Vrije Scholen, een Alternatieve Vorm van Onderwijs

Katinka Hesselink, 2000

Algemeen

De Vrije Scholen zijn die vorm van onderwijs die voor ouders die met New Age bezig zijn het eerst gekozen zal worden. Dit komt doordat veel van de huidige New Age beweging begonnen is bij Rudolf Steiner. Rudolf Steiner heeft de antroposofische beweging opgericht. De scholen zijn slechts een deel van de antroposofie, daarnaast is er een stroming van biologisch-dynamische landbouw en geneeskunde. De nadruk van het onderwijs op de vrije scholen is vooral gericht op de volledige ontwikkeling van de leerling tot een evenwichtige volwassene. Hierbij ligt de nadruk op creatieve ontwikkeling. Deze creatieve ontwikkeling krijgt vorm in het talenonderwijs, muziek en in de grote nadruk op wat op een "gewone" school handvaardigheid heet. Voor de exacte vakken is traditioneel minder aandacht, hoewel het op de internetpagina's die ik gelezen heb wel een plek heeft in het curriculum.

De vrije scholen hebben een aantal eigenaardigheden die de laatste jaren (volgens de mensen die ik hierover gesproken heb) wat minder sterk geworden zijn. Zo was het een aantal jaren terug nog vrij normaal dat kinderen heel laat leerden lezen. Zelfs als een kind eerder wilde leren lezen, werd dat niet gestimuleerd. De naam 'Vrije School' is dan ook misleidend. Het kind is niet vrij maar wordt geacht te passen in het ontwikkelingsmodel dat Rudolf Steiner bedacht heeft. Eerder leren lezen is er niet bij. Ook het computeronderwijs is jaren achter gebleven door ideeŽn dat het misschien toch iets van de duivel is!

Rudolf Steiners eigen woorden over zijn scholen:

Over Antroposofie zegt Rudolf Steiner heel mooi, doch zweverig: "Antroposofische ideeŽn zijn voertuigen gemaakt door liefde, en het wezen van de mens wordt spiritueel opgeroepen door de spirituele wereld om deel te nemen in hun inhoud. Antroposofie moet het licht van werkelijk menszijn doen schijnen in gedachten die door liefde gemerkt zijn. Kennis is slechts de vorm waarin de mens de mogelijkheid weerkaatst van in zijn hart het licht van de wereldgeest die gekomen is om hier te leven en vanuit dat hart de menselijke gedachte verlicht." Vervolgens zegt hij terecht: " Woorden die antroposofische waarheden omschrijven zijn niet zoals andere woorden die elders in deze tijd gesproken worden. Juist begrepen zijn deze woorden toegewijde verlangens dat de geest zichzelf kenbaar maakt aan de mensen. " (Awakening to Community, Lecture 1, Stuttgart, Jan. 23, 1923)

Over zichzelf zeggen de Waldorf-scholen (zoals ze ook genoemd worden) dat het artistieke, academische en praktische werk het hele kind onderwijst: hand en hart en ook nog het denken. Het revolutionaire curriculum, doorvlochten met de kunsten, is gebaseerd op het veranderende bewustzijn van het kind, terwijl het opgroeit. Verbeelding en creativiteit worden gecultiveerd samen met cognitieve groei en verantwoordelijkheid voor de aarde en haar bewoners. Steiner's gedetaileerde psychologie van kindontwikkeling, beschreven in het begin van de twintigste eeuw, is later door modern onderzoek in onderwijs en neuropsychologie bevestigd (zeggen de Waldorf-scholen op het internet). Door middel van de Vrije Scholen hoopte Steiner dat jonge mensen de mogelijkheden van de ziel en het intellect en de kracht van de wil zouden ontwikkelen die hen zouden voorbereiden op de uitdagingen van hun eigen tijd en de toekomst.

Rudolf Steiner-educatie is gebaseerd op het inzicht van verschillende elkaar opvolgende fasen in de ontwikkeling van menselijk leven. Ongeveer elke zeven jaar komt er een nieuw vermogen naar boven dat zich tijdens de daaropvolgende jaren verder ontwikkeld. Dit proces is geleidelijk, maar gaat toch in duidelijk gedefinieerde stadia.

Vrije Scholen concreet

Op de Vrije Scholen worden alle kinderen geacht tot en met de 10de klas (klas 1 is groep 3 van het basisonderwijs) het zelfde programma te volgen. Dit geldt onafhankelijk van persoonlijke talenten en tempo verschillen. Pas in de laatste twee klassen (klas 11 en 12) komt er enige differentiatie. Sinds kort heeft de overheid besloten dat ook de Vrije Scholen hun leerlingen op het eindexamen voor moeten bereiden. Vroeger was dit niet het geval. Ik heb bijvoorbeeld bijles gegeven aan een jongen die na 12 jaar op de Vrije School in een jaar het VWO-eindexamen wilde doen (en dit gehaald heeft). Vooral in de exacte vakken was de sprong erg groot. In de talen daarentegen en bij filosofie had hij geen enkel probleem.

