De mooiste meditaties van Krishnamurti
De mooiste meditaties
van Krishnamurti
Wat is de dood en hoe gaan we er mee om

Katinka Hesselink

Dit artikel is een samenvatting en een reactie op een gesprek dat Krishnamurti heeft gehad met Alain Naude en Mary Zimbalist. Het gesprek is te vinden in het boek "The Reluctant Messiah" van Sidney Field en online: conversation after the death of John Fields. Het gesprek is de moeite waard voor iedereen die het gevoel heeft dat ons theosofisch denken over de dood en wat daarna komt een beetje voorspelbaar en saai geworden is. Ook raad ik elke Krishnamurti-fan aan om hier eens naar te kijken, want hoewel het geen eenvoudige tekst is, zet het je gegarandeerd aan het denken.

Krishnamurti heeft het in dit gesprek over verschillende aspecten van een mens die na de dood van het lichaam achter blijven. Ten eerste is er de herinnering die mensen van de dode hebben, die achter blijft. Ten tweede is er de kinetische energie die achter blijft: de vorm van de persoon die was, blijft als een soort afdruk achter op de plekken waar hij geweest is: dit is ook van auto's waar genomen: hun afdruk in de lucht was zichtbaar op een foto die genomen werd, toen er geen auto's aanwezig waren. De derde mogelijkheid die hij bespreekt is het zelfde fenomeen, maar nu met gedachten, gevoelens, verlangens en de wil van de persoon. De persoonlijkheid van iemand laat ook als het ware een afdruk achter, zodat je in een kamer waar iemand veel is geweest diens aanwezigheid kunt voelen. Blavatsky lijkt die laatste twee fenomenen samen te scharen onder de term: de schil van de persoon die heen gegaan is, blijft achter.

De vierde manier waarop een mens voortbestaat na zijn/haar dood is dat datgene dat hem/haar tijdens een leven bezig hield, voort bestaat in de wereld. Tenslotte zijn we allemaal bezig met ambitie, op verschillende manieren, met haat, met verlangens, met macht, met corruptie, leugens enzovoorts. Dat gaat door of een individu nu doodgaat of niet. Dit is wat K. in dit verband de stroom noemt, de stroom van de mensheid. Die stroom gaat door en dus gaat in zekere zin de persoon wiens lichaam dood ging, ook door, want datgene dat leefde in die mens, leeft door in de hele mensheid. Heel in het kort komt het er op neer dat of er nou een eeuwig ego is, of niet, K er vanuit gaat dat die stroom doorgaat en dus gaat datgene wat Jan was ook door.

In het gesprek blijkt K het onzin te vinden om te denken dat er een eeuwig ego is. Of dat ego nou een jaar bestaat, een eeuw bestaat of 1000 eeuwen, eens zal het ophouden te bestaan.

In het standaard theosofische verhaal wordt er vanuit gegaan dat dat atma-buddhi-manas het eeuwige deel van de mens is. (zie mijn artikel over reincarnatie ) Wat bedoelen we als we dat zeggen? Eeuwig in welke zin? Niet zo eeuwig dat het blijft bestaan als we met zijn allen pralaya in gaan. Maar wel zo eeuwig dat het incarneert in een lichaam en na in dat lichaam enige lessen geleerd te hebben weer door gaat in een volgend lichaam. Krishnamurti doet in dit gesprek geen uitspraken over de lessen die 'we' leren in verschillende levens. Hij legt meer de nadruk op het idee dat zolang er vulgariteit is, in de mens, het van geen belang is hoe lang we incarneren, waar we incarneren of zelfs wat we leren. Zolang er vulgariteit is, zijn we van de stroom. Zolang er die gehechtheid aan wereldse zaken is, aan status, de neiging tot boosheid enzovoorts, zijn we onderdeel van de stroom, zijn we niet wezenlijk anders dan de rest van de mensheid.

