Structuur van het onderwijs in Nederland
De verschillende onderwijsniveaus in Nederland
Het onderwijs valt onder het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. In Nederland geldt volledige leerplicht voor iedereen van 5 (start op de eerste dag van de maand na de vijfde verjaardag) tot en met 16 jaar. Hierna is een leerling tot en met 18 jaar gedeeltelijk leerplichtig. Scholen zijn in Nederland ofwel openbaar, ofwel bijzonder, vanuit levensbeschouwelijke, godsdienstige of onderwijskundige achtergrond.
Basisonderwijs
In Nederland volgden in 2000 ongeveer 1,5 miljoen kinderen basisonderwijs op circa 7000 scholen. Het basisonderwijs wordt ook vaak primair onderwijs (PO) genoemd.
Voortgezet onderwijs
Het
voorgezet onderwijs wordt gevolgd door kinderen vanaf ongeveer 12 jaar,
die in de meeste gevallen het basis-onderwijs afgesloten hebben. In
Nederland zijn er verschillende schooltypes voor het voortgezet
onderwijs, namelijk VMBO, Havo en VWO (Atheneum, gymnasium). Daarnaast
heb je leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) en
praktijkonderwijs, die ook tot het voortgezet onderwijs gerekend worden.
Beroepsonderwijs
Na de middelbare school volgt (of er nu een diploma gehaald is of niet) de mogelijkheid om vervolg onderwijs te ondergaan. Na het VMBO volgt rechtstreeks het MBO (Middelbaar Beroepsonderwijs). Na de Havo volgt het HBO en na het VWO volgt in principe de universiteit.
Speciaal onderwijs
Het speciaal onderwijs is bedoeld voor kinderen die om de een of andere reden het gewone onderwijs niet goed kunnen volgen. Om in het speciaal onderwijs terecht te komen moet een kind aan de criteria voldoen die bij het betreffende cluster horen. Hiervoor moet het getest worden, waarna in sommige gevallen een wachtlijst volgt (afhankelijk van de regio en het type speciaal onderwijs).
De vier categoriën speciaal onderwijs: (clusters)
- Cluster 1: visueel gehandicapte kinderen of meervoudig gehandicapte kinderen met een visuele handicap
- Cluster 2: dove of slechthorende kinderen, kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden of meervoudig gehandicapte kinderen die één van deze handicaps hebben
- Cluster 3: lichamelijk gehandicapte kinderen, zeer moeilijk lerende kinderen (ZMLK) en langdurig zieke kinderen met een lichamelijke handicap, of meervoudig gehandicapte kinderen die één van deze handicaps hebben
- Cluster
4: zeer moeilijk opvoedbare kinderen (ZMOK), langdurig zieke kinderen
anders dan met een lichamelijke handicap en kinderen in scholen
verbonden aan pedologische instituten. Indicatie-criteria voor kluster
4 zijn:
1. Gedragsproblemen en/of psychiatrische stoornissen leiden tot aantoonbare onderwijshindernissen.
2. Integrale problematiek, dus niet alleen op school, maar ook in vrije tijd en in de gezinssituatie.
3. De zorg in de school is niet toereikend.
4. Betrokkenheid van de jeugdzorg.
5. Classificatie DSM IV.
Voormalige vormen van speciaal onderwijs
Dit zijn vormen van onderwijs die opgeheven zijn: het LOM-onderwijs en het MLK-onderwijs. In sommige regio's zijn wel aparte leer-plekken voor dit type kind blijven bestaan.
Bron
Dit artikel is een uitgewerkte versie van het artikel over het Nederlandse onderwijs in Wikipedia (nov. 2006). Daar komt ook het plaatje vandaan. http://nl.wikipedia.org/wiki/Onderwijs