(School)-Regels in het Lesgeven

Katinka Hesselink, 2002

Algemene Visie - Randvoorwaarden en Regels

Algemene Visie

Lesgeven is werk waarbij heel verschillende aspecten van het menszijn naar boven komen. Ten eerste is er de vakkennis die overgebracht moet worden, op zo'n manier dat leerlingen het bij voorkeur interessant vinden, begrijpen en onthouden. Ten tweede is er het contact tussen leerlingen en lerares. Dit contact moet zo zijn dat leerlingen zich veilig voelen, maar ook moeten er duidelijke sociale regels zijn. De docent is uiteindelijk degene die ervoor verantwoordelijk is dat die regels gehandhaafd worden. De leerlingen hebben hierin een medeverantwoordelijkheid - hoe meer zij meewerken en bewust helpen een goede sfeer te scheppen, hoe prettiger het in de klas is.

Voor mij als docente is het zaak goed te weten wat mijn regels zijn en wat ik doe als die regels overschreden worden. Na een jaar zelfstandig lesgeven begint zich dit uit te kristalliseren. Een van de dingen die mij duidelijk geworden zijn is dat een goede school een team heeft waarin iedereen het erover eens is waar de grenzen liggen. Dat iedereen weet: dat kan echt niet, en dat daarover ook gepraat wordt. Dat ook iedereen zoiets heeft bij bepaalde andere dingen: tja, dat is vervelend, maar daar moet je toch niet te moeilijk over doen. Schoolregels helpen hierbij. Maar zelfs een school met goed omschreven schoolregels heeft in de schoolcultuur zitten in hoeverre en op welke manier die schoolregels worden toegepast. Als docent beweeg je je binnen de schoolcultuur en je bent medeverantwoordelijk voor het handhaven van duidelijkheid daarin.

Goed en duidelijk toegepaste regels zorgen voor rust in de klas, duidelijkheid voor de leerlingen en een goede werksfeer. In hoeverre dit betekent dat leerlingen ook gestraft moeten worden voor wangedrag, dat is me nog niet helemaal duidelijk. Het is wel zo dat er duidelijke consequenties moeten zijn. Uiteindelijk moet er een soort van wederzijds respect ontstaan waarin sommige dingen gewoon niet gebeuren. Voor mij is het nog aftasten hoe je zover komt. Een aantal dingen helpen hierbij, waaronder goed beginnen waarschijnlijk het belangrijkst is. Halverwege het schooljaar nog zaken veranderen is heel erg moeilijk, zo niet onmogelijk.

Uiteindelijk is het denk ik belangrijk dat leerlingen voelen dat je ziet dat ze over de schreef gaan. Ze moeten doorhebben dat jij als volwassene doorhebt wat er gebeurt. Aan de andere kant moet het ook zo zijn dat leerlingen ook positieve feedback krijgen. In de relatie tussen docent en leerling moet duidelijk blijven dat je met elkaar te maken hebt en dat je met elkaar rekening houdt. Een leerling heeft er bijvoorbeeld veel aan te horen dat je meer verwacht had. Dat is namelijk een dubbele boodschap: aan de ene kant geef je aan dat het gedrag niet goed is, dat je op dat moment ziet, aan de andere kant geef je aan dat je vindt dat hij/zij het beter kan. De boodschap is niet: Jij bent slecht. De boodschap is: Jij kan beter. De leerling voelt die positieve verwachting en de kans is groot dat ernaar gehandeld zal worden. Garanties zijn er natuurlijk niet en hoe langer een leerling volhoudt negatief (=storend) gedrag te vertonen, hoe meer negatieve consequenties eraanvast zullen moeten zitten.

Het is in Nederland moeilijk om aan te geven waar de grens is, want we hebben met zijn allen afgesproken dat bijna alles mag, als je elkaar maar niet lastig valt. Het voordeel hiervan is dat valse beleefdheden en geforceerde gedragsregels zo ongeveer uit onze cultuur verdwenen zijn. Het nadeel is dat zowel kinderen als veel ouders niet meer weten dat er nog ergens een grens is en waar die grens dan is.

