Nederlanders Herdenken Annie Besant, 1 october 1847-1947, Uitgave van de Theosofische Vereniging Nederlandse Afdeling, Amsterdam; blz. 3-8

Een Strijder

W.A.L. Ros-Vrijman

Een van de meest naar voren tredende eigenschappen van Mevrouw Besant's karakter is wel dat van de strijder. Haar gehele leven is eigenlijk één strijd geweest voor waarheid, vrijheid en recht. En nooit, zelfs niet op zeer hoge leeftijd, ziet zij hiervan af.

Opmerkelijk is dat zich hiervan in haar jeugd niets openbaarde. Integendeel was zij als kind en jong meisje van een volgzame en zachte aard. Alleen vertelt zij in haar autobiografie hoe zij in die dagen een droom had, waarin zij een nieuwe godsdienst stichtte en predikte en er met vuur voor streed. Haar conclusie was, toen zij weer in haar gewone bewustzijn terugkwam, dat zij zo teleurstellend laat geboren was, want het liet zich in die tijd niet aanzien, dat een dergelijke beleving voor haar zou zijn weggelegd. Dat heeft de toekomst haar echter anders geleerd. Met dat al zou dit een aanwijzing kunnen zijn, dat in haar onderbewustzijn de herinnering aan een dergelijke strijd besloten lag.

De wijze waarop haar huwelijk tot stand kwam geeft een merkwaardige blik op haar geesteshouding in die tijd. De Eerw. Frank Besant vroeg haar ten huwelijk en voor een groot deel besloot zij met hem te trouwen omdat hij een geestelijke was en zij, daar zij als vrouw geen aandeel kon hebben in de bediening van de kerk, dan toch dichter bij dit alles zou staan als vrouw van de predikant. Toen hij haar bij zijn aanzoek vroeg, er voorlopig met niemand, ook niet met haar moeder, over te spreken, omdat dat, als zij het toch deed, niet mooi van haar zou zijn, gaf zij dit juist om deze reden toe. Wel een merkwaardig bewijs van de grote volgzaamheid van een, die in haar later leven volgens haar tegenstanders dikwijls een rebel was.

Deze volgzaamheid duurde echter niet lang. Haar eerste Paasfeest, dat zij in haar nieuw tehuis als jonggehuwde vrouw zou vieren, wilde zij buitengewoon ernstig beleven. Zij zette zich daartoe tot een vergelijkende studie van de vier evangeliën. Een nadere beschouwing bracht haar tot het inzicht, dat er in de evangeliën grote verschillen waren, niet alleen wat de vorm betrof, maar ook naar de inhoud. Zij onderzocht deze zaak ernstig, doch vond geen oplossing, zodat er in haar bewustzijn voor het eerst twijfel ontstond, een twijfel die haar niet meer los liet, ook al legde zij het onderzoek tijdelijk terzijde ten einde de rust in haar binnenste te herstellen. "De twijfel was er geweest en liet haar sporen na" zo schreef zij in haar autobiografie. En ... de strijder was in haar opgestaan om nooit meer te capituleren. Van dat ogenblik af voltrekt zich innerlijk en uiterlijk een geweldige verandering in haar en kàn zij niet langer het volgzame kind-vrouwtje zijn, als in de eerste maanden van haar huwelijk; de strijder tot in de dood voor de zaak van de waarheid was in haar ontwaakt. Haar huwelijk was van het begin af niet gelukkig; reeds dadelijk ontving zij een grote schok door haar volkomen onwetendheid betreffende de dingen die zij als als. echtgenote had behoren te weten. Doch dit was slechts, ten opzichte van de opvoeding van jonge meisjes, een teken van haar tijd.

Maar er leefden in de karakters dezer beide jonge mensen zulke diepgaande verschillen dat, toen er de ernstige moeilijkheden van godsdienstig inzicht bijkwamen, er geen grond was te vinden waarop deze konden worden opgelost en waarop kon worden voortgebouwd.

Een scheiding was dan ook onvermijdelijk, alhoewel zij zelve die niet had aangevraagd, maar zij werd gesteld voor het alternatief van òf het hoofd buigen en haar ketterse twijfel en denkbeelden loslaten, òf haar huis en hof verlaten en praktisch op straat gezet worden. Ofschoon zij twee kleine kinderen had die zij verafgoodde, koos zij het laatste; zij kon niet anders.

Het jongste kind, dat nog te klein was om de moederzorg te missen, werd haar gelaten, doch later weer ontnomen in verband met door haar verspreide denkbeelden. Het was een meisje, de latere Mrs. Mabel Besant-Scott.

Voordat deze slag viel, zo verhaalt zij ons, maakte zij in verband met haar geloofsleven en vooral met haar Godsbegrip een hel door. Niemand kan dit begrijpen, zo zegt ze, die het niet zelf heeft doorleefd. En dat is volkomen waar.

Maar zij kwam door deze strijd heen, arm, berooid, gekneusd, doch als overwinnaar.
De strijder had gewonnen.

En zo begon dan, na de dood van haar moeder en de beroving van haar kinderen, haar levenslange strijd voor vrijheid en waarheid.

