Eigen visie op onderwijs

Katinka Hesselink 2001

Het onderwijs heeft mij altijd gefascineerd. Dit kwam tijdens mijn schooltijd tot uiting in een bovenmatige neiging om docenten tegen mijn medeleerlingen te verdedigen. Tegenwoordig ben ik zelf als docente werkzaam. Het afgelopen jaar heb ik les gegeven op een school voor speciaal onderwijs, om precies te zijn een *kluster vier* school. Dit is een school voor kinderen met een normale intelligentie, maar met andere, meest psychiatrische, problemen. In de praktijk gaat het bijvoorbeeld vaak over leerlingen met PPD-NOS of ADHD.

Voor mij is in het onderwijs altijd de leerling de belangrijkste schakel geweest. Diens persoonlijke ontwikkeling is voor mij belangrijker dan de wiskunde, scheikunde of NaSk die ik ze probeer bij te brengen. Voor mijn eindverslag moest ik wat schrijven over mijn visie op het onderwijs. Dit artikel is het resultaat.

Visie op leerlingen

Leerlingen zijn vreemde wezens, ook wel jonge mensen genoemd, die wonderbaarlijk genoeg weleens willen werken en leren. Ze zijn vaak naïef en onzeker. Vaker nog koppig en brutaal. Deze wezens werken beter als je ze leert kennen en als ze je leren vertrouwen. Ze houden van duidelijkheid, zowel in de uitleg van de stof als in wat er van ze verwacht wordt. Net als andere levende wezens houden ze van veiligheid. Emotionele en fysieke veiligheid wel te verstaan. De emotionele veiligheid kan soms door een eenvoudige lokaalwisseling al uit balans raken. Ook al is verder alles het zelfde, toch is er in zo'n situatie opeens meer energie nodig om hetzelfde van ze gedaan te krijgen.

Leerlingen houden ervan iets te begrijpen. Vaak hebben ze niet door dat ze iets geleerd hebben. Het heeft dan zin ze hierop te wijzen. Je hebt deze wezens in allerlei soorten en maten. Sommigen kunnen zich makkelijk (deze zijn zeldzaam overigens) een uur concentreren. Anderen hebben al moeite met vijf minuten. Deze concentratie is overigens vaak afhankelijk van bovenstaande emotionele veiligheid en van de andere jonge mensen in het lokaal. Sommige leerlingen zijn op hun best bij een concrete taak met een duidelijk begin en eind. Deze leerlingen moet je misschien niet te veel lastig vallen met theoretische vakken. Aan de andere kant is ook de theorie soms in zulke concrete stukken te structureren. Dan merk je wel een duidelijke toename in de prestaties. Aan de andere kant eist de maatschappij (misschien wel terecht) dat ook deze leerlingen zoveel mogelijk ook hun intelligentie voeden. Afhankelijk van motivatie, didactiek en de relatie met de docent zijn soms ook deze kinderen te stimuleren tot meer theoretische vakken en ideeën.

Het is functioneel deze vreemde wezens vakken als wiskunde en scheikunde bij te brengen. Ten eerste omdat dit bijdraagt tot leren logisch nadenken. Ten tweede omdat een basiskennis van deze vakken helpt om de wereld beter te leren begrijpen.

Erg belangrijk in dit type onderwijs vind ik dat je de leerlingen het gevoel geeft dat ook zij (die tenslotte met allerlei "gekken" (hun woorden) op school zitten) iets in deze wereld bij te dragen hebben. Het leven heeft zin - en ze zijn nog niet uitgeschakeld in de race naar een "normaal" leven. Het speciale van deze school is dat het hier gaat om het grensvlak tussen juist die twee zaken: een "normaal" leven of een leven gesteund door de maatschappij, of erger, in de gevangenis. En deze school is in mijn visie geen excuus om dus maar niet te werken. De leerlingen zijn voor mij normaal in de zin dat ze kunnen leren, ik heb tenslotte vooral op mavo-niveau les gegeven. Ook zijn ze normaal in de zin dat ze als alles mee werkt (ouders, leraren en natuurlijk zijzelf) een plek in de maatschappij kunnen vinden. Toch komen veel van deze leerlingen op de sociale werkplaats terecht, heb ik begrepen.

