Theosofia, Juni 1987, p. 81

Senzar: het raadsel van de mysterietaal

John Algeo

Senzar is een mysterie. Volgens H.P.Blavatsky is het de taal van de Stanza's van Dzyan en van bepaalde commentaren en verklarende aantekeningen daarop. Blavatsky noemt Senzar een taal die ontbreekt in de nomenclatuur (terminologie) van talen en dialecten waarmede de filologie bekend is (1:xxxvii) en dat is ook zo. De naam Senzar komt op geen van de lijsten der wereldtalen voor die taalkundigen hebben samengesteld en dat zal waarschijnlijk ook nooit gebeuren. Over Senzar weten we alleen wat H.P.B. ons verteld heeft, maar in feite heeft ze ons heel wat verteld.

Veel van wat Blavatsky zegt over Senzar wekt de indruk dat het een gewone taal is als andere talen. Zij beschrijft een droom waarin ze Senzar aan het bestuderen was in het huis van de Meester K.H. op hetzelfde moment dat ze haar Engels aan het verbeteren was met zijn hulp (Mahatma Brieven 471). Zij vergelijkt Senzar met andere gewone talen. Zij spreekt bijvoorbeeld over de alphabetten van Senzar en Sanskrit (Collected Writings, 12:642), alsof het parallelle zaken zijn. Zij noemt de priesterlijke taal of mysterietaal de rechtstreekse voorganger of wortel van het Sanskrit (CW 2:200, 5:298). Zij schijnt Senzar ook in verband te brengen met Avestan, de taal van de alleroudste Perzische geschriften (CW 4:517-18n), maar haar opmerkingen in dat verband zijn voor meer dan één uitleg vatbaar.

Problemen rond Senzar

Er zijn echter onduidelijkheden in H.P.B.'s beweringen over Senzar wanneer we aannemen dat ze over een gewone taal spreekt. Tijdens een discussie over de identiteit van Amida Boeddha bijvoorbeeld, beweert zij dat Amida de vorm in het Senzar [is] van Adi (CW 14:425).  Amida is in feite de Japanse vorm van het Sanskrit woord Amitabha, een van de vijf (of zeven) Dhyani Boeddha's die de scheppende kracht van de Adi of Primordiale (Oer-) Boeddha symboliseert. Wanneer we H.P.B.'s bewering als een etymologie ( = woordafleiding) beschouwen, heeft zij op twee punten ongelijk. Amida is Japans, niet Senzar (tenzij Senzar eigenlijk Japans is); en Amida betekent niet hetzelfde als Adi. Sterker nog, H.P.B. moet deze simpele feiten geweten hebben en derhalve moet ze iets anders bedoeld hebben met haar bewering dan louter een etymologie. Feitelijk had H.P.B. weinig belangstelling of zorg voor de etymologie van de filoloog; ze had veel meer interesse voor een symbolisch verband tussen de dingen. Deze merkwaardige bewering moet een symbolische zijn, een mogelijkheid waarop we later zullen terugkomen.

Als tweede voorbeeld van de problemen die het Senzar omgeven vermelden we de legende van de wonderbare Koemboem-boom. Het is een boom die naar men zegt alleen in Tibet groeit en die oorspronkelijk voortgekomen is uit een van de haren van Lama Tsong-Kha-pa, een avatar 7) van de Boeddha. Blavatsky haalt een verslag aan van Abt Huc die zegt dat de bladeren en de bast van deze boom letters en lettertekens vertonen en dat wanneer men de bast verwijdert, andere lettertekens op de onderliggende lagen verschijnen. Het verhaal is een bekend soort wonderbaarlijke vertelling van reizigers, maar H.P.B. voegt er verscheidene bijzonderheden aan toe. Ze houdt vol dat...

De letterboom van Tibet is een feit; en bovendien zijn de inscripties op de bladcellen en -vezels in het Senzar, de gewijde taal in gebruik bij de Adepten, en in hun volledigheid omvatten zij het gehele Dharma van het Boeddhisme en de geschiedenis van de wereld.(CW 4:350-51).

De Koemboem-boom is evenzeer een raadsel als het Senzar schrift dat erop voorkomt.

