Het Evangelie van Filippus

Het evangelie van Filippus is een belangrijke tekst uit de kruik van Nag Hammadi. Het Evangelie van Filippus is een Christelijk Gnostisch geschrift dat mededelingen doet over over Jezus en zelfs een uitspraak weergeeft van Jezus.

De hier gepresenteerde vertaling is ongeveer die van J. Slavenburg en W.G. Glaudemans. Zie ook Boeken over Gnosis en Gnostiek. 

1 Een HebreeŽr maakt een HebreeŽr,
en zo iemand noemt men dan een bekeerling.
Maar een bekeerling maakt geen bekeerling.
Enkele mensen zijn zoals ze ontstaan zijn
Het is voor hen voldoende te zijn.

2 Een slaaf poogt alleen maar vrij te worden;
hij is er niet op uit het bezit van zijn meester te verkrijgen.
De zoon echter is niet alleen maar een zoon,
maar maakt ook aanspraak op de erfenis van de Vader.

3 Wie erven wat dood is,
zijn zelf dood
en ze erven wat dood is.
Wie erven wat levend is,
die leven;
ze erven zowel wat levend
als wat dood is.

Zij die dood zijn erven niets.
Want hoe kan een dode erven?
Als de dode het levende erft,
zal hij niet sterven,
maar juist voluit kunnen leven.

4 Een heiden sterft niet,
omdat hij nooit geleefd heeft
dat hij zou kunnen sterven.

Wie op de waarheid heeft vertrouwd,
die heeft leven gevonden;
deze mens loopt wel het gevaar om te sterven,
omdat hij leeft.

5 Sinds de dag dat Christus gekomen is,
is de wereld geschapen;
de steden zullen versierd worden
en de doden naar buiten gedragen.

6 Toen we nog HebreeŽn waren,
waren we wezen;
we hadden alleen onze moeder.
Doch toen we christenen werden,
kregen we een vader en een moeder.

7 Zij die in de winter zaaien,
die oogsten in de zomer.
De winter is de wereld;
de zomer is de andere eon.

Laten we daarom zaaien in de wereld
zodat we kunnen oogsten in de zomer.
Daarom is het beter om niet in de winter te bidden.
De winter gaat aan de zomer vooraf.

Als iemand in de winter wil oogsten,
zal hij niet oogsten,
maar wieden.

8 Zo iemand zal dus geen vruchten plukken.
Niet alleen nu zullen er geen vruchten tevoorschijn komen,
maar ook op de sabbat zal zijn akker onvruchtbaar zijn.

9 Christus is gekomen
om sommigen vrij te kopen,
anderen te bevrijden,
en weer anderen te verlossen.
Vreemdelingen kocht hij los
en maakte ze tot de zijnen.
En hij scheidde de zijnen,
die hij overeenkomstig zijn wil
als onderpand had achtergelaten.

Hij heeft zijn ziel niet pas vrijwillig afgestaan
toen hij verscheen,
maar al sinds de wereld bestaat,
heeft hij zijn ziel afgestaan.
Pas toen hij dat wilde,
is hij gekomen om haar mee te nemen;
omdat zij, toen ze als onderpand was afgestaan,
in handen van rovers was gevallen
en gevangen genomen.
Maar hij bevrijdde haar
en verloste de goeden in de wereld
evenals de slechten.

10 Licht en duisternis
leven en dood
de rechtsen en de linksen
zijn broers van elkaar.
Zij kunnen niet los van elkaar worden gezien.
Het is daarom dat noch de goeden goed zijn,
noch de slechten slecht,
leven alleen maar leven is,
en dood alleen maar dood.

Daarom zal iedereen ontbonden worden
tot zijn oorsprong in het begin.
Doch zij die boven de wereld verheven zijn,
kunnen niet ontbonden worden;
ze zijn eeuwig.

11 Namen die aan aardse dingen gegeven worden,
zijn erg misleidend;
want ze ontlenen hun betekenis aan onvergankelijke zaken
en worden gebruikt voor vergankelijke dingen.
Wie 'god' hoort,
denkt niet aan het onvergankelijke,
maar is aan het vergankelijke gaan denken.
Zo is het ook met 'de vader' en 'de zoon'
en 'de heilige geest' en met 'leven' en 'licht'
en met 'opstanding' en 'gemeenschap' en al het andere.
Men denkt nier meer aan het vergankelijke,
tenzij men het onvergankelijke heeft leren kennen.

Doch die sterfelijke mensen
die in deze wereld zijn,
zijn het slachtoffer van vele dwalingen.
Als ze in de eon zouden zijn,
zouden namen nooit in de wereld gebruikt worden
en zouden ze ook niet met aardse dingen worden verward.
Ze hebben een einde in de eon.

12 Eťn enkele naam wordt in de wereld niet uitgesproken:
dat is de naam die de Vader aan de Zoon gegeven heeft.
Het is de naam van de Vader.

Want de Zoon zou geen Vader kunnen worden
als hij zich niet zou bekleden met de naam van de Vader.
Wie deze naam heeft,
kent hem wel,
maar spreekt hem niet uit.
Wie hem echter niet heeft,
kent hem ook niet.

