beweging overschaduwt het beleid van ‘ons tegen hen’ de visie van de Profeet-oprichter en de inhoud van de oorspronkelijke boodschap volkomen. Vervolgens versplintert de gemeenschap in sekten die des te vijandiger tegenover elkaar staan juist door het feit dat wat hen scheidt weliswaar, gezien vanuit het standpunt van de buitenstaander, nauwelijks waarneembaar is, ofschoon deze verschillen voor de aanhangers van het grootste gewicht zijn.

Denkt iemand dat het soort exclusivisme dat hier beschreven wordt een verschijnsel is dat vooral eigen is aan het christendom ? Alles behalve ! Het enige wat we hoeven te doen is de geschiedenis lezen van de scheidingen binnen de Islam, van de diepgewortelde vijandigheid tussen de Shia sekte en de Sunni meerderheid tot die tussen de Islamitische orthodoxie en de Soefi beweging, om maar te zwijgen van de systematische vervolging van de Bahai in Iran. Wat betreft het Hindoeïsme dat beweert open te staan voor alle geloofsrichtingen : laat een ware zoeker, bijvoorbeeld iemand uit het Westen die sannyasa heeft aangenomen, proberen de meer heilige Hindoe tempels binnen te gaan, en hij zal al snel merken dat een buitenlander er niet welkom is, ongeacht de goede wil die zo’n bezoek inhoudt. En natuurlijk hoeven we het niet te hebben over het verschijnsel van het kastesysteem in India. Ofschoon het een grotere sociale aangelegenheid is, wordt het gesteund door religieuze taboes die gênant zijn jegens de meer nobele kant van het hoge Hindoeïsme.

Zou de Leraar-oprichter van het Christelijk geloof van zijn heilige communie mensen van verschillende geloofsrichtingen willen uitsluiten van het heilig avondmaal, zelfs diegenen die een vast geloof hebben in de betekenis van zijn actie en die in hun persoonlijk leven trachten te leven volgens de leringen van Jezus ? Is dat wat hij wilde ? Dit exclusivisme is zo kwetsend dat men in de verleiding komt te zeggen dat diegenen die de gesloten communie hanteren door te weigeren het avondmaal te delen met diegenen die zij beschouwen als niet in het bezit van ‘geldige’ sacramenten, hun eigen sacrament ongeldig gemaakt hebben ; want hun praktijk ontkent de onbeperkte liefde die de centrale betekenis van de eucharistie vormt.

De ultieme ironie van de situatie is wanneer leden van de ene of de andere onderling exclusieve gezindte volledig erkennen dat de oorspronkelijke intentie van de Leraar genegeerd is, maar nog steeds gehoorzaam blijven aan hun speciale bisschoppelijke autoriteit, liever dan aan het denken van Jezus zelf. Wie wij nodig hebben zijn diegenen die de stem van de Leraar kunnen horen en uit hun graf opstaan tot het authentieke leven vervat in de oorspronkelijke boodschap.

Het belang van diversiteit

Deze zelfde boodschap is al vaak gepredikt en er zijn al vele predikers geweest. De meesten van hen hebben het hierboven geschetste lot ondergaan. Misschien is dat waarom er steeds nieuwe komen. Er is niets mis mee dat er vele predikers naar voren komen, ook niet met het feit dat zij de grote ideeën in verschillende vormen en talen gieten, waarbij zij verschillende benaderingen gebruiken om de mensen wakker te schudden. De Realiteit zelf kan niet gevangen worden in enige beperkende taal of vorm, dus het is volkomen terecht dat zij vele verschillende indicatoren gebruiken om Het aan te geven. Diversiteit op zichzelf is verrijkend, stimulerend, en produceert evolutionaire vooruitgang. Onze fout ligt daarin dat wij de juiste, verlevendigende relatie van diversiteit met eenheid niet zien. Wij neigen ertoe ons te verzamelen in kleine klompjes eenheid, waarbinnen diversiteit sterk beperkt wordt, en de scheiding van één verenigde klomp van een andere te accentueren. Wij zouden kunnen zeggen dat we het precies achterstevoren doen. Wat wij nodig hebben is een visie van algehele eenheid (in plaats van algehele diversiteit) waarbinnen er een verheerlijking is van diversiteit (in plaats van de onderdrukking ervan). Swami Vivekananda verklaart in zijn geschrift over ‘Universele religie’:

U kunt niet allen dwingen te conformeren aan dezelfde ideeën: dat is een feit, en ik dank God dat dit zo is. Ik ben niet tegen enige sekte. Ik ben blij dat er sekten bestaan, en wilde alleen dat zij zich steeds meer vermenigvuldigen. Waarom? Gewoon hierom: als U en ik en allen die hier aanwezig zijn precies dezelfde gedachten zouden koesteren, dan zouden er geen gedachten zijn die we zouden kunnen denken... Het is de botsing van denkbeelden, de differentiatie van gedachten, die gedachten opwekt… Wanneer de religies dood zijn, zullen er geen sekten meer zijn… Maar zolang de mensheid denkt, zullen er sekten zijn. Variatie is het teken van leven, en dat moet er zijn. Ik bid dat zij zich zullen vermenigvuldigen zodat er uiteindelijk evenveel sekten zullen zijn als mensen, en dat ieder zijn eigen methode zal hebben, zijn individuele methode van denken in religie. (Swami Vivekananda’s Works, deel 2, 12e druk, Calcutta, Advaita Ashrama, 1971).

Deze variaties zijn geen tegenstellingen tot elkaar, zij zijn gewoon verschillende manieren om hetzelfde te bereiken. Daarom dienen zij verwelkomd te worden en in ere gehouden en gekoesterd. Ze zouden eerder aangemoedigd moeten worden dan onderdrukt, want wie weet welk groot nieuw inzicht en openbaring zou kunnen ontstaan uit een van deze varianten? Iets waarvan wij allen kunnen profiteren. Laat intussen alle varianten binnen dezelfde familie bestaan. Hoe durven wij er ook maar één ervan de deur te wijzen, alsof wij alleen de hele waarheid in onze speciale variatie op het grote thema bezitten, vooral als het grote thema zelf vraagt om universaliteit en het omvatten van alles in hetzelfde lichaam. Maar wij houden eraan vast te beweren dat de verlangde universaliteit en meetelling alleen te verkrijgen zijn op de voorwaarden die in onze speciale variatie bepaald zijn.

De alternatieve visie op dit territoriale exclusivisme is een vruchtbare alomvattendheid. Zouden wij, in plaats van de varianten te beschouwen als vijanden die elkaar tegenspreken, ze niet kunnen zien als vrienden en relaties die elkaar aanvullen? Swami Vivekananda zegt:

'Elke religie neemt als het ware een deel op van de grote universele waarheid, en spendeert al zijn kracht met het belichamen en karakteriseren van dat deel van de grote waarheid. Het is dus (een zaak van) toevoegen, niet uitsluiten. Dat is het idee. Systeem na systeem ontstaat, waarbij elk daarvan een groot denkbeeld belichaamt, en idealen moeten worden toegevoegd aan idealen . En dit is het voortschrijden van de mensheid… Nu ligt hierin zeer zeker een betekenis; … als het de wil geweest was van een alwijze en genadige schepper dat een van deze religies zou bestaan en dat de rest zou uitsterven, zou dat allang een feit geworden zijn. Als het een feit was dat slechts één van deze religies waar is en dat de hele rest vals is, zou deze zich nu wel zo ongeveer overal verspreid hebben. Maar dit is niet zo; niemand heeft het hele gebied veroverd.’ (op.cit., p.p. 365,362).

Sommigen hebben het onjuiste idee dat om de eer en de glorie van hun religie en haar heilige personen te beschermen, het nodig is om alle andere onder de voet te lopen; dat men moet ontkennen dat anderen iets te zeggen hebben dat iemands eigen geloofssysteem niet beter gezegd heeft. Maar deze defensieve houding is onnodig en dissonant wanneer het vergeleken wordt met de geweldige doorbraak-openbaringen van de heilige Stichters zelf. Al diegenen die gezien hebben herkennen gemakkelijk alle anderen die ook gezien hebben als ‘andere zelven’, als hun eigen hart en ziel in een ander kleed. Zij sluiten elkaar niet buiten, zij wedijveren zelfs niet onder elkaar over wie alle anderen zal omvatten als ‘speciale gevallen’ van de meest omvattende verlossing van die ander. Zij zijn te zeker van hun waarheid en realiteit om zich tot zulke onzin te verlagen. Alleen wij kleingeestige mensen, die zo’n behoefte hebben om eilandjes van ‘groepjes ingewijden’ die van ons zijn te vestigen, nemen de iconen van de Stichters, van de Predikers van de Universele Familie in bezit en maken die tot afgoden waaromheen wij ons scharen terwijl wij diegenen die andere iconen hebben aangenomen, daarbij uitsluiten.

