De Wijsheid van de Upanishaden, Annie Besant

Ketterij tegenover juist denken

Er bestaat niet zoiets als ketterij; want geen mens is de rechter en meester van een ander mens in welke gedachtesfeer dan ook, of dit nu op het gebied van godsdienst, politiek, zeden of filosofie ligt.

Gedachten moeten vrij en ongebonden zijn, anders krijg je stagnatie en dood. Maar omdat dat waar is, moeten we niet de onlogische gevolgtrekking maken van: ‘het doet er niet toe, wat ik denk.’

Het doet er enorm veel toe wat je denkt. Als je verkeerd denkt, zul je verkeerd handelen; als je laag denkt, zal je handelen in overeenstemming zijn met je denken.Dus denk zo edel, zo hoog, zo zuiver mogelijk.

Denk zo goed als je kunt en niet zo slecht als je kunt. Mik hoog, want hoe hoger de pijl gericht is, hoe hoger het doel is, dat hij raakt. Houd je eigen idealen hoog en edel en laat tegelijkertijd je eigen mening over anderen mild zijn en jouw idealen zullen je verheffen en je naastenliefdezal je gevallen broeder doen opstaan. Want nog nooit is iemand opgeklommen door vertrapt te worden.

Een mens klimt alleen op, doordat hij bemind wordt, met al zijn zonden en de dwaze dingen die hij doet en zoals wij met onze broeders omgaan, zo gaan ook Zij die boven ons staan met ons uiterlijke zelf om.

Nu dit onze laatste les is, eindig ik met de woorden van de Upanishad (Svet„svatara II.14):

‘Het belichaamde Zelf, dat zijn wezenlijke aard schouwt, bereikt zijn ware doel en er komt een eind aan elke pijn.’