Visie op leren

Leren is een nog vreemder verschijnsel dan het verschijnsel leerling. Eerlijk gezegd begrijp ik het verschijnsel niet goed. Het heeft in elk geval iets te maken met de volgende factoren:

Ik denk dat een goede didactiek een wereld van verschil kan maken. Een totaal onbegrijpelijk onderwerp kan opeens toegankelijk worden. Ook motiveert een goede uitleg, omdat de leerling weet dat er adequaat op problemen ingespeeld zal worden. Er komt een goede uitleg en een goede structurering van het onderwerp. De leerling heeft dan ook reden om te vertrouwen dat hij/zij het zal begrijpen - en dat zijn/haar eigen intelligentie en werkhouding de rest bepaalt van wat er gebeurt. Of de kennis, het inzicht en de vaardigheden er komen ligt (in geval van een goede didactiek) dus verder bij de leerling.

Bij wiskunde merk ik heel duidelijk dat abstractievermogen een bepalende factor is voor het begrip van de stof. Aan de andere kant is ook de werkhouding bepalend, doordat hierdoor de vaardigheden geoefend worden. Soms komt begrip pas nadat de vaardigheid er al in zit. Heel belangrijk vind ik het om op het niveau van de leerling te werken, d.w.z. dat de stof bij voorkeur niet te moeilijk en niet te makkelijk moet zijn.

Visie op zelfstandig leren

Naar mijn idee is zelfstandig leren slechts gedeeltelijk in de basisvorming toe te passen. De theorie sluit wat dat betreft niet goed aan bij de praktijk. Ik denk bijvoorbeeld niet dat zelfstandig leren in de zin van zelf sturen wat je wanneer leert, bijvoorbeeld, voor elke leerling geschikt is. Verder vind ik dat als je zelfstandig leren in het wiskunde-onderwijs invoert, je erg moet oppassen dat basisvaardigheden niet in de knoei komen. Zelf werken (de eerste stap naar zelfstandig leren) is wel mogelijk en naar mijn idee zelfs wenselijk en onontkoombaar. Je kunt er niet vanuit gaan dat de leerling veel leert als hij/zij niet ook veel doet, nadenkt en oefent. Leren doe je zelf, de leraar stuurt, geeft uitleg en feedback. Ik geloof er dus ook niet in dat je als leraar de taak van reflectie op het leerproces helemaal aan de leerling uit kan besteden. Juist daar ligt voor de leraar, die toch meer kennis heeft en de zaken in een breder perspectief kan zien, een belangrijke taak weg gelegd. Ook denk ik dat je als docent per definitie de leerdoelen bepaalt, al dan niet in samenwerking met het boek.

Overigens denk ik dat elk echt leren een zekere mate van zelfstandigheid omvat. Leren gaat in geen enkel geval (zelfs in frontaal lesgeven, zonder interactie) alleen uit van de leraar. Tenslotte heeft de leerling de keus de aangeboden informatie op te nemen, of niet.

De activiteit van de leerling bevorder ik persoonlijk het liefst door het onderwijs-leergesprek. Naar mijn idee is deze methode bijzonder geschikt voor kinderen met ADHD omdat de vraag hen direct prikkelt tot nadenken = concentreren op de stof = nieuwsgierigheid naar het antwoord. Ze kunnen er als het ware nauwelijks voor kiezen niet over de vraag, die de docent stelt, na te denken. Ook is de tijdspanne waarin ze dan na moeten denken ongeveer gelijk aan de tijdspanne die ze aankunnen. Ik ben nog niet zover als mijn coach tijdens mijn vorige stage, die het makkelijker vond om een laatste uur klassikaal les te geven dan om ze op zo'n moment aan het werk te zetten. Zo goed is mijn didactiek / klassemanagement nog niet. Maar daar zou ik eigenlijk wel naartoe willen.

Visie op docenten

Leraren zijn de dappere mensen die de moed hebben jonge mensen onder ogen te zien en hen iets bij te brengen van wat ze in deze maatschappij nodig hebben. Het gaat daarbij om practische, theoretische en emotioneel/ethische zaken.