De oeroude mysterietaal

Als Blavatsky over het Senzar zelf praat, verschaft zij een zeer oude genealogie van de taal. Zij zegt dat er een tijd was dat de hele wereld "van één lip en één kennis was" (The Secret Doctrine 1:229), dat wil zeggen dat er gedurende de jeugd van de mensheid één taal was, één weten, één universele godsdienst (The Secret Doctrine 1:341). H.P.B. herhaalt in dit denkbeeld Ralston Skinner, die in een in De Geheime Leer aangehaalde passage 'een zeer oude taal' vooronderstelt, 'die thans en tot nu toe verloren lijkt te zijn gegaan, maar waarvan de sporen overvloedig aanwezig zijn' (SD 1:308). Zij herhaalt dit denkbeeld veelvuldig als ze het heeft over 'de éne priesterlijke, universele taal' (CW 14:196), 'één universele, esoterische of Mysterietaal... de taal van de Hierofanten (SD 1:310) en ze zegt dat deze 'geheime taal, bekend in alle scholen der occulte wetenschappen, eens in de gehele wereld bekend was'. (CW 5:306).

Deze 'geheime priesterlijke taal' is het Senzar, de taal waarin 'een oud boek' geschreven was, het oorspronkelijke werk waaruit de boeken van Kiu-ti 8) samengesteld waren.

Het 'oude boek' was in het Senzar opgetekend naar de woorden van de Goddelijke Wezens, die het dicteerden aan de zonen van Licht, in Centraal Azië, aan het vroegste begin van het vijfde (ons) Ras. Maar het Senzar zelf is veel ouder dan dat:

Want er was een tijd toen de taal ervan (het Senzar) bekend was aan de Ingewijden van iedere natie, toen de voorvaders van de Tolteken het even gemakkelijk verstonden als de bewoners van het verloren Atlantis, die het op hun beurt erfden van de wijzen van het derde Ras, de Manushi's, die het rechtstreeks leerden van de Devas van het tweede en eerste Ras. (SD 1:xliii).

Bovenstaande passage is van groot belang daar zij, door zo'n ouderdom aan de geschiedenis van het Senzar toe te kennen, met succes heeft aangegeven dat het Senzar eigenlijk helemaal geen echte taal is. In haar commentaar op sloka 36 van stanza 9,  Het Vierde Ras ontwikkelde de Spraak, zegt Blavatsky...

De Commentaren leggen uit dat het eerste ras - de etherische of astrale Zonen van Yoga, ook ‘Zelfgeborenen' genoemd - in onze betekenis spraakloos was, daar het verstoken was van verstand op ons gebied... Het Derde Ras ontwikkelde in het begin een soort taal die slechts een geringe verbetering was van de verschillende geluiden in de natuur, van de roep van reusachtige insecten en van de eerste dieren... Het hele menselijk ras had in die tijd ‘één taal en één tong'. (SD 2:198).

Vanzelfsprekend stelden die taal en die tong niet veel voor.

Om enigszins wijs te worden uit de mysteriën die het Senzar omringen, moeten we de betekenis van het woord taal beschouwen. Net als de meeste andere woorden heeft het er meer dan één. Webster's Derde Nieuw Internationaal Woordenboek (van de Engelse Taal) geeft zes hoofdbetekenissen en veertien secundaire betekenissen voor het woord language (taal), waarvan twee van bijzonder belang zijn in dit verband. Ralston Skinner duidt op deze twee betekenissen in een passage die door H.P.B. wordt aangehaald (SD 1:308):

Om de ambiguïteit (dubbelzinnigheid) van de term ‘language' (taal) te verklaren: In eerste instantie betekent het woord de uitdrukking van ideeën door de menselijke spraak; maar in tweede instantie kan het betekenen de uitdrukking van ideeën door een ander hulpmiddel.

Een ander hulpmiddel is het symbool. Is het Senzar een taal in de zin van een vorm van de menselijke spraak, of is het een uitdrukking van ideeën door een ander hulpmiddel, één of andere vorm van het symbool?

Symbolen kunnen plaatjes zijn, zoals die van de Amerikaanse Indianen, of meer abstracte tekeningen, zoals de yantra's van bepaalde vormen van het Hindoeisme. Het kunnen andere voorwerpen zijn, hetzij natuurlijke zoals de Himalaya's of kunstmatige zoals Stonehenge. Het kunnen woorden zijn, zowel gesproken als geschreven. Woorden vooral zijn waarschijnIijk symbolisch wanneer ze figuurlijk gebruikt worden in gelijkenissen of allegorieën. Bovendien kan hetzelfde idee symbolisch worden uitgedrukt door een veelheid van alternatieve vormen, waarbij de alternatieve vormen equivalenten zijn (zoals H.P.B. zegt, zo is een symbool een geboekstaafde gelijkenis en een gelijkenis een gesproken symbool).

