Gratis folder van de Theosofische Vereniging in Nederland, Uitgeverij Theosofische Vereniging, 1990. Verscheen in 1960 als: Madame Blavatsky on How to Study Theosophy.

Madame Blavatsky over de studie van de Theosofie

genoteerd door Robert Bowen
Met voetnoten door Katinka Hesselink

Deze aantekeningen van leringen, gegeven door Madame Blavatsky (in deze tekst steeds H.P.B. genoemd) tegen het einde van haar leven, zijn al op diverse tijdstippen in een aantal periodieken in druk verschenen. Ze werden gemaakt door Robert Bowen, een oudere Marineman, die lid geworden was van Madame Blavatsky's kring en die haar hardnekkig ondervroeg over welke houding een student moest aannemen tegenover De Geheime Leer. Hij maakte zorgvuldig aantekeningen van de antwoorden die zij hem gaf en vervolgens las hij deze aan haar voor, om er zeker van te zijn dat hij haar bedoelingen goed begrepen had. De aantekeningen werden later aan het licht gebracht door de zoon van Bowen, wijlen kapitein P.G. Bowen, die toen lid was van de Theosophical Society in Dublin, en zij werden voor het eerst gepubliceerd in het nummer van januari-maart 1932 van Theosophy in Ireland, iets meer dan veertig jaar nadat zij waren geschreven. Nauwgezet onderzoek dat daarna in Dublin heeft plaatsgevonden, heeft geen ander materiaal uit dezelfde bron aan het licht gebracht. [1]

Een groot deel van de waarde van de aantekeningen van Bowen ligt in het feit dat zij principes bevatten die niet alleen kunnen worden toegepast bij de bestudering van De Geheime Leer, maar bij alle theosofische studies. Herhaaldelijk wordt beklemtoond dat geen enkele vorm van beschrijvende theosofie mag worden opgevat als een noodzakelijk korrect plaatje van het universum. Zij is meer een afgeleid model dat ontwikkeld wordt tijdens het ervaren van een Waarheid, die niet onder woorden te brengen is, niet te beschrijven is en uitstijgt boven relatieve waarden. Een dergelijke vorm van theosofie is niet bedoeld om de Waarheid uit te beelden, maar om je naar die waarheid toe te leiden.

Het zal duidelijk zijn, dat wanneer je deze normen hanteert, de waarde en de autoriteit van een beschrijvende theosofie niet noodzakelijkerwijze beoordeeld mogen worden naar de mate waarop deze theosofie nauwkeurig overeenstemt met wetenschappelijke feiten of beginselen, of met een andere beschrijvende theosofie die door iemand anders naar voren wordt gebracht. De waarde van iedere uiteenzetting van de theosofie moet liggen in de diepte van de ervaring waartoe zij de student kan voeren, die sterk en moedig genoeg is om door haar vorm en patroon heen te breken op weg naar haar occulte of verborgen werkelijkheid.

Nog een raad die regelmatig herhaald wordt in de aantekeningen is dat iedere theosofische lering, om haar vollediger te begrijpen, gepresenteerd moet worden binnen een universeel kader. Als een hulp hiertoe raadde Madame Blavatsky heel sterk aan dat de student moet proberen een diep inzicht te verkrijgen in de drie grondstellingen   die in de Proloog van de Geheime Leer gevonden kunnen worden. . . .

Hugh Shearman

De Studie van de Geheime Leer

H.P.B. was vorige week bijzonder interessant met betrekking tot het onderwerp van De Geheime Leer. Ik kan maar beter proberen het allemaal te ordenen en het veilig en wel op papier te zetten, nu het nog vers in mijn geheugen zit. Zelf zei zij dat dit over dertig of veertig jaar nog wel eens voor iemand van nut kan zijn.

