Bijna Dood Ervaringen (BDE)

Mensen vertellen hun verhaal: hun persoonlijke Bijna Dood Ervaring

10.1 Uit: Herinnering (R. Woolger) p. 115, reincarnatie, hypnose:

"... 'Ze hebben hem meegenomen. Ik zie hem nooit meer terug! Wat moet ik doen? We hadden iets moeten doen. Nu is het te laat. We hebben hem in de steek gelaten. Ik sta achter een grote menigte. Het is in Jeruzalem. Ik ben een man en draag een lange toga. Ze hebben Jezus meegenomen. Ik zie hem nooit meer terug. Ik zie hem nooit meer terug!' De man ziet van een afstand gebeurtenissen die iedereen kent: de kruisiging van Jezus tussen gewone misdadigers in het oude Jeruzalem. Sol ziet zichzelf als een Romein die naar Jeruzalem is gekomen om zaken te doen in opdracht van de Romeinse keizerlijke autoriteiten. Op een dag heeft hij toevallig Jezus horen preken en dat heeft zijn leven volledig veranderd. Hij heeft zijn hoge rang verwisseld voor een plaatselijke benoeming, die het hem mogelijk maakt voortdurend in de nabijheid van deze bijzondere leermeester te wonen. Hij is zelfs met een joodse vrouw getrouwd en wil zich bekeren tot het joodse geloof om dichter bij Jezus te zijn. Vooral als hij op een dag ziet dat Jezus iemand geneest, maakt dat grote indruk op hem. 'Het maakt iets in me wakker,' zegt Sol bijna extatisch door zijn tranen heen. 'Als we geloven en liefhebben, kunnen we leren genezen... We zijn allemaal een... We moeten elkaar liefhebben...' Het zijn natuurlijk eenvoudige en bekende woorden, maar ze lijken heel spontaan naar boven te komen vanuit een diepe plaats in Sol. De rest van het verhaal van de Romein is heel gewoon en onthult niets bijzonders over de manier waarop Jezus is gestorven of over de plaats waar zijn lichaam naar toe is gebracht. Samen met een groot aantal andere mensen waakt hij tot het lichaam van het kruis wordt genomen. Daarna ziet hij zijn leermeester nooit meer terug. Later sluit hij zich aan bij andere volgelingen van Jezus en ze studeren en bidden samen ter nagedachtenis van hun leermeester. De Romeinse bekeerling leeft nog jarenlang verder als koopman en sterft tenslotte op hoge leeftijd ergens op het platteland een natuurlijke dood."

10.2 Uit: De tunnel en het licht (R. Moody), p. 143 (bevestigd door behandelende artsen), bijna-dood ervaring:

"Ik was vreselijk ziek en lag omdat mijn hart slecht functioneerde op het randje van de dood. Op dat zelfde moment lag in een ander deel van het ziekenhuis mijn zus, in een diabetische coma, op sterven. Ik verliet mijn lichaam, ging naar een hoek van de kamer en zag hoe ze daar beneden met me bezig waren. Plotseling merkte ik dat ik aan het praten was met mijn zus: zij was ook bij me daarboven. Ik was erg aan haar gehecht, en we hadden een geweldig gesprek over wat daar beneden gebeurde, totdat ze van me weg begon te glijden. Ik wilde met haar meegaan, maar ze bleef maar zeggen dat ik moest blijven waar ik was. 'Het is je tijd niet,' zei ze. 'Je kunt niet met me mee, omdat het je tijd niet is.' Vervolgens verdween ze in de verte door een tunnel en ik bleef alleen achter. Toen ik wakker werd, vertelde ik de arts dat mijn zus was overleden. Hij ontkende het, maar op mijn verzoek stuurde hij een verpleegster om te kijken of het waar was. Ze was inderdaad overleden, precies zoals ik al wist."

10.3 Uit: tijdschrift van Merkawah (bijna-doodervaringen, postbus 348, 2900 AH Capelle a.d. IJssel), bijna-dood ervaring:

"... op 13-jarige leeftijd. De harmonieuze kinderjaren veranderden in een klap door een auto-ongeluk samen met mijn moeder. Zij is hierbij meteen overleden. Ik zag van bovenaf onze lichamen in de auto, de mensen die erop afkwamen en we namen afscheid. Mijn moeder ging verder en ik moest terug, was nog niet klaar, zoals ze 'zei'."