Daarom schiep de waarheid namen in de wereld
omdat het hier onmogelijk is
de waarheid zonder namen te leren kennen.
De waarheid is eenvuldig.
Ze is echter omwille van ons veelvuldig,
om ons in haar liefde
door die veelvuldigheid heen
tot ťťn naam te brengen.

13 Krachten wilden de mens misleiden
omdat ze zagen dat hij verwant is
aan het werkelijke goede.
Ze ontnamen aan het goede zijn naam
en gaven die aan het niet-goede
om hem, de mens, door deze namen zo te misleiden
dat hij zich aan het niet-goede zou hechten.

Slechts de genade kan bewerkstelligen
dat ze, de mensen, zich van het niet-goede verwijderen
en zich tot het goede wenden
zodra ze daarvan kennis krijgen.
Want ze, de machten, wilden de vrije mens gevangen nemen
en hem voor eeuwig tot slaaf maken.

14 Het zijn deze krachten die de mens
met vergankelijkheid voeden
omdat ze niet willen dat hij gered wordt
opdat hij in hun macht blijft.
Als de mens dit voedsel nuttigt
ontstaan er offers voor deze krachten.
En zo aten de mensen
en brachten aan deze krachten
dieren ten offer:
dat zijn: de eigen dierlijke eigenschappen.
Het zijn dus dieren die offers brachten.
Ze werden levend aan hen opgedragen,
maar toen ze geofferd werden, stierven ze.

Als de mens de dood aan God opdraagt,
zal hij weer tot leven worden gewekt.

15 Voordat Christus kwam
was er in de wereld geen brood.
Dat was al zo in het paradijs,
de plaats waar Adam was;
daar waren veel bomen
die de dieren van voedsel voorzagen,
maar geen tarwe om de mens te voeden.
De mens voedde zich als de dieren.
Maar toen Christus, de volkomen mens, kwam,
bracht hij brood mee uit de hemel,
opdat de mens gevoed zou worden
met het voedsel van de mens.

16 De krachten dachten dat wat ze deden
door hun eigen kracht en wil gebeurde.
Maar in het geheim bracht de Heilige Geest
door middel van hen
alles tot stand zoals hij het wilde.
Want de waarheid, die vanaf het begin bestaat
wordt over alle plaatsen uitgezaaid.
Velen zien dat ze uitgezaaid is,
maar weinigen die haar zien,
oogsten haar.

17 Sommigen zeggen:
'Maria is bevrucht door de Heilige Geest.
Ze dwalen.
Ze weten niet wat ze zeggen.
Wanneer is een vrouw ooit zwanger geworden door een vrouw?

Maria is de reine maagd
die door geen macht is bezoedeld.
Ze is een onaantastbaar heiligdom voor de HebreeŽn
dat zijn de apostelen en apostolischen.
Deze maagd is door geen enkele macht bezoedeld.
De machten hebben alleen zichzelf bevlekt.

De Heer zou niet gezegd hebben:
'Mijn Vader die in de hemel is"
als hij niet ook nog een andere vader zou hebben
hij zou dan eenvoudig 'mijn Vader hebben gezegd.

18 De Heer zei tegen zijn leerlingen:
Ieder is meester van zijn eigen huis.
Kom in het huis van de Vader,
doch steel er niets
en neem er ook niets weg.

19 'Jezus' is een verborgen naam.
'Christus' is een openbare naam.
Daarom komt Jezus in geen enkel taal voor.
'Jezus' is zijn eigen naam, zoals hij genoemd wordt.
Wat Christus betreft:
zijn naam is in het Syrisch 'Messias'
en in het Grieks 'Christos'
en ze komt bij anderen
ook in hun taal voor
'De Nazarener' is de openbare naam
van de verborgen naam.

20 Christus heeft alles in zich:
mens,
engel,
mysterie en
Vader.

21 Zij die zeggen:
'De Heer is eerst gestorven en toen opgestaan',
die dwalen.
Want hij is eerst opgestaan
en toen gestorven.
Als iemand zich niet eerst de opstanding verwerft,
kan hij niet sterven!
Alleen als God in hem gaat leven,
kan hij sterven.

22 Niemand zal een voorwerp van grote waarde
in een kostbaar ding verstoppen,
maar vaak heeft iemand ontelbare duizenden
verborgen in een ding dat nog geen stuiver waard is.
Zo is het ook met de ziel.
Zij is een kostbare schat,
maar ze is in een nederig lichaam gekomen.

23 Sommigen vrezen dat zij naakt op zullen staan.
Daarom willen ze in het vlees opstaan.
Ze weten echter niet dat juist zij die het vlees dragen,
naakt zijn,
en dat zij die zich van het 'vlees' ontdoen,
en zich ontkleden,
niet naakt zijn.

http://home.kabelfoon.nl/~provider/Mystiek/Filippus.html over genomen met lichte aanpassingen nadat deze tekst van het internet verdwenen was, 2006.