Bhagavad Gita Citaten
- 'Word nooit boos en kwets geen enkel schepsel.
- Wees oprecht en doe met vreugde afstand van de wereld.
- Leef in vrede, wees eerlijk, heb mededogen met ieder
schepsel, wees
- zachtaardig en bescheiden.
- Begeer niet wat van een ander is en wees nooit
wispelturig'
- Uit: Bhagavad Gita, Sloka 2, hoofdstuk 16
- Wat nacht is voor alle schepselen, is de tijd dat de mens
die zichzelf in bedwang heeft, wakker is; als alle schepselen wakker
zijn, is het nacht voor de wijze zwijger ( muni
) die ziet. (1)
- (1) De wijze is ontwaakt ten opzichte van dingen, waarvoor
de gewone mens nog sluimert; en de ogen van de wijze zijn geopend voor
waarheden, die buitengesloten zijn voor de blik van de mensen in het
algemeen, terwijl daarentegen dat wat werkelijk is voor de massa,
illusoir is voor de wijze.
- Bhagavad Gita (vertaling Dra. C. Keus), p. 33
- ‘als iemand alle begeerten, binnentredende in het hart,
verwerpt, is hij diep tevreden in het Zelf.’
- Bhagavad Gita (II.55)
- Hij die niet-handeling ziet in handeling, en
handeling in niet-handeling, is een wijze onder de mensen; hij is
evenwichtig zelfs wanner hij alle handelingen verricht
- Bhagavad
Gita (vertaling Dra. C. Keus) p. 42; h. 4: 18
- Hij die handelt en alle handelingen legt aan de voeten van
het eeuwige Brahman (de immanente God – Katinka) en alle gehechtheid
laat varen, wordt niet aangetast door zonde, evenmin als een lotusblad
door water.
- Bhagavad
Gita (vertaling Dra. C. Keus) p. 47; h5: 10
- De mens, die tot harmonie is gekomen en de vruchten van
handeling los laat, komt tot eeuwige vrede; de onevenwichtige echter,
die gedreven wordt door begeerte en gehecht is aan de vruchten van
handeling, is gebonden.
- Bhagavad Gita (vertaling Dra. C. Keus) p. 47; h5: 12)
- De heer van de wereld, Paramatman, schept noch de idee van
werking (karma – Katinka), noch handeling en ook niet de verbinding van
handeling met haar vruchten; het is de natuur, die dit alles
verricht.
- Bhagavad Gita (vertaling Dra. C. Keus) p. 47, 48; h5: 14)
- En hij, die, wanneer hij van het lichaam scheidt, in de ure
des doods
zijn gedachten uitsluitend op Mij gevestigd houdt, gaat geheel in Mij
op; daar is geen twijfel aan.
- Bhagavad
Gita (vertaling Dra. C. Keus) H8:5
Meer Indiase Citaten