Allereerst: De Geheime Leer is slechts een heel klein fragment van de esoterische leer die bekend is aan de hogere leden van de occulte broederschappen. Deze bevat, zo zegt zij, juist zoveel als door de wereld in deze komende [twintigste] eeuw kan worden begrepen. Dit deed een vraag rijzen die zij als volgt beantwoordde:

"De wereld" betekent: de mens die leeft in zijn persoonlijke aard. Deze "wereld" zal in de twee delen van De Geheime Leer alles vinden wat zij in haar uiterste bevattingsvermogen kan vatten, maar niet meer. Maar dit wil niet zeggen dat de leerling die niet in "de wereld" leeft, niet méér in het boek kan vinden dan de "wereld" er in vindt. Elke vorm, hoe ruw ook, bevat in zich verborgen het beeld van zijn "schepper". [2] Op dezelfde wijze bevat ook het werk van een schrijver, hoe duister ook, het verborgen beeld van de kennis van de schrijver.

Uit deze woorden maak ik op dat De Geheime Leer alles moet bevatten wat H.P.B. zelf weet en nog veel meer, in aanmerking genomen dat veel ervan afkomstig is van mensen wier kennis onmetelijk veel groter is dan de hare. Bovendien laat zij ondubbelzinnig doorschemeren dat een ander er kennis in kan vinden die zijzelf niet bezit. Het is een stimulerende gedachte te bedenken dat het mogelijk is dat ik in H.P.B.'s woorden kennis kan vinden waarvan zijzelf zich niet bewust is. Zij stond lang stil bij dit idee. Iemand zei naderhand: "H.P.B. moet haar greep op de zaak aan het verliezen zijn", daarmee bedoelde hij naar ik meen, het vertrouwen in haar eigen kennis. Maar twee anderen en ook ikzelf begrijpen haar bedoeling beter, denk ik. Zonder twijfel vertelt zij ons dat wij ons niet aan haar moeten vastklampen als de uiteindelijke autoriteit, noch aan iemand anders, maar ons verlaten op onze eigen ruimer wordende inzichten.

(Latere aantekening bij het bovenstaande: Ik had gelijk. Ik legde het haar rechtstreeks voor en zij knikte en glimlachte. Het is heel wat waard om haar goedkeurende glimlach te krijgen! R.B.)

Eindelijk hebben we dan van H.P.B. gedaan gekregen, ons op het goede spoor te zetten betreffende de studie van De Geheime Leer. Laat ik het opschrijven nu alles nog vers in mijn geheugen zit.

Ze zegt:

Wanneer je De Geheime Leer bladzijde na bladzijde leest, zoals bij ieder boek, zal dat alleen maar eindigen in verwarring. Het eerste wat je moet doen, zelfs als je dat jaren zou kosten, is enig idee krijgen van de " drie grondstellingen " die in de "Proloog" staan. Ga dan verder met het bestuderen van de herhaling daarvan in de genummerde onderdelen van de "Samenvatting" (Deel I, Gedeelte I). Neem dan de "Inleidende Aantekeningen" van deel II en het "Besluit" van Deel II. [3]

H.P.B. schijnt nogal overtuigd te zijn van het belang van de lering (in het "Besluit") over de tijden van de komst van de rassen en de onderrassen. Duidelijker dan gewoonlijk stelde zij dat er in werkelijkheid niet zoiets bestaat als een toekomstig "komen" van rassen. "Er is noch sprake van komen, noch van gaan, maar van eeuwig worden," zegt zij. Het vierde wortelras is nog steeds in leven. Zo is het ook met het derde, tweede en eerste - dat wil zeggen, hun manifestaties op ons huidige stoffelijke gebied zijn aanwezig. Ik weet wat zij bedoelt, denk ik, maar ik ben niet in staat het onder woorden te brengen. Op dezelfde manier is het zesde onderras hier en het zesde wortelras en het zevende en zelfs mensen van de komende ronden. Per slot van rekening is dat heel begrijpelijk. Leerlingen, broeders en adepten kunnen geen mensen zijn van het alledaagse vijfde onderras, want "ras" is een stadium van evolutie. [4]