K. stelt de vraag wat er gebeurt als je uit die stroom van vulgariteit stapt. Wat gebeurt er als je inziet hoe stompzinnig gehechtheid aan status, ambitie, geld, overleven enzovoorts is? Wat gebeurt er dan? wat gebeurt er als je daaruit stapt? Heel duidelijk is dat er dan geen persoonlijkheid meer is, maar is 'Jan' of 'Maartje' dan ook verdwenen? Is het bewustzijn dan verdwenen, met de verantwoor-delijkheid die daarbij hoort? Wat gebeurt er op dat moment?

Ik kan proberen deze vraag in theosofische terminologie om te zetten, maar het lukt me niet echt. Dat geeft voor mijn gevoel aan dat we met zijn allen na moeten denken over hoe die theosofische terminologie en gedachtenwereld voorspelbaar en irrelevant geworden is. Want Krishnamurti stelt een uiterst relevante vraag, in uiterst confronterende bewoordingen. Ik raad iedereen die een beetje vaardig is in het Engels aan om de oorspronkelijke tekst waar dit stuk op gebaseerd is op te zoeken of het boek te kopen, want het is uiterst diepzinnig.

Wat gebeurt er op het moment dat ik mij bewust word van de belachelijkheid van mijn verlangens, mijn afgescheiden ikje, mijn eenzame strijd tegen de wereld, voor mijn kleine zelf? Wat gebeurt er als ik dat los laat? Dit zijn mijn woorden, niet die van Krishnamurti, niet die uit de hindu-traditie, niet die van Blavatsky. Wat gebeurt er als ik merk dat de afgescheidenheid onzinnig, onverantwoord, ineffectief is? Dit komt al meer in de buurt van onze standaardbewoordingen. Wat gebeurt er als Atma zich bewust wordt van zijn/haar bekleding met ideeŽn, verlangens, enz. en er achter komt dat het zich daarmee geidentificeerd heeft. Dat was theosofische terminologie, maar het klinkt zo afstandelijk. Atma komt er achter dat het zichzelf in maya bekleedt heeft en zich daarmee geidentificeerd heeft . Atma komt er achter dat dat onzin is, dat alles onderling verwant is en dat afgescheidenheid niet bestaat.

Wat gebeurt er op het moment dat ik besluit dat ik geen onderdeel meer wil zijn van de stroom van menselijke hypocricie? Dat is de vraag die K. zich stelt. Wat blijft er dan over? Wat is het resultaat?

Uiteindelijk geeft K het antwoord, de lezer en degene die met K in gesprek zijn kunnen rustig ademhalen, want het antwoord brengt ons terug bij de reden dat de Boeddha zich niet heeft terug getrokken van de wereld, de reden dat Jesus door ging ook al werd hij uiteindelijk door de wereld gekruisigd: degeen die uit de stroom stapt en terugkijkt naar de stroom, voelt compassie, liefde voor de stroom, voor de mensheid. Maar ondertussen modderen we wat aan met zijn allen in die stroom. We maken ruzie, begrijpen elkaar verkeerd, gunnen de ander niet wat we zelf hebben, willen voor onszelf wat een ander heeft en denken ook nog eens dat dat werkelijkheidswaarde heeft. We denken dat het echt van belang is.

Het beeld dat ik na het lezen van dit artikel over houdt, is een beeld van onze maatschappij, van ons menszijn dat vulgair en triviaal is. De verhalen over devachan lijken irrelevant, want dat is allemaal niet hier en nu. De stroom en de mogelijkheid om daaruit te stappen zijn wel relevant, erg relevant. Dat kan nu. Dat is ook ongetwijfeld een van de redenen waarom K het gesprek gestuurd heeft in de richting die het ging, omdat niet het leven na de dood relevant is, maar ons leven nu. Nu vormen wij de toekomst en op het moment dat we vluchten in gefilosofeer over hoe het zal zijn in 10 levens tijd, en bezig zijn te plannen in welk volgend leven we nirvana zullen bereiken, op datzelfde moment zou ik de stap kunnen zetten die er voor zorgt dat ik nu uit de stroom stap en verantwoordelijkheid neem voor mijn leven en mijn relatie met de wereld.

Als twee vrienden
Als twee vrienden
J. Krishnamurti

Meer over en van   Jiddu Krishnamurti ...