Wat is Senzar?

Wat is dan deze mysterie-taal van H.P.B.? Wat voor soort taal is Senzar? Blavatsky zegt dat de Joodse heilige geschriften, van de Pentateuch tot de Talmoed, geschreven waren... in een soort Mysterie-taal, het waren feitelijk een reeks symbolische aantekeningen die de Joden hadden overgenomen van de Egyp- tische en Chaldeeuwse Heiligdommen, die ze alleen aangepast hadden aan hun eigen nationale geschiedenis (CW 14:170).    

Wat hier bedoeld wordt met mysterie-taal is duidelijk een allegorisch of symbolisch gebruik van verhaaltaal, zoals de bijbelse vertellingen van de schepping, de zondeval, de oversteek door de rode zee en zo voorts. Blavatsky geeft vele verwijzingen naar dergelijke symboliek.

Blavatsky spreekt ook over de mysterie-talen die begriptekens bevatten, hiëroglyfen en beeldvoorstellingen...    

Wij moeten nu spreken over de Mysterie-taal, die van het prehistorisch ras. Het is geen fonetische, maar een zuiver symbolische en beeldtaal (SD 2:574).

Op verschillende plaatsen is Blavatsky zeer duidelijk over hetgeen de mysterietaal is. Deze gebruikt geschreven symbolen die ideeën weergeven, geen klanken vaneen taal...

Bovendien bestaat er een universele taal onder de Ingewijden die een Adept en zelfs een discipel van iedere natie kan begrijpen door het te lezen in zijn eigen taal. Wij Europeanen daarentegen bezitten slechts één grafisch symbool dat aan iedereen bekend is: & (en); er is een taal die rijker is aan metafysische termen dan welke andere dan ook ter wereld, waarvan ieder woord uitgedrukt wordt door soortgelijke gemeenschappelijke tekens (CW 14:101).

Duidelijk blijkt uit bovenstaande passage dat de mysterie-taal geen gewone gesproken taal is, maar dat het in plaats daarvan een symbolische weergave is die gelezen kan worden, d.w.z. geïnterpreteerd, in welke taal dan ook. Deze passages lijken te zeggen dat het een soort ideografisch schrift was, maar andere commentaren van Blavatsky erover laten het algemener lijken dan dat. Bij het spreken over Confucius en zijn interpretatie van de hexagrammen van de I Ching zegt Blavatsky  ...    

De Stanza's die in onze tekst gegeven worden ... geven precies hetzelfde idee weer. De oeroude kaart van de Cosmogonie (leer van het onstaan van de cosmos) staat vol lijnen in de stijl van Confucius, vol concentrische cirkels en stippen (SD 1:441).

Blavatsky benadrukt vaak de geometrische aard van de mysterie-taal. Zij verbindt het Senzar echter ook met de pictogrammen van de Amerikaanse Indianen... Nog maar betrekkelijk weinig jaren geleden smeekten de Indianenstammen van Amerika de President van de Verenigde Staten om hun het bezit te gunnen van vier kleine meren, terwijl de petitie geschreven was op het piepkleine oppervlak van een stukje stof, dat bedekt is met nauwelijks een dozijn voorstellingen van dieren en vogels ... De Amerikaanse wilden hebben een aantal van zulke verschillende soorten schriften, maar geen enkele van onze wetenschappers is nog bekend (met), of weet zelfs maar van de vroege hiëroglyfencode, die nog bewaard wordt in sommige Broederschappen, en die in het Occultisme Senzar genoemd wordt (SD 2:439).

De codeachtige verschijningsvorm van het Senzar is merkwaardig genoeg betrokken in een affaire die wat pijnlijk was voor H.P.B. In een brief aan A.P. Sinnett beantwoordde Blavatsky een beschuldiging die tegen haar werd ingebracht dat ze een Russische spion was.

