Wat is Gnostiek?

Katinka Hesselink 2007

Het Griekse woord gnosis betekent kennis en impliceert kennis van het goddelijke. Met de term Gnostiek wordt door sommige wetenschappers een groep mensen en teksten aangeduid die (in de eerste vijf eeuwen van de Christelijke jaartelling) dit inzicht in het Goddelijke beschouwde als noodzakelijk voor verlossing. Zij noemden zichzelf echter geen gnostici. Dat is logisch – als ze zichzelf gnostici hadden genoemd, hadden ze beweerd dat ze het verlossende inzicht al hadden. Dat zou aanmatigend zijn geweest.

De voornaamste bron voor onze kennis van de Gnostiek zijn de bekende Nag Hammadi teksten. In deze teksten speelt de Christelijke Gnosis een belangrijke rol. Dit leidt ertoe dat veel wetenschappers de Christelijke gnosis centraal zien in de geschiedenis van de Gnosis in het algemeen. Het is echter niet waarschijnlijk dat dit reŽel is. De enige nog levende Gnostische religie (de MandeŽrs) is namelijk expliciet anti-Christelijk en anti-Joods. Ook zijn er gnostische teksten bekend waar geen enkel Bijbels thema in te vinden is.

De term Gnostiek is bij de tegenstanders ontstaan en heeft een lange geschiedenis van kettervervolging achter zich. Het is vaak gebruikt als een samenvattende term voor een verzameling mensen die door vroege kerkvaders als Irenaeus als niet-christelijk werden veroordeeld. Augustinus gebruikte de term ‘ManicheÔsme’ als verzamelterm voor soortgelijke groepen. Wetenschappers zijn het er niet over eens of de term Gnostiek wel bestaansrecht heeft als beschrijving voor religieuze verschijnselen in de eerste vijf eeuwen van de Christelijke Jaartelling in het Mediterrane gebied. Net als de term ‘mystiek’ is het niet duidelijk of Gnostiek wel slaat op een religie in de strikte zin van dat woord. Mystiek wordt gebruikt als aanduiding voor mensen die in de traditie van een specifieke religie staan, en in ervaringen van het Goddelijke (of hoe Het ook genoemd wordt) opeens veel gemeen blijken te hebben met mensen met soortgelijke ervaringen in andere tradities.

Op dezelfde manier kan de term Gnostiek met redelijke consistentie gebruikt worden voor mensen die binnen de religies van de Grieks-Romeinse tijd een samenhangende beschrijving zochten van het ontstaan van het Al, de relatie van God en Mens, de plek van de Mens in de schepping en de weg naar verlossing. De teksten die op dit theosofische zoeken een antwoord waren, hadden thema’s met elkaar gemeen, niet meer dan dat. Het samenhangende plaatje dat Jacob Slavenburg in zijn boeken presenteert heeft met veel van de teksten die bekend zijn uit de Nag Hammadi Geschriften weinig van doen.

Van die thema’s is gnosis (inzicht / kennis) als weg tot verlossing de enige die hen allen bij elkaar houdt. In het algemeen bevatten Gnostische teksten complexe, maar heel verschillende, mythen. Bekende thema’s zijn: afstamming van de mens van hogere wezens, een verdwaalde godin (vaak Sophia) die door haar onwetendheid de ellende van de mens veroorzaakt en een band tussen de mens en het Hoogste Goede.

De verschillen tussen de bekende teksten zijn groot. Zo zijn er teksten die seksuele onthouding prediken en teksten waarin seks geen enkel probleem vormt. Er zijn teksten waarin de slechte wereld wordt afgezet tegen de goede hemelse sferen, maar ook teksten waarin de wereld helemaal zo slecht niet is. Er zijn teksten waarin vrouwen impliciet de schuld van alle kwaad zijn, en teksten waarin de goden androgyn zijn.

In Gnostieke teksten zijn elementen te herkennen uit Joodse, Christelijke en Hellenistische kring. Over de oorsprong van de Gnosis zijn wetenschappers het ook al niet eens. De een denkt aan de Platoonse wijsbegeerte, de ander aan het Vroeg Christendom, de derde aan Jodendom. Ging het in eerste instantie om Samaritanen, mensen uit Iran, of uit Egypte? Het komt er op neer dat de oorsprong niet te vinden is en dat vergelijkbare gnostieke ideeŽn in al die culturen en regio’s voorkwamen.

