Nederlanders Herdenken Annie Besant, 1 october 1847-1947, Uitgave van de Theosofische Vereniging Nederlandse Afdeling, Amsterdam; blz. 34, 35
Een leerzame ervaring
E. L. Selliger
In het jaar 1904 werd de Keulse loge der Duitse Afdeling van de Theosofische
Vereniging opgericht en had deze het grote voorrecht dat Dr. Besant, vergezeld
van Bertram Keightley, de logebul aan de leden overhandigde.
Aangezien ik aan de oprichting van de loge had meegewerkt, was ik voor
deze plechtigheid overgekomen.
Voor de officiele bijeenkomst werd door het bestuur een thee aangeboden
en vroeg Mevr. Besant aan het kleine groepje aanwezige leden, of zij iets
persoonlijks te vragen hadden.
Als jong lid van de vereniging was ik vanzelfsprekend vol problemen en
conflicten en ik greep deze unieke kans dan ook aan, om een drietal vragen
aan mevr. Besant voor te leggen.
Toen ik echter de eerste vraag gesteld had, legde mevr. Besant uit, hoe
meerdere leden van mening waren, dat het door mij genoemde probleem er een
was van bizonder persoonlijke aard, maar dat in werkelijkheid ieder,
die het Pad wilde betreden, voor deze moeilijkheid geplaatst werd en dat het
de bedoeling was, deze zelf uit te denken en op te lossen. Vragen, zeide mevr.
Besant, waren soms goed om te stellen, maar beter was het te trachten deze
zelf op te lossen.
Vanzelfsprekend heb ik toen de volgende vragen voor mij gehouden en de
les nam ik ter harte. Hiermede was het echter niet afgelopen, want na de
charter-uitreiking en het daarop volgende samenzijn met alle logeleden,
vroeg mevr. Besant, ook in dit meer uitgebreide gezelschap, of iemand iets
te vragen had.
Waarschijnlijk door bedeesdheid duurde het lang, voordat iemand iets
opmerkte, waarop mevr. Besant zelf het woord nam, zeggende, dat zij enige
problemen zou behandelen, waarvoor velen in hun geestelijk leven zich geplaatst
zagen. Zij besprak toen de vraag, die ik voor de bijeenkomst gesteld had
en werkte deze uit. Vervolgens noemde zij ook de beide vragen, die niet
door mij gesteld en waarvan ik veronderstelde, dat deze haar onbekend waren.
Met een blik van verstandhouding op mij gericht, besprak zij alle drie
vragen, waarop een verdere levendige gedachtenwisseling volgde. Hieruit
blijkt, dat mevrouw Besant geen kracht verspilde en allen liet profiteren
van een bespreking, die tot doel had, velen inplaats van één
te overtuigen, dat in geestelijke problemen, de mens zelf tot oplossing
van zijn conflicten komen moet.
Voor mij persoonlijk was dit een onvergetelijk bewijs, hoe onze gedachten en gevoelens bekend zijn aan degenen, die in het bezit zijn van de vermogens, die bij de meesten onzer nog sluimeren.