In de eerste plaats voor vrijheid van denken in verband met godsdienstige en staatskundige inzichten, voor de vrijheid van de arbeiders om zich te organiseren en voor hun recht op een menswaardig bestaan, dat toen alles te wensen overliet. Zij vocht voor de vrijheid van de vrouw, in verband met gelijke ontwikkelingsmogelijkheden voor haar en gelijk recht op arbeid en een plaats in het openbare leven als de man.

Maar vooral ook bepleitte zij het recht van de vrijheid der vrouw in haar huwelijksleven, dat zij de vrije beschikking zou hebben over haar eigen lichaam en over haar eigen bezittingen en vooral dat zij dezelfde ouderlijke macht zou kunnen uitoefenen over haar kinderen zoals die was in het bezit van de vader.

Zij streed voor de vrije pers. Zij pleitte voor wettelijk onbeschermde vrouwen en kinderarbeid; het ging om kinderen van vier, vijf of zes jaar en ouder, die vaak werktijden maakten van twaalf of veertien uur per dag!

En zo baande zij zich een weg door bijna onoverkomelijke moeilijkheden heen, aanvankelijk zonder middelen en zonder vrienden, totdat zij Charles Bradlaugh ontmoette en zijn beste helpster werd in o.a. zijn jarenlange strijd voor zijn plaats in het parlement, die hij niet mocht bezetten zonder aflegging van de eed, op een belofte. Dan kwamen langzamerhand meerdere vrienden en medewerkers; het werk groeide en er kwamen resultaten in zicht.

Gedurende al die strijd voor deverdrukten en zwakkeren, wat hun rechten en vrijheden betreft, werden ook hun ontwikkeling en beschaving niet vergeten. Cursussen werden georganiseerd, boekerijen opgericht, excursies gehouden naast talloze voordrachten over het gehele land. Zo ontpopte zij zich toen al reeds naast strijder als de leraar, die al vechtende de kennis verspreidt waardoor het doel moet worden bereikt.

Gedurende de strijd voor de bezetting van Bradlaugh's plaats in het parlement werd onder meer een petitie aangeboden. Een grote menigte was voor het parlementsgebouw samengestroomd om dit belangrijke ogenblik mede te doorleven en als gevolg daarvan was er ook een sterke politiemacht opgeroepen. Onmiddellijk drong het tot Annie Besant door hoeveel gevaar er aan verbonden was, voor hem of haar die de petitie zou aanbieden, om gevangen genomen te worden, daar de minste onregelmatigheid of onrust onder het volk de politie tot ingrijpen kon brengen. Daarom bood zij zich aan het te doen, opdat geen arbeider de kans zou lopen die nacht in de gevangenis door te brengen en zijn vrouw en kinderen in angst zouden behoeven te zijn om man en vader. En zij bood rustig en beheerst de petitie aan.

Herbert Burrows, die haar met een kleine groep vrienden nakeek toen zij zich kalm over het woelige plein tussen de arbeiders en politie naar de ingang van het parlementsgebouw begaf, schreef hierover: "Wij zagen haar gaan en wisten allen wat haar moed en toewijding voor het volk betekenden".

Op ruim veertig-jarige leeftijd kwam zij in aanraking met Mevrouw Blavatsky en Theosofie. Door een der bladen van de arbeidersbeweging was haar opgedragen een beoordeling te schrijven over Mevrouw Blavatsky's "Geheime Leer". Dit was voor haar een aanleiding, zich bij Mevrouw Blavatsky te laten introduceren op een der avonden, dat zij in haar huis gasten ontving. Zij ging er heen met Burrows en na korte tijd werden beide lid van de Theosofische Vereniging en zij zelve werd een persoonlijke leerling van Mevrouw Blavatsky.

