Structuur van het onderwijs in Vlaanderen

De verschillende onderwijsniveaus in Vlaanderen

In Vlaanderen is er voltijdse leerplicht vanaf 1 september van het kalenderjaar waarin de leerling 6 jaar wordt. Deze leerplicht duurt in de regel 12 leerjaren (zes jaar lager onderwijs en zes jaar secundair onderwijs). Vanaf 15 jaar kan ook aan de leerplicht worden voldaan in deeltijdse leersystemen DBSO en Middenstandsopleiding.

Kenmerkend voor het onderwijs in Vlaanderen is de indeling in onderwijsnetten en de bevordering van de gelijke onderwijskansen (GOK).

Sinds de onderwijsbevoegdheid van de Belgische overheid overgegaan is naar de Vlaamse overheid (1988) is de kwaliteit sterk verbeterd. In internationale vergelijkende studies scoort vooral het secundair onderwijs zeer goed, sinds 2000 herhaaldelijk in de top-10. Dit is één van de redenen waarom Nederlanders met duizenden (ruim 17.000 in 2002-2003) in Vlaamse scholen ingeschreven zijn. Ook Franstalige Belgen kiezen steeds vaker voor het Vlaamse onderwijs. Niettemin is er in het Vlaamse middelbaar onderwijs een grote achterstand wat betreft infrastructuur. De overheid gaat de komende jaren ruim 1 miljard euro investeren om te proberen de achterstand te verkleinen.

Er is in Vlaanderen voornamelijk Vrij Gesubsidieerd Katholiek Onderwijs en Gemeenschapsonderwijs (Athenea en enkele Lycea). De meeste gemeenten hebben stedelijk lager onderwijs. Er is ook minstens één provinciale school per provincie. Er is geen verschil wat betreft studieaanbod, wel wat betreft financieën.

Secundair onderwijs

Het secundair onderwijs, soms ten onrechte gelijkgesteld met middelbaar onderwijs, is in Vlaanderen het onderwijs dat in de regel wordt gevolgd tussen 12 en 18 jaar en omvat drie gehelen: het gewoon voltijds secundair onderwijs, het buitengewoon (voltijds) secundair onderwijs en de deeltijdse leersystemen.

Gewoon voltijds secundair onderwijs

Dit bestaat uit zes leerjaren, drie graden van elk 2 leerjaren.

De eerste graad (ook observatiegraad genoemd) is nog polyvalent. Men heeft de keuze tussen een "eerste leerjaar A", wat de meeste leerlingen kiezen en waarbinnen een beperkt keuzepakket bestaat (moderne, klassieke studieën, handel, technologie, agrotechniek, ...) of een "eerste leerjaar B". Dit laatste wordt doorgaans gevolgd door leerlingen die in het basisonderwijs moeite hebben met theoretische leerstof. Soms zijn het ook leerlingen die uit het Buitengewoon basisonderwijs (vergelijkbaar met het Nederlandse speciaal onderwijs) komen. Doorgaans stappen deze leerlingen daarna over naar het Beroepsvoorbereidend leerjaar (BVL), waarna zij het BSO volgen.

Na een eerste leerjaar A, kiezen de leerlingen een beperkt keuze-pakket, en wordt er in feite al een opdeling gemaakt tussen meer theoretische studies en meer praktische richtingen.

Als de eerste graad een eigen directie heeft, spreekt men ook van middenschool.

Vanaf de tweede graad, of oriëntatiegraad, onderscheiden we vier onderwijsvormen: algemeen secundair onderwijs (ASO), beroepssecundair onderwijs (BSO), kunstsecundair onderwijs (KSO) en technisch secundair onderwijs (TSO).

In de derde graad, of determinatiegraad, groeit de leerling naar een meer definitieve studie- of beroepskeuze. Na het 6e jaar TSO, KSO, BSO kan nog een zevende specialisatiejaar worden gevolgd, om de aansluiting op de arbeidsmarkt te vergemakkelijken. In het BSO bestaat in enkele scholen nog een vierde graad (een 7e, 8e, (9e) leerjaar), voornamelijk ifv verpleeg-opleiding. In het schooljaar 2005-2006 volgden ca 40% van de leerlingen het ASO, 31 % het BSO, 2 % KSO en 27 % TSO. Samen een kleine 300.000 leerlingen vanaf de tweede graad.

Wie het secundair onderwijs met succes afmaakt bekomt het diploma secundair onderwijs (in het BSO pas na een zevende jaar). Dit geeft van rechtswege toegang tot alle vormen van hoger onderwijs in Vlaanderen, uitgezonderd de studies waarvoor bijkomende toelatingseisen bestaan; artsen-studie bijvoorbeeld, of sommige kunstopleidingen.

Buitengewoon secundair onderwijs

Het buitengewoon secundair onderwijs (gegroeid uit het gehandicapten-onderwijs; in Nederland speciaal onderwijs genoemd) bestaat uit verschillende types (voor verschillende soorten handicaps: visuele, motorische, licht-mentale, auditieve,....) en verschillende opleidingsvormen, gericht op gewone arbeidscircuit, of op meer beschermde vormen van wonen en werken.

Deeltijds secundair onderwijs

In de deeltijdse leersystemen worden leren en werken gecombineerd. We onderscheiden

Bron: diverse artikelen uit Wikipedia (Nov. 2006)