Het wordt nog een hele klus voor de Vrije Scholen om aan deze eisen van de overheid te voldoen, want dat betekent dat er opeens ook op VWO-niveau wiskunde gegeven moet worden. De exacte vakken zijn vaak slecht vertegenwoordigd. Vroeger bereidde de Vrije School gewoon niet voor op een eindexamen. Het werd gelijk gesteld met mavo, maar alles dat hoger kwam moest maar na die 12 jaar. Op dat moment zijn de leerlingen 18, want klas 12 staat (qua tijd) gelijk aan 6 VWO. Vrij oud dus om nog een jaar aan een havo-diploma te moeten werken.

Uit de internet-pagina's die ik gelezen heb blijkt dat dit probleem overal ter wereld speelt. Een school uit Nieuw Zeeland bijvoorbeeld schrijft dat de leerlingen verplicht zijn in wel twee vakken (Engels en Wiskunde) op het een of andere niveau eindexamen te doen.

De verschillen tussen de Vrije Scholen en het gewone onderwijs zijn dus vrij groot, maar zijn kleiner geworden. Het is niet alleen een verschil in manier van les geven (zoals bij Jena-plan en Montessori), maar ook een verschil in inhoud. Doel is niet in de eerste plaats een mentale ontwikkeling, maar een groei van het individu op emotioneel, mentaal en spiritueel niveau. Er zijn uiteraard kinderen die baat hebben bij de brede ontwikkeling die op de Vrije School wordt aangeboden. 

Individuele Vrije Scholen verschillen heel veel. De ene school lukt het goed om zowel voor te bereiden op het eindexamen als om de brede ontwikkeling vast te houden. Andere scholen hebben hier moeite mee.

Mijn mening

Naar mijn mening hebben de Vrije Scholen zowel voor- als nadelen. Het grote voordeel vind ik dat de leerlingen een hele brede ontwikkeling krijgen. Ook worden de talen goed getraind. Ook vind ik het wel wat hebben dat de leerlingen niet naar niveau uit elkaar gehaald worden. Daardoor kunnen ze tenminste met verschillen in intelligentie om gaan. De rest van ons schoolsysteem zorgt ervoor dat de slimme kinderen de minder slimmen pas weer op de werkvloer tegen komen. Nadeel van de Vrije School is toch, voor de slimme leerlingen, dat ze hun exacte talenten niet goed kunnen ontwikkelen. Ik weet niet in hoeverre dat later nog in te halen is, of dat die talenten toch eigenlijk het beste in de pubertijd al aangesproken kunnen worden. Groot voordeel is weer dat er nergens anders in Nederland scholen zijn die filosofie-onderwijs geven aan leerlingen met mavo-intelligentie. Ik vind het heel goed dat dat op de Vrije Scholen wel gebeurt.

Bronnen

Reactie

Wed, 15 Mar 2006

Beste Katinka,

Ik kom je pagina vandaag voor het eerst tegen, terwijl die al stamt uit 2000. Toch nog wat aantekeningen. Ik heb zelf een aantal jaren lesgegeven op een vrije school (ook op andere scholen) en onderschrijf een gedeelte van je waarnemingen wel. De adaptatie van een door de overheid opgelegde structuur met voorbereiding op eindexamens is iets dat inderdaad veel moeite kost, daar hebben de vrije scholen de boel wat zitten verslapen, hopende dat ze wel buiten schot zouden blijven bij de onderwijsvernieling. (Vernieuwing?)

Toch heb ik ook meegemaakt dat leerlingen met alleen het getuigschrift dat gelijk staat aan MAVO op een HBO werden toegelaten, er hoefde niet in een dertiende klas nog HAVO of VWO gehaald te worden. De ervaring van de betreffende HBO was dat deze leerlingen met een goed getuigschrift beter waren voorbereid waren op de studie dan de leerlingen uit het overige onderwijs. Dat is wel een ervaring van een tijdje geleden. Wat er nu in het reguliere onderwijs gebeurt, is, lijkt het wel, overname van wat de vrije scholen al jaren doen, periode onderwijs, leerlingen een eindwerkstuk laten maken.

Ik heb gehoord dat er ook bedrijven zijn die graag vrije schoolleerlingen aannemen, vanwege de brede ontwikkeling.

In het reguliere onderwijs worden nu stages ingevoerd, voor vrije scholen al oude koek, dat gebeurt al jaren.

Het zou goed zijn als de verschillende soorten onderwijs eens wat meer, en met een open instelling, bij elkaar in de keuken zouden kijken. Er valt veel van elkaar te leren. Het zou ook goed zijn als scholen daar meer een eigen doel gaan nastreven in plaats van navelstaarderig te onderzoeken dat bijvoorbeeld Havo 4 klassen het landelijk erg slecht doen. Remedies die ik heb gezien waren dat er meer en meer toezicht moest komen op het functioneren op deze leerlingen, in flagrante tegenspraak met de nagestreefde, in de oorspronkelijke doelstellingen van de tweede fase dan, verzelfstandiging van leerlingen.

Ik ben nu uit het onderwijs, onder meer door hevige teleurstelling over de inrichting van dat onderwijs.

Met vriendelijke groet, Jelle Kuiper