Maar zij laat er geen enkel misverstand over bestaan dat, voor zover het de mensheid in het algemeen betreft, zij honderden jaren (in tijd en ruimte) verwijderd zijn van zelfs het zesde onderras. Ik had de indruk dat H.P.B. een eigenaardige bezorgdheid toonde in haar nadruk op dit punt. Zij zinspeelde op "gevaren en waandenkbeelden" die voortkomen uit de ideeën dat het nieuwe ras al definitief in de wereld verschenen was. [5] Volgens haar valt de duur van een onderras, voor de mensheid als geheel samen met die van een siderisch jaar (de cirkel die de aardas beschrijft - ongeveer 25000 jaar). Dat houdt in dat het nieuwe ras nog erg ver weg is.

We hebben gedurende de laatste drie weken opmerkelijke bijeenkomsten gehad over de studie van De Geheime Leer. Ik moet mijn aantekeningen rangschikken en de resultaten opschrijven voordat ik ze vergeet.

Zij vertelde nog heel wat meer over het "Grondbeginsel". [6]

Zij zegt:

Als je denkt dat je uit De Geheime Leer een bevredigend beeld van de samenstelling van het universum kunt krijgen, dan zal deze studie je alleen maar verwarren. Het boek is niet bedoeld om zo'n definitieve uitspraak te doen over het bestaan, maar om je in de richting van de Waarheid te leiden.

Zij herhaalde deze laatste uitdrukking vele malen. Ze zei:

Het is volkomen nutteloos om naar anderen te gaan waarvan je veronderstelt dat zij wat verder gevorderd zijn en hen te vragen een "uitleg" van De Geheime Leer te geven. [7] Dat kunnen zij niet. Als zij het proberen, dan bestaat alles wat zij geven kunnen alleen maar uit pasklaar gemaakte exoterische weergaven die in de verste verte nit op de Waarheid lijken. Zo'n uitleg accepteren betekent onszelf vastleggen op verstarde ideeën, terwijl de Waarheid uitstijgt boven ideeën die wij kunnen formuleren en uitdrukken.

Exoterische uitleggingen zijn allemaal best en zij veroordeelt deze niet, als zij maar gezien worden als wegwijzers voor beginners en door hen als niet meer dan dat worden aanvaard. Veel mensen die lid zijn van de Theosofische Vereniging, of in de toekomst lid zullen worden, zijn natuurlijk met geen mogelijkheid in staat uit te stijgen boven het gewone exoterische begrip. Maar er zijn anderen, en er zullen anderen zijn, en voor hen zet zij de volgende juiste manier om De Geheime Leer te benaderen uiteen.

Ze zegt:

Neem De Geheime Leer ter hand zonder enige hoop te koesteren de definitieve Waarheid van het bestaan van haar te vernemen, of zonder enig ander idee dan maar te zien in hoeverre zij kan leiden in de richting van de Waarheid. Zie in [deze] studie een middel om het denken te oefenen en te ontwikkelen zoals dat nooit door andere studies ontwikkeld is. Neem de volgende regels in acht:
Wat je ook in De Geheime Leer wilt bestuderen , houd steeds de volgende denkbeelden voor ogen, die de basis moeten zijn van je ideeën-vorming [8] :
(a) DE FUNDAMENTELE EENHEID VAN ALLE BESTAAN. Deze eenheid is iets heel anders dan de gebruikelijke opvatting van eenheid - bijvoorbeeld wanneer we spreken van een natie of leger als een eenheid, of dat de ene planeet verbonden is met een andere door middel van magnetische krachten en dergelijke. Zo is de leer niet. Zij zegt dat het bestaan één is, niet een verzameling van zaken die met elkaar verbonden zijn. Fundamenteel is er één Zijn. Het Zijn heeft twee aspecten, positief en negatief. Het positieve is Geest of Bewustzijn. Het negatieve is Substantie, het subject van bewustzijn. Dit Zijn is het Absolute in zijn allereerste manifestatie. Omdat het absoluut is, is er niets buiten. Het is Al-Zijn. Het is ondeelbaar, anders zou het niet absoluut zijn. Als er een deel van afgescheiden zou kunnen worden, zou het overblijvende deel niet meer absoluut zijn, omdat er direct sprake zou zijn van een vergelijking tussen het overblijvende en het afgescheiden deel. Vergelijking is onverenigbaar met enig idee van absoluutheid. Daarom is het duidelijk dat dit fundamentele ene Bestaan of absolute Zijn, de Realiteit moet zijn in elke vorm die er is.