Het is bijvoorbeeld duidelijk dat een school een plek is waar geleerd wordt. Als het goed is (en het is niet altijd goed) biedt een school leerstof aan die zinvol is (op korte of lange termijn) en past bij het leerniveau van de leerling. Op het VWO bijvoorbeeld zitten leerlingen die ervoor gebouwd zijn dingen te begrijpen en te onthouden. Theoretische lessen zijn aan hen besteedt, omdat ze een redelijk abstractieniveau hebben, zich vrij lang kunnen concentreren en de dingen die ze leren vrij lang onthouden. Op de Havo is dat ook zo. Kom je op het VMBO, het vroegere mavo en vbo, dan kom je groepen leerlingen tegen die veel makkelijker in de praktijk leren - gewoon door dingen te doen. Het theorieonderwijs vraagt dingen van ze die ze wel kunnen, maar die veel moeilijker zijn. Een VMBO-kaderberoepsgerichte leerweg-leerling (ongeveer het vroegere vbo-b/c niveau) kan best wiskunde leren op haar niveau, maar ze zal hiervoor een kant in zichzelf aan moeten boren waar ze moeilijker bijkan dan haar VWO-schoolgenoot.

Er even vanuit gaand dat een school de lessen, de lesdag en het rooster zo heeft ingericht dat aan de leervoorwaarden is voldaan, kom je alsnog uit op een situatie waarin de leerling zal moeten werken. Wiskunde leren bijvoorbeeld is 10% begrijpen, 90% werken (althans in de meeste gevallen). Als docent is het mijn taak de uitleg zo te maken dat die 10% goed komt. Ook is het mijn taak te zorgen dat er in de klas zo'n sfeer is dat de leerling werken kan. Maar uiteindelijk moet de leerling zelf de inzet hebben om die 90% bij te dragen. Gelukkig blijkt het zo te werken dat een leerling die begrijpt wat hij aan het doen is, ook meestal wel wil werken. Wiskunde kan dan zelfs best leuk worden!

Randvoorwaarden en Regels

Maar wat zijn nu de randvoorwaarden. Hoe zorg ik als docent ervoor dat er in die klas zo'n sfeer heerst dat die leerling zich inderdaad kan concentreren? Om dat te kunnen moet ik leerlingen die kletsen, tot de orde roepen. Om rust te scheppen, moet ik zelfs van leerlingen die gemotiveerd bezig zijn soms vragen hun mond te houden. En als docent moet ik helder hebben welk gedrag te ver gaat. Bij mij is dat nog niet altijd even helder. Op dit moment kom ik tot het volgende lijstje:

Voor mij is storend gedrag primair gedrag dat storend is voor het leren van de rest van de groep. Dus kletsen, je omdraaien, door mij heenpraten, agressie, ruzie maken, giechelen, enz. Verder is brutaliteit een probleem, al is mijn persoonlijke tolerantie op dat gebied is vrij groot.

Verder moeten de zakelijke dingen op orde zijn. Ik ben hierin strenger geworden: Leerlingen moeten hun boeken bij zich hebben, hun schrift en hun etui. Ingeval van wiskunde moeten ze een juiste rekenmachine bij zich hebben. Huiswerk moet af of in elk geval geprobeerd zijn.

Nu, 2004 - ben ik een boek tegen gekomen dat veel aspecten van het orde houden goed uit diept: Orde in Orde Vernieuwd, Victor van Geel, 2001 Bekadidact Baarn. Echt een must-have.

zomaar wat gedachten, april 2004

In 'Het Onderwijsblad' (blad van de AOB) van april 2004, blz. 36, staat een artikel dat me over het onderwerp regels sterkt in mijn sluimerend ongenoegen. Eigenlijk komt het er op neer dat leerlingen vanuit het basisonderwijs naar het middelbaar onderwijs hun zelfstandigheid verliezen omdat wij (de docenten) ze geen duidelijke pedagogisch constante leeromgeving bieden. Dat komt o.a., doordat de schoolregels op de meeste Nederlandse scholen geen vaste grenzen zijn, maar een ideaal waar docenten in meer of mindere mate naar streven. Het beschreven concept heet 'Leren in veiligheid'.