Coulomb stal een ‘vreemd-uitziend papier' en gaf het aan de missionarissen met de verzekering dat dit een code was die door de Russische spionnen (!!) werd gebruikt. Zij brachten het bij de Commissaris van Politie, lieten de beste experts een onderzoek instellen, stuurden het naar Calcutta en bewogen gedurende vijf maanden hemel en aarde om te ontdekken wat de code betekende en ... gaven het nu op in wanhoop. ‘Het is één van jouw onzin(nige dingen)', zegt Hume. ‘Het is één van mijn Senzar manuscripten', antwoord ik. Ik heb er het volste vertrouwen in, want één van de bladzijden van mijn boek met genummerde bladzijden is weg. Ik tart iedereen behalve een Tibetaanse occultist om de betekenis ervan te ontcijferen, als dit het is'. (brieven van H.P.B. 76).

Het Senzar moet er dus als een code uit kunnen zien, ofschoon het niet is wat we meestal met die term aanduiden.

Een voorbeeld van het Senzar

Is het Senzar volkomen onmogelijk te reconstrueren, of is het mogelijk dat het zich in onze omgeving bevindt? Zouden we, in meer specifieke zin, een tekst in het Senzar onder onze neuzen hebben kunnen zien liggen sedert de uitgave van De Geheime Leer? De Inleiding tot dat werk begint met de volgende woorden:

Een Archaisch Manuscript - een verzameling palmbladen die waterdicht gemaakt is en onaantastbaar door vuur en lucht door een of ander specifiek onbekend procedé - ligt voor de schrijver. Op de eerste bladzijde staat een smetteloos witte schijf op een dofzwarte ondergrond. Op de volgende bladzijde staat dezelfde schijf, maar met een stip in het midden. (SD 1:1).

Later worden er meer symbolen uit het manuscript beschreven en gereproduceerd. In zijn derde stadium wordt de stip gestransformeerd tot een middellijn, aldus Ө. Nu symboliseert het een goddelijke, onbevlekte Moeder-Natuur binnen de allesomvattende absolute Oneindigheid. Wanneer de middellijn gekruist wordt door een vertikale lijn, [symbool van een kruis in een cirkel], wordt het 't seculaire kruis. De mensheid heeft zijn derde Wortelras bereikt; het is het teken dat de oorsprong van het menselijk leven kan beginnen. Wanneer de omtrek verdwijnt en alleen het kruis + overblijft, is het een teken dat de val van de mens in de stof voltooid is, en dat het vierde ras begint (SD 1:4-5).

Een document dat naar ons verteld wordt in het Senzar is geschreven is het palmblad-manuscript van de Stanza's van Dzyan. De inhoud van het manuscript wordt beschreven als zijnde deze en andere visuele symbolen. Het is natuurlijk mogelijk dat de symbolen eenvoudigweg illustraties zijn voor een tekst van een meer conventioneel type, geschreven in een alfabet of een ideografisch schrift dat ook van een meer conventioneel type is. Maar het is evengoed mogelijk dat deze symbolen - deze cirkels en lijnen - de 'hiërogliefencode' zijn, de geometrische figuren en symbolen die naar men zegt het Senzar vormen. En inderdaad, het laatstgenoemde lijkt het meest waarschijnlijk volgens het eenvoudigheidsbeginsel (het scheermes van Ockham 9)). Bovendien is naar men zegt de versie van de cosmogenese in het Boek van Dzyan hieroglyfisch of beeldtaal (C.W. 14:206) een rake beschrijving van deze symbolen.

Blavatsky spreekt over de "Mysterietaal" uit de prehistorische eeuwen, de taal die nu SYMBOLIEK wordt genoemd (SD 1:309). Wanneer de mysterietaal het Senzar is, dan is Senzar symboliek - een systeem van symbolen die traditioneel zijn, geheim in hun interpretatie maar tevens bekend over de gehele wereld. De symbolen die H.P.B. beschrijft van het palmblad-manuscript zijn precies die symbolen die we aantreffen van Polynesië tot de grotten van de Pyreneeën, van de oudste petroglyfen (ingegrifte rotstekeningen) van Afrika tot de huidige droomsymboliek. Zij zijn waarlijk een universele taal.