Ik zei dat, hoewel het voor mij duidelijk was, ik niet dacht dat velen in de loges dit zouden begrijpen. "Theosofie", zei zij, "is voor hen die kunnen denken, of voor hen die zich tot denken kunnen brengen, niet voor mentale luilakken." H.P.B. is de laatste tijd erg mild geworden. "Stomkop" placht zij de doorsnee student te noemen.

Ze zegt:

Het atoom, de mens, de god zijn ieder afzonderlijk, zowel als gezamelijk, in de grond der zaak absoluut Zijn; dat is hun werkelijke individualiteit. Het is dit idee dat we altijd in ons achterhoofd moeten houden, om de basis te vormen voor elk begrip dat voorkomt uit de studie van De Geheime Leer. Op het moment dat je dit idee loslaat (en dat gaat erg makkelijk als je bezig bent met een van de vele ingewikkelde aspecten van de esoterische filosofie) komt het idee op van de afgescheidenheid en verliest de studie haar waarde.
(b) Het tweede denkbeeld dat vastgehouden moet worden is: ER BESTAAT GEEN LEVENLOZE MATERIE. Elk afzonderlijk atoom is levend. Dat kan niet anders, daar elk atoom in zichzelf fundamenteel absoluut Zijn is. Daarom is er niet zoiets als "ruimten" van ether of Akasha, of hoe je het ook noemen wilt, waarin engelen en elementalen ronddartelen als forellen in het water. Dat is een gebruikelijke voorstelling. Het juiste denkbeeld toont dat ieder atoom van de materie, op welk gebied dan ook, in zichzelf een leven is.
(c) Het derde denkbeeld dat vastgehouden moet worden is: DE MENS IS DE MICROCOSMOS. Aangezien hij dat is, bestaan alle hiërarchieën des hemels in hem. Maar in waarheid is er noch macrocosmos noch microcosmos, maar één Bestaan. Groot en klein bestaan alleen maar zo als voorstellingen van een beperkt bewustzijn.
(d) Het vierde en laatste basis-idee dat je moet vasthouden is dat wat uitgedrukt wordt in het grote Hermetische axioma. Het somt alle anderen op en vat ze samen:
Zo binnen, zo buiten
zo groot, zo klein
zo boven, zo beneden
er is slechts één Leven en Wet
en de besturende Kracht is één
Er is geen binnen, geen buiten
geen groot, geen klein
geen hoog, geen laag
in het goddelijk bestel
Wat je ook in de Geheim Leer uitkiest om te bestuderen, je moet het altijd in verband brengen met deze basis-ideeën .

Ik opperde dat dit een soort mentale oefening is die buitengewoon vermoeiend is. H.P.B. glimlachte en knikte:

Je moet niet zo dwaas zijn jezelf het gekkenhuis in te werken door teveel ineens te willen doen. De hersenen zijn het instrument van het waak-bewustzijn en ieder bewust mentaal beeld dat gevormd wordt betekent verandering en vernietiging van atomen van de hersenen. Gewone intellectuele aktiviteit verloopt langs gebaande wegen in de hersenen en vereist geen plotselinge aanpassingen en vernietigingen in hun substantie. Maar deze nieuwe soort van mentale inspanningen vraagt om iets totaal anders - het scheppen van "nieuwe hersenpaden" ( new brain paths ), het tot stand brengen van een andere orde in de kleine levens in de hersenen. Als dit geforceerd en onoordeelkundig geschiedt, kan dit ernstige fysieke schade aan de hersenen toebrengen.
Dit soort denken noemende Indiërs jnana yoga. [9] Wanneer je in de jnana yoga vooruitkomt, ervaar je dat er nieuwe voorstellingen ( conceptions ) oprijzen die je nog niet kunt formuleren in een of ander mentaal beeld ( mental picture ), hoewel je je er wel van bewust bent. Pas na enige tijd zullen deze voorstellingen zich ontwikkelen tot mentale beelden. Dit is een moment om op je hoede te zijn en je moet weigeren je te laten misleiden door het idee dat het zojuist gevonden prachtige beeld de werkelijkheid wel moet weergeven. Dat doet het niet. Wanneer je verder gaat, ervaar je dat het eens zo bewonderde beeld dof wordt en onbevredigend, en dat het tenslotte langzaam verdwijnt of verworpen wordt. Dit vormt opnieuw een gevaarlijk punt, omdat je op dat moment in een soort leegte zit zonder enige voorstelling om op te steunen en je in de verleiding kunt komen het verworpen beeld weer nieuw leven in te blazen om je er, bij gebrek aan iets anders, weer aan vast te klampen. De ware student zal echter kalm verder werken en weldra doemen er nieuwe vormloze lichtschijnsels op die na verloop van tijd opnieuw aanleiding geven tot een vollediger en mooier beeld dan het vorige. Maar de leerling weet nu dat geen enkel beeld ooit de Waarheid kan vertegenwoordigen. Dit laatste schitterende beeld zal mat worden en vervagen als de andere. En zo gaat het proces verder totdat uiteindelijk het denken en zijn beelden overstegen worden en de leerling de wereld van geen-vorm betreedt en er verblijft, een wereld waar alle vormen beperkte weerspiegelingen van zijn.
De ware student van De Geheime Leer is een jnana-yogi en dit yoga-pad is het ware Pad voor de Westerse student. Om hem op dat Pad van wegwijzers te voorzien, is De Geheime Leer geschreven.

(Latere aantekening: Ik heb deze weergave van haar lessen aan H.P.B. voorgelezen en haar gevraagd of ik haar goed begrepen had. Zij noemde mij een "onnozele domkop" om te veronderstellen dat iets ooit goed in woorden uitgedrukt kan worden. Maar zij glimlachte en knikte instemmend, en zei dat ik het echt beter onder woorden gebracht had dan iemand anders het ooit gedaan had, en ook beter dan zij het zelf kon.)

Ik vraag mij af waarom mij dit alles geschonken wordt. Het zou aan de wereld doorgegeven moeten worden, maar ik ben te oud om dat ooit nog te doen. Ik voel mij een kind in vergelijking met H.P.B., hoewel ik in werkelijke jaren zo'n twintig jaar ouder ben dan zij.

Zij is sterk veranderd sinds ik haar twee jaar geleden ontmoette. Het is verbazingwekkend hoe zij zich staande houdt ondanks haar verschrikkelijke ziekte. Als je niets wist en niets geloofde, dan zou H.P.B. je ervan overtuigen dat zij wel wat meer is dan het lichaam en de hersenen. Ik heb het gevoel, speciaal tijdens deze laatste bijeenkomsten en sinds zij lichamelijk zo hulpeloos is geworden, dat wij leringen krijgen vanuit een andere en hogere sfeer. Wij schijnen te voelen en te wéten wat zij zegt, meer dan dat wij het horen met onze oren. Iemand anders zei gisteravond nagenoeg hetzelfde.