Twee Gnostische Thema’s uitgewerkt

Hier volgen wat bekende gnostische thema’s iets verder uitgewerkt als illustratie van de diversiteit van de gnostische literatuur en als inleiding tot de materie.

Sophia en Ialdabaoth

De bekendste Gnostische mythe is de schepping van de wereld door Ialdabaoth, de zoon van Sophia in het Apocryphon van Johannes . Sophia had haar zoon zonder medeweten van De Hoogste God gekregen en daardoor is hij weliswaar machtig, maar niet Goed. In de meeste mythes weet hij niets van de godenwereld boven hem, waardoor hij zich de hoogste God waant. Deze zoon Ialdabaoth schept onze aarde, en met de hulp van andere machten, de mens. De mens (Adam) krijgt de goddelijke adem ingeblazen waardoor hij boven zijn schepper staat en goddelijke potentie heeft. Wij zijn de nakomelingen van deze Adam. Doordat de mens op de aarde leeft en gedeeltelijk een schepping is van de aardse Ialdabaoth is hij zich niet bewust van zijn goddelijke oorsprong. Het inzicht van de goddelijke oorsprong van de mens werkt verlossend.

Dit klinkt heel overzichtelijk, maar het is een samenvatting van samenvattingen. Er zijn meerdere teksten waarin een variatie op dit thema voorkomt. Vaak zijn deze teksten heel onduidelijk. Zo is de Mandese verzie van Sophia, Ruha, een centrale maar vage figuur. Zij is zowel schepster van de stad Jeruzalem, als symbool zowel voor de aarde. Tegelijkertijd zijn er aanwijzigen dat ook zij een goddelijke oorsprong heeft .

De negen hemelsferen

In Jacob Slavenburg’s vertaling van de Nag Hammadi geschriften staat een heel mooi plaatje van 9 hemelsferen. In sommige teksten zijn er helemaal geen hemelsferen. In andere teksten zijn de hemelsferen eerder voor te stellen als losse wolken die helemaal niet zo duidelijk hiŽrarchisch geordend zijn. Het aantal negen is ook niet consistent aanwezig. De enige nog levende gnostische religie, het MandeÔsme, kent bijvoorbeeld slechts drie werelden: de lichtwereld, de aarde en een onderwereld. De lichtwereld staat in verband met de wereld van alledag via stromend water (de hemelse Jordaan). Vandaar dat de MandeŽrs hun terugkerende doopritueel bij voorkeur in rivieren of kanalen uitvoeren. Dit ritueel brengt hen in hernieuwd contact met de lichtwereld. In het Evangelie van Maria (Magdalena) komen 7 machten voor. 

Bronnen

Colleges aan de Leidse Universiteit bij Ab de Jong over Gnosis en Hermetiek (fouten zijn voor de rekening van de auteur, niet de docent).

Buckley, Jorunn J. The Mandaeans, Ancient Texts and Modern People , Oxford 2002 (inleiding en hoofdstuk 4)

Hanegraaff, Wouter J. Dictionary of Gnosis & Western Esotericism , Leiden 2006 (de versie in een band). Zie o.a. de inleiding en de lemma’s over Gnosticism, Mandaeans, Magic en Manichaeism.

Williams, Michael A. Rethinking “Gnosticism”, An argument for Dismantling a Dubious Category , Princeton, 1996

Nag hammadi geschriften
Nag hammadi geschriften
Jacob Slavenburg
& Willem Glaudemans

Slavenburg, Jacob en Glaudemans, Willem De Nag Hammadi-geschriften, een integrale vertaling van alle teksten uit de Nag Hammadi Codices en de Berlijnse Codex, volledig herziene en geactualiseerde editie , Deventer 2004. Ondanks de kritiek op de commentaren van Slavenburg en Glaudemans is het oordeel van mijn docenten over de vertaling zelf positief.

Zie ook: Boeken over Gnosis en Gnostiek
Zie ook: Schatgraven in Nag Hammadi
Schatgraven in Nag Hammadi
Bram Moerland

Een sleutel tot gnosis
Een sleutel tot gnosis
Jacob Slavenburg