We kunnen ons het Senzar voorstellen als het hele complex van heilige symbolen met uitdrukkingsvormen van verscheidene aard, maar vnl. twee hoofdtypes:

  1. de archetypische symbolen in mythen en sprookjes, allegorieën en gelijkenissen, alchemistische recepten en bijbelse geschiedenis - verhalen die een verborgen betekenis hebben onder het oppervlakkige verhaal, verhalen die een dubbele interpretatie in zich bevatten, en
  2. een visuele voorstelling van die archetypische symbolen in pictogrammen of hiëroglyfische en codeachtige tekens waarvan de ingewijden de betekenis kunnen interpreteren onafhankelijk van welke taal dan ook.

Indien het Senzar het systeem is van dergelijke symbolen zijn veel raadsels erover automatisch opgehelderd. Blavatsky's vergelijkingen van het Senzar met gewone menselijke talen zijn geen probleem. Zij gebruikt termen als taal, spraak, hiëroglief, ideogram en code losjes. Zij was geen filoloog en had geen belangstelling voor de gedetailleerde kenmerken die academische geleerden onderscheiden als ze het over dergelijke zaken hebben. Zij vond het voldoende een algemene betekenis over te brengen en haar lezers de details voor zichzelf te laten uitwerken. Dus is het symbolische systeem van Senzar een taal in de breedste zin van het woord, maar radikaal verschillend van gewone talen als het Sanskrit, het Latijn en het Engels.

Als het Senzar een systeem is van verbale en beeldende symbolen, kunnen we de associatie van het Senzar met Egyptische hiëroglyfen begrijpen. Laatstgenoemde zijn gebaseerd op symbolische plaatjes en vallen dus in dezelfde ruime klasse als de symbolen van het Senzar. Het is niet dat het gesproken Egyptisch en het Senzar verwant zijn, maar veeleer dat de geschreven Senzarsymbolen en hiërogliefen dezelfde archetypische beelden weerspiegelen. .

Blavatsky's merkwaardige opmerking dat 'Amida' de Senzar-vorm is van 'Adi' (C.W. 14:425) is ook verklaarbaar. Daar Amida (of Amitabha) één van de voorstellingen is van de macht van de primordiale Adi Buddhi, is het een symbool van die macht. Adi Buddhi is het absolute, dat niet beschreven of voorgesteld (kan worden), maar wel gesymboliseerd kan worden. Indien het Senzar een symbolensysteem is om het anderszins onzegbare uit te drukken, is het volkomen zinnig te zeggen dat Amida (de personificatie van grenzeloos licht) de Senzar-vorm (symbolische uitdrukking) is van 'Adi' (het Absolute). Verre van een vergissing is het commentaar van H.P.B. een simpele waarheid.

Blavatsky vertelt ons dat de wonderlijke Koemboem-boom een feit is. Of het echter zowel een botanisch als een symbolisch feit is, is niet duidelijk. Het is zeker het laatstgenoemde. De boom in wier takken het universum groeit, de boom die de letters van het alfabet als vruchten produceert, is een wijdverbreid symbool. Het is een soort die de Yggdrasil van de Noormannen bevat en de Kabbalistische Levensboom, aan wier takken de letters van het Hebreeuwse alfabet verschijnen en die derhalve in embryonale vorm de gehele Torah bevat. Dat de Koemboem-boom in Tibet zou groeien en de heilige symbolen van het Senzar op zijn bladeren en bast zou dragen is geheel in overeenstemming met een visie van het Senzar niet als een gewone taal, maar als de primordiale symboliek van de menselijke soort.

Het Senzar is de taal uit de jeugd van het mensdom omdat het de verzameling van symbolen is die over de gehele wereld gevonden wordt door de eeuwen heen. Zij gaat terug tot de vroegste, prefysieke en pre-intellectuele rassen van de mensheid. Gewone taal is een product van het verstand en kon niet bestaan voordat het verstand geactiveerd was, zoals H.P.B. duidelijk maakt in haar geschiedenis van de menselijke spraak. Symbolen zijn echter pre-linguistisch en pre-logisch. Hun echte plaats is niet het bewuste verstand, maar het onbewuste. Ze behoren tot ons allervroegste verleden en spreken tot ons op een niet-rationele en dus krachtige manier.

Symbolen zijn universeel, want zij ontstaan spontaan in dromen en visioenen van alle mensen overal en ze zijn met een merkwaardige consequentheid gedurende de gehele menselijke geschiedenis opgetekend. Het Senzar is inderdaad onze gemeenschappelijke taal, de taal van de symboliek - de ene taal die de ene kennis uitdrukt.