Robert Bowen, 19 april 1891 [H.P. Blavatsky overleed op 8 mei 1891]

Voetnoten door Katinka Hesselink:

[1] Recent (nog lopend) onderzoek wijst er op dat het iets verder gaat. Niet alleen is er niet "meer materiaal" te vinden, de oorspronkelijke aantekeningen van Bowen zijn ook niet te vinden. Het zou dus zo kunnen zijn dat Bowen de historische achtergrond bij deze tekst verzonnen heeft. Om deze reden kan ik op dit moment niet aan nemen dat de Bowen Notes van Blavatsky zijn. De meeste van onderstaande voetnoten geven aan waar in de tekst de schrijver afwijkt van mijn begrip van Blavatksy of mijn gezond verstand.
[2] Dit is vrij duidelijke onzin. Als het waar zou zijn, zou het onmogelijk zijn iets geheim te houden. Over mijzelf bijvoorbeeld: als ik een eenvoudige uitleg geef over reincarnatie zou daarin mijn hele begrip van reincarnatie besloten moeten liggen. Dat is alleen zo als mijn uitleg daarover hints geeft, niet als ik alleen een vereenvoudigde uitleg geef. Als een natuurkunde professor uitleg geeft over de wet van Newton, zit daarin niet zijn kennis over de quantum mechanica verborgen.
[3] Dit is een van de bruikbare passages in dit document - en een oorzaak van de populariteit van dit document. De volgorde van studie die hier gegeven wordt is denk ik zinnig voor de beginnende student van dit boek. Maar uiteindelijk kan de rest van het boek het proem ook begrijpelijker maken.
[4]
Meer over leerlingen, broeders en adepten onder occultisme. Ik heb dit altijd zo begrepen en ben het ermee eens geweest. Maar omdat we er niet meer vanuit kunnen gaan dat H.P. Blavatsky dit geschreven heeft, kunnen moet de bevestiging hiervan dus uit De Geheime Leer zelf komen. Zijn Adepten en genien inderdaad mensen van een komend ras of is ook dit in haar mond gelegd?
[5]
Zoals Barry Thompson, die mijn aandacht richtte op de twijfelachtigheid van de bron van dit document, zegt: Het komt nogal goed uit om in 1931 zorgen te hebben over dwaasheden rond misverstanden over de ronden en rassen. Het lijkt dus waarschijnlijk dat Bowen hier zijn huidige zorgen uit Blavatsky's mond laat komen.
[6]
In de gepubliceerde discussies over De Geheime Leer die in de Blavatsky Loge gehouden werden, bespreekt Blavatsky zaken in uitgebreide details en gaat ze nauwelijks op het eerste principe in. Zie in het engels: " Transactions of the Blavatsky Lodge ". Minder bekend is een volgend deel van de gesprekken online op: http://www.teosofia.com/Docs/vol-2-11-supplement.pdf.
[7]
Dat dit klaarblijkelijk NIET door H.P. Blavatsky geschreven is, zal velen geruststellen. Vooral studenten die Blavatsky's theorien bestudeerd hebben door de ogen van Barborka, Judge, De Purucker, Crosby, Besant, Leadbeater of een van de vele anderen. De simpele waarheid is nog steeds: We kunnen pas zeggen dat we iets Weten als we het zelf zien. Aan de andere kant kan het niet zoveel uitmaken wie een bepaalde waarheid leert, zolang diegene ons helpt de waarheid voor onszelf te vinden.
[8] Een positieve voetnoot deze keer. De principes zoals ze hier genoemd worden zijn een goede samenvatting van de centrale ideeen zoals H.P. Blavatsky ze in de Proem opnoemt. Dit is de voornaamste reden dat dit document zo populair is en op deze website opgenomen is.
[9] Ik zie in de westerse maatschappij weinig aanwijzingen dat jnana yoga, zoals hier beschreven, het pad voor de westerse student is. Theosofie is bijvoorbeeld populairder in het oosten dan in het westen. In het westen zijn vooral praktische paden als hatha yoga, reiki, meditatie en dergelijke populair. Ik denk wel dat het proces dat hier beschreven wordt klopt. Bij werkelijke studie veranderen paden in het brein.