Wat hier fundamenteel de oorzaak van is, is het idee dat wij niet kunnen weten wie wij zijn, onszelf niet kunnen verzekeren in ons wezen, tenzij wij ons kunnen onderscheiden van anderen. Het contrast geeft ons een gevoel van helderheid, van vastomlijndheid, van vorm, van definitie, en dat identificeren wij met realiteit. Dit is de vergissing die Predikers en Profeten, de grote Stichters, doorzien hebben. Het is niet noodzakelijk om anderen buiten te sluiten om zichzelf zeker te stellen. In tegendeel, ons ware zelf wordt alleen zeker gesteld door alles te omvatten en door onszelf binnenste buiten te keren terwille van alle anderen. Dit is de mystieke realisatie, en het is ook de weg van rationaliteit.

Openheid naar de ander

Rationaliteit zoekt eenheid in waarheid, een bepaalde afzonderlijke visie die alles in perspectief zet. Tot op zeker hoogte wordt de exclusiviteit van sekten gemotiveerd door dit ideaal. Maar zij sluiten de deur te snel, waarbij zij zich vergissen in het karakter van eenheid, en zij rekenen zonder het karakter van beperkte, evoluerende rationaliteit zelf te begrijpen. ‘De hoogste volmaking van de menselijke rede’, zoals Richard H. Jones zegt, ‘is radicale openheid jegens wat in zijn aanvankelijke verschijning misschien volkomen anders lijkt.’ Wanneer men dit toepast op het voorkomen van religieuze tradities, kan men zeggen:

‘Een traditie is rationeel voor zover het openstaat voor de invloeden van andere tradities. Terwijl wij altijd werken vanuit een bepaalde traditie, leidt dit er niet toe dat wij noodzakelijkerwijs gevangen gehouden worden binnen het speciale perspectief hiervan. De rationaliteit van welke traditie dan ook kan tenminste ten dele gedefinieerd worden door het vermogen van die traditie om zijn eigen specificiteit te transcenderen… De menselijke rede is een creatieve en zichzelf transcenderende neiging naar grotere inclusiviteit.’(cursivering toegevoegd)

Zichzelf transcenderen, of zichzelf leegmaken, is de grote sleutel die gepredikt wordt door de wereldreligies. Als wij dit geloven, moeten wij ons best doen het toe te passen met betrekking tot de specificiteit van onze traditie zelf. Wij kunnen onze traditie niet trouw blijven tenzij wij haar specificiteit transcenderen en haar vergroten om meer en meer andere tradities te omvatten. Dit is wat wij moeten inzien: trouw vereist nu juist het opgeven van exclusiviteit en het omvatten van zichzelf uitbreidende inclusiviteit, het soort inclusiviteit dat de ander aanvaardt en zich in hem verheugt, niet door de ander te bekeren tot onze specificiteit maar door te genieten van en te leren van de specificiteit van de andere, en steeds in te zien dat deze eigenaardigheden slechts complementaire variaties zijn op één groot thema, belichaamd in de universele prediking dat wij allen tot één enkele familie behoren. Zoals Swami Vivekananda zegt:

‘Ons wachtwoord moet dan aanvaarding zijn, en niet uitsluiting. Niet alleen tolerantie, want zogenoemde tolerantie is vaak een gotspe… Tolerantie betekent dat ik denk dat U ongelijk hebt en dat ik U alleen maar in leven laat. Is het geen gotspe te denken dat U en ik anderen laten leven? Ik accepteer alle religies die er in het verleden waren, en aanbid samen met allemaal… Niet alleen zal ik dit allemaal doen, maar ik zal mijn hart open houden voor alles wat in de toekomst nog komen zal. Is Gods boek uit? Of is er nog een voortdurende openbaring aan de gang? Wij staan in het heden, maar wij openen onszelf voor de oneindige toekomst. Wij nemen alles mee dat er in het verleden geweest is, wij genieten van het licht van het heden, en wij openen ieder raam van het hart voor alles wat in de toekomst staat te gebeuren. (op.cit., pp.373-4)

Dr. Beatrice Bruteau is een bekende schrijfster over religie, filosofie en mystiek.


Uit: The Theosophist, juni 2001
Vertaling: A.M.I.