Wie nu zou denken dat er een tijd zou aanbreken, waarin haar leven langs rustiger banen zou worden geleid, vergist zich deerlijk, want van het ogenblik af dat zij lid werd van de Theosofische Vereniging, richtte zij haar volledige gaven van hoofd en hart op de nieuwe taak, die nu voor haar lag. Alhoewel zij in de aanvang van haar lidmaatschap zich hoofdzakelijk wijdde aan het verspreiden van de Theosofische beginselen en leringen door middel van het gesproken en geschreven woord, brak nu vrij spoedig de tijd aan dat de strijder in haar naar voren trad en wel voornamelijk in verband met haar werk in India en de beweging voor Home-Rule aldaar. Zij begon haar campagne op een geheel andere wijze dan de gewone politici dat in de regel doen; zij ving nl. aan met het volk van binnen uit op te voeden om de vrijheid, waarvoor het streed, op behoorlijke wijze te kunnen gebruiken. Haar eerste werk was dus om de apathisch geworden natie wakker te maken door middel van een herleving van de Hindoese godsdienst [het hindoeisme], belicht door de kennis van de theosofie. In vele series voordrachten en artikelen toonde zij een verbluffende kennis van de geschriften van die godsdienst en om niet op de vertalingen van anderen aangewezen te zijn, leerde zij in zeer korte tijd Sanskriet, zodat de bronnen zelve voor haar toegankelijk werden. Daarnaast begon zij een sterk doorgevoerde opvoedingsbeweging over het gehele land, waarvan het centrum was het Central-Hindu-College in Benares. De inrichting van het onderwijs was zodanig, dat naast een volledige westerse opleiding de jongelieden ook kennis werd bijgebracht van de leringen van hun godsdienst die zij, wanneer zij naar Engeland waren geweest om er aan de universiteiten te studeren, hadden leren beschouwen als ouderwets bijgeloof. In het licht der theosofie echter leerden zij dat geheel anders zien en deze twee-ledige opleiding heeft heel wat latere leiders en werkers in de Nationale Beweging voor Home-Rule gereed gemaakt. Uit dit Central-Hindu-College, aan welks hoofd Dr. G. Arundale jaren lang stond, werden vele tientallen scholen en colleges volgens het zelfde plan ingericht. Vooral ook werd het onderwijs aan de meisjes niet vergeten en werd ook het onderwijs aan de pariah's, jaren tevoren reeds door pres.-stichter Col. H.S. Olcott begonnen, voortgezet. Een aanzienlijk deel van dit onderwijs was in handen en onder leiding van theosofen. Op deze wijze werd het nationaal bewustzijn van het Indische volk wakker geschud langs lijnen van samenwerking met het Westen, in casu Engeland. Toen dan ook het Central-Hindu-College werd omgezet in de Hindu-University was de toenmalige Prins van Wales de eerste ere-doctor en mevrouw Besant de tweede. Dit was het vreedzame deel van haar strijd voor Home Rule in India. Tevoren had zij, na de dood van mevrouw Blavatsky, de moeilijkheden doorworsteld met William Q. Judge en zijn latere opvolgster mrs. Kat. Tingley, in verband met het leraarswerk dat mevrouw Blavatsky haar had opgedragen, een strijd die haar gedurende vele jaren de vervolgingszucht van Kat. Tingley op de hals haalde.

Gedurende de eerste wereldoorlog werd zij geruime tijd door het Engelse Gouvernement geinterneerd, omdat zij beschuldigd werd pro-Duitse handelingen te hebben verricht. Toen de onwaarheid hiervan kon worden aangetoond, en zij uit haar verbanning werd bevrijd, begeleidde een enorme volksmassa haar rijtuig van Madras naar Adyar en werd zij door het Nationale Congres voor dat jaar benoemd tot presidente.

Dan is daar nog haar lange worsteling betreffende de lastercampagne tegen haar vriend en medewerker, C.W. Leadbeater, in verband met de opvoeding van J. Krishnamurti en zijn broeder, een strijd die tenslotte werd beslecht door de uitspraak van de Privy-Council, waarbij zij en de heer Leadbeater geheel vrijuit gingen.

Ziehier enige hoofdpunten uit het leven van deze strijder voor waarheid, vrijheid en recht. Gedurende haar werk voor de Theosofische Vereniging ontpopte zij zich telkens weer als verdediger van de zwakken tegen de sterken, van recht tegen onrecht, zowel gedurende de jaren dat zij presidente was als daarvoor.

Belangrijk is het tenslotte om waar te nemen hoe zij streed. Gedurende vele jaren was het mij een voorrecht dit grote leven in zijn verschillende fasen te volgen en steeds is het mij opgevallen dat, hoe fel en scherp de strijd die zij streed ook was, die van haar zijde steeds werd gevoerd op de meest hoffelijke en ridderlijke wijze. Zij heeft vurige, bekwame en sterke tegenstanders gehad, maar steeds kon men waarnemen dat zij nooit gebruik maakte, om niet te spreken van misbruik, van de zwakke zijde van haar tegenstanders. Steeds stelde zij hen in de gelegenheid hun beste en sterkste zijde naar voren en in het strijdperk te brengen. Zij kon felle en krachtige slagen toebrengen, doch steeds ten behoeve van de zaak die zij diende, nimmer ten behoeve van zichzelf. Deze wijze van strijden bracht haar tegenstanders soms later als vrienden en medewerkers aan haar zijde. Zij bezat een fabuleuze royaliteit ten opzichte van degenen, die haar tegenstanders waren, of in de Theosofische Vereniging leringen verkondigden waar zij het niet mee eens was. Zo was zij de eerste, die indertijd Dr. Steiner in de gelegenheid stelde zijn opvattingen en leringen ter kennis van de gehele internationale vereniging te brengen door zijn artikelen op te nemen in The Theosophist.

Deze zijde van dit grote, monumentale leven is slechts door weinigen begrepen; velen waren er die in haar alleen vermochten te zien de geestelijke leraar en die meenden dat de andere zijde hierop een schaduw wierp en dat zij daarin veel minder "geestelijk" was. Er zijn er echter ook die juist in dit aanzicht hebben leren begrijpen van hoe grote betekenis voor de Theosofische Vereniging en voor de wereld het is geweest, dat daar steeds op de bres stond, het zwaard in de hand, deze "Ridder van de Zon," wiens devies was: "Wees getrouw tot de dood".