Een duidelijk voorbeeld is de regel dat je wacht op de bel, voordat je het lokaal uit gaat. Deze regel geldt (in theorie) op elke school in Nederland, en waarschijnlijk over heel de wereld. Maar er wordt voortdurend mee geschipperd. Eerder weg omdat je klaar bent met de toets. Eerder weg omdat het zulk mooi weer is. Eerder weg omdat het het laatste uur van de dag (week, voor de vakantie) is. Eerder weg omdat 'ze gym hebben'. Wat de leerlingen leren is: over regels valt te praten. Het gevolg is dat sommige leraren ze soepel toepassen (of dus eigenlijk: alleen toepassen als het ze uit komt) en andere leraren 'streng' zijn en dus de boeman. De strenge leraar krijgt het extra moeilijk doordat er andere leraren zijn die soepel zijn. En het kost alle docenten een boel energie, want bij alles wat je zegt gaan de leerlingen discussieren. Regels zijn tenslotte geen regels meer. Regels zijn onderhandelingsmomenten geworden. De docent die 'gewoon' eist dat leerlingen blijven zitten als ze de toets af hebben, zal de eerste keer dat hij/zij dat doet een gevecht met de klas aan moeten gaan omdat andere docenten dat niet eisen. Nu kun je als school natuurlijk afspreken dat men als men klaar is met de toets weg mag gaan. Dan is het duidelijk. Maar het wordt (dus) heel moeilijk als zoiets niet door de school als geheel, maar door de leraar als individu wordt afgesproken.

Waar ik nu wel benieuwd naar ben is of op die scholen in Duitsland en BelgiŽ, waar naar verluid zoveel makkelijker orde te houden is, regels wel regels zijn. Of in andere woorden: in hoeverre roepen de Nederlandse docenten (en scholen) hun relatieve unrust zelf op? In hoeverre hoort het feit dat orde houden zo voortdurend moeilijk is, bij de onderhandelingscultuur die we met zijn allen geschapen hebben?

Er zijn redenen waarom een school zegt: pas de klas uit als de bel gegaan is. Die reden is dat het onrustig wordt op de gang, als leerlingen vroeger uit mogen. Leerlingen in andere klassen zien dat andere leerlingen uit de klas mogen en willen het zelf dus ook.

Een duidelijk aspect dat een rol speelt is dat op de basisschool de duidelijke pedagogische lijn in stand wordt gehouden door het feit dat zo weinig docenten voor die klas staan. Het is ongetwijfeld vaker gezegd, maar als een leerling 12 docenten heeft, met elk andere regels, dan is het geen wonder dat de leerling veel energie gaat steken in uitvinden wat die regels precies zijn. We noemen dat 'uittesten'. Ook is het dan geen wonder dat er leerlingen zijn die het allemaal niet bij kunnen houden en dus bij de ene docent dingen doen, die bij de andere docent mogen... (meer over de voordelen van weinig docenten per klas)

Het Onderwijsblad vat het als volgt samen: Kinderen missen voorspelbaarheid op de middelbare school. Als er geen duidelijkheid is over hoe je je hoort te gedragen, ga je daarin dingen uit proberen en vervolgens heb je minder energie over om je met het 'leren' bezig te houden waarvan we met zijn allen vinden dat het nodig is. Als het gaat om emotionele veiligheid, is het ouderwetse rust en regelmaat helemaal zo slecht nog niet. En als er eenmaal emotionele veiligheid is, kun je als school (docent EN leerling) energie gaan steken in datgene waar we eigenlijk allemaal op gebouwd zijn: leren.